Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De erfenis van topscorer Coen Dillen

Home

Matty Verkamman

Feyenoord, Ajax, PSV en Vitesse gaan ook in het komende seizoen weer voor de nationale voetbaltitel. Overal worden de begrotingen met miljoenen guldens opgeschroefd en verrijzen nieuwe stadions. Tot aan de start van de competitie belicht Trouw vooral 'De Ambitie' die onder de top leeft. Vandaag deel 4: de topscorers.

Het Record bestaat al sinds 2 juni 1957: de 43 goals van Coen Dillen, gemaakt in het eerste seizoen van de eredivisie. De Ajacied Henk Groot was er in 1961 met 41 doelpunten dichtbij en Marco van Basten zou in de competitie 1985-'86 zonder fysieke tegenspoed Dillen vrijwel zeker van de eerste plaats hebben verdreven. Toentertijd was dat de ambitie, die Van Basten dagelijks bezighield.

Op 16 maart 1986, na 21 competitieronden, had de wonderspits van Ajax al het onwaarschijnlijke aantal van 34 doelpunten achter zijn naam staan; een moyenne van ruim 1,6. In 1957 stond Coen Dillen na 21 wedstrijden pas op 24 goals. Op 19 maart 1986 sloeg voor Van Basten echter het noodlot toe. In Heemstede klapte hij tijdens de bekerwedstrijd tegen de amateurs van RCH door zijn enkel.

Na de schade die Van Basten zich zelf eerder al tegen FC Groningen via een domme revanche-actie had berokkend, werd in Heemstede een volgende stap gezet op de lijdensweg die hem ten slotte te vroeg buiten het internationale topvoetbal zou voeren.

In Heemstede verdween voor Van Basten ook Het Record uit het zicht. In de dertien resterende competitiewedstrijden zou hij nog precies 276 minuten in het veld komen, bij elkaar net drie duels. Drie goals volgden nog, maar Dillen was vanaf het ongeluk bij RCH onbereikbaar geworden. Had Van Basten zonder blessure zijn scoringsritme vastgehouden, dan was hij ruim boven de vijftig doelpunten geëindigd.

Thans lijkt de kans toe te nemen dat Het Record er alsnog aan gaat. Het verschil tussen de smalle top en de rest van het veld in de eredivisie wordt financieel en dus ook sportief steeds groter; er zijn clubs die het met amper tien procent van de begroting van Ajax en PSV moeten doen.

Van de min of meer serieuze competities zijn de goals nergens goedkoper dan in Nederland en Portugal, dat via de Braziliaan Jardel van FC Porto vorig seizoen niet toevallig de Europese topscorer leverde.

In Nederland wordt in doorsnee aanvallend voetbal gespeeld. Zelfs in een 'rampseizoen' als het vorige, schieten PSV en Ajax in een op de vier wedstrijden toch nog tussen de vier en zeven goals bij elkaar. De eredivisie is, kortom, een paradijs voor productieve en tweebenige spitsen als Ruud van Nistelrooij, Nikos Machlas, Luc Nilis, misschien ook wel Ajax' veelbelovende nummer tien Richard Knopper, de Argentijnse Feyenoorder Julio Ricardo Cruz en ook de zeer goal-gerichte Hongaar Gabor Torma van Roda JC.

Wie van dit schuttersgilde uit is op Het Record, moet er nu wel snel werk van maken, want de topclubs zijn achter de schermen bezig het aantal eredivisieclubs tot, bijvoorbeeld, zestien terug te brengen. Dat scheelt vier wedstrijden en dus aardig wat doelpunten per seizoen.

Ruim een kwart eeuw nadat hij zijn Record had gevestigd, zei Coen Dillen uit te zien naar een opvolger. Als PSV-supporter hoopte hij in het begin van de jaren tachtig vooral op Jurrie Koolhof. ,,Maar ook die Kieft van Ajax en Kist van AZ'67 hebben het in zich mijn record te verbeteren. Ik ben benieuwd of ik het nog zal meemaken.''

Dillen zag Van Basten dus oprukken en Kieft scoorde ook volop, maar zijn 43 doelpunten bleven dus onbereikbaar. Romario scoorde er bij PSV ook lustig op los. Net nadat de Braziliaan voor de tweede keer als topscorer van de eredivisie was gekroond, overleed Coen Dillen in de zomer van 1990 aan een hartstilstand.

Eerder had Dillen zijn harde gevechten als aanvaller met tal van lichamelijke klachten moeten bekopen. ,,Topvoetbal is slecht voor een mens. Mijn gewrichten hebben het zwaar te verduren gehad en van mijn rug is ook niet veel meer over. Dat is de prijs die ik heb betaald, maar toch had ik het allemaal voor geen goud willen missen.''

Coenraad Hendrik Dillen, schilder/sigarenwinkelier en ook nog een tijdje calculator bij Philips, was als semi-profvoetballer bij PSV ongekend doelgericht. Tussen 1954 en 1961 speelde hij 195 eredivisiewedstrijden. In die reeks maakte hij 182 doelpunten.

Voor de wedstrijden om de KNVB-beker lag het moyenne van de vijfvoudige international (vier goals voor Oranje) zelfs bijna op twee. Het vreemde was dat Dillen lang niet altijd de centrale aanvaller was. In Piet Fransen, Trevor Ford en Piet Kruiver had PSV in die tijd andere midvoors.

Dillen was doorgaans rechtsbuiten, maar wel een rechtsbuiten die meer oog had voor eigen succes dan voor een afgemeten voorzet. ,,Een solo vanaf de rechterkant naar binnen en dan vanaf twintig meter keihard in een hoek van het doel knallen, daar ben ik altijd op uit geweest.''

Die aanpak van 'Het Kanon' had dus een optimaal rendement in het seizoen 1956-57, vooral na de jaarwisseling. Eind 1956 had Dillen pas twaalf keer gescoord. Vanaf januari 1957 schoot en kopte hij er nog even 31 bij.

Deel dit artikel