Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Drentse gronden van Mevrouw Moret

Home

door Annemarie Kok

Ze bezit duizenden hectares verspreid over Zuid-Drenthe. Elke gemeente die er wil bouwen, een fietspad wil aanleggen of een riool, krijgt met haar te maken. Bestuurders vrezen haar onbuigzaamheid. Pachters durven niet tegen haar in te gaan. Magreta Femmy Moret-Wessels Boer.

Bij het kadaster Drenthe kennen ze haar goed. Vroeger, toen je er nog gewoon bij de medewerkers naar binnen kon lopen, was ze volgens een van hen “als kind aan huis, ze kwam gerust even op de rand van je bureau zitten”.

Mevrouw Moret is grootgrondbezitter, van het type dat tot een ver verleden lijkt te behoren. Het hardnekkige verhaal gaat dat ze over haar landerijen van Zuidwest-Drenthe naar Duitsland kan lopen. Ze kan over eigen grond de hele provincie rondwandelen, luidt een ander gerucht. Niet waar, weet een medewerker van Staatsbosbeheer die haar al jaren kent. Dat neemt niet weg dat geen andere particulier in de provincie zoveel grond heeft.

In het Drentse kadastraal register staan 771 percelen op haar naam. Dat betekent dat ze duizenden hectares - weidegrond, bouwland, bos en hei - in de provincie heeft liggen: een groot deel van het totale Drentse grondoppervlak.

Ze bezit in Drenthe ook tientallen boerderijen en verscheidene burgerwoningen. In Friesland heeft ze 125 percelen, waaronder een bos- en heidegebied van ongeveer honderd hectare bij Beetsterzwaag, dat ze vijf jaar geleden wist te verwerven. Ook in Overijssel heeft ze grond, 23 percelen. Een medewerker van het kadaster Zwolle is alleen al van dat relatief kleine aantal onder de indruk. Bladerend door het geautomatiseerde bestand mompelt hij: “Nou, die mevrouw heeft heel wat.”

Magreta Femmy Moret-Wessels Boer, heet ze voluit. Een groot deel van haar gronden is mede-eigendom van haar negentigjarige moeder Geesien Wessels Boer-Pol. De twee erfden een kwart eeuw geleden elk de helft van het bezit van hun (groot)vader Harm Pol uit De Wijk, bij Meppel.

Het familiebezit strekt zich uit over het zuidwesten en zuidoosten van de provincie Drenthe, van Meppel tot Coevorden, van Vledder tot Oosterhesselen. De ontstaansgeschiedenis is er een van op een slimme manier grond verwerven, de gunstige omstandigheid van weinig erfgenamen zodat het bezit grotendeels bij elkaar bleef, en zorgvuldig gekozen huwelijksrelaties.

De overgrootvader van Magreet Moret, de landbouwer Arend Pol, trouwde in 1870 'een Eleveld', telg van een destijds vermogende familie. Zoon Harm was gehuwd met 'een Rigterink', een ander rijk Drents geslacht. Mevrouw Moret, die enig kind was, is nu 59. Haar man Werner Moret stierf een paar jaar geleden. Kinderen hebben ze niet gekregen.

Aan het beheer van haar bezit heeft ze meer dan een dagtaak. Met verve beschermt ze het tegen afkalving als gevolg van de uitbreidingsdrift van gemeenten. Altijd is ze onderweg naar ambtenaren, notarissen, rechters. Haar hoogbejaarde moeder is haar adviseur (“Ik moet het er met mammie over hebben”, zegt mevrouw Moret vaak), ook in het tijdrovende verkeer met de pachters, bij wie ze meestal samen op bezoek gaan.

Een oud-ambtenaar die - net als verscheidene andere bronnen - anoniem wil blijven uit angst voor 'trammelant', herinnert zich de tijd dat de vrouwen nog niets te vertellen hadden. In het woonvertrek van de boerderij van Harm Pol werd al uren onderhandeld over de prijs van twee terreinen, in totaal 22 hectare, die de gemeente wilde gebruiken voor industrie en woningbouw. Uiteindelijk ging Pol akkoord met de transactie. Aan tafel zaten ook Geesien en Magreet. Met strakke gezichten. Ze wisten: het is onze zaak niet, nóg niet. Maar toen Pol de volgende dag de voorlopige koopakte kreeg voorgelegd, kon Geesien zich niet inhouden. “Dit gebeurt nooit weer!” riep ze. En snikte het uit.

Ze genieten inmiddels de reputatie van keiharde zakenvrouwen: “Ze gaan altijd tegen iedereen in.” “Ze willen optreden tegen alles wat met de overheid te maken heeft.” “Hun bezit, daar mag geen mens aankomen. Wie dat wel doet, wordt afgestraft.”En: “Magreet gaat altijd tot de bodem.”

Mevrouw Moret is een begrip. Maar ook een mysterie. Wat drijft haar? Zelf wil ze het antwoord niet geven. “Wat wij doen is niets bijzonders”, kapt ze een verzoek om een interview af. “En nu ga ik weer aan het werk.” Anderen, onder wie drie oud-wethouders, noemen haar 'een fenomeen', een dame met macht. Door haar grondbezit en dominante persoonlijkheid, stellen zij, is mevrouw Moret al twintig jaar een moeilijk te nemen hindernis in bestuurlijk Drenthe.

K. Tissingh was van 1978 tot 1994 als wethouder verantwoordelijk voor de grondaankopen in de inmiddels opgeheven gemeente Ruinen. In zijn woonboerderij in Ansen, met uitzicht over uitgestrekte akkers, vertelt hij: “Elke gemeente in dit deel van de provincie die een fietspad of een riool wil aanleggen of huizen wil bouwen, vraagt zich meteen af: ligt Moret er ook? En als je weet dat je met Magreet te maken krijgt, moet je je afvragen: hoe kunnen we haar plooien?”

Tissingh beschrijft hun eerste ontmoeting, in het voltallige college. Het ging over een stukje grond in het dorp Echten van maar een paar are. De gemeente wilde er woningen bouwen. Maar 'Magreet' peinsde er niet over het te verkopen. Na een tijdje raakte het geduld van de burgemeester op. “Ik begrijp niet waar u zich zo druk over maakt”, zei hij. “U heeft zoveel grond!” De oud-VVD-wethouder: “Dat was tegen het zere been. Ze liep de kamer uit en het duurde weken voor we weer om de tafel zaten.”

Mevrouw Moret wil nooit grond verkopen, merkte hij later. Zelfs geen klein strookje. “Je moest altijd minstens het dubbele in ruil aanbieden, liefst aansluitend op een van haar bestaande percelen.”

Zelf is hij er op die manier steeds met haar uitgekomen. En, benadrukt hij, door haar altijd serieus te nemen. Alleen de laatste keer dat hij als wethouder tegenover haar stond liepen de zaken vast. “Vijf jaar geleden hadden we vijftien hectare nodig voor een nieuwbouwwijk. Er lagen daar zes verschillende eigenaren. Wij boden ieder dezelfde prijs: acht gulden per vierkante meter. Als enige zei Magreet: 'Da's veuls te weinig, ik moet minimaal 25 gulden hebben'. En anders moesten we maar onteigenen. Maar, zei ze er bij: dan is de kans groot dat jullie uiteindelijk net zo duur uit zijn.” Gelukkig lag haar grond aan de buitenkant, we hadden haar niet echt nodig. De groenstrook die we daar hadden gepland is er alleen niet gekomen.”

Mevrouw Moret gaat stijfjes gekleed en leeft sober en zuinig. Tweedehands auto's zijn haar niet te min. Ze rijdt al jaren in een Mini. Ze is lid van de VVD, net als haar man vroeger, die wethouder was.

Moret was 'een fijne vent', zeggen verschillende mensen, 'een sociaal mens'. Maar hem zag je weinig. “Hij leidde z'n eigen leven”, wordt er een beetje spijtig gezegd. En: “Hij kreeg geen kans”. Zoals dat ook was gegaan met Roelof Wessels Boer, de vader van Magreet. Die werd ook buiten de grondpolitiek gehouden, hing erbij, beweert iemand die de familie goed heeft gekend. Een ander gelooft dat Moret wel enige invloed had op zijn vrouw, maar: “hij paste niet tussen mammie en haar”.

Mevrouw Moret kan “tekeergaan als een gek”, met haar zware stem. Afspraken op het gemeentehuis begint ze vaak met een lange lijst kritiekpunten over het bestuur. Ze laat niet met zich sollen. Gaf ooit opdracht een graafmachine stil te zetten, toen die op haar grond kwam om een project uit te voeren. Omdat er een overheidssubsidie in het spel was, moesten de werkzaamheden voor een bepaalde datum beginnen. Met andere betrokken grondeigenaren was de transactie op dat moment al rond, met haar nog niet.

Haar geheugen is haast legendarisch. “Als je met haar aan de gang gaat, moet je goed denken over de zetten die je doet, want ze vergeet niet gauw”, wordt er gezegd. Oud-wethouder Tissingh: “Ze kent elk perceelnummer uit haar hoofd, tot het kleinste stukje grond aan toe.” Een ander: “Zij weet tot en met het kleinste boompje wat van haar is. Is er ergens een omgezaagd, dan heeft ze dat meteen door”.

Volgens een ingewijde leerde Magreet al vroeg de omgeving scherp observeren. Als jonge vrouw, vertelt hij, werd ze meegestuurd met reisjes van de plattelandsvrouwen, om gade te slaan hoe die erbij liepen. En daaraan af te lezen of de pachters misschien niet een beetje al te goed boerden. Mevrouw Moret houdt van de natuur. Maar wat directeur E. van der Bilt van de Stichting het Drentse Landschap dan niet begrijpt is dat zij bij Zuidwolde, op haar grond, een motorcrossbaan toestaat, waardoor een natuurgebied “aan flarden wordt gejaagd”. Bovendien, zegt Van der Bilt, wil ze niet meewerken aan het omvormen van landbouwgronden tot 'nieuwe natuur', althans, ze is niet genegen bezittingen voor dat doeleinde te verkopen. “Wij zijn genoodzaakt buiten haar eigendommen om te opereren.”

Hoewel ze het probeert te vermijden, móet Moret soms verkopen. De aanleg van de provinciale infrastructuur in de jaren zestig en zeventig, waaronder de A28, sloeg flinke gaten in het bezit. De huidige grondaankoopster van de provincie Drenthe kent alleen de verhalen van gepensioneerde collega's: “Het was altijd moeilijk onderhandelen met de familie Pol.”

Ze blinkt uit in juridische steekspelletjes. Bij grensgeschillen weet ze de tegenpartij vaak zover te krijgen dat die een grensbepaling laat verrichten door het kadaster, en dus voor de kosten opdraait, zegt een medewerker van die instantie. Ze wint veel van de procedures, waarin ze onophoudelijk verwikkeld is. Over onteigening, prijsstelling, melkquota. Nooit ziet ze een mogelijkheid om te 'beuren' over het hoofd.

En toch: geef moeder en dochter eens ongelijk. Ze staan volledig in hun recht, moet iedereen toegeven. “Zoals Magreet haar zaakjes voor elkaar heeft, dat heb ik altijd fantastisch gevonden”, wil Tissingh kwijt. Er zijn er meer die bewondering hebben voor de deskundige en doortastende manier waarop mevrouw Moret haar belangen behartigt. Of het eigenlijk wel mooi vinden hoe zij ijverige plannenmakers de oren wast. Maar er wordt ook schande gesproken over 'Magreet'.

Sommige bezittingen laat ze verslonzen, wordt er hoofdschuddend gezegd. In het gehucht Ansen, bij Ruinen, liggen al bijna twintig jaar de resten van een afgebrande boerderij. Het weerhield haar er niet van dwars te liggen bij de ruilverkaveling, ze vond dat haar te weinig grond was toebedeeld bij de boerderij. Terwijl toen allang duidelijk was dat die nooit meer opgebouwd zou worden.

In Meppel staan al tien jaar twee verkrotte woninkjes waarvan er inmiddels een is afgebrand. En dat zijn lang niet alle voorbeelden. Het is ook nog niet het hele verhaal over mevrouw Moret. De pachters zijn er ook nog. Met hen is het net als met de ambtenaren: sommigen 'kunnen heel goed met haar', anderen 'kunnen slecht met haar', zoals ze in Drenthe zeggen. Maar anders dan ambtenaren betitelen pachters uit het laatste kamp haar handelwijze als 'maatschappelijk onverantwoord', 'onfris'.

Ze verkocht op eigen houtje een kuilbult met maïs, die pachter Luchien Gort na zijn pensionering tijdelijk bij de boerderij mocht laten liggen. Gort vertelt dat hij vervolgens naar de politie ging. Maar die kon niets doen, het zou een civiele kwestie zijn, en zoiets leek hem geen beginnen aan.

Gort is drie jaar geleden gestopt, na een leven van veehouden, maïs, bieten en aardappels verbouwen. Hij woont nu in een eenvoudig appartement in Hoogeveen. Op de deurmat staan zijn gele klompen. Gort pachtte al dertien jaar 'losse grond' van Magreets grootvader Harm Pol, toen die hem begin jaren zeventig vroeg of hij geïnteresseerd was in een boerderij.

Niet alle pachters hadden goede ervaringen met Pol. Het streekblad 'De kleine boer' schreef in 1947 een 'kort verhaal' over hem. Met als veelzeggende titel: 'Moderne roofridders': “In een heel pover jasje en een dito broekje, gecompleteerd door een speciaal soort pet flaneert hij door Drenthe's landouwen met de stereotiepe tronie van de welbewuste bezitter, die heel gemoedelijk zijn nietszeggende orakeltaaltje uitslaat ten aanhore van zijn onderdanen”.

Dan volgt de trieste geschiedenis van boer Jan, die door Pol werd aangezocht een vrijgekomen boerderij te huren. Alles gaat fantastisch, tot de boerderij afbrandt. Toch zaait en ploegt boer Jan door, in de hoop dat het huis ooit zal worden opgebouwd. Ook als zijn vrouw van verdriet is gestorven weet hij vol te houden. Maar het loopt slecht af. Op een dag komen 'de slaafse trawanten' van 'Harm de machtige' zijn haver oogsten en ontneemt Pol hem zonder enige vergoeding het land.

Bij Luchien Gort en zijn familie gold Pol evenwel als een betrouwbare vent. “Het was een gunst als je van hem mocht pachten. Als je zelf niet goed bekendstond, vroegen ze je niet”, zegt Gort. Hij nam zijn intrek in een boerderij in het gehucht Kraloo, aan de rand van het Dwingelderveld, ten noorden van Hoogeveen, met een stuk land van 31 hectare erbij.

Een paar jaar later overleed Pol. Magreet stond klaar om de zaken over te nemen. Ze had, na de hbs in Meppel, met succes de Land- en tuinbouwschool in Frederiksoord doorlopen. Maar het was haar opa die Magreet de kneepjes van het grondbeheer had bijgebracht Als jonge vrouw trok ze vrijwel dagelijks met hem op. Als meisje al vergezelde ze hem tijdens zijn bezoekjes aan de pachters.

Op Pols begrafenis kwam Magreet - ook de pachters noemen haar bij de voornaam - op Gort af. Het was haar niet ontgaan dat zijn dak door een zware storm zwaar beschadigd was. Gort: “Ze zei: ik help je wel het te repareren.” En hij ging aan de slag met een nieuw rieten dak. Het kostte hem 62 000 gulden. Maar de beloofde bijdrage kwam nooit.

Vijftien jaar later botste hij opnieuw met haar. Hij vond dat het pachtgeld erg hoog was geworden. Elk jaar kwam er weer een paar duizend gulden bij. Boer Gort was niet bang, zoals sommige van haar andere pachters. Hij stapte naar de pachtkamer. En kreeg gelijk.

Kort erna kwam een collega bij hem met een raar verhaal: “Magreet heeft me gevraagd al je twintig paarden weg te halen. In ruil biedt ze mij een perceeltje om aardappels te poten. Ze zegt dat je al twee jaar niet hebt betaald.”

