Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dorheid van het geloof

Home

Stephan Sanders

© Jean-Pierre Jans

Nieuwkomer Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven. 'Ik neem het woord God in de mond, om te zien of ik het kan uitspreken zonder te giechelen.' Op deze plek doet hij maandelijks verslag van zijn vorderingen.

Het concert is halverwege, ik ken deze symfonie, thuis grijsgedraaid en altijd weer tot op het bot geraakt. En terwijl het orkest voor mijn ogen zwoegt, en de dirigent stuwt en duwt, gebeurt er met mij zozeer niets. Ik herken de frasen, ik weet wat er komen gaat en anticipeer op de gevoelsbewegingen die mijn innerlijk zullen omwoelen. Maar er wordt niets omgewoeld, ik zie machteloze gebaren, ik hoor iets dat vertrouwd en dierbaar zou moeten zijn, maar dat nu oudbakken is.

Lees verder na de advertentie

De magische overdracht vindt niet plaats: het kan aan de uitvoering liggen, aan de dirigent, maar vooral toch aan mij. Op dit moment niet ontvankelijk. Niet in staat de röntgenwerking van de noten te ondergaan. Alsof ik geïmpregneerd ben, muziekafstotend.

Ik herken de frasen, ik weet wat er komen gaat en anticipeer op de ge­voels­be­we­gin­gen die mijn innerlijk zullen omwoelen

Dat levert niet meteen een levenscrisis op. Terug naar huis op de fiets denk ik hooguit: jammer. Of: verkeerde zitplaats, verkeerde moment, te gepreoccupeerd met andere zaken. Maar het zou niet in me opkomen om de dramatische conclusie te trekken: 'Het is voorbij. Ik ben verloren voor de muziek. Ik heb eigenlijk nooit in muziek geloofd. Ik heb mezelf al die tijd voor de gek gehouden.'

Maar o, wat ligt dat bij geloofszaken gevoelig.

Verzachtende omstandigheden: de tijd van het kerkelijk jaar. Pasen is toch het meest onbevattelijke en mysterieuze hoogfeest van de christelijke kalender, en wanneer ik daarna de kerk bezoek, 'de derde, de vierde zondag van Pasen', slaat de dorheid toe.

(Tekst gaat verder onder de illustratie) 

© martien ter veen [mail@martienontwerpt.nl]

Hemelvaart. Ja, nu mogen wij ons verweesd voelen, want Hij is weg. Maar niet voor lang, want we zijn onderweg naar Pinksteren, en dan zullen wij, net als de discipelen zijn ademgeest weer voelen, sterker dan ooit.

Maar ik beleef dus heel weinig tijdens die na-Pasen-Missen. Alsof er een compleet orkest is opgetrommeld dat geen geluid voortbrengt. Going through the motions: ik kniel, ik zing, ik bid, en zie hoe werktuiglijk dat gebeurt. Nu denk ik wel meteen: ik ben een komediant, ik ben helemaal niet gelovig. Ik wil er meteen een crisis van maken, een definitieve breuk: de echtscheidingspapieren liggen al klaar, tussen God en mij gaat het niet, en ik wil weg.

Wat maakt dat ik zo weinig geduld kan opbrengen met het geloof?

Wat maakt dat ik zo weinig geduld kan opbrengen met het geloof? In de liefde lukt het me, in de vriendschap, bij het lezen; boeken die me tot pagina 143 volmaakt onberoerd laten, maar nooit het idee: boeken, weg ermee. Maar de eerste geloofscrisis is meteen reden tot gedachten over een volkomen ontmaskering. Niet alleen heb ik mezelf een loer gedraaid, ook mijn omgeving. Ik heb me aangesteld.

Scepsis 

Voor een deel valt die heftige reactie te verklaren uit diezelfde omgeving, die zich in mijn hoofd heeft geïnstalleerd als een Grieks koor. De scepsis van de anderen, die van mijn geloofswending hoorden: 'Wat is er in godsnaam met die man gebeurd?' De scepsis die trouwens ook zolang de mijne is geweest, en die bij het minste of geringste geactiveerd wordt, alsof daarmee het laatste woord gesproken is. Scepsis voelt aardser dan overgave. Of misschien moet ik zeggen: veiliger, comfortabeler. De scepticus heeft zijn verlies al genomen, en kan niet wachten tot ook de laatste gelovigen zijn zieltogend voorbeeld volgen. Ik weet dat donders goed als gewezen scepticus, ik heb een paar jaar geleden een sprong gewaagd en krijg nu ineens last van hoogtevrees. Daar aan de grond, daar is het safe.

Maar wil ik op safe spelen?

De Tsjechische schrijver en priester Tomas Halik schreef het boek 'Geduld met God'. Hij is de man die de stormen van het communisme doorstond, van de meest agressief atheïstische soort. Hij werkte in de toenmalige DDR met drugsverslaafden - die officieel in de Boeren- en Arbeidersstaat helemaal niet bestonden. En hij is bekend met de God die zich niet openbaart, maar zich hult in stilte, in verborgenheid.

'Geduld, geduld', laat Bach de tenor zingen, in de meest duizelingwekkende aria van de Mattheus Passion 'Wenn mich falsche Zungen stechen'.

Misschien is dat nog wel mijn grootste shock: dat geloof van mij is afhankelijk van andere mensen

Verkeerde tongen: dat is toch wat anders dan de vurige tongen die ons met Pinksteren worden beloofd.

Maar terug naar de kerk, mijn dorheid en de loosheid, zoals ik die op dat moment ervaar. Wat ik er niet bij heb verteld: ik ga bijna altijd naar de kerk met P., mijn geloofscompagnon, die ongeveer terzelfder tijd de geloofssprong ondernam als ik. Maar de laatste keren liepen wij elkaar mis.

Misschien is dat nog wel mijn grootste shock: dat geloof van mij is afhankelijk van andere mensen. Als bij een taal: die kan ook nooit eenpersoons zijn.

En als ik dan de kerk verlaat, un peu desolé staat daar vriend P. te wachten: hij had geen zin in de Mis, zegt hij, wel in mij, en wij lopen samen verder om door te te gaan met die ongelofelijke en onmogelijke dingen.

Lees ook: 'Het christelijk geloof blijkt ontzettend onpraktisch'

Deel dit artikel

Ik herken de frasen, ik weet wat er komen gaat en anticipeer op de ge­voels­be­we­gin­gen die mijn innerlijk zullen omwoelen

Wat maakt dat ik zo weinig geduld kan opbrengen met het geloof?

Misschien is dat nog wel mijn grootste shock: dat geloof van mij is afhankelijk van andere mensen