Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De gevallen dominee op de Schaal van Achterhuis

Home

Marije van Beek

Tv-dominee Ted Haggard (links), drie jaar nadat hij in opspraak was gekomen wegens seks met een man, terwijl hij in zijn preken fel van leer trok tegen homorechten. © ap

Hoe geloofwaardig is een dominee die zich niet houdt aan zijn eigen preken? Of vergroot een val, gevolgd door een publieke schuldbelijdenis, zijn authenticiteit juist? Het zijn toepasselijke vragen in de Maand van de Filosofie, die in het teken staat van 'Het echte leven'.

De mist hangt als een kleffe wade over bos en wei als de oude, vaalgrijze Opel van dominee Bas van der Wiel (54) trefzeker de weg naar het boerderijtje van Leusink kiest. Naast de dominee zit, als altijd op deze route, Matje Leusink (26). Een frisse deerne."

Zo onthult de verslaggever van de Haagse Post in november 1964 de affaire rond de Elburgse dominee Van der Wiel.

Het stuk vervolgt: "Enkele tientallen meters voor de boerderij remt de zielenherder krachtig, brengt de auto beheerst tot stilstand, en laat gewillig toe dat Matje haar armen om zijn hals slaat ('om mij te bedanken voor het ritje'). Op dat moment komt Matjes ex-verloofde Willem Stronkhorst in het geweer. Met drie kameraden sluipt hij schielijk naderbij om het tweetal in flitsend zaklamplicht te betrappen."

Het verhaal eindigt stukken minder sappig, met een publieke schuldbelijdenis van de dominee, vanaf de kansel. Hij zou twee keer gekust hebben met Matje, een van zijn belijdeniscatechisanten.

Toen dat uitkwam, stroomde de buitenlandse pers toe in het Overijsselse dorpje. Dominee Van der Wiel haalt zelfs het Amerikaanse Time Magazine, dat hem omschrijft als 'The Sinner Of Elburg'.

Hoe geloofwaardig is een dominee die zich niet houdt aan zijn eigen preken? Is hij geloofwaardig als hij in een ultieme poging zijn positie te redden ten overstaan van de gemeente zijn falen erkent? Of vergroot een val, gevolgd door een publieke schuldbelijdenis, zijn authenticiteit juist?

Het zijn toepasselijke vragen in de Maand van de Filosofie, die in het teken staat van 'Het echte leven'. Denker des Vaderlands Hans Achterhuis bedacht onlangs een instrument om geloofwaardigheid te peilen: De Schaal van Achterhuis.

Waar staat een gevallen dominee op die schaal?

In de recente geschiedenis zijn meer voorbeelden te vinden dan dominee Van der Wiel uit Elburg. Zo bestaat er een iconisch televisiefragment uit 1988 van de Amerikaanse dominee Jimmy Swaggart.  Te zien is hoe een volmaakte trilling ­- kort maar hevig - over zijn onderlip trekt.  Dan rollen de tranen over zijn wangen, terwijl hij met gedragen stem aanheft: "Ik heb gezondigd. En ik vraag om vergiffenis." Zijn gemeente applaudisseert aarzelend.

En in 2006 moest televisiedominee Ted Haggard uitleggen dat hij weliswaar fel tegen rechten voor homoseksuelen preekte, maar zich tegelijkertijd 'seksueel immoreel' had ingelaten met een mannelijke prostitué.

Zowel Van der Wiel als Swaggart als Haggard (die na een therapie weer hetero werd verklaard) werd door zijn gehoor weer in genade aangenomen. Dat is uitzonderlijk, zeker in Nederland, meent Rien Ipenburg, samensteller van het Handboek Christelijk Nederland. "Vaak is de gemeente helemaal niet, of anders slechts een deel ervan,  gevoelig voor zo'n schuldbelijdenis. Dan gebeurt het dat dominees hun medestanders meenemen en een nieuwe kerk beginnen, liefst nog van een iets zwaardere snit."

Voorbeelden daarvan zijn volgens Ipenburg de dominees Cabaret (in    ­'s-Gravenpolder, 1956) Van de Ketterij (in 1959 te Alblasserdam)  en Van Roon (in 1997 in Capelle aan den IJssel).

Alle drie de orthodox-protestantse predikanten kwamen in opspraak vanwege overtreding van het zevende gebod ('Gij zult niet echtbreken'), en zochten vervolgens hun heil in een nog orthodoxere gemeente.

Ook in evangelische kringen veranderen voorgangers die betrokken raken in een schandaal niet snel van professie, zegt Ipenburg. "Ook zij beginnen vaak een nieuwe gemeente. De voorganger van de Leidse pinkstergemeente Outreach Center Nederland, Gert Jan Agtereek, is daar een voorbeeld van. Een paar jaar geleden werd bekend dat hij donaties in eigen zak gestoken zou hebben, en nachtelijke avonturen met jongedames uit de gemeente zou hebben beleefd. Hij is nu vertrokken naar Kenia."

Voor een dominee die na een misstap wil terugkeren, is het evenwicht wankel, meent hoogleraar godsdienstwetenschap Hijme Stoffels.

