Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De foto van Aylan Kurdi zal eindigen als cliché

Home

Ger Groot

De driejarige Aylan Kurdi spoelde aan op het strand van Bodrum. Het beeld ging razendsnel de wereld over. © ap
Column

Vandaag verwart de dode Aylan Kurdi ons diep, maar het beeld went snel, denkt filosoof Ger Groot. 'Over een week of twee is het het beeld geworden van de vluchtelingentragedie waarvan de naam langzaam wordt uitgewist.'

In de jaren dertig studeerde de Franse socioloog en filosoof Raymond Aron in Berlijn. Hij maakte de opkomst van Hitler en het groeiende antisemitisme van nabij mee. Terug in Frankrijk, wees hij een hoge beleidsmaker op de ernst van de situatie. 'Dank u, mijnheer Aron,' zei die na afloop. 'Maar vertelt u mij eens: wat zoudt u willen dat ik deed?' Daarop had Aron geen antwoord. Het was, zo herinnerde hij zich later, het moment waarop hij begreep wat politiek eigenlijk is.

'Het wenselijke radicaal weten te scheiden van het mogelijke,' zo zou hij haar veel later tijdens een interview omschrijven. Hij was inmiddels vijfenzeventig, gold als een wetenschappelijk zwaargewicht en een politiek commentator waarmee je rekening moest houden. Zijn 'Atlantische' oriëntatie was hem onder Franse intellectuelen niet altijd in dank afgenomen. Pas in de jaren tachtig kon je in het Quartier Latin met goed fatsoen opmerken dat Aron niet helemáál idioot was geweest.

Donderdagochtend drukte deze krant een foto af van een driejarig jongetje op een strand in Turkije, dood aan de vloedlijn. Het was Aylan Kurdi, geboren in een Syrische stad die aan de oorlog ten prooi was gevallen. 'Dit beeld dient schuldtoewijzingen, wekt emoties, is een wapen,' schreef Wim Boevink in een roerend bijschrift. Heftig reacties onlaadden zich in de gedrukte en de sociale media. Vooral 'Brussel' moest het ontgelden.

Lees verder na de advertentie
© reuters

Daar deed ook 'Brussel' zelf aan mee. 'We zijn nog altijd niet in staat om een gepast antwoord te bieden op het drama,' zo reageerde Guy Verhofstadt, liberaal fractieleider in het Europarlement. 'Stilaan komt de temperatuur op kookpunt in het parlement... Deze crisis is zo zwaar dat de lidstaten zich hopelijk over hun dwaze vrees voor verlies van soevereiniteit kunnen zetten.'

Dat zou mooi zijn. En als deze foto daartoe zou hebben bijgedragen, des te beter. Maar emoties zijn hachelijke zaken. Diezelfde dag pleitte de jurist Lodewijk Pessers in de Volkskrant eveneens voor het toelaten van gevoelens in het vluchtelingendebat en zijn conclusie was een heel andere: 'Soms zijn zulke processen te complex om zich te laten vangen in een rationele analyse met een rationele oplossing,' schreef hij.

Iconische rampen
'De ruimte voor emotie en intuïtie die we de burger gunnen (of zelfs opdringen) bij onverwachte, iconische rampen, zouden we hem dus ook moeten geven tijdens crises die zich in slow motion voltrekken. Als daarvan het gevolg is dat de Europeanen, gedreven door angst, hun fort gesloten houden, dan zij dat zo. Geen econoom of beleidsmaker kan op dit moment becijferen dat die vrees onterecht zal blijken.'

Als het op emoties aankomt, is daar in Europa al geruime tijd geen gebrek aan. Maar ze vliegen alle kanten op. De 'iconische' ramp waarover Pessers spreekt krijgt precies de tegenovergestelde betekenis als bij Wim Boevink, die datzelfde woord in de mond neemt. 'Waarom moesten we Aylan Kurdi zo zien?' zo vraagt die laatste zich af. 'Voor ons misschien, en de wereld'.

Maar ook hij waagt zich niet aan een conclusie. 'Het beeld verwart,' is zijn laatste zin. Net zo verwarrend als de ervaring die een paar dagen eerder in deze krant door Denker des Vaderlands Marli Huijer werd opgeroepen: hoe het is om als vluchteling in een vrachtwagen te stikken. Niemand wil zich dat voorstellen. 'Maar je moet het je wèl voorstellen,' zegt zij. Anders verstarren we in onze machteloosheid en keren we ons af.

De vrachtwagen waarin 71 vluchtelingen dood werden aangetroffen. © afp

Ik weet niet of er uit een dergelijke ervaring een rechte lijn loopt naar beleidsbeslissingen waar het uiteindelijk op aankomt. De verwarring waarover Boevink spreekt suggereert het tegendeel. Aron formuleerde dat op de hem kenmerkende, koel-analytische wijze: 'Om politiek te denken, moet je zo rationeel mogelijk zijn, maar om politiek te bedrijven moet je onvermijdelijk gebruik maken van de emoties van anderen.'

Het wenselijke botst op het haalbare
Die laatste toevoeging is veelzeggend - en net zo cynisch als rationele politiek nu eenmaal is. Na de eerste schrik en de opwelling 'we moeten iets doen' komt de vraag 'wat dan?' En dan botst het wenselijke al snel op het haalbare, het eigenbelang op de compassie, de hoop op de vrees. Zoals dat in het Europese overleg al maanden het geval is - en vermoedelijk nog wel enige tijd zal doorgaan.

Want emotie is niet alleen wispelturig, maar ook uitermate vluchtig. Vandaag verwart de dode Aylan Kurdi ons diep, maar het beeld went snel. Over een week of twee is het precies zo 'iconisch' geworden als het nu al genoemd wordt: hèt beeld van de vluchtelingentragedie waarvan de naam langzaam wordt uitgewist en dat tenslotte eindigt als cliché. De emotie schokt, mobiliseert, spoort aan - maar je fundeert er liever geen politiek op.

Deel dit artikel