De epidemie van de universitaire lijstjes

home

Duitse universiteiten zijn tot bezinning gekomen. Sommige van hen althans. Ze willen niet meer genoemd worden in de ranglijsten van best presterende onderzoeksinstellingen. Een paar honderd hoogleraren hebben hun voorbeeld inmiddels individueel gevolgd.

Niet dat zij het op die lijsten zo slecht doen. Maar ze vinden dat de lijsten een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Ze meten alleen wat gemeten kan worden, en dat is lang niet alles wat er in onderwijs en onderzoek toe doet. Erger nog: dergelijke rankings verleiden onderzoekers tot makkelijk scoren. Met een oog daarop richten research-programma's zich op wat publiekelijk de aandacht trekt en gegarandeerd tot resultaten leidt. Dat is schadelijk voor de vooruitgang in de wetenschap, aldus nog steeds deze hoogleraren in mijn avondblad.

Ze hebben gelijk - misschien nog veel meer dan ze zelf beseffen. Want de mode van de ranglijstjes heeft epidemische vormen aangenomen. Niet alleen tussen universiteiten onderling, maar ook daarbinnen. In het hoger onderwijs is er nauwelijks nog een instelling te vinden die niet jaarlijks zijn beste docent en beste onderzoeker in de bloemetjes zet. Die niet alleen lijstjes aanlegt van ieders wetenschappelijke publicaties, maar ook van wie het vaakst wordt geïnterviewd en zelfs wie het ijverigste twittert.

Ik geef toe: dat kan best leuk zijn. Toen ik als ijverig twitteraar door mijn universiteit laatst simpelweg vergeten bleek, heb ik er een gebelgde e-mail achteraan gestuurd. Maar een beetje kinderachtig blijft het wel. En bij enig nadenken misschien ook wel schadelijk, zoals de Duitse professoren vinden.

Hun vrees voor conformisme is tenslotte niet ongegrond. Onvermijdelijk slaan dergelijke lijsten terug op wát ze meten. Als er een twitter-ranking is, gaan vanzelf meer mensen meer twitteren - niet omdat ze dat zo belangrijk vinden maar vanwege die ranking. Goede twitteraars krijg je daardoor nog niet, net zo min als een ranglijst van beste onderzoekers leidt tot beter onderzoek. Laat staan dat die twee iets met elkaar te maken hebben.

Toch wordt zoiets in de rankings van universiteiten onderling vaak verondersteld. Een hele reeks variabelen moet dan uitmaken wie uiteindelijk 'de beste' is. Vrijwel niemand neemt de moeite die criteria te bekijken, laat staan zich af te vragen hoe relevant ze zijn. Is het werkelijk zo belangrijk hoeveel Nobelprijswinnaars er op een campus rondlopen, gezien het hoge toevalsgehalte van die prijs? Hoe het gesteld is met de man-vrouw ratio - die weinig te maken heeft met de kwaliteit van onderwijs en onderzoek? En - om het meest bizarre, maar historische voorbeeld te noemen - hoe ver je moet lopen naar de dichtstbijzijnde McDonald's?

Toch zijn rankings steeds serieuzer geworden: bij de keuze van studie en universiteit, bij het toekennen van gelden, bij het verlenen van promoties en onderscheidingen. Ze maken in zekere zin zichzelf waar, net zoals op de beurs de derivatenhandel (die gaat over niks) van lieverlee een machtige financiële industrie geworden is. Ook die ranglijstjes zijn derivaten die niks zeggen, maar steeds meer gewicht krijgen omdat het almaar belangrijker wordt op diezelfde lijstjes te worden genoemd.

Het idee komt uit de VS, waar universiteiten al sinds lang de stand bijhouden: niet alleen van de beste docenten maar ook van de slimste studenten. En kijk eens wat die concurrentie-stimulans heeft opgeleverd, roept menigeen. Rijkdom, macht en de beste universiteiten ter wereld!

Dat is maar de halve waarheid. Ook de Sovjet-Unie kon er, met haar cultus van de 'arbeider van de maand' en de 'succesvolste productie-eenheid', wat van. Wat in het ene geval werkte, faalde roemloos in het andere. Ook omdat de werkelijkheid oneindig veel gecompliceerder is dan ooit in een ranglijstje kan worden gevat. Je zou denken dat het hele idee daardoor overtuigend is weerlegd - maar ook dát is, vrees ik, veel te simpel.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie