Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De geheimen van Cathedra

Home

Henny de Lange

Zoals Newman dat een voorwaarde vond om het schilderij goed te kunnen 'beleven', dichtbij het doek gaan staan. Dit keer niet om het blauw als een golf over je heen te laten spoelen. Maar om te zoeken naar de sporen van de ravage die Newman-hater Gerard Jan van B. in mei 1997 aanrichtte met zijn stanleymes. De sneden zijn hier en daar nog te traceren, het duidelijkst op de plaats waar het stanleymes een scherpe hoek naar beneden heeft gemaakt. ,,Zo'n beschadiging is een nachtmerrie voor restauratoren'', zegt Louise Wijnberg, die samen met Elisabeth Bracht en Irene Glanzer het schilderij heeft hersteld.

Vijf sneden met een totale lengte van vijftien meter, drie lange horizontale halen, twee kortere verticale. Met zo'n agressieve kracht had B. het mes gehanteerd, dat zijn knokkels stonden afgedrukt op het doek. Zelfs in de muur waaraan het doek was bevestigd, waren de sporen van het mes te zien. ,,Diezelfde messneden had ik eerder gezien. Toen ik de ravage zag, was mijn eerste gedachte: ik heb een verkeerde dia voor mijn ogen.'' Wijnberg had die rampzalige ochtend net 'Cathedra' geïnspecteerd. ,,Ik zag wat stofplekjes en besloot een penseel te halen in het atelier om die weg te tippen.'' Toen ze een paar minuten later terugkwam had Van B. al toegeslagen. Hij was rond 11 uur het Stedelijk Museum binnengelopen om het eerder door hem beschadigde 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III' opnieuw te vernielen. Woest was hij dat ze het schilderij hadden laten restaureren. Wat hij niet wist was dat het doek enkele dagen daarvoor was overgebracht naar het depot. Z'n agressie richtte hij toen maar op 'Cathedra'.

Nog steeds raakt Wijnberg geëmotioneerd als ze hier over praat. ,,Hij had zijn razernij helemaal op het schilderij uitgeleefd. De suppoost die het drama ontdekte, kon zonder moeite het mes uit handen pakken. Volledig leeg stond hij tegen een muur geleund.''

Sindsdien heeft 'Cathedra' het leven van Wijnberg en haar collega's beheerst. De afgelopen twee jaar bracht ze veel tijd door in het atelier. De twee jaar daarvoor was ze betrokken bij de voorbereidingen van 'e restauratie. Geen seconde is dat grote blauwe doek haar gaan tegenstaan. Integendeel, nog steeds ontdekt ze er nieuwe dingen in, afhankelijk van de lichtval. ,,Dat is voor mij ook de bevestiging dat we ons werk goed hebben gedaan. Waar het ons om ging was dat het schilderij weer leesbaar zou worden en in een zo authentiek mogelijke staat teruggebracht.''

De restauratie was een ontdekkingsreis. Nog nooit is er in de wereld een ernstig beschadigd doek van deze omvang (5,5 bij 2,5 meter) op deze wijze gerestaureerd. Een extra complicerende factor was dat het een bijna mono chroom schilderij betreft, waarop zelfs de kleinste oneffenheid onverbiddellijk opvalt. Beschadigingen op een schilderij met taferelen laten zich gemakkelijker retoucheren. Het restauratieteam stond extra onder druk door de rampzalig verlopen restauratie van 'Who's

Afraid of Red, Yellow and Blue' door de Amerikaan Daniel Goldreyer. Deze bleek het grote rode vlak op dit doek overgeschilderd te hebben. Na eindeloze juridische procedures, waarbij Goldreyer bleef ontkennen, werd een schikking bereikt. De affaire kostte de gemeente Amsterdam twee miljoen gulden, maar wat zwaarder weegt is dat het wereldberoemde doek verpest is, omdat de oorspronkelijke kleurnuances zijn verdwenen.

Het Stedelijk Museum hield de restauratie van Newmans 'Cathedra' in eigen beheer. Maar wrang genoeg heeft - naar nu pas bekend is geworden - Daniel Goldreyer ook bij deze restauratie een rol gespeeld, zij het indirect. De restauratoren ontdekten zijn bemoeienis toen ze zich verdiepten in de voorgeschiedenis van 'Cathedra'. Via Carol Mancusi-Ungaro, conservator van het Whitney Museum in New York, kreeg het restauratieteam vijftig brieven uit het archief van Newman in handen. Mancusi is lid van de internationale commissie die de restauratie heeft begeleid, evenals IJsbrand Hummelen van het Instituut Collectie Nederland, specialist op het gebied van conservering van schilderstechnieken, en Brydon Smith, voormalig hoofdconservator van The National Gallery. Smith heeft Newman (die in 1970 overleed) persoonlijk gekend.

Uit de correspondentie bleek dat 'Cathedra' twee keer eerder was gerestaureerd. Newman schilderde het doek in 1951. Drie jaar later was het te zien bij Documenta in Kassel. Toen het daar van de muur werd gehaald, kwam het hard op de vloer terecht, waardoor een netwerk van haarscheurtjes ontstond in de verflaag. De restaurator Vincent Riportella heeft het schilderij in 1960 opnieuw bedoekt. Wijnberg: ,,Dat heeft hij heel zorgvuldig gedaan en die bedoeking hebben we laten zitten''.

Tien jaar later ging er opnieuw iets mis. Na een tentoonstelling in Pasadena raakte het doek bij het transport aan de oppervlakte beschadigd. Restaurator Daniel Goldreyer heeft toen een paar 'retouches' aangebracht. Bij microscopisch onderzoek bleek dat hij dat 'heel gereserveerd' heeft gedaan, zegt Wijnberg. Maar hij bracht ook een lichte vernislaag aan over het hele doek. Het bestaan van die laag is ook aangetoond met ultraviolet licht, dat het beschermlaagje fluoriserend groen doet oplichten. Goldreyer deed daar indertijd overigens niet geheimzinnig over, blijkt uit de correspondentie. Daarin staat zwart op wit: Varnish, completely seal. Die brief dateert van mei 1970. Wat Newman, die enkele maanden later overleed, daarvan vond, hebben de restauratoren van het Stedelijk niet kunnen achterhalen. Maar hij was er in ieder geval van op de hoogte. Wijnberg: ,,Goldreyer heeft die vernis laag waarschijnlijk aangebracht om het schilderij beter te beschermen, maar dat had natuurlijk nooit gemogen, omdat je nooit iets mag toevoegen wat de kunstenaar niet heeft gebruikt.''

Goldreyer werd door Newmans weduwe en de directeur van het Museum of Modern Arts in New York aanbevolen, toen 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue' in 1986 in het Stedelijk Museum aan flarden werd gesneden. Louise Wijnberg was toen net in dienst bij het museum en hielp nog mee om het doek op te rollen, toen het naar Amerika ging voor de restauratie. Haar collega Elisabeth Bracht had een belangrijk aandeel in de onthulling dat Goldreyer de authentieke verflaag had overgeschilderd. Waar Stedelijk-directeur Wim Beeren lange tijd volhield dat de restauratie was geslaagd, nam zij een minderheidsstandpunt in. Na laboratoriumonderzoek kreeg ze het gelijk aan haar zijde.

Louise Wijnberg: ,,Als restaurator komt het niet in je hoofd op om een schilderij over te schilderen''. De restauratoren van kunstwerken hebben hun eigen beroepsethiek. ,,Vroeger had de restaurator het aureool van een magiër die alles weer nieuw maakte, zonder dat je er iets van zag. Maar de allerbelangrijkste regel is dat je het schilderij zoveel mogelijk in z'n oorspronkelijke waarde laat. Het is een zoeken naar evenwicht. Een schilderij hoort er natuurlijk acceptabel uit te zien, maar om dat resultaat te bereiken, moet je zo min mogelijk ingrepen doen. Alles wat de restaurator doet, moet ook weer ongedaan kunnen worden gemaakt. Het is niet voor de eeuwigheid wat we doen. Die pretentie van vorige generaties hebben we niet meer.''

De restauraties van Riportella en Goldreyer van 'Cathedra' konden niet meer ongedaan worden gemaakt. Ze horen nu bij de historie van het doek, net als de vage lijnen die herinneren aan het stanleymes van Newman-hater Gerard Jan van B. Het restauratieteam heeft Goldreyer er niet meer op aangesproken. Wijnberg: ,,Onze bevindingen komen in de catalogus te staan en zo kan iedereen er kennis van nemen.''