"Iemand als Jimmy Swaggart zag zijn imperium in gevaar komen. Dan wek je al gauw de schijn dat je slechts je eigen belangen veilig wilt stellen. De vraag is dan hoe oprecht zijn berouw is. Wat als de affaire niet was ontdekt? Als een schuldbelijdenis onderdeel is van een performance, is die niet authentiek. Er mag geen eigenbelang achter zitten. Als daar wel een vermoeden van is, wordt het een onmogelijke opgave."

Volgens Stoffels is een schuldbelijdenis waarin een dominee zelf zijn fout openbaar maakt, het meest authentiek. "Maar vaak ontdekt een ander het. Ik ken maar één voorbeeld van een voorganger die uit eigen beweging zijn zonden toegaf. De oprichter van Stichting Opwekking, Bram Rebergen, gaf in het televisieprogramma 'Herberg De Verandering' van de Evangelische Omroep toe gezwicht te zijn voor de verleiding van vrouwen. Uit zichzelf."

Dat orthodoxe protestanten complete procedures kennen voor schuldbelijdenis en het tonen van berouw, kan volgens Stoffels de geloofwaardigheid daarvan ook ter discussie stellen. "Als buitenstaander kun je je afvragen hoe authentiek dat is, schuld belijden onder druk van traditie en gemeenschap." Evangelische gemeenten kennen zulke vastgelegde procedures niet.

Stoffels: "Daarom zijn zij meer onthand als er zoiets voorvalt. Er zijn geen regels, dus treden ze altijd ad hoc op. Wat ook niet in het voordeel werkt, is dat een enkele charismatische leider vaak de hele boel draaiende houdt. Er zijn weinig corrigerende mechanismen."

Wil een dominee met succes weer omarmd worden door zijn gemeenschap, dan moet hij, voordat hij zijn misstap begaat, al een integer imago hebben, zegt Stoffels. "Als mensen toch al niet veel met je ophebben, heeft een bekentenis niet zoveel zin. Een knieval van iemand die je niet sympathiek vindt, maakt niet veel indruk."

Dat is volgens Stoffels op dit moment ook het probleem met de rooms-katholieke kerk. Verwikkeld in misbruikaffaires lukt het de kerk niet om geloofwaardig schuld te belijden. Stoffels: "De buitenwereld zag de rooms-katholieke kerk bij voorbaat al als een hiërarchisch instituut, met als enige doelstelling de eigen belangen veiligstellen."

Iemand die groot aanzien geniet, moet voorzichtig zijn, stelt Stoffels. "Hoe hoger je staat, hoe dieper je kunt vallen. En hoe hoger de moraal die je predikt, hoe groter de klap is als blijkt dat je jezelf er niet aan kon houden. Mensen gniffelen dan dubbel zo hard."

De tranen van voorganger Swaggart konden hem uiteindelijk niet redden. Hij raakte opnieuw verwikkeld in een schandaal, waarna zijn positie niet meer te houden was.

En dominee Van der Wiel trok zijn bekentenis later in. Onder druk van de kerkenraad zou hij 'meer toegegeven hebben dan daadwerkelijk voorgevallen was'.

Hoe succesvol zijn rehabilitatie was, blijkt uit het 'In Memoriam' dat  De Waarheidsvriend, weekblad van de Gereformeerde Bond, na zijn overlijden aan hem wijdde: "In zijn prediking was hij nauwgezet en in zijn pastoraat trouw."

Tal van predikanten gingen over de schreef in 19de en 20ste eeuw

Domineesschandalen zijn van alle tijden, maar de manier waarop gelovigen ermee omgaan verandert, zegt cultuurhistoricus John Exalto van de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Volgens Exalto deden zich vooral in de begintijd van de Reformatie (zestiende eeuw) relatief veel problemen voor rond zedelijkheid van geestelijken. "Bij gebrek aan voldoende opgeleide predikanten had de kerk haar handen vol predikers van tweede garnituur in toom te houden."

In de negentiende en twintigste eeuw zijn tal van predikanten afgezet vanwege onzedelijke uitspattingen. Exalto: "Rehabilitatie was in die tijd niet gebruikelijk. Hooguit ontkenden de dominees alles en vonden zij elders emplooi. Wie schuld in het openbaar beleed, werd als persoon wel weer in genade aangenomen, maar van het ambt bekleden kon geen sprake meer zijn."

Exalto denkt dat rehabilitatie na een begane misstap een modern verschijnsel is. "Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw is de dominee niet alleen prediker, maar ook een sociaal werker, die dichtbij mensen komt te staan. Omdat de dominee op een minder hoog voetstuk staat, valt hij minder diep en kan hij er weer op gaan staan. Door de nieuwe rol van de dominee wordt ook openheid belangrijker, en de vraag hoe authentiek hij als gelovige is."

Aan orthodox-gereformeerde kringen is die ontwikkeling volgens Exalto tot nu toe voorbijgegaan. "Daar is de heiligheid van het ambt nog onverminderd ."

Deel dit artikel