Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De gedichten van Emily Dickinson

Home

JACOBINE GEEL

Elly de Waard: We kennen niet zoveel vrouwelijke genieën, maar Emily Dickinson is er één. En met een genie bedoel ik iemand die in staat is vergaande verbanden te leggen en ook - zoals in haar geval - te verwoorden. De verbindingen die Dickinson legt tussen haar beelden en hun betekenissen zijn vaak adembenemend. Neem bijvoorbeeld een regel als 'Split the Lark - and you will find the Music', te vertalen als 'Splijt de Leeuwerik - en dan vind je de Muziek': schitterend. Dat idee, om een leeuwerik te splijten en te ontdekken waar de muziek die in zo'n dier zit vandaan komt, is heel ongewoon. Het is een demonstratie van haar onderzoekende geest. Dickinson koos voor het experiment. In een gedicht dat ik heb proberen te vertalen, zegt ze dit met zoveel woorden:

Experiment escorts us last - His pungent company Will not allow an Axiom An Opportunity

't Experiment begeleidt ons tot 't eind - Zijn bijtende gezelschap Geeft aan geen Axioma Gelegenheid

Dit gedicht zegt heel veel over haar manier van denken, die haar in haar tijd niet alleen als dichter, maar ook als vrouw tot een uitzonderlijke verschijning maakte.

Jan Eikelboom: Wezenlijk voor de gedichten van Emily Dickinson vind ik haar ontvankelijkheid en haar vermogen om stante pede poëzie te maken van de indrukken die ze opdeed. Ik denk dat ze overgevoelig was. Het enige dat ze aankon was een bij of een vlinder of een boom die ze vanuit haar raam zag. Die dingen waren voor haar dramatisch genoeg en ze heeft er ook geweldige drama's van gemaakt. Haar gevoelsleven ging heen en weer van grote diepte naar grote hoogte, van wanhoop naar extase. Dat ze dat in gedichten heeft kunnen vangen is een godswonder. Tegelijkertijd denk ik dat het dichten voor haar een levensvoorwaarde was.

Wonderlijk is ook dat ze de meeste gedichten direct heeft neergeschreven, neergesmeten bijna. Dat zie je bijvoorbeeld aan die streepjes in plaats van komma's of punten. Ze zet ook streepjes op plaatsen waar je helemaal geen komma of punt zou verwachten; ze lijken eerder een gevoelsritme aan te geven. Het is alsof je haar hoort ademen als je haar gedichten voorleest en die pauzes in acht neemt. En soms, in de meer dramatische gedichten, wordt dat ademen zelfs een soort hijgen.

Elly de Waard: Je kunt de bijzondere kwaliteit van haar werk niet begrijpen als je haar achtergrond buiten beschouwing laat. Dickinson groeide op in een puriteins milieu van aanzien in Amherst, Massachussets - een oude Amerikaanse familie. Haar vader was een rechter, die zijn drie kinderen een goede opvoeding meegaf. De man was een autoriteit, wat vermoedelijk werd versterkt door de streng-godsdienstige omgeving. Dickinson schrijft over hem in heel tegenstrijdige bewoordingen.

'His heart was pure and terrible', zegt ze in een brief, zijn hart was zuiver maar ook verschrikkelijk. Het is waarschijnlijk niet zonder betekenis dat zowel Emily als haar zuster ongehuwd zijn gebleven en thuis bleven wonen, en dat hun broer weliswaar trouwde, maar toch in de buurt bleef. Ik denk dat deze vader een doorslaggevende rol heeft gespeeld in het leven van zijn kinderen.

Natuurlijk is Dickinson ook bepaald door het protestantisme. Ik denk niet dat ze zelf gelovig was, al speelt 'god' in veel van haar gedichten een rol. Maar het protestantisme gaf haar in ieder geval een behoefte aan zelfonderzoek en helderheid mee. Er is bij haar sprake van een zekere hardheid ten aanzien van zichzelf, een volstrekt gebrek aan zelfmedelijden. Dat, en het hoge denkgehalte van haar werk, maakt dat ik haar graag lees en in hoge mate waardeer.

Renée van Riessen: Waar ik achter kwam is dat Dickinson, om te kunnen schrijven, een aantal beslissingen heeft moeten nemen. Op een gegeven moment heeft ze gezien of gevoeld: ik ben anders. Zelf duidde ze dat aan met het woord 'difference'. Dat anders-zijn had vooral betrekking op de vrouwen in haar omgeving. Al heel vroeg heeft ze het in brieven over het eeuwige gedoe met stof en vuil, en over de plicht van vrouwen om anderen altijd maar voedsel te moeten voorzetten. Daar komt ze tegen in opstand en ze schrijft er prachtig over. Zij weigert dit vrouwenlot; zij wil iets anders. En dat andere is de poëzie, want poëzie is mogelijkheden verkennen. Dat anders-zijn maakte natuurlijk eenzaam en eenzaamheid betekent lijden. Die eenzaamheid uitte zich in haar dagelijks leven: het grootste deel van de dag bracht ze op haar kamer door, alleen. En in veel van haar gedichten zie je dat vrouw-zijn wordt verbonden met een toestand waarin lijden voor de hand ligt.

Elly de Waard: Haar gedichten staan onder een grote druk, er zit een enorm voltage achter. Heel vaak komt het beeld van de vulkaan voor. Ze had vermoedelijk ook een vulkanisch temperament. En als zo iemand wordt gedwongen zich haar hele leven alleen maar binnenskamers uit te drukken, kan dat niet anders dan aanleiding geven tot grote spanning.

Ik zeg gedwongen, want Dickinson week volkomen af van de conventie van haar dagen. Niet alleen de inhoud van haar werk en de beelden die ze gebruikte, maar ook haar stijl werd niet op waarde geschat. Het telegramachtige, bondige en ook vaak technische karakter van haar gedichten schrikten af. Thomas Higginson, een bekend literair criticus uit die tijd, was een van de eersten aan wie ze er een paar liet lezen. Hij noemde hun ritme 'spasmodic', spastisch. Ik ben ervan overtuigd dat haar oorspronkelijkheid de oorzaak ervan is dat haar gedichten, zoals zij ze heeft geschreven, pas in 1956 zijn verschenen.

Weliswaar zorgde haar zuster Finney ervoor dat het eerste boekje al vrij kort na haar dood verscheen, maar heel lang heeft men alleen de zoetelijke dingen uit haar werk gehaald. 'Zoetelijk' tussen aanhalingstekens, want de gedichten zijn vaak verzoetelijkt. Halfrijmen werden bijvoorbeeld vervangen door volledige rijmen. Dickinsons lot is goed af te lezen aan wat er op een gegeven moment met haar portret is gebeurd. Er is een portret van haar bekend, een daguerrotype, waarvan Simon Vestdijk ooit zei dat ze daarop jammer genoeg zo lelijk was. Hij had zich dit ongehuwde dichteresje uit de vorige eeuw blijkbaar heel anders voorgesteld. En hij was niet de enige. In een vroege uitgave van de Concise Encyclopedia of English and American Poetry hebben ze dit portret bij wijze van spreken van lippenstift en een ander kapsel voorzien. Pure karaktermoord, maar het zegt veel over hoe men lange tijd tegen dichteressen aankeek en wat men aan afwijkingen kon verdragen. Zo heeft het dus kunnen gebeuren, dat Dickinsons betekenis pas zeventig jaar na haar dood kon worden gemunt.

Willem Wilmink: Ik ben door Vestdijk op het spoor van Dickinson gezet. Als student Nederlands moest ik me ooit in een van diens artikelen verdiepen en dat stond in dezelfde bundel als zijn opstel over Dickinson. Wat hij zei pakte me geweldig. Ik heb mezelf toen de grote, dikke uitgave met al haar gedichten cadeau gedaan en ben gaan lezen. Die gedichten hebben me niet meer losgelaten. Ik vond ze om te beginnen heel mooi van muziek. Nu kan ik geen enkel gedicht lezen zonder het te horen, maar bij haar levert het ook werkelijk meer begrip op voor de inhoud.

De raadselachtigheid is een andere kant van haar werk die me altijd geboeid heeft. Die heeft me er ook toe gedreven ze te gaan vertalen. Het eerste gedicht waar ik bij Vestdijk op stuitte was 'I should not dare to leave my friend'. Maar wat betekent dat? Dat ze het nooit zou uitmaken? Al lezend en herlezend begon ik te begrijpen, dat ze bedoelde dat ze hem nooit alleen zou durven laten. Als ik een vriend had, zegt ze, zou ik niet eens een boodschap durven doen, want stel je voor dat hij bij thuiskomst dood zou zijn! Het is een hartstochtelijk en prachtig gedicht, van een ongelooflijk mooie muzikaliteit. Die melodie heb ik in mijn vertaling proberen vast te houden.

I should not dare to leave my friend, Because - because if he should die While I was gone - and I - too late - Should reach the Heart that wanted me -

(...)

Ik zou nooit weggaan van mijn vriend, want als, als hij op sterven lag, en ik was er niet en kwam te laat bij 't hart dat mij toch had verwacht.

Als ik die ogen pijn moest doen, die joegen, joegen heel de dag, onwillig dicht te gaan zolang hij mij niet zag, hij mij niet zag

(...)

Ik krijg op mijn vertalingen meer dan eens de kritiek dat ze te glad zijn, waarschijnlijk omdat ik al die streepjes en hoofdletters achterwege laat. Maar dat zijn visuele dingen. Ik ben gewend om voor een gehoor te schrijven, voor een grote of kleine zaal, of voor de televisie, dat wil zeggen voor het allerkleinste zaaltje dat er is: de huiskamer. Daardoor hoor ik poëzie meer dan dat ik haar lees. En als ik Dickinsons gedichten hoor, zijn ze helemaal niet brokkelig en ook niet zo weerbarstig.

Je moet ook niet vergeten, dat ik een didactische bedoeling heb. Zoals in de meeste vertalingen van Dickinsons werk staan de Engelse en de Nederlandse tekst naast elkaar. Iedere lezer heeft dus het recht om te denken: die Wilmink heeft dat nou wel zo gezien, maar ik zie het totaal anders.

Jan Eikelboom: Ik heb al aangegeven dat ik Dickinsons stijl wezenlijk vind voor haar werk. Het gevoelsritme, zoals ik het noemde, probeer ik in mijn vertalingen te behouden. In de meeste gevallen is dat goed gelukt; ik vertaal haar graag. Altijd als ik een dichter tegenkom die mij aangrijpt, heb ik een onbedwingbare neiging die te gaan vertalen. Dat is ten dele een soort kannibalisme: je wilt je die poëzie eigen maken. Het is ook een vorm van close reading, goed lezen en steeds beter gaan begrijpen. En het is een behoefte om aan anderen te laten zien: kijk eens, wat ik voor moois heb gevonden. Bij Dickinson heb ik heel wat moois gevonden: verrassende beeldspraak, van een onverwachte directheid en lichamelijkheid. Een van haar gedichten begint bijvoorbeeld met de regel 'The Soul should always stand ajar', de ziel moet altijd op een kier. Dat beeld trekt ze vervolgens heel mooi door:

The Soul should always stand ajar That if the Heaven inquire He will not be obliged to wait Or shy of troubling Her

Depart, before the Host have slid The Bolt unto the Door - To search for the accomplished Guest, Her visitor, no more -

De Ziel moet altijd op een kier Zodat wanneer de Hemel zoekt Hij niet te wachten hoeft Of bang is dat hij stoort

En weggaat eer de Gastvrouw De grendel van de Voordeur doet - Op zoek naar de volmaakte Gast, Die haar niet meer bezoekt -

Dit gedicht is huiselijk en tegelijkertijd metafysisch, maar zo dat het metafysische aanvaardbaar wordt, geen flauwekul is. Daarin schuilt de kracht van haar gedichten. Ze gaan over eeuwigheid en andere abstracte zaken, maar altijd op een concrete, beeldende manier.

Renée van Riessen: Het mooie van haar gedichten is dat ze voortdurend verschuiven en onverwachte vergezichten openen. Dickinson is in staat om vanuit een hele kleine wereld - want ondanks alle verzet is ze voor haar vader en zuster de huishouding blijven doen - grootse perspectieven te tonen. Van een eenvoudige zonsondergang kan zij een metafoor maken waarvan je helemaal onderuitgaat. Dat talent blijkt op een bijzondere manier in haar godsdienstige beeldspraak.

Ik denk dat je kunt zeggen dat Dickinson worstelde met de godsdienst, maar niet op de manier die daarmee gewoonlijk in verband wordt gebracht. Ze was bijvoorbeeld niet voortdurend bezig met de vraag of god wel of niet bestond. Maar ze worstelde wel met de godsdienst als iets dat van buitenaf en tamelijk dwingend werd opgelegd. Ze beschrijft bijvoorbeeld ergens hoe de meisjes in haar klas hun hart aan Jezus moesten geven. Zij weigerde, als enige. 'Ik sta alleen in rebellie', is haar kommentaar.

Die rebellie zet ze in haar gedichten voort. Om te beginnen neemt ze de ruimte om god van alles te verwijten. Ze vindt hem grillig en onberekenbaar en moppert dat ze, wanneer ze bidt, helemaal niet weet of ze antwoord krijgt. Een van haar biografen heeft het in dit verband over de stem van het kleine meisje tegenover de vader of Vader. Inderdaad wordt in haar gedichten de verhouding met het goddelijke vaak een concurrentieverhouding: wat boven je staat komt tegenover je te staan. Ze stelt zichzelf bijvoorbeeld ook naast Christus in het lijden. 'Ik ben de keizerin van Golgotha', luidt een van haar regels. Ik zei al dat voor Dickinson vrouw-zijn en lijden dicht bij elkaar liggen. Dat lijden herkent ze bij Christus en wat je in veel gedichten ziet is, dat ze zich aan hem spiegelt. Hij moest op Golgotha doen wat niemand anders doen kon, maar - zegt zij - ik sta daar naast, als keizerin van Golgotha.

De goddelijke titel - is aan mij! De vrouw - zonder het teken! Hoge rang aan mij geschonken -

Keizerin van de lijdensweg! Koninklijk - alleen nog de kroon! Verloofd - zonder het bezwij men Dat God ons vrouwen zendt -

Als je houdt - steen bij steen - Goud bij goud - Geboren - gehuwd - ten grave gedragen - Op een dag - Drievoudige overwinning 'Mijn echtgenoot' - zeggen vrouwen - Strelend de melodie - Is dit de weg?

Een merkwaardig gedicht, maar heel kenmerkend voor de stoutmoedigheid waarmee ze haar eigen weg ging. En hoezeer het verschil haar ook anders maakte, ze ging die weg heel bewust als vrouw. Gegevens uit het vrouwenbestaan heeft ze als het ware gekanteld en tot poëzie gemaakt. Dat varieert van naaien of bezig zijn met voedsel, tot het stilstaan bij de dood.

In de negentiende eeuw was het verzorgen en afleggen van de doden typisch vrouwenwerk. Dickinson is, heel romantisch natuurlijk, geobsedeerd door de dood. Er is een gedicht waarin ze haar eigen dood beschrijft vanaf de binnenkant van de doodskist. Ze vertelt hoe het voelt om daar in het donker te liggen, terwijl de paarden met de blik op oneindig hun weg gaan. En ze schreef een mooie, maar ook verschrikkelijke regel over doodsnood: 'I like a look of Agony, Because I know it's true'. Ze houdt van doodsangst, omdat daarin waarheid schuilt. Die regel is heel typerend. Ze verbindt daarin een gegeven uit het vrouwelijk leven met haar eindeloze zoeken naar waarheid. Religieuze praatjes zijn niet waar, niet echt; echt is alleen het experiment. Niet het dogma, niet het axioma, maar dat wat je zelf beleeft of waarvan je ziet dat anderen het echt beleven. Alleen daar stuit je op de kern van het leven en daar was Dickinson naar op zoek.

Deel dit artikel