Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De donkere nacht van een diplomaat

Home

TEKST JEROEN VAN DER ZEEUW

De dood van VN-chef Dag Hammarskjöld precies 52 jaar geleden blijft met raadselen omgeven. Zijn postuum verschenen dagboek werd een spirituele inspiratiebron voor velen.

In de nacht van 17 op 18 september 1961 stortte er in Noord-Rhodesië (nu Zambia) vlakbij het vliegveld van Ndola een klein vliegtuig neer. Normaal gesproken zou het voorval geen internationale aandacht hebben gekregen. Maar dit was niet zomaar een vliegtuigje. Want vrijwel helemaal achterin, vlakbij de staartvin, zat Dag Hammarskjöld, de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Zijn dood was een schok voor de wereldgemeenschap. De Zweed Hammarskjöld werd door vriend en vijand bewonderd vanwege zijn daadkrachtig optreden als vredestichter in verschillende brandhaarden tijdens de Koude Oorlog.

Nog helemaal niet van de schok bekomen, begonnen enkele van Hammarskjölds vrienden en medewerkers met het leegruimen van zijn appartement in de Upper East Side van Manhattan. Daarbij deden ze een verrassende ontdekking. In zijn nachtkastje vonden ze een mapje met allemaal losse, maar netjes geordende vellen. Op het mapje zat een briefje dat gericht was aan een vriend. Het was alsof Hammarskjöld erop gerekend had dat de papieren door anderen aangetroffen zouden worden.

Het bleek om een heel persoonlijk document te gaan, een soort dagboek. Maar niet een dagboek met aantekeningen over Hammarskjölds vele ontmoetingen met de groten der aarde. De vaak korte notities zijn vooral diepe filosofische en theologische beschouwingen die de lezer een inkijk bieden in Hammarskjölds ziel. Zelf noemde hij ze 'mijn onderhandelingen met mezelf - en met God'.

Als titel koos Hammarskjöld voor 'Merkstenen'. Dat zijn steenmannetjes die reizigers in onherbergzame streken bouwen om het pad dat ze hebben afgelegd terug te kunnen vinden. Voor Hammarskjöld zijn de dagboekaantekeningen zulke markeringen van het vaak onherbergzame innerlijke pad dat hij tijdens zijn leven aflegde.

Het dagboek werd in 1963 gepubliceerd en in 1965 verscheen een Nederlandse vertaling. Toen Ruud Lubbers in 1982 aantrad als minister-president gaf koningin Beatrix hem een exemplaar van 'Merkstenen'. In het hoge noorden van Zweden ligt sinds 2004 het Dag Hammarskjöld-pelgrimspad van zes dagetappes. Elke dag komt de wandelaar een meditatieplaats tegen waar een tekst uit 'Merkstenen' overdacht kan worden.

Irritatie
De publicatie van Hammarskjölds dagboek veroorzaakte verbazing, maar ook irritatie. Hoewel Hammarskjöld soms wat gereserveerd overkwam, verlegen bijna, kenden zijn vrienden en collega's hem als een warm persoon met een enorme diepgang. Hammarskjöld hield van literatuur, poëzie, beeldende kunst, filosofie en natuur en koesterde het berglandschap van Lapland. Toch waren zelfs zijn naaste vrienden en medewerkers verrast dat hij er zo'n diepe spiritualiteit op na bleek te houden.

Maar bij anderen leidde 'Merkstenen' tot irritatie. Zeker in het seculiere Zweden. Sommige journalisten maakten hem er belachelijk om. Ze leken er er niet mee uit de voeten te kunnen dat iemand van Hammarskjölds kaliber tegelijkertijd zo'n diep spiritueel persoon bleek te zijn. Zijn succes en roem moesten hem naar het hoofd gestegen zijn, suggereerden ze.

Maar wie 'Merkstenen' leest, komt niet een spirituele fanaat tegen die van de werkelijkheid losgezongen is. Integendeel: Hammarskjöld weet als geen ander mystiek en maatschappelijk engagement bij elkaar te brengen. Dat is wat velen zo aanspreekt in zijn spiritualiteit, vanaf de eerste publicatie tot op de dag van vandaag.

Als er één notitie in 'Merkstenen' is die Hammarskjölds spiritualiteit verwoordt, is het deze: "De weg naar heiligheid gaat in onze tijd noodzakelijk via daden". Hier doet Hammarskjölds spiritualiteit denken aan die van Dietrich Bonhoeffer, de Duitse dominee en verzetsstrijder die in 1945 door de nazi's werd gefusilleerd. Bonhoeffer en Hammarskjöld waren allebei in 1905 geboren en groeiden op in een wereld die in toenemende mate seculier en zelfs antireligieus was. Ze kwamen allebei tot de overtuiging dat spiritualiteit zeker in zo'n maatschappij niet mag betekenen dat je je terugtrekt uit de wereld. Hun spiritualiteit richtte zich juist volledig op het hier en nu.