Het maakt Gort, zoveel jaar later, nog steeds van streek. “Ik had nog nooit met iemand problemen gehad. En dan wordt er ineens zo over je gepraat. Zo gemeen!” Maar toen hij haar dat verweet, zei ze: “Dan had je maar niet zo'n grote mond moeten hebben bij de pachtkamer.” Sindsdien eiste hij altijd een kwitantie.

Eigenlijk, gaat Gort verder, waren er doorlopend ergernissen. Ze deed nauwelijks iets aan de boerderij, die al wat verwaarloosd was toen hij erin kwam. Maar als ze langskwam, met haar moeder, stonden ze wel “op een vervelende manier rond te loeren, de schuur, het achterhuis te inspecteren”. En ze bleven altijd langer plakken dan hem lief was. “Ze meenden dat ze mij helemaal in hun macht hadden. Dat sprak uit hun hele gedrag.”

“Je hoort vaak dat Magreet zich intensief met de bedrijfsvoering bemoeit, dat ze zeer bevoogdend is”, beaamt oud-wethouder Tissingh, die zelf boer is geweest. “Ze is er ook geen fan van dat boeren zelf grond verwerven, dan worden ze te onafhankelijk.”

“Zolang haar pachters zich als horigen gedragen is er niets aan de hand”, zegt een andere boer.

Ze is niet bij iedereen geliefd, dat weet ze zelf ook wel. Maar dat kan haar niets schelen, wordt er meer dan eens opgemerkt. Ze moest lachen toen een uitvoerder van grondwerkzaamheden die haar over een sloot zag springen riep: “Jammer dat je je nek niet hebt gebroken”. “Ja”, riep ze terug, “dan waren jullie mooi van me af geweest.”

“Waarom toch altijd dat vechten?” vraagt Tissingh zich af. “Wat bezielt zo'n vrouw? Onvoorstelbaar dat je zo leeft. En nog uit vrije wil ook.”

Een oude bekende denkt juist dat Magreet weinig te kiezen had. “Een vloek”, noemt hij de erfenis waarmee ze werd “opgescheept”. “Magreet was een levenslustige vrouw, maar ze is helemaal ingepakt door dat bezit. Ze werd geleefd door haar moeder. En dat accepteerde ze, want moeder is alles voor haar, zoals vroeger opa alles was.”

Een van haar pachters worstelt met de vraag wat mevrouw Moret drijft om “zoveel boeren ongelukkig, murw te maken”. Hij vertelt dat ze moeite heeft met de schaalvergroting van boerenbedrijven. En niet alleen omdat het de pachters te machtig zou maken. “Ze wil Drenthe bij het oude laten. Over een nieuwe schuur of ligboxstal valt in principe wel te praten. Maar die moet dan worden gemaakt van hout, net als honderd jaar geleden. En als er een rieten dak op zat, moet het riet blijven. Ze wil geen grote bouwwerken van steen of ijzeren profielplaten. En je moet meteen iets aan begroeiing doen. Een schuur mag na tien jaar niet nog steeds kaal in het landschap staan.”

Hij respecteert haar esthetische opvattingen, maar het maakt hem kwaad dat ze niet voor alle pachters dezelfde strenge normen hanteert. “Ze meet met vijf maten. Wie zich onderdanig gedraagt, krijgt meer ruimte dan een ander. Wie anders wil dan zij, loopt het risico gepest en gedwarsboomd te worden. Sowieso ben je jaren bezig om bij haar iets voor elkaar te krijgen.”

“Sommigen”, vervolgt hij, “zijn veroordeeld tot een veel te kleinschalig bedrijf en een minimaal bestaan. Er zijn pachters die om die reden bij haar weggaan. Anderen blijven, maar bijna niemand durft iets tegen haar te ondernemen, want een halfjaar later heb je haar weer nodig. En dan zou ze je weleens terug kunnen pakken. Dat dit nog gebeurt in deze tijd, in een democratisch land, het is eigenlijk niet te geloven.”

Deel dit artikel