Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De grootste boekenfabriek van de hele wereld

Home

Seije Slager

De romanfiguren Elsschot moesten nog 'lijmen' om hun nutteloze Wereldtijdschrift te slijten. In het internettijdperk hoef je als uitgeverij niets meer te doen.

Hij moet een van de erudietste mensen op aarde zijn: Frederic P. Miller. Schijnbaar overal heeft hij verstand van. De geschiedenis van de Antillen, de Spaanse economie, de Nederlandse natuurkundige Johannes Diderik van der Waals, Indonesische muziek en voetbalclub Feyenoord. Zoek naar een boek over een van de bovenstaande onderwerpen, en je komt vroeg of laat zijn naam tegen.

Eigenlijk maakt het niet uit waar je precies naar zoekt. Haast altijd heeft Frederic P. Miller er wel een boek over samengesteld, samen met zijn vaste collega's Agnes F. Vandome en John McBrewster. Hun oeuvre bestaat uit vele tienduizenden titels.

Niet alleen om zijn intellectuele gewicht is Frederic P. Miller te benijden, deze bofkont leidt ook nog eens een luizenleventje: zijn uitgeverij Alphascript is gevestigd op het paradijselijke eilandje Mauritius, in de Indische Oceaan. En hij zit kennelijk vaak op het strand, want bij de uitgeverij wordt de telefoon nooit opgenomen.

Maar wie de boeken nader bestudeert, merkt dat Frederic P. Miller zich er wel een beetje makkelijk vanaf maakt. Alles wat hij doet is een paar artikelen van de gratis online-encyclopedie Wikipedia uitprinten, en er een kaftje eromheen doen. En daar dan in sommige gevallen tegen de honderd euro voor rekenen.

Wie trapt daar nou in? Wie betaalt er zoveel geld voor inhoud die op iedere computer gratis te raadplegen is? Nou, Nederlandse bibliotheken, bijvoorbeeld.

Een korte zoektocht in de verschillende catalogi brengt aan het licht dat in de afgelopen twee jaar vele tientallen boeken in de collecties zijn opgenomen van uitgeverijtjes als Alphascript, Betascript, Books LLC, of Bucher Gruppe, die zich allemaal toeleggen op het voor veel geld doorverkopen van gebundelde Wikipedia-artikelen. Haast geen bibliotheek is helemaal vrij van de vervuiling van de catalogus.

Veel bibliotheken blijken bovendien niet van het probleem op de hoogte: de uitgeverijtjes zijn pas een paar jaar actief. Els van den Berg van de Bibliotheek Rotterdam kent het fenomeen van de wikipediaboeken niet, en kan zich aanvankelijk ook niet voorstellen dat haar bibliotheek zo'n boek zou kopen. "Wij kopen vooral op basis van recensies."

Toch staan er in Rotterdam zo'n vijftien boeken van Books LLC op de plank, allemaal in het Engels. 'Rotterdam', heet er eentje, met een redelijk willekeurig en oneindig aandoende ondertitel: 'Hook of Holland, Gabber, Rotterdam Blitz, Diergaarde Blijdorp, Robeco...', en zo nog een tijdje door: klaarblijkelijk automatisch samengesteld door een computerprogramma dat op een paar trefwoorden heeft gezocht.

De andere boeken gaan eveneens over Rotterdamse onderwerpen. Dat blijkt de verklaring. "Ja, boeken over Rotterdam kopen we eigenlijk altijd wel als ze hier aangeboden worden", zegt Van den Berg. "Deze zullen via een van onze boekhandelaren binnengekomen zijn, ik kan nu even niet nagaan welke."

Ook bij andere bibliotheken blijkt dat de zwakke plek in de 'selectie aan de poort': het onderwerp waar de desbetreffende bibliotheek in gespecialiseerd is. Neem het Koninklijk Instituut voor de Taal- Land- En Volkenkunde in Leiden. Het onderzoeksinstituut heeft ook een klein rijtje wikipediaboeken in de kast staan. Irene Rolfes, verantwoordelijk voor de Caribische collectie, is inmiddels door schade en schande wijs geworden. Ze bestelde een tijd geleden voor 103 dollar 99 het boek 'Human Rights in Cuba', weer zo'n boek van Frederic P. Miller en zijn twee collega's, waarin slechts wikipedia-artikelen bleken te staan. "Daar trap ik niet meer in", zegt ze. "Het zijn ook nog eens absurde bedragen die je daarvoor betaalt."

Maar, voegt ze daaraan toe, "als het boeken zijn over Suriname of de Antillen, dan koop ik ze waarschijnlijk toch nog wel. Wij hebben de taak om echt alles wat op dat gebied verschijnt te verzamelen, van kleurboeken tot kookboeken."

En ergens in een hangmat op Mauritius lacht een uitgever in zijn vuistje.

Of, nee, in Duitsland, zo blijkt als er toch een reactie komt op de mailtjes die we sturen. Dr. Wolfgang Philipp Müller, baas van de uitgeverij VDN, wil schriftelijk wel wat vragen beantwoorden over zijn activiteiten. VDN is de koepelorganisatie waaronder 'imprints' als Alphascript en Betascript vallen. In de eerste maanden van 2011 kwamen daar nog tientallen imprints bij. Niet om inkopers te misleiden, bij wie inmiddels de alarmbellen gaan rinkelen, als ze de naam Alphascript zien, zo bezweert hij.

"Wij overstromen de catalogussystemen iedere maand met 50.000 nieuwe titels, en zijn daarmee de grootste boekfabriek ter wereld. Vandaar deze multibranding, dat is heel gebruikelijk in de uitgeverijwereld." Maar liefst 850.000 titels levert zijn uitgeverij nu, alle met 'copyleft'-inhoud, zoals Müller het noemt.

Het is haast amusant om Müller een waslijst aan kritische vragen voor te leggen. Hij praat zich namelijk overal charmant tussenuit, en dat kan hij ook, want feitelijk doet hij niets illegaals. Vraag je hem of hij de mensen niet een beetje voor de gek houdt, dan antwoordt hij dat op al zijn boeken een duidelijke waarschuwing staat om wat voor boek het gaat, en dat sommige mensen misschien geen zin hebben om zelf te googelen. Vraag je hem of zijn boeken niet een beetje duur zijn, dan geeft hij een college vraag-en-aanbod: als de mensen het ervoor over hebben, dan kennelijk niet.

Zo doet Müller in de verte een beetje denken aan de handelaren Laarmans en Boorman in Elsschots dubbelroman Lijmen/Het Been, die glad pratend hun nutteloze Wereldtijdschrift aan allerlei klanten aansmeren.

Maar de wereld is veranderd sinds 1923, het jaar dat Lijmen verscheen. Want vraag je Müller of het ethisch wel in orde is om gratis inhoud duur te verkopen aan bibliotheken die met publiek geld bekostigd worden, dan antwoordt hij dat hij dat helemaal niet doet. Een moderne Laarmans hoeft niet meer te lijmen, dat is hopeloos ouderwets. "Wij doen niet aan aquisitie, wij werken volgens de economische principes van de long-tail economie", doceert Müller. "Marketing speelt daarbij geen rol. Wij verkopen ook geen titels aan bibliotheken, dat doen tussenhandelaren."

De 'long tail economie', dat is het sleutelwoord hier. De term komt uit het economische handboek van de onlinehandel. Ouderwetse, fysieke winkels kunnen alleen geld verdienen met populaire producten, omdat impopulaire producten te lang dure opslagruimte in beslag nemen voor ze verkocht worden, en er een natuurlijk maximum zit aan wat een winkel in voorraad kan hebben.

Een onlinehandel daarentegen kan winst maken met nicheproducten uit de 'lange staart' van de populariteitscurve, want hoeft niks op voorraad te hebben. Een online-uitgeverij al helemaal niet: VDN werkt met een systeem van printing-on-demand, waarbij een boek pas gedrukt wordt als het besteld is. Magazijnkosten: nul. En als je 850.000 titels in je catalogus hebt, dan is er altijd wel ergens een tussenhandelaar die iets oppikt, een bibliotheek die automatisch op een bepaald vakgebied titels koopt, iemand die via een zoekopdracht op internet bij jouw boek uitkomt. Niet alleen in Nederland, in de hele wereld.

Een kwestie van achteroverleunen, en rustig afwachten. En dan hoef je de winst alleen nog met die drie superredacteuren Frederic P. Miller, Agnes F. Vandome en John McBrewster te delen. Of...? "Dat zijn pseudoniemen van redacteuren, die vanuit Duitsland, Letland, Moldavië, Mauritius en Argentinië voor ons werken. We werken met een groep van ongeveer 45 mensen, die interessante thema's voor ons uitkiezen." Waarna een sneer volgt naar enkele collega-uitgeverijen, die hun boeken geheel automatisch door computerprogramma's samen laten stellen. "Dat levert troep op."

Niet dat hij zijn eigen boeken nu ten koste van alles wil aanprijzen. "Dat bibliotheken zulke boeken met belastinggeld kopen is een schandaal, en bevestigt weer eens het bekende inkoopgedrag van veel autoriteiten: we hebben nou eenmaal een budget en moeten het hoe dan ook uitgeven, maakt niet uit waaraan."

Hij kan het rustig roepen; ze blijven waarschijnlijk nog wel even bij hem bestellen.

Deel dit artikel