Het is niet altijd gemakkelijk om spiritualiteit te combineren met je alledaagse ervaringen en verantwoordelijkheden. Toch heeft Hammarskjöld zijn hele leven geworsteld om die met elkaar in harmonie te brengen. 'Merkstenen' laat duidelijk zien dat Hammarskjöld decennialang leed onder ervaringen van zinloosheid en depressie. En dat terwijl zijn leven in de ogen van anderen buitengewoon succesvol was. Al jong werd hij een hoge ambtenaar bij het ministerie van financiën en bij de Zweedse nationale bank en hij werd uiteindelijk zelfs minister.

Maar uit notities in 'Merkstenen' blijkt hoe vaak hij leed onder een gevoel van leegheid en zinloosheid. Het lijkt er op dat Hammarskjöld in 1952 op een dieptepunt zat. Hij ging door een diepe existentiële crisis, een 'donkere nacht'.

Maar dat jaar is wat zijn gemoedstoestand betreft ook een keerpunt, blijkt uit 'Merkstenen'. Juist op het moment dat Hammarskjöld het diepst zat, brak plotseling het licht door. Zijn eerste dagboekaantekening in 1953: "Tegen het verleden: dank, tegen het komende: ja!"

Waar die verandering vandaan kwam, is niet goed aan te wijzen. Hammarskjöld geeft er zelf geen helderheid over. Maar in de jaren na 1952 heeft hij het keer op keer over het moment waarop hij 'ja' zei. In 1961, enkele maanden voor zijn dood, schreef hij dit: "Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja tegen iemand - of iets. Sinds dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen, 'niet om te zien', 'zich niet te bekommeren om de dag van morgen'."

Hammarskjölds 'ja' is een volledige acceptatie van en overgave aan God, zichzelf en zijn lot. Het is geen plotselinge bekering, zegt hij. Het 'ja' is als het ware ondergronds langzaam gegroeid. Maar als het ergens in 1952 toch vrij plotseling doorbreekt, is het een enorme bevrijding.

Herboren
Deze ervaring van bevrijding valt vrijwel samen met Hammarskjölds benoeming tot secretaris-generaal van de VN, begin 1953. Hij verraste vriend en vijand met zijn energieke, moedige en visionaire optreden. Ongetwijfeld heeft dit te maken met het feit dat Hammarskjöld zich op spiritueel vlak als herboren voelde. Desondanks had hij het als secretaris-generaal niet gemakkelijk. Hij trad regelmatig op als bemiddelaar in crisissituaties. En omdat hij zich vooral sterk maakte voor de zwakke landen in de VN, kwam hij herhaaldelijk in aanvaring met de grote landen.

Dag Hammarskjöld kreeg in 1961 postuum de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. Het lijkt er soms op dat hij een onnatuurlijke en vroegtijdige dood voelde aankomen. Hij herkende zijn levensweg wat dit betreft in die van Jezus van Nazareth, zoals blijkt uit deze notitie: "Dat de weg van de roeping eindigt op het kruis weet ieder die zijn lot op zich genomen heeft - ook al leidt het hem door het gejuich rond Gennesaret of door de triomfpoort Jeruzalem in".

Maar bang was hij er niet voor. Het 'ja' had hem bevrijd uit zijn donkerste nacht. De dood had geen vat meer op hem. In volledige overgave aan de mensheid en God was de dood voor hem niets meer, maar ook niets minder dan 'de grens met het ongehoorde'.

Vragen onbeantwoord
Het vliegtuig met daarin Dag Hammarskjöld en vijftien medepassagiers stortte op 18 september 1961 vlak na middernacht neer. De omstandigheden rondom zijn dood zijn tot op de dag van vandaag duister. Veel vragen zijn nooit goed beantwoord. Waarom werd het wrak officieel pas na vijftien uur gevonden, terwijl het niet ver van het vliegveld was neergestort? Waarom beweerde de enige overlevende van de crash (die later alsnog overleed) dat het vliegtuig ontplofte voordat het de grond raakte? Waarom toonden de autoriteiten geen belangstelling voor ooggetuigenverklaringen of voor geruchten over een tweede toestel dat vlak vóór de crash erg dicht bij het VN-toestel vloog? En waarom zeiden sommige mensen dat er een schotwond in Hammarskjölds hoofd zat, maar was die op foto's niet zichtbaar?

Er zijn in de jaren zestig verschillende onderzoeken ingesteld naar de dood van Hammarskjöld. Die losten het mysterie echter niet op. In recente jaren is veel nieuwe informatie opgedoken. Op basis hiervan heeft een commissie onderzocht of het onderzoek naar Hammarskjölds dood moet worden heropend. Vorige week werd het rapport in het Vredespaleis in Den Haag gepresenteerd. Belangrijkste conclusie: hoogstwaarschijnlijk hebben Amerikaanse inlichtingendiensten tijdens de bewuste nacht in 1961 opnames van het radioverkeer gemaakt. De commissie heeft de NSA (National Security Agency) gevraagd deze openbaar te maken. Tot nu toe is daar geen gehoor aan gegeven.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie