Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dood laat ook de anatoom niet koud

Home

Jeroen den Blijker

Snijzaal 3 in het UMCG Groningen. Assistenten in opleiding krijgen hier een cursus neuro anatomie. Foto © Reyer Boxem

Wie zijn lichaam ter beschikking stelt aan de wetenschap, belandt uiteindelijk op de snijzaal - domein van preparateurs en anatomen. Zij geven zelf de voorkeur aan een andere eindbestemming. Waarom?

Een paar dagen voordat de afspraak tot stand komt, verstuurt Peter Gerrits, anatoom aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) nog een mailtje. Of een bezoek aan een andere snijzaal niet beter is. "Amsterdam heeft twee anatomische instituten en dat is dichterbij", suggereert hij. Gerrits zit duidelijk niet te springen om publiciteit.

Niet dat hij of zijn collega's in Groningen iets te verbergen hebben. Integendeel. De snijzalen in Groningen zijn de modernste in Europa, zegt hij met onverholen trots. En inderdaad, ze ogen spiksplinternieuw. Veel roestvrij staal, strakke verlichting. Steriel, net als operatiekamers. "Maar je moet je altijd afvragen: wat betekent publiciteit voor onze medewerkers?", zegt de anatoom.

Prepareren
Het werk van bijvoorbeeld preparateurs is zo al zwaar genoeg. Zij zijn het immers die, uit naam van de wetenschap, in de catacomben van het UMCG de lichamen in ontvangst nemen van de begrafenisondernemer. Zij zijn het ook, die deze lichamen wassen en ontdoen van alle beharing, waarna het eigenlijke balsemen kan beginnen. Daarbij wordt, via de liesslagader, zo'n 15 liter conserveervloeistof in de bloedvaten gebracht, om de ontbinding te stoppen. En zo zijn ook zij het die gedoneerde lichamen invriezen, geheel of in delen. Gerrits: "Om dat allemaal te kunnen doen, moet je een zekere afstand kunnen bewaren tot je werk."

Bovendien, iedere keer als Gerrits' instituut de krant haalt, nemen potentiële donoren contact op voor nadere informatie. Maar net als zes andere anatomische instituten van academische centra in Nederland, zit Groningen niet verlegen om extra ter beschikking gestelde lichamen voor de opleiding van studenten en artsen. Met 85 lichamen op jaarbasis zit het instituut al lang en breed aan zijn taks.

Weerzin
Toch is er een reden om juist bij Gerrits langs te gaan. Met promovenda Sophie Bolt en enkele collega's publiceerde hij onlangs een studie naar de eigen beroepsgroep, de Nederlandse Anatomen Vereniging (NAV). De vraag die werd voorgelegd is eenvoudig: zou u uw eigen lichaam ter beschikking willen stellen voor de wetenschap? Het antwoord daarop is duidelijk. Gerrits' beroepsgroep voelt daar bitter weinig voor.

De resultaten van het onderzoek liggen daarmee in lijn met eerdere, buitenlandse studies onder studenten geneeskunde en artsen met ervaring in de anatomie. Ook zij voelen weinig voor lichaamsdonatie. Kennelijk bestaat er zoiets als de regel 'hoe dichterbij de snijtafel, hoe groter de weerzin tegen lichaamsdonatie'.

De overwegingen van de Nederlandse anatomen om 'nee' te zeggen lopen nogal uiteen. Begrijpelijk is dat ongeveer 12 procent bedankt omdat het 'anatomiewereldje van Nederland toch al zo klein is'. Je kunt het je collega toch niet aandoen bij hem op tafel te belanden?

Even zo invoelbaar is het dat een kwart bedankt uit 'sociale overwegingen'. Daarbij spelen vooral vrienden en familie een rol. Die gruwen vaak bij de gedachte dat hun een behoorlijk afscheid van hun dierbare wordt ontnomen. Immers, een crematie of begrafenis zonder de persoon in kwestie in een kist, voelt al snel als zinloos. Bovendien zijn familieleden en vrienden ook op de hoogte van de schaduwzijde van het werken op en rond het anatomielab - waarover hieronder meer.

Daarnaast heeft een kleine 10 procent van de NAV-leden zich geregistreerd als orgaandonor. Dat sluit lichaamsdonatie meestal uit.

Maar er is ook een categorie antwoorden die rechtstreeks verwijst naar de huidige praktijk van anatomische instituten. "Het idee in een fixatiebad te liggen, naast een tweede, mij onbekend persoon, lijkt me nog vreemd en irrationeel", vult bijvoorbeeld een van de ondervraagden in. En zes keer wordt gemeld dat inside information noopt tot weigering. Of, zoals een anatoom schrijft: "Ik weet er teveel vanaf."

Respectloos
Niet dat er in anatomische instituten respectloos wordt omgesprongen met lichamen - daar is eigenlijk niemand bang voor. Of ja toch, één van de 54 ondervraagden wijst op die mogelijkheid. Maar hoe serieus dat is? In de praktijk kom je gebrek aan respect eigenlijk niet tegen bij de snijtafel, legt anatoom Gerrits uit. Voordat een eerstejaars student in de buurt van een geprepareerde arm, been of hoofd mag komen, moet deze eerst een voorbereidend college doorlopen. "Dan leer ik ze de mores van de snijzaal, maar ook de historie van het vak." Ter illustratie toont hij een uitgebreide powerpoint, waarin allerlei aspecten van de anatomie aan bod komen. "Zo leiden we studenten langzaam maar zeker naar de snijzaal. Vergeet niet: sommigen hebben nog nooit een dode gezien." Ook daarom is er bij zo'n eerste 'confrontatie' altijd voldoende personeel aanwezig, preparateurs én docenten.

Zo'n aanpak lijkt een ingetogen sfeer in de hand te werken, blijkt in de grote snijzaal. Achterin is een groepje studenten met enkele geprepareerde ledematen in de weer, voorin bestuderen twee studentes de spierbundels van een dijbeen. De rest van het been is, heel prudent, aan het zicht ontnomen door een zorgvuldig teruggeslagen lap stof.

Ook de manier waarop in de praktijk ledematen of lichaamsdelen worden geprepareerd is geen belangrijke overweging om tegen de donatie van het eigen lichaam te zijn, zo lijkt het even later in een andere snijzaal. Daar staat hoofdpreparateur Klaas van Linschoten. Hij werkt al sinds 1979 in het UMCG, praat met passie over zijn vak en legt daarbij een duidelijke liefde aan de dag voor het ambachtelijke karakter.

Leerzaam
"Wij preparateurs krijgen bijvoorbeeld wel eens de opdracht om een plaatje uit de anatomische atlas na te maken. Bijvoorbeeld een romp, met opengewerkte buik. Dat kan natuurlijk." Voordeel van zo'n driedimensionale afbeelding is dat alle organen ten opzichte van elkaar op dezelfde plaats blijven liggen. Prima oefenmateriaal dus voor chirurgen die een nieuwe operatietechniek willen leren.

Van Linschoten grossiert in wetenswaardigheden. Over de druk (0,8 Bar) waarmee bloed, via de liesslagader, uit het dode lichaam wordt verwijderd, om plaats te maken voor conserveringsvloeistof. Of over de ingevroren lichamen, die toch wel zo'n dag of drie moeten ontdooien voordat ze geschikt zijn voor de snijzaal. "Dan kan je ze maximaal twee dagen bewaren. Met het ontdooien, start namelijk ook de ontbinding." En wat er daarna mee gebeurt? "De humane resten gaan uiteindelijk naar het crematorium", zegt Van Linschoten. Vaak betreft het dan een groepscrematie, van meerdere stoffelijke resten. Want één kist is al snel te royaal voor wat er resteert van een lichaam.

Maar ook voor Van Linschoten kent zijn vak een aspect waar hij maar liever niet lang bij stilstaat, zo blijkt even later in de 'ontvangstzaal'. In deze ruimte draagt de begrafenisondernemer officieel het lichaam over aan het anatomisch instituut. Middenin die ruimte staat een lintzaagmachine. Die staat daar niet voor niks. "Dat zijn werkzaamheden waarbij je niet teveel moet nadenken", zegt Van Linschoten.

Feit is dat voor een college bijvoorbeeld al snel twintig, dertig schedels nodig zijn. Voor andere colleges een x-aantal ledematen of juist een romp. "Dat moet dan wel geregeld zijn", zegt de hoofdpreparateur.

Mentale belasting
Gerrits denkt dat juist dit aspect verklaart waarom preparateurs en anatomen niet warm lopen voor donatie van het eigen lichaam. "Het is zeker belastend als je de opdracht krijgt hoofd en ledematen te scheiden van een lichaam. Of als je daar veel bij stilstaat. Ik denk dat daar voor veel mensen de grens ligt: wil ik dat wel? Je moet je werk ook niet mee naar huis nemen, anders wordt het te zwaar", zegt Gerrits. Wat dat betreft trekt de anatoom graag een vergelijking met het afleggen van lijken - dat is ook niet iedereen gegeven.

Maar niét nadenken over hoe en wat op en rond de snijtafel verschijnt, is weer het andere uiterste, benadrukt Gerrits. Materiaal van menselijke origine mag nooit verworden tot object, vindt hij. "Je moet niet afstompen, maar met respect en in alle anonimiteit handelen."

Daarom ook, wil hij lang niet alle ruimten van zijn instituut laten zien. Achter een deur bijvoorbeeld, zijn preparateurs bezig met een lichaam - maar dat gaat niemand iets aan.

Monument
Juist om afstomping voor te zijn, richtte het UMCG in 2007 als eerste universitaire instelling een monument op, bij het crematorium van Groningen. Een grote foto van dat monument hangt in de gang van de snijzalen, vlakbij een grote houten bank. Iedereen die daartoe behoefte voelt, kan daarop plaatsnemen om zijn gedachten te laten gaan.

"Bij dat monument komen wij, staf en preparateurs, eens per jaar bijeen, in alle anonimiteit en rust", zegt Gerrits. Hij houdt bij die gelegenheid dan meestal een toespraak, waarin vaak het unieke van het vak wordt benadrukt: dat anderen hun lichaam belangeloos hebben gegeven.

Gerrits: "Voor ons werkt zo'n bijeenkomst als een moment om het ethisch normbesef weer op niveau te brengen. En zo wordt het ook door collega's gewaardeerd. Uiteindelijk staat niemand onverschillig tegenover de dood."

Is elk lichaam welkom?

Welke eisen stelt de wetenschap aan een lichaam voor acceptatie? Overal in Nederland zijn die grosso modo dezelfde, zegt Ineke van Zanten. Zij is bij het Groningse anatomische instituut van het UMCG belast met de contacten met (potentiële) donoren. "Bedenk allereerst dat Nederland al jarenlang genoeg donoren kent. Veel instellingen hanteren daarom een stop, wij in Groningen ook."

Het UMCG behoudt zich het recht voor lichamen te weigeren, bijvoorbeeld bij ernstige verminking of extreem overgewicht. "Zo'n buitenproportioneel lichaam geeft praktische problemen, is minder hanteerbaar en past niet goed in onze opslag", zegt zij. De uitvaartverzorger schouwt op dat soort aspecten.

Verder worden lichamen geweigerd bij besmettelijke ziekten als HIV of hepatitis. "En een lichaam moet echt binnen 24 uur bij ons binnen zijn", zegt Van Zanten. De ontbinding start al direct na het intreden van de dood.

"Wij zeggen daarom tegen mensen die zich melden: houd vooral uw begrafenisverzekering aan. Honderd procent zekerheid op acceptatie kunnen we u niet geven."

Wie is vooral donor? En waarom?
Promovenda Sophie Bolt heeft de afgelopen jaren uit het databestand van UMCG 996 donoren benaderd en hun motieven in kaart gebracht. Het blijkt dat vooral ouderen zich melden (gemiddelde leeftijd: 69 jaar) vooral uit de wens om nuttig te zijn na de dood.

Als tweede motief wordt dankbaarheid voor de genoten gezondheidszorg genoemd.

"Soms kom je ook tegen dat mensen een hekel hebben aan de schone schijn van een uitvaart. Ze zien donatie van hun lichaam dan als een manier om daaraan te ontsnappen", zegt Bolt, als cultureel antropologe verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Veel mensen denken dat donorschap voortkomt uit economische motieven zoals zuinigheid of geldgebrek. Maar die motieven spelen zelden een hoofdrol, vertelt Bolt.

Het is ook niet waar dat vooral eenzame mensen zich zouden melden bij anatomische instituten. "Kenmerkend is juist dat donors goed in hun sociale contacten zitten; ze maken alleen een heel bewuste keuze voor een ander einde dan een begrafenis of crematie. En heel vaak zie je dat dat als echtpaar gebeurt."

Daarom is het ook geen grote verrassing dat de groep donoren vooral bestaat uit 'stevige personen', zoals Bolt hen typeert. Andere regelmatig genoemde karaktereigenschappen zijn 'vriendelijk', 'betrokken' en 'goed georganiseerd'. "Maar ik kom ook vaak tegen: eigengereid en eigenwijs. 'Dat was moeder zeker', zeggen de kinderen dan."

Opvallend is verder dat een kwart van de in Groningen ingeschreven donoren uit de zorg afkomstig is. "Dan moet je niet denken aan artsen, maar vooral aan verplegers en verzorgers."

En 11 procent is afkomstig uit het onderwijs, zegt Bolt. "Docenten uit basis-, middelbaar en hoger onderwijs." Daar kijkt de onderzoekster niet van op. Deze beroepsgroepen hebben hun hele werkzame leven vaak al ten dienste gesteld van anderen; de dood is daarbij kennelijk geen automatische cesuur.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie