Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De finale van 1978: een walgelijke estafette van provocaties

Home

MATTY VERKAMMAN

Op 25 juni 1978 is Dennis Bergkamp net negen jaar. Thuis voor de buis volgt hij de WK-finale in het River Plate-stadion tussen Argentinië en Nederland. Twintig jaar later komt hij in de voorbereiding op zijn eerste interland tegen Argentinië niet verder dan een grappig-kinderlijke herinnering aan die gewelddadige finale. “Er lag heel veel confetti op het veld, dat is voor mij het beeld van die wedstrijd.”

Confetti was er inderdaad volop, maar een voetbalfeest was het geenszins. Argentinië-Nederland was bovenal een vuile finale.

Langs de lijn zitten vanavond in het Vélodrome van Marseille drie mannen die er indertijd in Buenos Aires als voetballers bij waren: reserve-doelman Pim Doesburg, Johan Neeskens en Daniel Passarella. Thans zijn zij respectievelijk keepertrainer bij Oranje, assistent-bondscoach van Guus Hiddink en eerste coach van Argentinië.

Pim Doesburg zat in Argentinië vooral te kaarten met Piet Schrijvers, Jan Jongbloed en Dick Nanninga. Schrijvers en Nanninga mochten er tijdens die eindeloze potjes ook graag in het geniep een shaggie bij draaien. Op de training had Doesburg meestal te maken met assistent-bondscoach Jan Zwartkruis. Jan was er voor de keepers, want de van Club Brugge voor even ingehuurde Supervisor Ernst Happel gaf helemaal niks om keepers. In zijn voetbalwereldje hield de vreemde Oostenrijker het graag overzichtelijk. Van keepers vond hij dit: “Keepers zijn gek, want keepers kunnen niet voetballen.”

Zo simpel was dat. Jan Zwartkruis mocht in Argentinië dus de gekke keepers trainen. Legerkapitein Jan kon bogen op een bescheiden loopbaan als semi-profvoetballer bij het Amersfoortse HVC (samen met Joop van Basten, de vader van Marco, vormde hij het back-stel), maar daar was op de trainingen niet veel meer van te zien. Hilarisch was op zeker moment de sfeer, toen Jan Jongbloed na vier over geschoten ballen tegen Zwartkruis riep: “Nou weer een op goal, Jan!”

Johan Neeskens maakte het toernooi in Argentinië maar half mee. De Peruviaan Duarte had hem in de tweede wedstrijd van het toernooi gruwelijk hard te pakken gehad. Zelfs met twee gekneusde ribben dacht de dynamische middenvelder vier dagen na de aanslag aan de beslissende groepswedstrijd tegen Schotland te kunnen beginnen. Dat was een misrekening. Hij verging van de pijn en moest zich al na tien minuten laten vervangen door Jan Boskamp. Neeskens miste vervolgens ook de duels tegen Oostenrijk en West-Duitsland. Hij werd heel goed vervangen door de frisse nieuweling Piet Wildschut van FC Twente, maar hoe goed deze Fries het ook deed, toen Neeskens weer half-fit was, werd Wildschut door de ondoorgrondelijke Happel tegen Italië gewoon weer op de bank gezet.

Johan Neeskens kon door de actie van Duarte amper opvallen in Argentinië. Happel zocht op den duur echt een plaatsje voor hem in het elftal. Zo zwierf hij tegen Italië als back en als centrale verdediger door de ploeg. Neeskens was een beetje een zwijger, maar ook een jongen met rancuneuze trekjes. Ooit zou hij die Duarte terugpakken, zo had hij zichzelf beloofd.

Dolle

Pas vier jaar na Argentinië '78 kreeg hij die kans. In dienst van New York Cosmos speelde hij in het Giants Stadium een wedstrijd tegen het nationale elftal van Peru, dat zich voorbereidde op het WK van 1982 in Spanje. Duarte maakte ook tijdens die oefenwedstrijd een zware overtreding. Als een dolle gleed Neeskens toen door een kluwen spelers naar voren. Met de noppen naar voren gericht, kliefde hij met een karatetrap de knie van Duarte. Een maand later was de back nog niet zo ver hersteld dat hij mee kon doen in de eerste WK-wedstrijd. De huidige assistent van Hiddink heeft nooit spijt gehad van die bizarre torpedo-actie. “Dat been van Duarte lag helemaal open en ik voelde me op slag voldaan. Soms heb je spijt van een overtreding, maar hier heb ik nooit spijt van gehad. We werden allebei van het veld gestuurd. Ik liep op eigen kracht naar de kleedkamer, hij werd op de brancard gedragen.”

Dit soort vendetta-gedrag is ook Daniel Passarella niet vreemd. De actuele coach der Argentijnen was een sublieme libero, maar tevens een voetballer in wie het beest nogal gauw de overhand kreeg. In zijn Weens-Rotterdamse koeterwaals werd Passarella door Happel 'een miestatiger' genoemd, 'maar wel een miestatiger mit klasse'. Passarella was in 1978 de aanvoerder van de Argentijnse vechtmachine, die Happel er bijna toe verleidde van de opgehitste finale af te zien. Voor de aftrap speelde Passarella een spel met de Nederlanders, maar vooral met scheidsrechter Sergio Gonella. René van de Kerkhof had drie weken eerder in de openingswedstrijd tegen Iran zijn rechterhand gebroken. Met een speciaal uit Nederland overgevlogen manchet speelde hij nadien de wedstrijden tegen Peru, Schotland, Oostenrijk, West-Duitsland en Italië. Geen scheidsrechter die er bezwaar tegen maakte, maar in de finale was Gonella het na tien minuten discussiëren eigenlijk wel eens met Passarella. Die gipsen manchet was te gevaarlijk. “Nou, dan spielen we niet”, besloot Happel. Nerveus topoverleg tussen allerlei bestuurlijke hotemetoten leidde vervolgens tot een kwartier vertraging van de aftrap. Passarella was uit op een speelverbod voor Van de Kerkhof. Happel werd heel kwaad, maar in zijn kwaadheid kon hij ook mooi rustig blijven. “René niet dabei, dan wij allemaal nach huis.”

Het eind van de commotie was dat om de manchet een laagje schuimrubber werd gewikkeld en daaroverheen een rol tape. Toen de ploegen uiteindelijk toch in de gewenste formaties het veld betraden, smeet Happel rustig en beheerst zo veel mogelijk scheldwoorden naar vooral Passarella.

Na de koude oorlog als voorspel, werd de finale al gauw een vuile oorlog. Ergens paste dat wel in de macabere sfeer van het hele toernooi. De eindstrijd werd gespeeld op een steenworp afstand van het marinegebouw waar honderden politieke gevangenen werden gemarteld. Argentinië was in 1978 een land dat werd geregeerd door het misdadige generaalsregime van Jorge Videla. Amnesty International schatte dat negenduizend Argentijnen waren 'verdwenen'. Op het Plaza de Mayo vroegen de 'Dwaze Moeders' de internationale media om aandacht voor hun vermiste kinderen en kleinkinderen. Het was steeds weer ontroerend om te zien hoe deze sterke vrouwen, met hun witte hoofddoeken, vaak te midden van tierende en provocerende landgenoten hun ronde maakten. De Oranje-spelers Jan Jongbloed, Wim Rijsbergen en Wim Suurbier wilden de Dwaze Moeders met eigen ogen zien, maar kregen van KNVB-zijde min of meer een verbod. Nog gekker dan die slappe houding van de voetbalbond was het wereldvreemde gedrag van de Nederlandse ambassadeur Donoré van den Brandeler. Deze tamelijk wereldvreemde jonkheer zag in de kritisch naar Argentinië afgereisde vertegenwoordigers van de Hollandse media in het gunstigste geval een bende communistisch geteisem. Van den Brandeler vond Argentinië juist een prachtland. “Al die verdwijningen waar Amnesty International het over heeft, willen er bij mij niet in. De mensen hebben hier nu eenmaal een sterke vent boven zich nodig. De heer Videla ken ik als een zeer christelijk en goed mens.” Die opvatting van Onze Man in Buenos Aires vond minister Van der Klaauw van buitenlandse zaken te ver gaan. Van der Klaauw had weliswaar geen standpunt ingenomen toen Freek de Jonge en Bram Vermeulen via hun actie 'Bloed aan de paal' opriepen tot een boycot van het WK, maar de doordraaiende jonkheer kreeg een stevige reprimande. Of hij voortaan zijn domme hoofd dicht wilde houden.

De finale Argentinië-Nederland werd op het confetti-veld één grote chaos. De Italiaan Sergio Gonella manifesteerde zich als een ongekende thuisfluiter. Nog vrij lang bleef Oranje beheerst, maar gaandeweg ging iedereen mee in de walgelijke estafette van provocaties. De spelers stonden boksend en schoppend tegenover elkaar. Op veel shirts kleefde bloed. Dick Nanninga maakte zowaar nog gelijk nadat Kempes in de eerste helft de score had geopend. In de verlenging konden door zwak spel van met name Suurbier en Jongbloed de Argentijnen nog tweemaal scoren via Kempes en Bertoni. Rob Rensenbrink had de Cup vlak voor het einde van de reguliere speeltijd zowaar voor het grijpen, maar hij raakte de paal. “Dan hadden we hier nog niet gewonnen”, zei Jan Zwartkruis. In dat geval had Gonella, zo vonden ook de spelers, net zo lang door laten spelen tot hij kans zou zien Argentinië aan een doelpunt te helpen. Rob Rensenbrink was uiteindelijk opgelucht dat hij het veld zonder zwaar letsel kon verlaten. “Dit heb ik eerder nooit meegemaakt. Bijna iedereen had een bloedneus. Die gasten sloegen je voortdurend op je bek.” En Dick Nanninga, de man met het bijna-gouden hoofd: “Er zal wel weer niemand worden gesnapt bij de dopingcontrole. Zo gaat dat hier nu eenmaal. Dit was onvoorstelbaar. Ik werd alle kanten op gestompt, geslagen en getrokken.” Jan Zwartkruis, nogmaals: “De ambiance was puur intimiderend. Dick Nanniga werd twee keer ruim binnen het strafschopgebied neergelegd, maar Gonella legde de bal er gewoon twee keer buiten. Wat kun je dan nog doen?”

Argentinië - Nederland 3-1 (1-0, 1-1) n.v. 38. Kempes 1-0, 82. Nanninga 1-1, 104. Kempes 2-1, 115. Bertoni 3-1. Scheidsrechter: Gonella (Ita). Toeschouwers: 77 260.

Argentinië: Fillol; Olguin, Luis Galvan, Passarella, Tarantini; Ardiles (65. Larossa), Gallego, Kempes; Bertoni, Luque, Ortiz (74. Houseman).

Nederland: Jongbloed; Jansen (75. Suurbier), Brandts, Krol, Poortvliet; Haan, Neeskens, W. van de Kerkhof; R. van de Kerkhof, Rep (58. Nanninga), Rensenbrink.

Deel dit artikel