Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De demonisering van Pim Fortuyn

Home

door Paul Frentrop

'De eerste aanslag op Fortuyn was karaktermoord. Die was al maanden gaande en werd met volle hevigheid ingezet, toen de Volkskrant op 9 februari een interview met Fortuyn publiceerde. De tweede aanslag was snel, gewelddadig en succesvol. De conclusie moet zijn: Het is in Nederland gevaarlijk om te zeggen wat je denkt. Het is een grote schande dat spraakmakend Nederland daar op deze bloedige manier op gewezen moet worden.'

De tweede moordaanslag op Pim Fortuyn was snel, gewelddadig en succesvol. De eerste moordaanslag was langzaam, via de media en leek te falen. Over de tweede moordaanslag, die van 6 mei, toonde Nederland zich geschokt. De eerste - ideologische - moordaanslag was toen nog in volle gang.

Op het moment dat Fortuyn werd neergeschoten plofte door meer dan 200.000 brievenbussen in Nederland NRC Handelsblad, met daarin een hoofdartikel dat begon met te zeggen dat het nu, na de dodenherdenking en bevrijdingsdag bij uitstek een moment was voor morele bezinning, op vragen van goed en kwaad. De uitkomst van deze bezinning was:

,,Staat straks Fortuyn als premier met een krans op de Dam, de man die de islam 'achterlijk' vindt en de mensen uit Marokko en Turkije niet behorend tot 'de moderniteit'? Deze dagen symboliseren de heroprichting van het vrije Nederland, waar je mag zeggen wat je wilt, geloven wat je wilt, ongeacht huidskleur, ras of nationaliteit. Het is de trots van Nederland dat we hier juist niet de ene cultuur beter vinden dan de andere. Dat we hier mensen gelijk behandelen in een open samenleving. Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren.''

Zelden is ten aanzien van vragen van goed en kwaad de plank faliekanter mis geslagen. De feiten zijn dat Fortuyn in Nederland, symbolisch genoeg in het mediapark, het lauw kloppend hart van de staatsomroep, is doodgeschoten om wat hij zei. En dat de politie meteen - en als enige gegevens - ras en nationaliteit van de dader bekend maakte.

Niet wat Fortuyn dacht en zei, maar wat NRC Handelsblad schreef is een grote schande. Als Pim Fortuyn op de Dam had gestaan, was dat geweest omdat veel mensen op hem hadden gestemd. Dat werd alom gevreesd omdat het zeer on-Nederlands is zo aan de macht te komen. Wim Kok werd pas premier nadat hij drie keer de verkiezingen had verloren. Voordat Fortuyn op het toneel verscheen, leek Ad Melkert premier te worden, al werd toen al verwacht dat hij nog minder stemmen zou trekken dan Kok.

De conclusie moet zijn: Het is in Nederland gevaarlijk om te zeggen wat je denkt. Het is een grote schande dat spraakmakend Nederland daar op deze bloedige manier op gewezen moet worden.

Zoals Khomeini de religieus gedreven emoties in het Midden-Oosten aanzwengelde door de Verenigde Staten tot de Grote Satan te bestempelen, zo hebben in Nederland de door inteelt geïmbeciliseerde politiek en media Pim Fortuyn gedemoniseerd. En zeg niet dat dit niet werd onderkend. Fortuyn zelf heeft Wim Kok opgeroepen een eind te maken aan die demonisering. Dezelfde Wim Kok die, net als na de tereuraanslag op 11 september, op 6 mei geschokt was en het volk opriep om toch vooral z'n kalmte te bewaren. Maar die Fortuyn eerder omschreef als 'iemand die groepen tegen elkaar opzet'. Een uitspraak die Fortuyn postuum weerlegde getuige de dwarsdoorsnee van de samenleving, rijk, arm, jong, oud, autochtoon, allochtoon, die na de moord zijn medeleven kwam betuigen.

Alle mensen die gezegd hebben dat Pim Fortuyn gevaarlijk was, die moeten zich schamen.

Dat zijn in de eerste plaats de krullenbollen van D66, wier voorman, Thom de Graaf, zo fijntjes citeerde uit het dagboek van Anne Frank toen Fortuyn aanpassingen van de Grondwet voorstelde. D66-ers hadden een pathologische afkeer van Fortuyn. Maar ook verstandige mensen als Gerrit Zalm noemden Fortuyn gevaarlijk. En natuurlijk moeten aan de schandpaal ook alle journalisten die de dagen vóór de moord artikelen schreven waarin Fortuyn en Le Pen in één adem werden genoemd, maar daarbij steeds hun handen in onschuld wasten door als tussenzinnetje in te lassen, dat Fortuyn natuurlijk Le Pen niet was. Maar intussen was de verbinding wel gelegd!

Het gevaar van Fortuyn was dat hij mensen tegen elkaar opzette, zo werd dag in dag uit gepredikt. Waar Fortuyn komt ontstaan conflicten, was de mantra.

Natuurlijk was Fortuyn geen lieverdje, kon hij jennen en is er geen reden hem heilig te verklaren. Hij was echter niet gevaarlijk. Het echte gevaar was de manier waarop de heersende klasse reageerde op de kritiek die Fortuyn uitte. Dat die reactie culmineerde in een fysieke moordaanslag, mag schokken, maar niet verbazen.

De eerste aanslag op Fortuyn was karaktermoord. Die was al maanden gaande en werd met volle hevigheid ingezet, toen de Volkskrant op 9 februari een interview met Fortuyn publiceerde.

Belangrijkste steen des aanstoots daarin was Fortuyns suggestie om anti-discriminatiebepalingen te schrappen, omdat hij vond dat die strijdig waren met de vrijheid van meningsuiting. ,,Laat mensen die opmerkingen maar maken. Er is een grens en die vind ik heel belangrijk: je mag nooit aanzetten tot fysiek geweld. Dat kan een rechtsstaat zich niet permitteren. Maar als een imam weet te vertellen dat mijn levenswandel volstrekt verwerpelijk is en beneden die van varkens ligt: oké, dan zegt hij dat maar.''

Wat is daar mis mee? Deze discussie is volstrekt legitiem. ,,Met deze claim om onderling te mogen discrimineren, voegde Fortuyn zich in een lange rij van wetenschappers en schrijvers die zich kritisch hebben uitgelaten over het verbod op onderling discrimineren,'' schreef Marjolijn Februari. Zij wees erop dat nog geen maand eerder in De Groene Amsterdammer de socioloog Erik van Ree een vergelijkbaar pleidooi had gehouden om precies dezelfde redenen als Fortuyn.

Maar wij kennen geen echte vrijheid van meningsuiting. Fortuyn mocht dat niet zeggen. Voor Thom de Graaf was het aanleiding Anne Frank te adviseren haar achterkamertje alvast voor onderduik gereed te maken. Rosenmöller, Dijkstal en Melkert haastten zich om Fortuyn af te schilderen als een pleitbezorger van het nazisme vanwege diens zogenaamde voorstel tot afschaffing van artikel 1 van de Grondwet. D66-kamerlid Boris Dittrich, kenner van het recht, noemde Fortuyns bewering 'levensgevaarlijk'. Levensgevaarlijk voor wie Boris? Dit kamerlid zei vervolgens dat afschaffing van artikel 1 van de grondwet ertoe zou leiden dat de politie gericht mensen kan oppakken: ,,In Fortuyns visie islamieten. Maar een andere machthebber kiest misschien joden of homo's.''

Marjolijn Februari analyseerde deze demonisering messcherp: ,,Zo groeide een pleidooi voor uitingsvrijheid in de ijverige handen van de jurist Dittrich uit tot een pleidooi voor het oppakken van moslims. Dat is geen politiek meer, dat is pure boosaardigheid.''

Hoe verhoudt dit zich tot de uitspraak van onze demissionaire vader des vaderlands: Fortuyn is iemand die mensen tegen elkaar opzet? Volgens mij doet Dittrich dat, zonder dat de premier daar iets van zegt.

Deze eerste aanslag op Fortuyn leek succesvol toen Leefbaar Nederland hem afzette als lijsttrekker. In het nummer van het PvdA-maandblad 'Socialisme en Democratie' dat twee dagen na de gemeenteraadsverkiezingen verscheen, maar tevoren was vervaardigd, stond geschreven dat de mogelijkheid dat Pim Fortuyn bij de komende verkiezingen een groot aantal zetels haalt, verdwenen lijkt.

Te vroeg werd echter victorie gekraaid. Fortuyn was langs deze weg niet dood te krijgen. Hij bleek immuun voor het venijn van journalisten en politici. Hij won glorieus met Leefbaar Rotterdam en richtte zijn eigen landelijke lijst op. Burgemeester Ivo Opstelten was van de uitkomst zo geschrokken dat hij eerst een dag van reflectie inlaste. Daarna was zijn reactie: 'Dit is natuurlijk niet goed voor ons imago'.

Nooit eerder heeft bij mijn weten een door de kroon benoemde functionaris minder respect getoond voor de uitkomst van verkiezingen. Maar niemand die Opstelten gevaarlijk noemde. Een maand voordat Frits Bolkestein waarschuwde dat we met Fortuyn in het buitenland een plee-figuur zouden slaan, zei Opstelten ook nog: 'Ik heb nog niet eerder meegemaakt dat ik na raadsverkiezingen buitenlandse media op bezoek krijg'. Geen wonder. Het waren zijn eerste raadsverkiezingen sinds hij van Utrecht naar Rotterdam overstapte. De burgervader, die anders zo graag Rotterdam in het buitenland 'op de kaart zet' vond die internationale belangstelling voor de verkiezingen echter geen goed teken. ,,Ze komen hier niet omdat het goed gaat. Ik ben er trouwens niet happig op om op te treden voor de Vlaamse of Franstalige Belgische televisie. Ik wil niet dat Rotterdam met Antwerpen wordt vergeleken. Die vergelijking is niet aan de orde. Dus die media mijd ik.'' Maar wie vergelijkt hier publiekelijk Fortuyn met De Winter op eenzelfde wijze als Fortuyn later impliciet aan Le Pen gekoppeld zou worden? Het woord huichelen dringt zich op.

In de marge van deze smerige oorlog raakten enkele vooraanstaande journalisten gewond door vuur van het regiment van Jan Nagel, die hun integriteit ter discussie stelde: 'Journalisten helpen de

PvdA tegen Leefbaar Nederland'. Om die schijn te vermijden gaf NRC-commentator Mark Kranenburg niet zijn baan, maar zijn lidmaatschap van de PvdA op, daarmee niet alleen aantonende dat het professionele hemd hem nader was dan de idealistische rok. Ook meent hij blijkbaar dat de lezer zijn objectiviteit hoger schat als hij geen contributie aan z'n partij betaalt.

Aan de andere kant opereerde men anders. De NOS verlengde het contract van sportcommentator Hans Kraay niet omdat die zich kandidaat had gesteld voor Leefbaar Nederland. Zo wordt in onze democratie met het passief kiesrecht omgesprongen. De Vara leek hetzelfde met

diskjockey Henk Westbroek te doen, maar kwam tot een schikking. Westbroek had blijkbaar een beter contract.

Vervolgens ging de pers over tot de orde van de dag. Barend & Van Dorp zouden Fortuyn wel eens klein krijgen, kondigden ze voorafgaand aan hun eerste onderhoud met de Grote Satan aan. Journaal-verslaggever Job Frieszo zwaaide voor de camera met het programma van de Centrum-Democraten. Zelfs de keurige J.L. Heldring vergeleek de opkomst van Fortuyn met die van de NSB-er Mussert in 1935.

,,De gelukwens van Filip de Winter maakt duidelijk in welke hoek Fortuyns sympa-thisanten gezocht moeten worden,'' schreef de hoofdredactie van het Algemeen Dagblad. Columniste Pamela Hemelrijk nam aanstoot aan haar eigen krant: ,,Welke hoek hier precies wordt bedoeld, dat is voor de auteur blijkbaar zo evident dat het niet eens gezegd hoeft te worden. Iedereen kan immers aanvoelen, impliceert de tekst, over welke abjecte categorie we het hier hebben? Verstokte racisten dus, fascisten, holocaust-ontkenners, hakenkruiskladders, skinheads, neo-nazi's, in-brand-stekers van Turkenpensions, volgelingen van de weduwe Rost van Tonningen, kortom: het handjevol semi-criminele paria's en outcasts dat geacht werd de achterban te vormen van Janmaat.'' Zij maakte er als praktiserend Fortuyn-sympathisant bezwaar tegen om met de bovengenoemde categorie in één hoek gedreven te worden. Maar ze was een roepende in de woestijn.

Het was immers Fortuyn die volgens pers en politiek bevolkingsgroepen tegen elkaar opzette. Maar de feiten waren anders. Fortuyn presenteerde op 14 maart zijn boek 'De puinhopen van acht jaar paars' als verkiezingsprogramma in perscentrum Nieuwspoort. Het bleek niet een plek waar respect bestaat voor elkanders mening. Hij werd daar bekogeld met hevig naar braaksel stinkende taarten en deed toen zijn 'emotioneel en indringend beroep op premier Kok hem niet langer te demoniseren'. Tevergeefs. Sommige boekhandelaren weigerden het boek te verkopen, als ware het 'Mein Kampf'. Leo Prick schreef daarover:

,,Dat zegt veel over die boekhandelaren. Racisme verpakt als literatuur mag wel, seksistische vunzigheid in ranzige blaadjes ook, maar het boek waar kranten over schrijven en dat de geïnformeerde burger wil lezen, dat wordt door enkele boekhandelaren aan hun klanten onthouden. Op mijn vraag of het niet vanonder de toonbank werd verkocht, kreeg ik een verbaasde blik als antwoord.''

Op 17 maart opende ook de VVD uit electorale nood de aanval op Fortuyn onder leiding van minister Gerrit Zalm. Die noemde Pim in Het Buitenhof een bedrieger van het volk en een gevaarlijk man. De VVD verweet Fortuyn slechts simpele en radicale oplossingen aan te dragen voor complexe problemen als onderwijs en zorg. Zalm doelde met gevaarlijk waarschijnlijk op de gebrekkige financiële onderbouwing van Fortuyns ideeën, maar zijn formulering was op z'n minst onzorgvuldig.

Fortuyns standpunt over het asielbeleid riep ter linkerzijde de meeste weerstanden op. ,,Waar het om draait is dat hij op het terrein van het immigratiebeleid morele en politieke grenzen overschrijdt die niet overschreden mogen worden,'' zo stelden Frans Becker en Paul Kalma namens de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid. Dit bureau stelt in Nederland blijkbaar de morele en politieke grenzen vast.

Tevens werd hij aangevallen op zijn mening over de islam. Daar gaat bij ons Marcel van Dam over. Die noemde Fortuyn op 14 februari 'een onvervalste anti-islamiet'. Als je dat woord snel uitspreekt roept het al de beoogde associaties op. Van Dam deed dat ook expliciet. Hij stelde Fortuyns anti-islamisme op één lijn met antisemitisme.

Van Dams luis in de pels, Ronald Plasterk stelde een dag later deze discussietruc aan de kaak: ,,Het verschil, ik licht het nog eens toe, is dat een antisemiet iemand discrimineert om zijn of haar afkomst. Die ligt voor elke persoon vast, en wordt niet door diens wil beïnvloed. Een anti-islamist discrimineert ook, maar die discrimineert op iemands opvattingen. Wat dat betreft is anti-islamisme beter te vergelijken met anti-communisme of anti-fascisme.''

Dergelijke nuances zijn niet besteed aan NRC Handelsblad dat ons nog steeds voorhoudt dat we de ene cultuur niet beter mogen vinden dan de andere. Iets waar niet alleen Fortuyn en Berlusconi anders over dachten. Maar Berlusconi is voor veel Nederlandse journalisten ook een Satan. Hij heeft immers de 'aanval op de staatsomroep geopend' door een grote schoonmaak onder linkse en anti-democratische journalisten te beloven.

Nu, na de fysieke moord op Fortuyn, is de geldende wijsheid dat Nederland zijn onschuld heeft verloren, omdat we zoiets sinds de moord op de gebroeders De Witt niet meer mee hadden gemaakt. Maar er was niets onschuldigs aan de eerdere pogingen tot karaktermoord. Theo van Gogh windt er geen doekjes om als hij onder de titel 'Moordenaars' op zijn website de betrokken politici en journalisten een veeg uit de pan geeft.

Natuurlijk is er geen direct causaal verband. Maar ik hoop dat veel betrokkenen terug zullen blikken in knipselmappen en videobanden en zich dan zullen realiseren wat ze hebben gedaan.

Intussen gaan we over tot de orde van de dag.

Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven noemde de moord 'een aanslag op de democratie'. Is dat wel zo, vroeg John Jansen van Galen zich in het Parool af: ,,Dat is de moord van zijn betekenis ontdoen. Het was, of de schoten nu van links of rechts kwamen, een aanslag op Fortuyn en wat hij belichaamde.'' Dat vind ik ook. De voorafgaande karaktermoord, die was de aanslag op de democratie.

Maar Wim Kok was pas 'echt kapot' over de fysieke moord 'in Nederland, een verdraagzaam land, met natuurlijk politieke tegenstellingen, zoals in iedere democratie. Dat is democratie. Maar wel met respect voor elkaar, respect voor elkaars mening.'

Van dat respect was vóór de fysieke moord echter niets te merken. Tolerantie hier is repressieve tolerantie. Je mag een beetje kritiek hebben, dat kan geen kwaad. De mensen moeten een uitlaatklep hebben. Maar er zijn grenzen aan de tolerantie. Als je echt dingen wilt veranderen, word je vermoord.

Dat dit niet eerder in Nederland is gebeurd, is niet omdat we zo tolerant of democratisch zijn, maar omdat sinds de Tachtigjarige Oorlog niemand hier echt de machtsverhoudingen probeerde te veranderen. Troelstra zou ook doodgeschoten zijn als hij had doorgezet.

Het is struisvogelpolitiek om te denken dat wij hier in een soort vreedzaam hobbit-land leven, onbezoedeld door het kwaad. Maar ontkenning is een geaccepteerde reactie: 'Dit kan niet en dit mag niet in een democratie,' zei Paul Rosenmöller die op de avond van de moord, al was de verkiezingscampagne zogenaamd stilgelegd, toch even voor de camera's verscheen. De onjuistheid van de eerste helft van zijn uitspraak, was net daarvoor aangetoond. Dit kan wel in wat we in Nederland een democratie noemen, Paul.

Wij zijn immers een in wezen middeleeuwse samenleving die op 30 april folkloristisch klompendanst, op 4 mei doden herdenkt van een oorlog waarin we weinig heldhaftig waren en op 5 mei vrijheid viert die we niet zelf verworven hebben, terwijl de moderne variant van barbaarse stammen onder de strijdkreet 'Joden' het Leidseplein plundert.

Wij missen nu node dat we nooit een Verlichting of Revolutie hebben meegemaakt. Terecht noemde Arie Elshout in de Volkskrant de sterk moralistische inslag van de Nederlandse politiek het echte probleem. ,,Na de snelle ontkerkelijking van de jaren zestig en zeventig is veel ongerichte religieuze energie achtergebleven. En die zoekt niet alleen een uitweg via de persoon van Mient-Jan Faber. Veel Nederlanders speuren graag naar surrogaat-duivels, en Fortuyn voorzag in hun behoefte. Met zijn kritiek op de multiculturele samenleving werd hij door sommigen gretig getransformeerd tot racist of fascist. In dat proces vergaloppeerden de leiders van de grote partijen zich op zaterdag 9 februari toen zij na Fortuyns spraakmakende Volkskrant-interview voor de politieke kill gingen.''

Die ongerichte religieuze energie zoekt ook na de fysieke moord nog steeds een uitweg. Freek de Jonge bestond het om op de avond van de moord bij Barend & Van Dorp op te roepen om terug te grijpen op de verhalen uit de bijbel en uit de middeleeuwen. De Nederlandse cultuur heeft veel van dezelfde achterlijke trekken die Fortuyn in de islam aan de kaak stelde. Zo stelde de tot televisiedominee verworden cabaretier dat wij bij gebrek aan geloof ons houvast verloren hebben en hij concludeerde: 'Dat is onze jaloezie op allochtonen. Die hebben dat houvast nog wel'.

Dit soort analyses belooft niet veel goeds. De Verenigde Staten leerden van de terreuraanslag van 11 september en sloegen hard terug. Wij hebben nu onze eigen terreuraanslag. Die kwam niet voort uit islamitisch denken, maar vond zijn voedingsbodem in de minstens even griezelige Nederlandse ideologie van politieke correctheid.

In Saoedi-Arabië kent men een machtige religieuze politie, die toeziet op gedrag en denken en bekend staat onder de naam 'Commissie ter Bevordering van de Deugd en ter Voorkoming van Ondeugd'. Wij hebben onze eigen zelfbenoemde hoeders van de politiek correcte zeden, die wel weten hoe ze andersdenkenden moeten aanpakken.

Maar nu het kwaad is geschied geven die politici en journalisten niet thuis. Thom de Graaf liep kwaad weg toen hem gevraagd werd of politici niet zelf het klimaat geschapen hadden, waarin de fysieke moord kon gebeuren. 'Het is gewoon niet waar,' aldus Paul Rosenmöller, erkend ontkenner van de werkelijkheid. 'Zo gaat dat nu eenmaal in de verkiezingsstrijd', is terugblikkend de teneur van de beschouwingen. 'Een kwestie van geven en nemen', 'dat hoort erbij' en 'Fortuyn riep door zijn stijl weerstanden op'. Maar het zijn die weerstanden die analyse behoeven.

Voor wie de nuance schuwt zal 6 mei voortaan in Nederland de datum zijn die bij uitstek geschikt is voor bezinning op de vragen van goed en kwaad. Het door NRC Handelsblad op 6 mei 2002 afgedrukte hoofdartikel kan daarbij net zo behulpzaam zijn als 'Mein Kampf' is bij bestudering van het nazisme.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie