Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De geschiedenis van de joden in Schoonhoven

Home

AGNES AMELINK

De heilgymnastiek was in Schoonhoven, en de tandarts. Albert Heijn, de markt en de Amrobank. Om er te komen moest je met de pont. Ooit leverde een poging om nog gauw op die pont te springen me een natte broek op. Eenzaam voer mijn schooltas naar de overkant en een kwartier later kreeg ik van de pontbaas de wind van voren om zoveel waaghalzerij.

Het heeft iets hachelijks, teruggaan naar een plek waaraan veel herinneringen kleven, want wat zo bijzonder en geheimzinnig leek, kan bij het daglicht van de volwassenheid lelijk tegenvallen. Tevoren stond echter één ding vast: de Lek valt nooit tegen. Bovendien zou een stadswandeling de gelegenheid bieden om een van die geheimzinnige plekken uit het verleden nog eens op te zoeken: een kleine begraafplaats met scheefgezakte zerken, ietwat achteloos tussen de huizen aan de stille Wal. De officiële begraafplaats van Schoonhoven, een klein eindje verderop aan dezelfde Wal intrigeerde nooit zo als dit schijnbaar vergeten hoekje.

De door de VVV uitgezette stadswandeling beschrijft de oude joodse begraafplaats -want daarover gaat het- vanaf de Wal, maar struikgewas beneemt het uitzicht vanaf die kant grotendeels. Bovendien zijn de Hebreeuwse teksten alleen te zien vanaf de Nes: even omlopen dus.

Vooral in de negentiende eeuw heeft Schoonhoven een bloeiende joodse gemeenschap gekend. De grond voor de begraafplaats werd al in 1767 door de joodse gemeente aangekocht. In 1964 werd Bertha van Klaveren er als laatste begraven. Zij en haar man, slager Jacob van Klaveren, overleefden de oorlog als onderduikers in Schoonhoven; hun in Rotterdam ondergedoken zoon Benjamin behoorde tot slachtoffers van de Shoah.

Er leefden in 1940 nog maar twintig joden in Schoonhoven; elf van hen behoorden bij de joodse kerkelijke gemeente, die na de oorlog werd opgeheven. Eind achttiende en begin negentiende eeuw waren het vooral kooplieden en marskramers die zich in het stadje aan de Lek vestigden. Een enkeling gaf als beroep fabrikant of koopman in goud en zilver op, maar het merendeel ging met zijn waren de boer op in de aangrenzende waarden: de Lopikerwaard, de Krimpenerwaard en de Alblasserwaard.

Behalve de begraafplaats houdt ook de voormalige synagoge aan de Haven de herinnering aan de joodse Schoonhovenaren levend. Tegenwoordig is het 'Edelambachtshuis' er gevestigd: een uitstalling van alles wat Schoonhoven op zilvergebied te bieden heeft en had -en dat is veel. Behalve als museum dient de synagoge ook als winkel. Waarschijnlijk dankzij de voorspoed van het zilvergilde ligt het pand er mooi bij. De galerij voor de vrouwen is nog goed herkenbaar en op de binnenplaats kan ook de mikwah uit 1875, het rituele bad, bezichtigd worden.

De inwijding van een eigen synagoge in 1838 kan rustig beschouwd worden als een hoogtepunt in het leven van de joodse gemeenschap. Een hoogtepunt dat overigens al snel door een dieptepunt gevolgd werd. Geen bedreiging van buitenaf -het klimaat in Schoonhoven was tolerant- maar interne tweespalt zorgde voor veel spanningen. De onrust elders in de negentiende-eeuwse samenleving hield geen halt bij de synagogedeuren. In 1863 liep de onenigheid zo hoog op dat er een afgescheiden joodse gemeente ontstond. Oorzaak van de ellende was de wens van het grootste deel van de gemeente om de erediensten te modelleren naar protestantse snit. Vooral de invoering van muziek in de synagoge, een orgel, was de orthodoxen een gruwel. Zij wilden vasthouden aan de traditie sinds de verwoesting van de tempel om op sabbat geen muziek te maken. Op een gegeven moment was de toestand zo gespannen dat er tijdens de diensten een politieagent in de synagoge gestationeerd was.

Lang heeft de afscheiding trouwens niet geduurd. Eliazer Ephraïm Denekamp, die tussen 1851 en 1884 vijftien jaar wethouder van Schoonhoven was, zorgde ervoor dat het conflict werd bijgelegd. Overigens was ook de groei van de gemeenschap er toen wel uit. Rond 1900 begonnen de joden weer uit Schoonhoven weg te trekken, een verschijnsel dat zich ook elders in de mediene voordeed. Vanuit kleine plaatsen trok men naar grotere steden, vanwege de veranderingen in de handel.

De geschiedenis van de joden in Schoonhoven wekt de indruk dat zij van antisemitisme weinig te lijden hadden. Het wethouderschap en langdurige gemeenteraadslidmaatschap van de joodse Denekamp lijkt dit tolerante klimaat te bevestigen. Met religieuze verscheidenheid wist men in de negentiende eeuw kennelijk om te gaan.

Op steenworp afstand van het Edelambachtshuis herinnert een plaquette wat dit betreft aan een heel andere episode uit de Schoonhovense geschiedenis. Midden voor het stadhuis werd Marrigje Ariens in 1591 gewurgd en verbrand op beschuldiging van hekserij.

Misschien had de heilige Bartholomeus de moordenaars van Marrigje tegen kunnen houden. Deze beschermheilige van Schoonhoven wordt tot op de dag van vandaag vereerd met maar liefst drie aan hem gewijde kerken: de robuuste hervormde met zijn scheve toren (vooral mooi te zien aan het einde van de Koestraat ter hoogte van de oude stadsmuur), de rooms-katholieke en de oud-katholieke kerk. Geen van de drie bedehuizen was trouwens open op een mooie zaterdagmiddag in de herfst. Zo bleef het graf van zeeheld Olivier van Noort onbezocht.

De deuren van Veerpoort stonden wel gastvrij open. Deze poort aan de Lekzijde bestaat dit jaar precies 400 jaar, maar dat schijnt de Schoonhovenaren tot nog toe ontgaan te zijn. Niemand heeft er tenminste enige aandacht aan geschonken. Misschien omdat boven de poort geen zilversmid is gevestigd maar een pottenbakker.

Deel dit artikel