Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De echte koffieprijs

Home

Jelle Brandsma

De koffieprijs stijgt al jaren. Dat komt door schaarste, maar ook door speculatie. De koffieboer profiteert, maar hoe lang gaat het duren?

Koffie is, na olie, de tweede grondstof van de wereld: ongeveer 25 miljoen boeren in 80 landen leven van de opbrengst van hun koffieoogst. De afgelopen jaren, zeker de laatste maanden, hebben zij geen klagen: nog niet eerder was koffie deze eeuw zo duur. Maar de fikse opbrengst heeft ook schaduwkanten.

In september kostte honderd pound (ruim 45 kilo) koffie gemiddeld 163 dollar, vijf jaar geleden 78 dollar. Volgens Roel Vaessen, secretaris van de European Coffee Federation, wordt wereldwijd ieder jaar gemiddeld bijna 2 procent meer koffie gedronken en is het aanbod momenteel krap. Hoe dat komt? Droogte of juist te veel regen hebben in Latijns-Amerika de oogst deels aangetast. In Colombia, na Brazilië de grootste koffieproducent, hebben veel boeren de afgelopen jaren hun verouderde koffieplanten vervangen. Een plant gaat ongeveer 15 jaar mee. Een jonge plant biedt pas een goede oogst na drie jaar. Daardoor had Colombia last van een lagere oogst.

Han de Groot van het keurmerk Utz Certified zegt: „Die hoge prijs blijft nog wel even.” Jos Harmsen van fairtradekeurmerk Max Havelaar: „Er is onzekerheid of de productie op termijn weer aantrekt en daarom blijft de prijs nu hoog.”

Is er veel speculatie met koffie en heeft dat een prijsopdrijvend effect? Nauwelijks, denkt Vaessen. „Speculatie met de koffieprijs beïnvloedt de markt wel een beetje, maar niet veel. Het zet een trend zwaarder aan. Je kunt niet tegen de stroom in speculeren: als de prijs in een opgaande lijn zit, is speculeren op een lagere prijs onbegonnen werk.”

Harmsen van Max Havelaar ziet speculatie op de termijnmarkt voor koffie als „een bekend fenomeen”. Dat maakt de markt nerveuzer, meent hij. „De dollar is zwak en dus stort iedereen zich op grondstoffen zoals koffie. Een deel van de prijs wordt daardoor kunstmatig beïnvloed. Soms wordt een partij wel zeven keer verkocht voordat hij bij een brander terechtkomt.”

Een koffiefabrikant kan speculatie omzeilen door rechtstreeks een sterke band aan te gaan met een boerencoöperatie. Harmsen: „Starbucks bijvoorbeeld is daarmee bezig. Zij helpen via het fairtradekeurmerk boeren bij kwaliteitsverbetering en bieden ook de garantie dat koffie wordt afgenomen. Dan heb je die tussenhandel niet nodig. Starbucks brengt alle koffie in Europa onder het fairtradekeurmerk.”

De hoge koffieprijs betekent dat boeren beter kunnen investeren, zegt De Groot van Utz Certified. „Boven op de marktprijs krijgen boeren van ons een premie, wij helpen hen om beter te produceren.” Het voordeel van een betere bedrijfsvoering, beter ondernemerschap, is voor veel boeren veel belangrijker dan een hogere marktprijs, zegt De Groot. Wie een goed product levert, krijgt volgens de werkwijze van Utz Certified vanzelf een goede prijs. De prijs blijft daarbij een prikkel om kwaliteit te leveren.

Boeren die gecertificeerd zijn voor het Max Havelaar fairtradekeurmerk krijgen tenminste een minimumprijs. Dat is bij de huidige marktprijs meestal niet nodig. De minimumprijs voor arabicabonen is 135 dollar per honderd pound, inclusief 10 dollar premie. Dat is ver beneden de huidige marktprijs van bijna 200 dollar. Maar wie fair trade gecertificeerd is, krijgt de marktprijs, als die hoger is dan de minimumprijs, plus de premie.

Arabica is de belangrijkste en meest geproduceerde soort koffie. Die wordt vooral in Latijns-Amerika verbouwd. De prijs van een andere soort, robusta, dat vooral in Afrika en Azië wordt geproduceerd, is veel lager: ongeveer 80 dollar. De minimumprijs daarvoor is 111 dollar inclusief 10 dollar premie voor onder meer sociale projecten. De premie komt terecht bij de coöperaties, die beslissen samen met de boeren hoe dit premiegeld wordt besteed.

Hoge prijzen zijn in het algemeen gunstig voor boeren, maar het stelt de coöperaties wel voor het probleem dat zij flink wat liquide middelen achter de hand moeten hebben om de boeren vooruit te betalen. Bovendien kunnen boeren soms in de verleiding komen over te stappen naar een andere opkoper: bij een fairtrade of Utz-coöperatie krijgen zij weliswaar een premie, maar de prijs is ook zonder die premie al hoog. Harmsen: „Dit maakt de markt nerveus. En daar is niemand bij gebaat.”

Alhoewel de marktprijs momenteel hoger is dan de minimumprijs, blijft fairtradecertificering belangrijk, meent Harmsen. De coöperatie krijgt voorfinanciering van de oogst. De boeren hebben ook zekerheid dat de bonen worden afgenomen, de wereldmarktprijs kan immers ook weer dalen. En ze kunnen investeren in een betere kwaliteit van hun product. Bijvoorbeeld door biologisch te gaan produceren. „Toen wij in 1988 begonnen met Max Havelaar waren er nauwelijks koffieboeren die biologische bonen konden leveren. Nu is iets meer dan de helft van de oogst biologisch. Dat biedt boeren meer mogelijkheden het product te verkopen.”

Het aandeel duurzame koffie groeit. Vaessen: „Duurzaam werken, met een keurmerk, betekent voor koffieboeren dat zij een betere administratie moeten gaan voeren, dat de technieken op een hoger plan komen. Op termijn zie je dat terug in lagere kosten en hogere opbrengsten. Bij de consument is meer vraag naar gecertificeerde koffie. Branders onderkennen dat.” Marktleider Nestlé kondigde in augustus aan op grotere schaal duurzame koffie op te kopen. Traditionele branders brengen een steeds groter deel van hun koffie onder bij een duurzaam keurmerk. Utz verwacht dit jaar een groei van 30 procent.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel