Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dokter wil wonderen gaan toetsen

Home

Emiel Hakkenes

Twee jaar geleden stond een van zijn patiënten op uit haar rolstoel na een bezoek aan gebedsgenezer Jan Zijlstra. Huisarts Dick Kruijthoff roept op tot een onderzoek naar gebedsgenezingen. „De Bijbel maakt duidelijk dat je daarvoor open moet staan.”

Hij heeft gewacht. Bewust, om niet over één nacht ijs te gaan. „Ik had de behoefte om alles nauwkeurig op een rijtje te zetten”, zegt Dick Kruijthoff. „Want de grote vraag was natuurlijk: is dit echt?”

Kruijthoff, huisarts in het Zuid-Hollandse Bleskensgraaf, doelt op een gebeurtenis van ruim twee jaar geleden. Zijn patiënte Janneke Vlot, toen 44, leed aan posttraumatische dystrofie en kon al zeventien jaar niet meer lopen zonder pijn. In haar rolstoel bezocht ze op een zondagavond een bijeenkomst van gebedsgenezer Jan Zijlstra in zijn Levensstroomgemeente in Leiderdorp.

Op het podium pakte de gebedsgenezer haar hand, keek haar strak aan en sprak: „Sta op, en loop in Jezus’ naam.” Met tranen in haar ogen stapte Vlot uit haar rolstoel, liep heen en weer over het podium, stampte met haar tot dan pijnlijk verkrampte been eens flink op de grond en vloog vervolgens haar man in de armen. ’Halleluja’, riep Zijlstra nog.

In het weekeinde waarin Vlot de gebedsgenezer bezocht, had Kruijthoff dienst in de huisartsenpraktijk. Maandagochtend in alle vroegte ging zijn telefoon. „Het was half zeven, zeven uur”, zegt Kruijthoff. „Janneke Vlot vertelde me dat ze naar een gebedsbijeenkomst was geweest, en dat ze was genezen. De hele nacht had ze hier in de omgeving gefietst en gelopen, dat had ze jaren niet gekund. Daar was ik perplex over. Die middag ben ik naar haar toe gegaan. Voorheen lag ze veel in bed, nu liep ze gewoon rond. Ik was verbaasd dat ze daarvoor de kracht had, want haar spieren had ze al die jaren niet gebruikt. Ook de hoge doses pijnstillers, waaronder morfine, waren van het ene moment op het andere niet meer nodig.”

Het heeft hem aan het denken gezet, zegt Kruijthoff. „In de eerste plaats omdat ik Janneke Vlot al jarenlang ken als patiënt. In de tweede plaats omdat ik in het verleden weleens zijdelings met gebedsgenezingsbijeenkomsten te maken heb gehad. In mijn jeugd was ik actief bij Youth for Christ. Vrienden van me bezochten toen bijeenkomsten waar ze voor zich lieten bidden, om te genezen van bepaalde aandoeningen. Ze rekenden sterk op genezing, maar die kwam niet. Dat zorgde voor een forse teleurstelling in hun geloof. Ze zetten het op een laag pitje, of ze namen er afscheid van.”

Overtuigd van de mogelijkheden van gebedsgenezing was hij dus allerminst, zegt Kruithoff. „Ik had de indruk dat het eigenlijk niet voorkwam. Door wat er met Janneke Vlot is gebeurd, ben ik daar anders naar gaan kijken.”

Met toestemming van Vlot treedt Kruijthoff naar buiten over haar plotselinge genezing. „Wat is hier aan de hand?”, vraagt hij zich af. „Komt dit veel vaker voor, maar redeneren wij het weg? Of beweren veel mensen wel dat ze genezen zijn, maar is dat eigenlijk niet zo?”

Afgaand op de reacties die hij hoorde na de genezing van Vlot zijn er volgens Kruijthoff twee manieren om tegen gebedsgenezing aan te kijken. „Je hebt de mensen die het wonder omarmen, die zeggen: ’Zie je wel, God bestaat en hij verricht wonderen.’ Anderen zijn cynischer, vragen zich af: zat het niet allemaal tussen de oren?”

Tot welk kamp je ook behoort, zegt Kruijthoff, uiteindelijk tellen voor hem alleen de feiten. In het geval van Vlot heeft hij die zelf vastgesteld (zie kader). Maar bij veel genezingsverhalen ontbreken de exacte medische gegevens en dat is jammer, vindt hij. „Een claim op genezing kun je onderbouwen of ontkrachten door medisch alle zaken op een rijtje te zetten. Denk je tijdens een hiv-healing genezen te zijn van aids? Dan gaan we meteen de volgende dag een test doen. De uitslag daarvan moet dan negatief zijn. Zo eerlijk moet je zijn. Vervolgens moet je de aangetoonde genezing in verband kunnen brengen met het moment van de gebedsgenezing. Dan kun je vaststellen: er is iets bijzonders gebeurd wat we medisch niet kunnen verklaren, en wat is gebeurd op het exacte moment van het gebed.” En, minstens zo belangrijk: „Op die manier kun je ook vaststellen dat iemand níet genezen is.”

„Christelijk Nederland heeft behoefte aan een open en eerlijke houding ten aanzien van gebedsgenezing”, zegt Kruijthoff. „Dus, als er genezing is, dat erkennen. Mits het goed medisch gedocumenteerd is. En als er geen genezing heeft plaatsgevonden, dat ook eerlijk zeggen. Er moet medisch onderzoek naar te doen zijn.

„Ik ben erg aangesproken door het boek ’Eindeloos bewustzijn’ van Pim van Lommel. Hij heeft bijna-doodervaringen op zó’n kwalitatief goede manier onderzocht, heel nauwkeurig gedocumenteerd, dat zijn artikel in The Lancet kwam, een van de gezaghebbendste medische tijdschriften. Met een onderwerp als gebedsgenezing moet dat ook mogelijk zijn. Ook een niet-gelovige zou zo’n onderzoek kunnen doen, want feiten zijn feiten.”

Voor een goed onderzoek naar gebedsgenezingen, weet Kruijthoff, is niet alleen de medewerking van ’patiënten’ nodig, maar ook van de gebedsgenezer. „Medisch-wetenschappelijk zou het het mooist zijn als een gebedsgenezer zijn diensten een tijdlang zou openstellen voor een arts die de aanwezigen van tevoren en na afloop onderzoekt. Dan kunnen we kijken hoeveel gebedsintenties leiden tot een genezing. Als Jezus iemand genas, zei hij ook: ga naar de priester om je te laten zien. Een objectieve buitenstaander moest de genezing bevestigen. De Bijbel maakt duidelijk dat je open moet staan voor onderzoek. Hoe staat het in psalm 111? ’Machtig zijn de werken van de Heer, wie ze liefheeft, onderzoekt ze’.”

Zeker, weet Kruijthoff, een transparante opstelling maakt de gebedsgenezer kwetsbaar. „Hij loopt het risico dat vastgesteld wordt dat hij helemaal geen bijzondere gaven heeft. Dan is zijn reputatie weg en blijkt hij een misleider. Maar voor de gemeenschap is het alleen maar beter om dat te weten. Een gewone arts moet ook een eed afleggen, waarmee hij belooft zich te verantwoorden voor eventuele fouten. Die kwetsbaarheid zou gebedsgenezers ook sieren. Goed, zij hebben geen geregistreerd beroep met richtlijnen en beroepsethiek, maar alleen al op basis van het geloof zouden ze zich zo moeten willen opstellen.”

Kruijthoff is zelf christen. Wat heeft de genezing van Vlot betekend voor zijn geloof? „Ik geloof dat wat er met haar gebeurd is, echt is. Ze is echt genezen, dat kan ik als medicus zeggen. Daarnaast geloof ik dat er een hogere macht is, een dimensie hiernaast die kan ingrijpen in de bestaande orde zoals wij die gewend zijn. Daarom durf ik als gelovige wel te zeggen: de genezing van Janneke Vlot is te danken aan God. Maar nee, dat kan niemand bewijzen.”

Deel dit artikel