Bij het vooronderzoek kwamen de restauratoren meer dingen op het spoor. Wijnberg en haar collega's vroegen zich af hoe de groene streep tot stand was gekomen. Op het doek staan twee verticale strepen, Newman noemde ze zelf 'zips'. Newmans vriend en biograaf Thomas Hess interpreteerde ze als 'schildwachten' die 'Makom' bewaken, 'dé plaats waar de mens staat in extatische bezinning van de Troon'. De ene zip is wit geschilderd, de andere heeft een groenige tint. Uit het onderzoek blijkt dat Newman schilderde op katoen, wat een grotere maat heeft zodat hij naden kon voorkomen. Hij heeft het doek zelf geprepareerd en daarbij meteen al een zip afgeplakt. Na het prepareren plakte hij een tweede zip af, die hij later wit heeft geschilderd met twee lagen acryl. Voor de andere zip gebruikte hij puur ultramarijn dat groenachtig lijkt door de transparantie van de blauwe verflaag over het geelachtige katoen. Wijnberg: ,,En wij ons maar afvragen waar dat groen vandaan kwam''. De eerste zes lagen van het doek schilderde hij met olieverf. Voor de bovenste laag gebruikte hij acryl.

Het moeilijkste en tijdrovendste deel van de restauratie zit aan de achterkant van het schilderij. Met chirurgisch naald- en draad-werk is eerst het kapotgestoken linnen aan elkaar gezet. ,,Daar zijn we maanden mee bezig geweest. We deden zo'n 25 tot 30 cm per dag.'' Nee, ze is er nooit horendol van geworden. ,,Het had iets weg van mediteren.''

Ter extra versteviging zijn achter het naaiwerk dunne metalen staafjes vastgenaaid, die ook gebruikt worden voor gebitsbeugels. Die zijn over de volle vijftien meter aangebracht. Daarna moest het gescheurde katoen weer bij elkaar gebracht worden. Daarvoor is zelfs een speciale tafel ontworpen, waarop de gescheurde delen tegen elkaar werden geduwd, zodat alle draden van het doek nu weer doorlopen. ,,Alle handelingen hebben we van tevoren uitgetest op dummies'', vertelt Wijnberg.

Niet alle beschadigingen hebben ze kunnen herstellen. Daar waar het handvat van het stanleymes het doek met grote kracht heeft geraakt, was de schade zo groot dat er kerven zijn overgebleven. Zelf had ze nooit verwacht dat het resultaat zo mooi zou zijn.

Nu vaststaat hoe zorgvuldig en doordacht Newman het doek heeft opgebouwd, begrijpt Wijnberg nog beter wat hij ermee heeft bedoeld. ,,Zijn onderwerp was kleur. Hoe krijg je diepte, daar was hij voortdurend mee bezig. Hij was ook erg gehecht aan dit schilderij, wilde dat mensen er dichtbij gingen staan zodat ze als het ware overspoeld zouden worden door het blauw.''

Maar dat laatste is niet meer mogelijk. Het publiek kan het doek, dat is overgebracht naar het museum, alleen nog van achter een glazen wand bekijken. Het schilderij is zo kwetsbaar dat het door geen vinger meer mag worden beroerd. Directeur Rudi Fuchs heeft zich verzet tegen dit glazen pantser. Zeker doeken als die van Newman, die de bezoeker als het ware opzuigen, moeten 'benaderbaar' blijven, vindt Fuchs. Maar ook voor de restauratoren staat vast dat het niet anders kan. ,,Zeker na de restauratie zal iedereen gericht zijn op wat er nog te zien is van de messneden. Dan ga je al gauw met je vinger naar het doek om oneffenheden te voelen. Dat kan gewoon niet meer'', zegt Wijnberg.

Het Stedelijk Museum viert de terugkeer van 'Cathedra' met een tentoonstelling van monochrome werken uit de eigen collectie van Newman, Charlton, Kelly, Fontana, Klein, Rothko, Dekkers, Bear en Judd. De expositie loopt van 8 december tot 10 februari, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam, open dagelijks 11-17u.

Op een geheime plek is gewerkt aan het herstel van het schilderij 'Cathedra' van Barnett Newman. Na alle commotie over de eerdere restauratie van Newmans 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III' kregen Elisabeth Bracht, Louise Wijnberg en Irene Glanzer de gelegenheid het blauwe doek, dat over vijftien meter kapotgesneden was, in alle rust te restaureren.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel