Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De gedachten blijven vrij, maar de zendtijd is verdwenen

Home

HÿLENE BUTIJN

De Vrije Gedachte krijgt geen radio- en televisiezendtijd meer. De radicale vrijdenkers onder leiding van Jan Vis moeten maar aansluiting zoeken bij het Humanistisch Verbond, vindt het Commissariaat voor de Media. Maar het Humanistisch Verbond is iets heel anders dan De Vrije Gedachte, meent Vis. Volgens hem wil het commissariaat de atheïsten de mond snoeren door samenwerking op te dringen, terwijl daardoor 'alleen maar eenvormigheid' kan ontstaan. “Het Centraal Bestuur van De Vrije Gedachte kan alleen nog via de rechter proberen haar wettelijke rechten gehonoreerd te krijgen. Maar zij is daarover niet optimistisch gestemd, gezien de toenemende macht en populariteit van gosdsdiensten, sekten en andere occulte bewegingen”, zo staat er in de officiële reactie op het besluit van het commissariaat.

Vol trots noemt hij zijn vereniging 'de extreme lijn naast het humanisme'. Jan Vis, atheïst, vrijdenker, vecht tegen de macht van de kerk in de samenleving. Want de confessionelen zitten volgens hem overal. In Den Haag op allerlei hoge bestuursfuncties en ook bij het Commissariaat voor de Media. “Een jurist van ons heeft het eens uitgezocht. De voorzitter van het commissariaat is lid van de SGP (mr. A. Geurtsen is in werkelijkheid lid van de VVD, red.) en de man die over zendtijden gaat is een CDA'er. Dit fluister ik natuurlijk alleen maar, maar ik weet zeker dat dat heeft meegespeeld bij de beslissing van het commissariaat om De Vrije Gedachte geen zendtijd meer te geven.”

De vrijdenkers hebben volgens Jan Vis helemaal niet zo'n kleine achterban als het commissariaat suggereert. Het is maar, beredeneert filosoof Vis, hoe je die vage term gebruikt. “Zendgemachtigde De Vrije Gedachte heeft een zeer grote passieve achterban. Niet iedereen is lid, maar naar de uitzendingen werd wel degelijk gekeken. Twee-, driehonderd brieven na een vrijdenkersspotje was de normaalste zaak van de wereld. 'Ga vooral door', stond er in die brieven. Maar dat kan dus niet meer.”

De Vrije Gedachte van nu is eind vorige eeuw ontstaan uit een vrijmetselaarsloge in Amsterdam. De leden waren ontevreden over de manier waarop de kerk over de wetenschap heerste. Wat wetenschappelijk verantwoord was en wat niet werd volgens hen te veel bepaald door dominees en pastoors. In die jaren had Darwin net zijn evolutietheorie ontwikkeld. Nog kan Jan Vis daar met trots over praten. “Daar is gigàntische deining over geweest. Vooral van de kant van godsdienstige wetenschappers. Want die zeiden dat zijn theorie helemaal niet op de verhalen uit de bijbel lijkt. Waarop Darwin zei, dat de bijbel volgens hem door mensen is geschreven, en helemaal Gods woord niet is. Zo redeneren wij ook met dat soort kwesties.”

De toenmalige vrijmetselaars geloofden volgens Jan Vis wel in een soort opperwezen, de opperbouwheer. Maar het wezenlijke van hun denken was de duidelijke scheiding die zij aanbrachten tussen wetenschap en godsdienst. “Wetenschap is gewoon uitzoeken hoe de dingen zitten. En daar moeten de godsdiensten, de kerken zich niet mee bemoeien. Ethisch gezien misschien wel, maar niet in die zin dat zij uitmaken wat wetenschappelijk wel of niet kan.”

De eerste vrijmetselaars richtten een periodiek op dat De Dageraad heette. Kort daarna ontstond een vereniging met dezelfde naam. In die allereerste periode stonden de latere vrijdenkers nog niet zo afwijzend tegenover het geloof als nu. “Ze hadden een soort natuurgeloof, dat was in die tijd heel gewoon. Een soort pantheïsme, Gods aanwezigheid in de natuur. Maar het was die mensen vooral te doen om de bevrijding van de wetenschap.”

De opkomst van het socialisme, dat zich ook fel keerde tegen de kerkelijke instanties, versterkte de beweging. “Dat moet je dus allemaal in z'n verband zien. Het atheïsme was toen dus niet iets speciaals van de vrijdenkers. Die traden er alleen veel meer mee naar buiten. Vrijdenkers zeiden: 'wij stáán voor dat atheïsme' en dat deden de anderen niet.”

De manier waarop de vrijdenkers hun ideeën uitdroegen is in de loop der jaren weinig veranderd. “Van het begin af aan waren er publicaties. En bijeenkomsten natuurlijk, erg veel bijeenkomsten. Met lezingen van geleerden en met discussie. Wij waren één van de eerste protestbewegingen. En dan voornamelijk wel tegen de kerk, hoor.”

Het periodiek van de vrijdenkers heet sinds 1906 'De Vrije Gedachte'. In een nummer uit 1912 staan onder meer advertenties voor een artikel waarin een priester-rechter 'scherp ten velde trekt tegen het despotisme der Roomsch Katholieke kerk'. Voor tien cent is het artikel te koop. 'Uitstekende brochure voor colportatie' staat er lovend bij.

Verder bevat elk nummer een advertentie voor bijeenkomsten waar onderwerpen als 'de prostitutie', 'de hervormde predikanten als wacht in den Staat' en 'karakter en karaktervorming' ter sprake komen. Op een openbare bijeenkomst in november 1913 spreekt mevrouw H. Roland Holst over de vervolging van de Russische joden. In 1911 spreekt mevrouw W. Drucker over 'de vrouw en de godsdienst'. 'Entree tien cent, debat vrij', staat er telkens bij. Werken van 'de heer Domela F. Nieuwenhuis' en een 'Volksuitgave der brieven van Multatuli in 10 delen compleet' worden aangeboden. Regelmatig verschijnen in het blad staatjes waarin de 'achteruitgang der kerk' met genoegen wordt geregistreerd. De verhouding tussen christelijke en openbare scholen wordt nauwkeurig bijgehouden.

Jan Vis is trots op beroemde vrijdenkers als Multatuli, de professor in de filosofie Bolland, Anton Constandse en Domela Nieuwenhuis. Maar nog trotser is hij op de houding van zijn vereniging vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Vrije Gedachte sprak zich in de jaren dertig sterk uit tegen het militarisme. “De vrijdenkers protesteerden tegen de jodenvervolging in Duitsland en tegen de escapades van Mussolini in Afrika en Abessinië.” Vanaf 1926 verzorgden de vrijdenkers van tijd tot tijd radio-uitzendingen. Voorzitter Jan Hoving hield, voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak, een zestal redevoeringen. Jan Vis: “Hoving hekelde de jodenhaat. De NSB zat toen al in de Tweede Kamer en die hebben daar net zolang deining over gemaakt totdat een katholieke minister van justitie de zendtijd van De Dageraad introk wegens het beledigen van een bevriend staatshoofd.”

Volgens Vis was de minister toch al kwaad op de vrijdenkers. “Al in 1930 had de regering ambtenaren verboden lid van De Dageraad te zijn. Hun standpunt inzake de Spaanse Burgeroorlog - tegen Franco natuurlijk - maakte het er niet beter op. Ineens waren we die zendtijd kwijt en in zekere zin strekt je dat tot eer. Wij waren de enige omroep die op grond van ons verzet tegen het nationaal-socialisme uit de ether is gehaald.”

Jan Vis weet van het atheïsme tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel af. Hij is in 1933 geboren. Als zoon van hervormde ouders wist hij niets van Multatuli en Domela Nieuwenhuis. Pas tijdens zijn studententijd begon Vis zich echt voor de vrijdenkerij te interesseren. Van oudere vrijdenkers hoorde hij wel dat de vereniging zich bij het begin van de oorlog formeel moest opheffen. “En tijdens de oorlog moest je goed op je tellen passen. Dat we atheïstisch waren, nou goed, vooruit. Maar dat atheïsme komt voort uit dat vrijdenken en dat was er natuurlijk helemaal niet bij toen. Bovendien was het toen niet meer zo'n grote organisatie.”

Wel ontstond in die tijd het Humanistisch Verbond. De Dageraad was voor een aantal vrijdenkers te negatief. Ze wilden niet alleen tegen misstanden protesteren, maar ook praktisch handelen. De belangen van buitenkerkelijken behartigen. “Dat is het hoofdmotief geweest voor het Humanistisch Verbond. Toen is ook Humanitas opgericht, die zijn meer maatschappelijk gaan werken en het Humanistisch Verbond meer op geestelijk terrein. Nu hebben ze zelfs een universiteit, toe maar. Dat is àllemaal uit De Dageraad voortgekomen, dat wil ik toch wel met enige nadruk naar voren brengen.”

De humanistische en atheïstische stroming hebben volgens Vis verder altijd in vrede naast elkaar bestaan. De Vrije Gedachte bleef 'waar nodig' kritiek uitoefenen op de maatschappij, de godsdienst en vooral de kerken. Vis: “Het Humanistisch Verbond vond dat prima. Die vonden dat die kant wel in stand moest blijven, alleen volgden zij verder een andere strategie.”

Nu het commissariaat De Vrije Gedachte haar zendtijd heeft ontnomen, kijkt Vis wel wat bitterder terug op de relatie met het Humanistisch Verbond (HV). Volgens hem zou het commissariaat te kennen hebben gegeven, dat het met een samenwerkingsverband tussen de vrijdenkers en de humanisten wel zou kunnen instemmen. “Het zou dan een soort constructie als van de Ikon worden. Jammer, want onze radicaliteit en hun praktische instelling bestonden zo mooi naast elkaar. Nu gaan wij er aan onderdoor.”

Deel dit artikel