Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De heiligheid van een kernpunt

Home

Lodewijk Dros

Soms lijkt de persoon van een hoogleraar te Kampen het strijdpunt te zijn: maakt professor Cees den Heyer geen misbruik van zijn gewichtig ambt door jonge predikanten op een verkeerd been te zetten. Maar in beginsel is het op z'n minst óók een inhoudelijk geschil: hoe dient het begrip verzoening te worden verstaan. Een kwestie met een lange voorgeschiedenis.

Rellen rond verzoening: al een halve eeuw weten gereformeerden en hervormden erover mee te praten. Goede Vrijdag 1959 was voor de hervormde hoogleraar P. Smits het aangewezen moment om de traditionele leer over verzoening af te wijzen. Hij verwees hierbij naar Vestdijks Op afbetaling, waarin het laden van schuld op Gods Zoon 'vuilverbranding in en door de Verlosser' heet. ,,Het is ook mijn eer te na, dat iemand voor míjn schuld zou moeten boeten. Ik wens te stáán voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan fikkie.''

Door alle commotie die volgde, ontging het de goegemeente dat Smits nog warme woorden aan het kruis wijdde. Hem werden de rechten van emeritus-predikant ontnomen (hij kreeg ze later terug) en er verscheen een 'Herderlijk schrijven' waarin de ware leer recht overeind bleef. Toch was 'verzoening' besmet geraakt.

In de gereformeerde kerken speelde toen een vage angst voor die toch wat vrijzinnige hervormden. Het orthodoxe herderlijk schrijven nam dat niet weg. ,,Alle kwaad in de hervormde kerk werd hieraan toegeschreven, dat zij de belijdenis niet handhaafde en geen leertucht kende,'' schreef kerkhistoricus C. Augustijn over die periode.

In eigen huis namen gereformeerden eind jaren zestig afstand van hun fundamentalistische kijk op de Bijbel en besloten met het schaamrood op de kaken om de verliezers van de slag om Genesis te rehabiliteren. Veertig jaar tevoren had men dominees die vonden dat de slang in het paradijs niet 'zintuiglijk waarneembaar' had gesproken uit de kerk gezet, nu mochten ze terug komen. Er waren immers wel belangrijker dingen in de Bijbel aan te wijzen. Zoals de verzoening door Jezus aan het kruis. Daar was men het als gereformeerden roerend over eens, net als over de binding aan de belijdenis, de geloofspapieren van de reformatorische kerken.

Verontruste gereformeerden vreesden echter dat het hek van de dam was, als je Genesis niet letterlijk meer hoefde te lezen -en ze kregen in zekere zin gelijk.

In 1971 viel het gekoesterde idee dat men het over de kern van het gereformeerd belijden wel eens was, in stukken. Toen promoveerde studentenpredikant H. Wiersinga op een studie naar verzoening. ,,Het bleek al spoedig hoezeer de persoonlijke geloofsbeleving van gelovigen vervlochten was met het gangbare theologische verzoeningsmodel,'' verklaarde hij de -voor hem onverwachte- storm die opstak toen hij met zijn proefschrift de bezem had gehaald door het vertrouwde, onaantastbare denken over verzoening.

Wat het traditionele beeld van verzoening behelst, en hoe dierbaar dat behoudende gelovigen is, blijkt uit het volgende fragment van een preek. De lijdensmeditatie begint met een dialoog tussen de eerste twee personen van de drie-eenheid, over de zondige mens. ,,Vader, hoe kunnen ze weer terugkomen bij U en bij Mij? Wel, Mijn Zoon, dat kost een dure prijs. Dat zal bloed kosten. Daar zal bloed moeten vloeien. Goed, Vader, dat zal Ik doen. En Hij heeft woord gehouden. Nu vloeit zijn bloed. Het loopt Hem langs de handen en voeten. En op grond van dat bloed gaat Hij bidden en pleiten. Vader, dat is toch de prijs die noodzakelijk was voor hen die Mij sloegen en kruisigden? Vader, nu kunt U toch vergeven? Zo mag U toch vergeven de zonde U aangedaan?''

Deze preek werd door de EO uitgezonden in 1974, toen de koppen in de kwestie-Wiersinga het meest verhit waren. Degenen die de discussies het meest op de spits dreven, waren de verontrusten. Tot 1972 had het Confessioneel gereformeerd beraad, waarin ze verenigd waren, een aarzelend imago, de grote schok rond Wiersinga betekende een omslag in de kerkpolitieke koers van dit CGB. Voor hen was deze ketter een blessing in disguise; ze kregen nu meer stem en macht dan ze voordien hadden. Het lukte goed mensen op dit gevoelige onderwerp te mobiliseren.

