Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dodelijke me­ningo­kok­­bac­te­rie is bezig aan een opmars. Dit moet u weten

Home

Marco Visser

Een illustratie van de meningokokbacterie © Hollandse Hoogte / Science Photo Library

De hoop was vorig jaar dat de dodelijke variant van de meningokokbacterie vanzelf weg zou gaan. Maar het aantal slachtoffers van meningokokken type W neemt alleen maar sneller toe, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Is er reden tot paniek?

Lees verder na de advertentie

Niet volgens Hans van Vliet, programmamanager rijksvaccinatieprogramma van het RIVM. “Het is nog een relatief klein probleem”, zegt hij. “Maar er is wel reden tot zorg. Het aantal gevallen blijft toenemen. Daarnaast veroorzaakt type W ook nog eens ernstigere ziektes dan bijvoorbeeld meningokokken B die we meer in Nederland hebben.”

Het percentage patiënten dat overlijdt aan meningokokken B ligt tussen de 4 en 6. Bij type W ligt dat dit jaar op ruim 23 procent. In totaal zijn er de afgelopen drie jaar 35 personen overleden aan meningokokken W. dat is hoog voor een infectieziekte, vindt Van Vliet.

© Louman & Friso

Hoe krijg je de ziekte en wat zijn de symptomen?

De besmetting verloopt via de lucht, bijvoorbeeld als iemand hoest of niest, of door mond-op-mondcontact. In het begin lijkt een besmetting sterk op een gewone griep of zware verkoudheid. Krijgt een patiënt last van nekstijfheid en hoge koorts en/of raakt hij of zij verward, dan kan dat op een meningokokken wijzen. Bij heel jonge kinderen is ‘luierpijn’ een alarmerend signaal. Kinderen beginnen dan hard te huilen als hun luier wordt verschoond. In het meest ernstige geval krijgt een patiënt paarse of rode puntjes op de huid, het symptoom van inwendige bloedingen die snel een dodelijke afloop kunnen hebben. 

Peuters van 14 maanden en tieners tussen de 14 en 18 kunnen een vaccinatie halen. Lopen volwassenen geen risico?

Dat lopen ze wel. Iedereen kan de ziekte krijgen. Maar relatief zitten de meeste patiënten in de groep 15 tot en met 19-jarigen. Tussen januari 2015 en juli 2018 werden 25 jongeren ziek. Kinderen onder de 5 jaar zitten daar met 18 patiënten niet ver onder. Maar een piek is ook te zien bij de 55 tot 59-jarigen waar de afgelopen jaren 20 personen de ziekte kregen. Waarbij aangetekend dat er veel meer 55 tot 59-jarigen zijn dan tieners en kinderen onder de 5, dus relatief lopen ouderen minder risico.

Waarom ligt de nadruk op vaccineren van scholieren?

Dat heeft drie redenen. De eerste: de besmettingen komen nu eenmaal het meeste voor in deze groep. De tweede en belangrijkste reden: zij zijn de bron voor de verspreiding. “Wil de bacterie zich handhaven in een groep, dan moet hij overspringen naar iemand die er nog niet in aanraking mee is geweest”, zegt Van Vliet. “Als een groep dicht op elkaar zit en elkaar zoent, dan kan een bacterie zich veel beter in zo’n groep handhaven en dooft het niet vanzelf uit. Dat is precies het geval bij tieners. Als je jongeren vaccineert, dan raken ouderen die bacterie ook kwijt omdat de haard opdroogt. Dat is eerder ook gebeurd met meningokokken C toen we gingen vaccineren. We hopen nu op hetzelfde effect.”

Dat betekent volgens Van Vliet wel dat de ziekte nog een tijdje nieuwe slachtoffers kan maken voordat de bacterie weg is. “Je verwacht een snelle daling in de groep die wordt gevaccineerd, maar bij andere groepen kan het best een aantal jaar duren voordat het aantal besmettingen afneemt.”

Dan de derde reden: schaarste. Er is maar een beperkte hoeveelheid van het vaccin beschikbaar. Omdat er te weinig is voor de gehele bevolking, moet de overheid kiezen. Volwassenen inenten heeft wel nut, maar alleen om henzelf te beschermen. Omdat zij niet de haard zijn, heeft het geen invloed op de verspreiding van de bacterie.

Stel nu dat je je als volwassene toch wil vaccineren, kan dat dan?

Ja, dat kan wel, maar iedereen die geen oproep heeft gehad voor het vaccinatieprogramma, moet wel zelf betalen. Daarbij is het is volgens Van Vliet een beetje een loterij wie wel en geen prik krijgt. “We krijgen er veel vragen over”, zegt Van Vliet. “Je kunt naar de huisarts gaan of naar de GGD, maar het is niet zeker of er vaccin voorradig is. Als iedereen nu naar zijn huisarts gaat, is het vaccin er in een dag doorheen.”

Let wel: dan gaat het alleen over het vaccin dat op de vrije markt verkrijgbaar is. Apothekers en GGD'en kopen het in via de groothandel. De overheid koopt in via het rijksvaccinatieprogramma. Dat gaat in veel grotere hoeveelheden zodat er voldoende is voor de groep die een oproep krijgt.

Deel dit artikel