Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De homo-glamour is voorbij

Home

Seada Nourhussen

Vandaag begint de Gay Pride. Was de emancipatie van homo’s vroeger vooral een linkse aangelegenheid, anno 2007 sympathiseren homo’s steeds vaker met rechts. „De strijd gaat veel meer om het recht onszelf te kunnen zijn.”

Toeval of niet? De meeste openlijke homoseksuele politici van de afgelopen jaren zijn rechts of zitten in het midden van het politieke spectrum: Gerda Verburg (CDA), Joop Wijn (ook CDA), commissaris van de koningin in Gelderland Clemens Cornielje (VVD), Ed Sinke (de man achter de lijsttrekkerscampagne van Rita Verdonk) en natuurlijk Pim Fortuyn.

Enkele jaren geleden veroorzaakte een clubje van homoseksuele burgervaders de nodige ophef. Arno Brok (Sneek), Frans Buyserd (Aalburg), Ton Jansen (Neerijnen), Toon Mans (Hillegom), Jaap Nawijn (Ouder-Amstel) en Geert Dales (Leeuwarden) zaten in het genootschap. Met uitzondering van Buyserd allemaal VVD-ers. Peter Rehwinkel van de PvdA was de enige linkse burgemeester in het gezelschap.

Uit een enquête van relatiebemiddelingssite gay-PARSHIP, gay magazine Winq en webbureau CyberFruitz blijkt dat de VVD de favoriete partij is onder homo’s : 21,5 procent van de respondenten stemt erop. PvdA kan rekenen op 14,7 procent. SP eindigt derde met 14,3 procent.

Waren homo’s niet altijd links? „Niet altijd”, zegt Gert Hekma, universitair docent homo- en lesbische studies aan de Universiteit van Amsterdam. „In nazi-Duitsland was bijna de gehele top van de Sturmabteilung homoseksueel, SA-leider Röhmer ook. Er zijn wel vaker combinaties tussen rechts en homo’s geweest. Maar de radicale homo-emancipatie in de jaren zeventig en tachtig had een sterk links karakter. Sinds 2000 is het thema naar rechts opgeschoven.”

Vooral de opkomst van Pim Fortuyn heeft rechts doen opleven bij homo’s. Hekma: „Hij was een van de eerste rechtse politici die zo openlijk homo waren én zich uitspraken tegen de opvattingen over homoseksualiteit door moslims. Later hebben veel andere rechtse politici, zoals Wilders, Pastors en Verdonk, de homo’s omarmd om de moslims een lesje te leren. De PvdA werd op dat thema tegelijkertijd kopschuw vanwege de allochtone achterban.”

Marlon Reina, een linkse Antilliaanse Amsterdammer en homo, signaleert ook een verrechtsing in de homogemeenschap. „Begin jaren negentig was ik heel actief in de homobeweging bij Strange Fruit, een belangenorganisatie voor allochtone homo’s. Toen waren homo’s in Nederland bezig met emancipatie en solidair met homo’s in ontwikkelingslanden. Die periode is voorbij. Eind jaren negentig werd het homohuwelijk belangrijker. Een legitieme strijd, maar ik heb het vooral een thema van gearriveerde, rijke homomannen gevonden dat vooral om bezittingen en pensioenen draaide. Sinds dat is binnengehaald, zijn homomannen voornamelijk bezig met het beschermen van hun verworven rechten.”

Reina vraagt zich af waar de solidariteit met vrouwen en allochtone homo’s is gebleven. „Het is jammer dat homo’s niet inzien dat hun rechten verbonden zijn met de rechten van anderen.” Hij vreest segregatie. „Vorig jaar was ik in een bar met voornamelijk witte homo’s en ik werd de hele tijd aangekeken omdat ik zwart ben. Vroeger dansten homo’s van alle kleuren met elkaar in de iT en de Roxy, nu heb je bars voor Marokkanen, Surinamers. ”

Ook Jelle Houtsma, PvdA-deelraadslid in Amsterdam en openlijk homo, maakt zich zorgen. Hij typeert de houding van veel homo’s anno 2007 als hedonistisch.

„Ze zijn vooral bezig met hun eigenbelang en consumentisme. Ik sta regelmatig alleen in discussies. Dan gaat het niet alleen om het antihomogeweld door Marokkanen maar ook over onveilige seks. Steeds meer homo’s vinden dat ze daar gewoon recht op hebben en dat ze zich geen zorgen hoeven te maken om elkaars gezondheid. Ik mis de solidariteit en de tolerantie.”

Volgens Frank van Dalen, voorzitter van homobelangenorganisatie COC Nederland, heeft het antihomogeweld sterk bijgedragen aan de militantere houding bij homo’s. „Voornamelijk islamitische jongeren die het gevoel hebben dat ze geen ruimte krijgen, proberen hun plek te bevechten door tegen hét symbool van de westerse samenleving bij uitstek, de homo’s, aan te trappen.”

Van Dalen noemt de verschuiving onder homo’s geen verrechtsing. „De homobeweging is wel activistischer geworden. De homo-emancipatie ging eerst om het behalen van gelijke rechten. Dat is gelukt, we hebben het homohuwelijk binnengehaald en de adoptie door homo’s is wettelijk geregeld. Maar het werk is nog lang niet af. Nu gaat de strijd van homo’s veel meer om het recht om onszelf te kunnen zijn en dat is nog lang niet zo. Wij merken nog steeds veel sociale uitsluiting. Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de Nederlanders homoseksualiteit accepteert, maar tegelijkertijd walgt 42 procent van twee zoenende mannen. Homo’s zijn okee, zolang ze zich maar als hetero’s gedragen. Wij pikken dat niet meer, we willen onszelf zijn. Dus we vechten terug en we bijten van ons af.”

Van Dalen refereert aan de publicatie ’Gewoon doen’ uit 2006 van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Daarin kwam naar voren dat de acceptatie van homoseksualiteit grenzen en voorwaarden kent. Zo wordt van homoseksuelen verwacht dat ze open zijn over hun seksuele voorkeur en vooral dat zij zich in het openbaar ’gewoon’ gedragen. Opzichtige homoseksualiteit wordt niet gewaardeerd.

Uit onderzoek in 2000 bleek dat meer dan één op de tien Nederlanders het onaanvaardbaar vond als een zoon of dochter met iemand zou samenwonen van hetzelfde geslacht. Daarnaast had 6 procent van de Nederlanders bezwaar tegen homoseksuele buren.

De activistische houding is ook in de Gay Pride van dit jaar nadrukkelijk aanwezig. Van Dalen: „Ging het de afgelopen jaren vooral om de extravagantie en glamour, dit jaar heeft de Gay Pride duidelijk een politieke inhoud. Er vaart een boot met homoseksuele kinderen mee, een boot met gehandicapte homo’s en een boot vol hetero’s die zich zorgen maken om het geweld. Dat is een teken aan de wand. Er is nu even wat minder tijd voor feest want er moet iets gefixt worden. En dat is hartstikke nodig.”

Deelraadslid Houtsma vindt ook dat er hard opgetreden moet worden tegen het antihomogeweld, maar zegt dat het een te beperkt thema is. „De belangen van homo’s zijn veel breder. De positie van bejaarde homo’s en het onbegrip en de pesterijen die zij tegenkomen in verpleeghuizen is een belangrijk thema. En misschien wel het allerbelangrijkst: de achtergestelde positie van allochtone homo’s. Dáár moeten we het eens vaker over hebben, want dat gaat ons allen, ook de autochtone homo’s, aan.”

Deel dit artikel