Door de jaren heen was wel duidelijk geworden dat wat er in Bijbel en belijdenisgeschriften staat, niet allemaal van dezelfde orde is. Sommige zaken zijn van minder belang (maagdelijke geboorte, om eens wat te noemen), andere van centraal belang, zoals verzoening. Daarom zijn er grenzen, dat besef was algemeen, maar waar liggen ze? Het CGB probeerde het hek weer op de gereformeerde dam te krijgen en zag daarom graag dat de synode zou zeggen: tot hier en niet verder, en liefst nog een beetje terug. De synode vond dat Wiersinga's ideeën ontoelaatbaar waren en deed, net als de hervormden jaren eerder, een orthodox herderlijk schrijven uitgaan. Maar wat ze nu niet graag hardop herhaalt, is dat 'ontoelaatbaar' feitelijk betekende dat de kerk Wiersinga tolereerde als hij maar niet al te opzichtig met zijn inzichten de boer op ging.

Een ander argument in de slag om de verzoening is dat van de oecumene. De kerken van Rome en Reformatie delen de verzoeningsleer, ooit uitgewerkt door Anselmus (1100) en overgenomen door de reformatoren. Het CGB verwijst er zelden naar -orthodoxen zijn geen oecumenische voortrekkers- maar wil wat graag als rechtzinnig te boek staan in het contact met evangelicalen en charismatische groepen binnen en buiten de traditionele kerken.

De slag om de verzoening ging een nieuwe fase in, toen de gereformeerde C.J. den Heijer in 1997 zijn omstreden boek over verzoening het licht deed zien. Voor de EO-radio zei hij à la Smits 'het wil er bij mij niet in dat iemand voor mijn zonden zou moeten sterven'. Ditmaal was de ketter geen Wiersinga, studentenpredikant en dus een vrij ongevaarlijke buitenspeler, maar iemand die als hoogleraar Nieuwe Testament aan de 'school der kerken' studenten voorbereidt op het predikantschap.

Den Heijer verklaarde zaterdag in Trouw de veelheid van reacties uit het elektronisch gemak, waarmee een protestbrief tegenwoordig kan worden gedownload, ondertekend en opgestuurd. Maar daarmee onderschat hij het emotioneel gevecht dat zich nu afspeelt. Omdat het 'diepste geloof' in het geding is, zijn de reacties van CGB'ers heftig. Maar wie de teleurgestelde, gekwetste en verontwaardigde geluiden verneemt die de laatste jaren tegen Den Heijer klinken, hoort ook revanche in de stemmen. Dat geluid is nog sterker geworden door de oplossing die de synode in april voor Den Heijer bedacht. Die komt erop neer dat hij als bijbeluitlegger binnen de lijnen is gebleven, maar als het om het belijden gaat erbuiten terecht is gekomen. Daar voelen gereformeerden die vinden dat bijbel en belijdenis in één adem hetzelfde zeggen, niets voor. Dat de Sow-kerken deze week een orthodox rapport -'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser'-willen laten aannemen, doet daar niets aan af: belijdend papier is immers geduldig.

Door alle gedoe heeft 'verzoening' inmiddels een symboolfunctie gekregen. Daarmee is ze de opvolger van 'opstanding' (letterlijk of niet?). Beroepingscommissies gebruiken haar als lakmoesproef voor de rechtzinnigheid van een kandidaat-dominee. 'Wat dunkt u van Den Heijer?' Een geschikt predikantenechtpaar kreeg onlangs groen licht van de commissie, met twee onthoudingen: hun was niet gebleken dat meneer en mevrouw dominee Den Heijer wel voldoende afwezen.

Op de agenda voor de volgende synode prijkt het aangehouden CGB-verzoek tot herziening van het besluit van de huidige synode dat Den Heijer spaarde. Aan de ene kant liggen de kaarten van Den Heyers tegenstrevers niet zo best. Deelde ten tijde van Wiersinga de overgrote meerderheid diens opvattingen niet, nu knipperen veel minder mensen met de ogen als ze horen dat je over verzoening heel verschillend kunt denken. En weinigen vinden strafmaatregelen, zoals ontslag van Den Heijer, nog wenselijk. Aan de andere kant kan de verontrusting een tweetal troeven uitspelen.

Ten eerste die van de secularisatie. Ontkerkelijking treft behoudende gelovigen minder dan de anderen, die geesten als Den Heijer verdedigen. De kerk wordt vanzelf behoudender. De tijd werkt zo in het voordeel van CGB-gezinden. De tweede troef heet 'vereende krachten'. Nu ze bij elkaar in een fuserende kerk zitten, weten orthodoxen elkaar goed te vinden.

Enige tijd geleden stelde de voorman van de orthodox-hervormde Gereformeerde bond een vragenlijstje op voor het bepalen van het rechte geloof. ,,Staat het Kruis van Christus hoog opgericht in de prediking en in het geloof van de gemeente? Drupt onder de prediking het bloed der verzoening?''

Een aantal 'Bonders' heeft nu druk op de ketel gezet door aan de eigen, hervormde synode te vragen stelling te nemen tegen de gereformeerde kerk die blijkens de omgang met Den Heijer 'weggroeit van haar confessionele identiteit'. Ook de hervormde tegenhanger van het CGB, de Confessionele vereniging, uitte daar onlangs zijn ongenoegen over.

Deel dit artikel