Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De getuige huilt. Mladic kijkt recht voor zich uit

Home

Tjitske Lingsma

Sebrenica in maart 1997. © reuters

De Nederlandse rechter Alphons Orie heeft net het woord genomen in de rechtszaal, als plots Ratko Mladic opstaat. Hij opent zijn koffertje. Verstoord zegt de rechter: "Meneer Mladic". De ex-commandant van het Bosnisch-Servische leger knikt, pakt zijn papieren en gaat zitten.

Mladic is aangeklaagd door het Joegoslaviëtribunaal wegens oorlogsmisdrijven in Bosnië-Herzegovina. Gisteren sprak de eerste getuige.

Elvedin Pasic (34) is gekleed in donkergrijs pak, wit overhemd en stropdas. Als hij de eed uitspreekt, klinkt er geen Servo-Kroatisch, maar vloeiend Amerikaans. Pasic woont niet langer in het land waar hij zoveel verloor. Geen enkel moment gedurende zijn tweeënhalf uur durende verklaring kijkt hij naar Mladic.

Pasic is veertien als Servische eenheden in 1992 het moslimdorpje Hrvacani aanvallen. De bewoners vluchten. Later ontdekken ze dat vijf achtergebleven bejaarden bruut zijn vermoord. Maandenlang vlucht de familie van dorp naar dorp. Tot zijn vader op een dag tegen zijn moeder zegt: 'Als ik ooit iets verkeerds heb gedaan, wil je me dan vergeven?' Vader en zoon moeten weg. Ze zijn niet langer veilig. 'Jullie zullen overleven', zegt zijn moeder.

Bij de herinnering begint Pasic zachtjes te huilen. Mladic kijkt recht voor zich uit. Het is een minuut doodstil in de rechtszaal, tot Pasic zich weer onder controle heeft.

Met een groep van 150 mensen proberen de Pasics zich in veiligheid te brengen. Het is een helse tocht over bergen, waarbij ze in hinderlagen lopen, worden beschoten en zien hoe anderen op landmijnen lopen. Als ze een rivier oversteken, zien ze twintig mannen zwaaien. "Ik wilde dat we die kant op waren gegaan", zegt Pasic huilend.

Rechter Orie vraagt of hij een pauze wil. "Graag", zegt Pasic beleefd. Mladic wrijft met een zakdoek over zijn ogen, en zucht diep.

Na de pauze vertelt Pasic dat de groep zich besluit over te geven aan de Serviërs. Ze moeten hun wapens en bezittingen afgeven, en in de modder gaan liggen. Zijn vader wordt eruit gepikt en afgeranseld. Vlak daarna komt het moment. "Mijn vader fluisterde: Sta op, sta op! Mijn oom zei: 'Je zult overleven'."

Het blijkt dat de groep wordt gescheiden, net zoals later in Srebrenica. Vrouwen en kinderen moeten naar het dorpje Grabovica lopen, waar ze in een school worden ondergebracht. De mannen arriveren later, met de handen op de rug gebonden, en worden naar de tweede verdieping gedirigeerd.

Opeens staat er een bus klaar, alleen voor vrouwen en kinderen. "We kregen het bevel langzaam te lopen. Een jongen ging voorop. Toen was daar die haag van woedende Serviërs. Ze sloegen hem met stokken en hooivorken."

Opnieuw huilt Pasic. "Toen was het mijn beurt. Ik werd verschrikkelijk geslagen. Het kon me niet schelen. Ik wilde naar die bus. Maar net toen ik er bijna was, pakte een Servische vrouw uit de haag me beet. Ze had een mes. Haar zoons waren gedood in Vecici." Dan grijpt een man Pasic en smijt hem in de bus. "Ik zag in de school een hand zwaaien. Van wie? Dat is de hand die ik in mijn dromen zie." De bus rijdt in konvooi naar Travnik, waar moslims veilig zijn en Pasic zijn moeder weer zal zien.

Dan ontstaat in de rechtszaal gekibbel over een namenlijst van mannen die achterbleven in de school en het niet overleefden. Rechter Orie besluit dat de aanklager de veertien namen die Pasic heeft herkend, mag voorlezen: zijn ooms, neven, vrienden, en zijn vader Ahmet.

Deel dit artikel