Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dodelijke strijd om goud in Congo

Home

Klaas van Dijken en Lisa Dupuy

Klompjes goud in Congo. (archieffoto) © Hollandse Hoogte / l' Agence VU
reportage

In Congo woedt een keiharde strijd om goud. Voor verslaggevers Klaas van Dijken en Lisa Dupuy en fotografe Adriane Ohanesian kwam die heel dichtbij tijdens een reportage over illegale mijnbouw. Zij overleefden de aanval, vier parkwachters en een burger niet.

Nooit hebben we zo voor ons leven moeten rennen als op vrijdagmiddag 14 juli. Terwijl alles in de ochtend nog zo rustig lijkt in het Okapi-park in het noordoosten van Congo. Het dichtbegroeide regenwoud dampt in de zon. We zijn op pad met zestien parkwachters die het natuurpark moeten beschermen tegen illegale mijnbouw en stropers. Na een ochtend lang filmen in een onlangs gesloten goudmijn, rusten we uit in het daarboven op een heuvel gelegen kamp. De parkwachters hangen op bankjes, roken wat en kijken hoe onze bonen op het kampvuur langzaam garen.

Lees verder na de advertentie

Bam, bam, bam, bam! Een moment van verwarring maar nee, het zijn niet de bonen die ontploffen. Uit een tent van een parkwachter valt een AK-47 op de grond op nog geen twee meter van ons. Met een hels kabaal vliegen de kogels rond. Een mini-seconde lijkt het alsof het wapen per ongeluk afgaat en kogels uitspuwt. Maar het blijft stil liggen. Pas later blijkt dat de eigenaar van het wapen waarschijnlijk de eerste parkwachter is die die dag omkomt.

In 2012 werd het Okapi-park aangevallen door rebellen, die korte metten wilden maken met de parkwachters

Het krakende geluid van inkomend geweervuur komt van dichtbij. Het parkwachterskamp is gevuld met geschreeuw, gegil en paniek. We duiken en rennen gebukt tussen de tenten van oranje en blauw plastic door. Weg moeten we, weg van de aanvallers. Ook het merendeel van de parkwachters vlucht in blinde paniek, met of zonder hun wapen. Een enkeling rent de verkeerde kant op, recht tegen de inkomende kogels in. Fotografe Adriane Ohanesian en Congolese collega en fixer Horeb Bulambo zien we (Lisa en Klaas red.) een andere richting dan de onze uit sprinten, de heuvel af en de begroeiing in.

Het Réserve de Faune d’Okapi, zoals het beschermde natuurgebied voluit heet, ligt in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo, niet ver van de grens met Oeganda. Het reservaat beslaat ruim 13.000 vierkante kilometer - tien keer de provincie Utrecht - en ligt in het Ituri regenwoud, een van de laatste, echte regenwouden, waar bomen staan “waar zelfs nog nooit iemand bij in de buurt is geweest”, zoals een parkwachter vertelt. Het reservaat dankt zijn naam aan de okapi, een schuw dier dat nog het meest lijkt op een kruising tussen giraffe en zebra. Verder leven er bosolifanten en is het park rijk aan misschien wel het meest gewilde metaal ter wereld: goud.

Wie hier een schep in de grond zet, kan zomaar de kostbare klompjes naar boven halen. Illegaal, want in het Okapi-reservaat is, net als in alle andere beschermde natuurgebieden in Congo, mijnbouw verboden. Het zijn de krijgsheren, bendeleiders, corrupte politici en buitenlandse bedrijven die van de rijkdommen profiteren. Het illegaal gewonnen goud gaat uiteindelijk naar de internationale markt, de opbrengst naar de strijd in het land dat al tientallen jaren in de greep van politieke onrust en geweld zit. Wij wilden de strijd om goud van dichtbij zien, door de ogen van de parkwachters.

De gesloten Bapela-mijn in de buurt van de wachtpost van de rangers in het Okapi-wildpark in Congo. © KlaasvanDijken

En nu snellen we over de stenige bodem van de gesloten goudmijn langs een parkwachter die los vanuit zijn schouder zijn automatische wapen leegt richting de aanvallers. We duiken achter drie van zijn collega’s aan onder gevelde boomstammen door, de dichte vegetatie van de jungle in. Een vierde parkwachter, Emmanuel Agiametu, voegt zich bij ons. Bij de heuvel, zo’n vijftig meter ver nu, wordt er onophoudelijk geschoten. Angstaanjagend gegil van de aanvallers wordt afgewisseld door de bevelen van Amboko Musoy, door iedereen ‘Bob’ genoemd, de commandant van de parkwachters. Repeterende doffe dreunen van een machinegeweer leggen een donker tapijt van geluid. 

Dan opeens lijkt het muisstil. Geen schoten, geen schreeuwende bevelen meer. We durven niet te bewegen. Vogels fluiten alsof er niets is gebeurd. We wachten, twintig minuten, een half uur. De dichte struiken lijken veilig, maar bescherming tegen kogels bieden ze niet. Agiametu besluit zich bij commandant Musoy te voegen, die vermoedelijk een tiental meters verderop dekking heeft gezocht. Hij stopt eerst extra munitie in zijn AK-47 en wordt een met de struiken. Hij kan misschien ook zien waar Adriane en Horeb zijn en vertellen dat wij veilig zijn. Als ze nog leven.

De parkwachters in het Okapi-park weten waartoe politieke onrust in het land kan leiden. In 2012, net na een verkiezingsronde, werd het Okapi-park aangevallen door rebellen, die samen met stropers en goudzoekers korte metten wilden maken met de parkwachters: het hoofdkwartier en een onderzoekscentrum gingen in vlammen op net als zes parkwachters en een burger. Zij kregen brandende autobanden om hun lichaam. De mai-mai, de lokale term voor milities die in voorbije burgeroorlogen om land en lijfsbehoud vochten, bezetten twee dagen lang het dorp Epulu, waar de rangers hun hoofdkwartier houden.

Aan de rand huilt een jongen. Hij schreeuwt minutenlang. ‘Papa, papa, papa!’

En ook nu is het al maandenlang zeer onrustig, in heel Congo. De autoriteiten slagen er sinds december vorig jaar steeds minder in de orde te bewaken. Het besluit van president Joseph Kabila om de verkiezingen minstens een jaar uit te stellen en zijn eigen termijn te verlengen, leidde tot zware protesten in de hoofdstad Kinshasa en het oostelijk gelegen Goma. 

Bijzonder onrustig is het ook in Kasaï, een provincie in het midden van het land. Door escalerend geweld om grondeigenaarschap en macht tussen lokale milities en het nationale leger, zijn daar waarschijnlijk duizenden doden gevallen. De VN telt meer dan tachtig massagraven en meer dan een miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. De verwachting is dat de onrust alleen maar toeneemt en dat onder de strijdende partijen en profiteurs een goudkoorts uitbreekt. 

De handel in delfstoffen wordt gebruikt om wapens en macht te kopen. Op deze manier dragen de zogenaamde conflictgrondstoffen bij aan het in stand houden van de cyclus van geweld in het land. Naast goud zijn ook diamanten, tin, coltan en wolfraam begeerde bodemschatten.

Filmstill uit de video van de aanval in het Okapi-park in Congo © klaas van dijken

Met de onrust is ook het aantal illegale activiteiten in Okapi dit jaar toegenomen, constateren de parkwachters: de illegale mijnbouw, maar ook stroperij en houtkap. Ze komen tijdens hun patrouilles om de haverklap verse of pas achtergelaten groeves tegen. Met een groep van 110 mannen en een enkele vrouw staan ze voor een onmogelijke taak. Op patrouilles arresteren ze af en toe arme boeren uit de buurt die op zoek zijn naar een extra inkomstenbron. 

De bewapende milities echter, of mai-mai, zijn beter bewapend dan de parkwachters en bovendien met veel meer. Vaak werken ze samen met stropersbendes en bandieten. In grote delen van het park komen de parkwachters dan ook niet of nauwelijks. Het parkmanagement deed onlangs een oproep op de radio: Als de regering niet snel bijspringt met extra manschappen en oorlogsmateriaal zal het park, dat op de Werelderfgoedlijst staat, niet lang meer bestaan.

12 juli

Twee dagen voor die bewuste vrijdagmiddag is van onrust weinig te merken in Epulu. Loom stappen bewakers uit hun wachtershuisje aan de brug die toegang geeft tot het dorp. Op het hoofdkwartier van de parkwachters aan de oever van de rivier wordt een arrestant verhoord door parkwachter Zawadi Mando. De man is een van drie diamantdelvers die een dag eerder zijn opgepakt door parkwachters. De acht diamanten die ze bij zich hadden liggen in een la van het bureau van de juridische medewerker van de parkwachters. Ontkennen heeft voor geen van de drie zin als hij de stenen triomfantelijk op zijn handpalm legt. Mopperend dat dagenlang graven en zeven voor niets is geweest, worden de mannen naar hun cel van twee bij drie meter gebracht. Op de muur staan bemoedigende spreuken in het Swahili. ‘De dood is erger’, ‘Lijden is niet erg, ga er doorheen en leer ervan’ en ‘Dat God aan onze zijde mag staan, wij zondaren’. Binnen een aantal dagen zullen de arrestanten worden overgebracht naar de rechtbank. De diamanten verdwijnen weer in de la. Wat er mee gaat gebeuren, wil parkmanager Radar Nishuli niet precies vertellen. Soms gooien ze de diamanten en edelmetalen in de rivier om een statement te maken en soms gaan ze naar de hoofdstad Kinshasa, vertelt hij. Daar is het hoofdkantoor van de ICCN, de overheidsinstelling voor natuurbescherming. Zij zouden de buit dan weer herverdelen onder rangers in heel Congo die dapper hebben gevochten.

"Het probleem hier begint bij werkloosheid: deze mannen kunnen hun gezin niet onderhouden”, zegt parkwachter Mando, die het procesverbaal opstelt. "Natuurlijk zijn de mineralen dan een verleiding.” De rangers zien de overtredingen wel eens door de vingers. Ze maken zelf deel uit van bevolking die ze controleren. "De ene dag kom je in het dorp een bekende tegen, de volgende moet je 'm in je hem arresteren voor criminele activiteiten in het park. Zo is het nu eenmaal. Als we iemand oppakken voor goudgraven, krijgt diegene eerst een waarschuwing. Of twee.” Met hun ongelimiteerde toegang tot het regenwoud is ook voor natuurbeschermers de lokroep van natuurlijke hulpbronnen soms onweerstaanbaar. Met regelmaat worden ook parkwachters opgepakt, horen we. Mando haalt er de schouders bij op en bevestigt het. Natuurlijk gebeurt dat wel eens, zegt hij. Parkwachters lichten bekenden in en ontvangen een deel van de opbrengst van stroperij of graafwerkzaamheden. Ze heffen illegale tol voor jagers die het park in willen.

Filmstill uit de video. © klaas van dijken

We vragen de rangers of we meer van hun werk mogen zien, buiten het hoofdkwartier. Na intensief overleg wordt besloten dat we de volgende dag mee kunnen met een aflossing naar Bapela, een illegale goudmijn die de rangers in maart hebben gesloten. Het is hun meest recente succesverhaal. Gevaarlijk zal het niet zijn, na de sluiting is er niets meer voorgevallen in en rond de mijn.

13 juli

Het is koud achter in de pick-up als we bij het eerste licht vertrekken. Dikke mist dempt de geluiden uit het woud. We zitten met 6 parkwachters, twee dragers en een kanovaarder opeen gepakt op zakken met bonen en rijst en onze bagage, op weg naar het toegangspad dat het regenwoud in kronkelt naar de gesloten goudmijn. Daar zullen we ons voegen bij de tien rangers die de gesloten goudmijn bewaken. De rit, die normaal een halfuur duurt, neemt veel meer tijd in beslag. De parkwachters mopperen dat hun commandant de auto op ‘trouwerijsnelheid’ laat rijden vanwege de buitenlandse gasten. Na de autorit begint de voettocht. Na een uur lopen blijft commandant Amboko Musoy op een kruispunt van paadjes staan. Tot aan het kruispunt mogen burgers komen en eten verbouwen. Daarachter is het voor iedereen verboden toegang, behalve voor parkwachters en pygmeeën, de oorspronkelijke bewoners van het woud. Zij mogen ook nog jagen maar alleen met traditionele wapens als pijl en boog zodat de natuur niet wordt beschadigd. Verderop klinkt het ruisen van de rivier die we met een kano moeten oversteken, en daarna is het nog drie uur lopen naar de mijn.

Bijna twintig uur heeft Adriane in een kuil gelegen, opgerold op haar zij

De impact die illegale mijnbouwers hebben op het reservaat, wordt ons duidelijk als we de mijn Bapela binnenlopen. Een open vlakte ontvouwt zich, de omgewoelde rode aarde en wit uitgeslagen boomstammen steken fel af tegen het groen van het dichte bos. Gedurende enkele maanden hebben werkers hier de aarde afgegraven. Bomen werden met behulp van touwen uit de grond getrokken, tunnels en kuilen gegraven. Zo’n vijftienhonderd mensen zouden hier hebben gewerkt, vertellen de parkwachters die in maart de mijn met twaalf man hebben gesloten. Een hachelijke operatie. De resten van de tenten, drankflessen en hoerenkotten liggen nog her en der. Bapela zou wekelijks dertig kilo goud hebben opgeleverd. Nadat het ‘dorp’ is platgelegd, hebben de parkwachters hun eigen kamp op boven de mijn, op de heuvel opgeslagen. Zo hebben ze altijd zicht op dit gewilde stuk land.

Dat is nodig, meent de 61-jarige Léopold Gukiya Ngbekusa, een door de wol geverfde parkwachter. "Als we de mijn achterlaten, wordt er binnen een dag of twee weer naar goud gegraven.” Niemand kent het Okapi-reservaat zoals hij. Ngbekusa groeide op in het regenwoud. "Mijn familie kwam hier in 1956 aan. Toen liepen nog grote kuddes olifanten door het woud. In het jaar waarin ik geboren ben, bracht mijn vader me op de rug van een olifant naar dit gebied.”

De Democratische Rebubliek Congo heet dan nog officieel Belgisch-Kongo en het zou nog vier jaar duren voordat het land de onafhankelijkheid uitroept. Onder het verschrikkelijke koloniale regime worden Congolezen gedwongen het goud af te staan aan de Belgen. Na de onafhankelijkheid volgen jaren van geweld met als dieptepunt de oorlog in 1998 waar negen landen bij betrokken zijn en miljoenen mensen de dood vinden. Macht en rijkdom is de inzet. Naast goud halen buitenstaanders nu diamanten, coltan - een belangrijk mineraal voor batterijen in mobiele telefoons- , tin, wolfraam en andere rijkdommen uit de grond.

Ngbekusa schuift zijn pet omhoog. Geïrriteerd zegt hij: "Zodra men wist op welke rijkdom ze hun voeten zetten, was de goudkoorts een feit.” Hij zet zijn Ak-47 tegen zijn knie en zwaait met een arm richting de mijn. "Als ik een mijn zie zoals deze, stemt dat me verdrietig. Ik ben trots dat ons land zulke rijkdommen heeft, maar de mensen zijn zó arm. Soms zou ik willen dat we hier ook een fabriek of zelfs een grote mijn hadden gezet, zoals elders in Congo, zodat mensen konden werken. Maar dat kan niet in een reservaat. Als mensen nu naar goud komen zoeken in het Okapi-park, beschadigen ze de natuur. Ze worden ertoe aangezet door gewapende mensen, dat maakt de situatie nog veel erger.”

Met de rangers in Okapi-park Congo, filmstill. © klaas van dijken

De zon zakt weg achter de boomtoppen en de mijn baadt in een rozige gloed. Om ons heen wordt het kamp klaargemaakt voor de nacht. Léopolds tent is een rechthoekig stuk plastic dat over een geraamte van takken is gehangen. Als hij in de opening tussen de flappen gaat zitten, kijkt hij uit over Bapela. "Uit een plek als deze verdwijnt gewoon alles,” zegt hij. "Alsof het verdampt. Het goud gaat naar Bunia en Kisangani (twee grote plaatsen in de regio red.). Daar zitten figuren met geld. Ze arriveren, ze kopen het goud en vertrekken weer.” Wat er verder precies met het goud gebeurt, interesseert hem niet.

Het in de mijnen van Okapi gevonden goud blijft niet in de regio, concluderen ook onderzoekers van PAX in een rapport uit 2015. Anders dan andere conflictmineralen, zoals het zwaardere coltan, is het relatief makkelijk om goud te smokkelen. Goudklompjes of stof wegen minder en kunnen gemakkelijk worden vervoerd. In een rapport aan de VN Veiligheidsraad in 2016 schrijft een groep experts dat goud afkomstig uit illegale mijnen door tussenhandelaren wordt vermengd met goud uit andere bronnen. Daarna wordt het omgesmolten, bijvoorbeeld in de grote smelterijen van Oeganda. Het product dat de smederijen afleveren kan daarna niet meer worden getraceerd naar één mijn.

Westerse bedrijven zijn een belangrijke afnemer van dit omgesmolten goud. Zij verwerken het materiaal in sieraden en chips in elektronica. Zo kan het goud dat uit een illegale groeve in het midden van een dichtbegroeid reservaat werd gedolven, uiteindelijk terechtkomen in een mobiele telefoon.

14 juli

Er knakt een tak. Dachten we na een half uur stilte nog dat de aanval was afgeslagen, nu is elke zenuw, elke vezel, weer alert. Twee parkwachters sluipen voorzichtig iets naar voren. Niets beweegt, een bijna geruststellende stilte. Bam, bam, bam!, van heel dichtbij wordt geschoten. Weer zetten we het op een lopen. Dieper het woud in, weg van de aanvallers, dwars door de struiken die onze kleren en huid scheuren. Op de achtergrond dreunt het machinegeweer. De parkwachters besluiten ons in veiligheid te brengen en versterking te halen. Dat betekent vijf uur teruglopen. Er is geen telefoonnetwerk en hoewel onze satelliettelefoon op nog geen twee meter afstand van ons lag in het kamp, was dat twee meter de verkeerde kant op. Op geen enkele manier kunnen we erachter komen waar Adriane en Horeb zijn zonder onszelf in nog groter gevaar te brengen. We stemmen in met het besluit van de parkwachters. Onderweg komen we meer vluchtende parkwachters tegen. Zij zeggen dat ze Adriane en Horeb met commandant Musoy hebben gezien en ze dezelfde kant als ons opgingen. Hun groep is alleen groter en daarom trager.

De dichte struiken lijken veilig, maar bescherming tegen kogels bieden ze niet.

Het is donker als we in Epulu bij het hoofdkwartier van de parkwachters aankomen. Direct wordt besloten om het Congolese leger in te schakelen en een reddingsactie op te zetten, hoewel het leger en de parkwachters op gespannen voet met elkaar staan. Het natuurreservaat is het domein van de parkwachters, maar de militairen profiteren ook van de bodemschatten uit het natuurgebied, schrijven VN-experts. Militairen in het oosten gestationeerde troepen zijn betrokken bij de smokkel van goud en bezetten vaak illegale mijnen. De opbrengst is een welkome aanvulling op hun karige soldij.

De parkwachters en soldaten kunnen pas op pad als het licht is, zaklampen in een donker bos zijn een makkelijk doelwit.

15 juli

Een tergend lange nacht en ochtend gaan voorbij met veel koffie en sigaretten. Een druilerige regen kleurt de wereld grijs. Dan zijn daar opeens Horeb, Musoy en een groep parkwachters. Ook Agiametu is bij hen. Ze zijn uiteindelijk via een andere route de jungle uitgekomen. Horeb wordt ondersteund vanwege drie gebroken middenvoetsbeentjes. In de vroege ochtend zijn ze nog het kamp in geslopen op zoek naar onze satelliettelefoon omdat Musoy’s satelliettelefoon een kogel heeft tegengehouden en zijn leven gered. In het kamp was niets en niemand meer. Alleen de levenloze lichamen van twee parkwachters en een drager hebben ze gezien. Een van hen is de oude Léopold Gukiya Ngbekusa. Het was zijn AK-47 die uit de tent viel.

En zij dachten dat Adriane bij óns was. "Ik zag haar achter jullie aan rennen. Ze was op blote voeten!” Horeb schreeuwt het bijna. We hopen dat Adriane bij de nog vier vermiste parkwachters en de drager is. Dat sprankje hoop wordt niet veel later gedoofd als een van de vermiste parkwachters opduikt. Hij vertelt dat niet twee maar vier van zijn collega’s zijn gedood. Overheden van verschillende landen zijn dan al op de hoogte, maar door bureaucratie en politieke processen duurt het lang om helikopters, drones, honden of buitenlandse troepen in te zetten. Opnieuw wacht de nacht.

Filmstill uit de video. © klaas van dijken

16 juli

We moeten even zijn ingedommeld. De tijd op de telefoon geeft 4 uur in de ochtend aan als er op de deur wordt geklopt. "Klaas, Lisa! Adriane is er!” Nooit voelde opluchting zo groot als Adriane ongedeerd komt aangelopen. De uren daarna wordt duidelijk wat er is gebeurd. Adriane is inderdaad een andere kant van de heuvel afgerend en in een kuil van de mijn gesprongen, direct onder het kamp. Te laat realiseert ze zich dat het gat twee keer zo diep als zijzelf, en ze er nooit zo snel uit kan komen dat de aanvallers haar niet zien. Ze besluit te blijven liggen, opgerold op haar zij. De kogels vliegen over haar hoofd heen. Ook wanneer de parkwachters zijn verjaagd en de aanvallers in het kamp blijven, kan ze zich niet verroeren. De aanvallers wassen zich, roken en drinken recht boven haar. Gooien uit verveling steentjes in haar kuil. Bijna twintig uur heeft ze in dezelfde houding gelegen als ze besluit eruit te klauteren. De aanvallers zijn vertrokken maar de weg de jungle uit kent ze niet. Na een aantal uur hoort ze stemmen. Ze stapt naar voren uit het dichte gewas met haar armen omhoog. Ze herkent parkwachter Mando en weet dat ze veilig is.

Die avond worden de lichamen van de parkwachters Epulu binnengebracht, de kisten zijn al getimmerd. Het dorp loopt maandagochtend 17 juli uit voor de begrafenis van drie van hen. De andere twee lichamen worden elders begraven. Familie, parkwachters, buren, iedereen heeft de mooiste kleding aan. Honderden mensen staan rondom de graven en vormen een bonte kleurenzee tussen de donkere groene uitlopers van de jungle. Aan de rand huilt een jongen. Hij schreeuwt minutenlang. ‘Papa, papa, papa!’

Een dag na ons vertrek uit het Okapi-park meldt zich nog een gevluchte parkwachter bij het hoofdkwartier in Epulu, Vier dagen later is ook de laatste vermiste uit de groep terecht, een drager. Hij werd gevangen genomen door de aanvallers. Nadat ze hem zwaar hebben gemarteld met een mes en gloeiende geweerlopen, wist hij te ontsnappen. Zowel de parkwachters als het leger doen, los van elkaar, onderzoek. Zeventien mannen waren betrokken bij de aanval. Zij wilden vermoedelijk de controle over Bapela. Tot nu toe zijn vijf mannen opgepakt, maar hun precieze rol is nog niet duidelijk. Bapela staat weer onder controle van de rangers maar soldaten bewaken de locatie ook. De parkwachters met wie we nog in contact staan vertellen ons dat ze vermoeden dat ook militairen hebben geholpen bij de aanval op Bapela en dat ze een nieuwe aanval op de mijn verwachten.

Klaas van Dijken, Lisa Dupuy en Adriane Ohanesian werken voor Lighthouse Reports aan een langlopend project over goud in Congo met steun van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Transparante goudketen

De handel in goud draagt bij aan voortzetting van gewapende conflicten, omdat de strijdende partijen de mijnen in handen hebben of het goud zelf smokkelen. De mineralen komen terecht in producten waarnaar veel vraag naar is, zoals elektronica en sieraden. In een poging om goud met zo’n herkomst van de markt te weren en de cyclus van geweld en corruptie te stoppen, lanceerde de Nederlandse overheid in juni van dit jaar het Convenant Verantwoord Goud. Elektronicabedrijven en juweliers die zich bij het pact aansloten, zoals de Federatie Goud en Zilver, het Nederlands Gilde van Goudsmeden en smartphone-ontwikkelaar Fairphone, verplichten zich om een transparante ‘goudketen’ op te zetten. Samen zetten ze druk op leveranciers en smelterijen om alleen maar ‘verantwoord goud’ aan te leveren.

Steun voor de rangers

Vijf mensen onder wie de parkwachters Sudi Koko (1992), Antopo Selemani (1970), Patrick Kisembo (1991) en Léopold Gukiya Ngbekusa (1956) werden op 14 juli gedood tijdens de aanval op de Bapela-goudmijn in het Okapi-reservaat. De f­amilies van de omgekomen parkwachters ontvangen weliswaar een klein pensioen, maar dit is niet genoeg voor bijvoorbeeld schoolgeld en medische zorg. Om de families van de parkwachters en de drager te ondersteunen kan geld gedoneerd worden via de website van Wildlife Conservation Global. ­Selecteer het Okapi Conservation Project als bestemming van de donatie en schrijf in het commentaar ­gedeelte RANGERSUPPORT. Dan zorgen zij dat het geld bij de juiste families terechtkomt.

Deel dit artikel

In 2012 werd het Okapi-park aangevallen door rebellen, die korte metten wilden maken met de parkwachters

Aan de rand huilt een jongen. Hij schreeuwt minutenlang. ‘Papa, papa, papa!’

Bijna twintig uur heeft Adriane in een kuil gelegen, opgerold op haar zij

De dichte struiken lijken veilig, maar bescherming tegen kogels bieden ze niet.