Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De grootste grazers zijn heel klein

Home

REPORTAGE | ERIC LE GRAS

Van grote grazers weten we veel. Over de rol van rupsen, pissebedden en bodemaaltjes in de natuur is weinig bekend. Terwijl hun invloed groter is dan die van paard, schaap en rund.

Insecten en andere kleine, ongewervelde dieren spelen een belangrijke rol als grazers in natuurgebieden. Daarom begint Natuurmonumenten een onderzoek naar de rol van die kleine 'grote'grazers. Volgens Robert Ketelaar, ecoloog bij Natuurmonumenten, is hun invloed zelfs groter dan die van grote grazers zoals schapen of hooglanders.

Runderen als de Schotse hooglander, schapen en soms ook paarden, bepalen voor een flink deel het beeld van wat we in Nederland natuur noemen. Die grazers, vertelt Ketelaar, hebben een nuttige functie: "Ze eten planten en plantenresten en via hun uitwerpselen worden voedingsstoffen weer geconcentreerd teruggebracht. Schapen poepen vaak in de stal en paarden hebben een aparte poepplaats. Zo leveren ze een bijdrage aan het verschralen van een natuurgebied en zorgen ze voor structuur in de vegetatie."

Maar grote grazers zijn niet de enige verwerkers van plantaardig materiaal. Ketelaar: "Wel de opvallendste, niet de belangrijkste. Dat zijn insecten en andere ongewervelde dieren. Zeg maar alles wat er kruipt, fladdert of krioelt."

Hij trekt een pol ruwe smele uit de grond van het natuurgebied Hackfort bij Zutphen: "Kijk, er zijn in het begin van de zomer al genoeg pissebedden en bodem-aaltjes." Op de jonge bladeren van een zuringplant en van een inheemse vogelkers zijn de sporen van insectenvraat te zien: "De eiken lopen uit en de rupsen staan klaar om het loof op te eten."

Ongewervelden consumeren samen meer plantaardig materiaal dan grote grazers. Ketelaar schat dat de verhouding in graslanden of op de heide op drie staat tot één - in het voordeel van de ongewervelden. "Dat komt onder meer omdat ze ook onder de grond actief zijn en wortelstelsels aanvreten. In bossen, waar reeën doorgaans de grootste grazers zijn, schat ik de verhouding zelfs op minimaal vier op één."

Grote grazers en insecten spelen verschillende rollen en het is de vraag of insecten even goede opruimers zijn als grote grazers. Ketelaar: "Grote grazers voeren voedingsstoffen af met hun mest of herverdelen die. Uitwerpselen van insecten zijn klein en ze worden verspreid over een terrein gedropt. Dat is een heel ander mechanisme.

"Grote grazers en ongewervelden zorgen samen in ieder geval voor de verwerking van de plantaardige productie. Alles wat zij consumeren, wordt weer omgezet in nuttige voedingsstoffen. De natuur is eigenlijk een grote hergebruikmachine."

Iedere ongewervelde heeft een eigen rol bij die omzetting: "Je hebt schrapers, knagers, knippers, zuigers en boorders, die vaak op één plant zijn gespecialiseerd. Hun invloed is groot. "Een voorbeeld is het groot geaderd witje, nu een zeldzame vlinder. Het lot van het witje heeft alles te maken met zijn specialisatie Ze zijn ooit met man en macht bestreden, omdat de rupsen veel schade veroorzaakten aan fruitbomen."

Ketelaar wijst onderweg naar het natuurgebied De Onderlaatse Laak op een aardappelakker: "Als je daar insecten zoekt, dan ben je snel klaar. In de natuur draait alles om evenwicht, waarbij veel verschillende dieren en planten elkaar nodig hebben om te overleven. Hier is alles bijna doodgespoten. Het gevolg is, dat een soort die het wel lukt om te overleven een overvloed aan voedsel aantreft en een plaag kan worden."

De Onderlaatse Laak is een voormalig beekdal, dat landbouwgebied werd en nu weer is teruggegeven aan de natuur. Natuurmonumenten liet er de bovenste laag grond liggen: "Meestal graven we die weg, omdat er veel voedsel in vorm van fosfaten in zit. Hier was dat niet nodig. De grond bevat veel ijzer en dat bindt fosfaten. Het voordeel is, dat we het bodemleven konden sparen. We hopen dat de natuur zich zo sneller kan herstellen."

Dat lijkt te lukken. Ketelaar wijst op een paar gaatjes in de grond: "Holen van veldmuizen. En hier, deze zandbulten lijken me kraamkamers van mollen. Kennelijk hebben de muizen en de mollen genoeg te eten en dat betekent dat er genoeg gezond bodemleven is."

In Onderlaatste Laak moet ook een schaapskudde gaan grazen, maar of dat lukt is vanwege de bezuinigingen op de natuur nog onduidelijk. Ketelaar: "Met die schapen willen we het oorspronkelijk gebruik van dit landschap herstellen." Het gebied valt in theorie ook zonder grote grazers te beheren, maar hoe het er zonder insecten uit zou zien, is het veel moeilijker voor te stellen. Ketelaar: "Daarover kan ik alleen maar speculeren."

Dat brengt de ecoloog op het gebrek aan kennis over insecten en andere ongewervelden: "Van grote grazers weten we heel wat, van de functie van kleine dieren juist heel weinig. Ze zijn minder zichtbaar en blijven daarom letterlijk en figuurlijk vaak buiten beeld."

Onderzoek naar de rol van ongewervelden is niet alleen van belang voor het natuurbeheer: "Neem de wilde bijen. Daarmee gaat het slecht en we vragen ons af wat de gevolgen zijn voor de bestuiving van gewassen. De rol van alles wat er kruipt, fladdert of krioelt, mag wel eens beter belicht worden."

Deel dit artikel