Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De christelijke leer bepaalt nog altijd de verhouding tussen mens en natuur

Home

Willem Schoonen

'Het aards paradijs met de zondeval van Adam en Eva', tot stand gekomen door een samenwerking tussen Jan Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens. © Mauritshuis
Wetenschap

Wat is natuur waard? Dat was de vraag in het eerste deel van dit tweeluik. Nu is de vraag hoe de mens met die waarde omgaat, en zou móeten omgaan. Natuurethiek dus.

De ecologische crisis waar we op afstevenen is grotendeels te wijten aan het christendom. Westerse wetenschap en technologie zijn gebouwd op de christelijke leer van de verhouding tussen mens en natuur. Die leer zegt dat we geen deel zijn van de natuur, maar boven haar staan. We zijn superieur en kunnen de natuur naar believen gebruiken. Meer wetenschap en meer technologie gaan ons niet helpen in de ecologische crisis. We hebben een nieuwe religie nodig, of moeten onze oude opnieuw doordenken.

Lees verder na de advertentie

Dat was de boodschap van de Amerikaanse historicus Lynn White junior op de jaarvergadering van de AAAS (American Association for the Advancement of Science, een grote vereniging van wetenschappers). Dat was in december 1966! En die boodschap kwam hard aan. De vermaarde rede heeft destijds veel discussie opgeroepen en wordt nog steeds aangehaald door denkers over natuur en milieu.

Zoeken naar verklaringen

De mens heeft zijn vernietigende kracht kunnen ontwikkelen door het huwelijk van wetenschap en technologie. Een christelijk huwelijk, liet White zien. De westerse wetenschap begon als natuurtheologie: men wilde kennis van God opdoen door zijn Schepping te bestuderen. De mensen die we nu grote natuurkundigen noemen, zoals Copernicus, Newton en Galilei, waren in zekere zin theologen, ze werden in hun wetenschappelijk onderzoek gedreven door religieuze motieven. Bij Robert Boyle, de vader van de scheikunde, ging dat zo ver dat hij zijn experimenten uitsluitend op zondag deed, de dag des Heeren.

De innovatie veranderde niet alleen de verhoudingen in de landbouw ingrijpend, maar ook de relatie tussen mens en aarde

Hun wetenschap beperkte zich niet tot het waarnemen van Gods tekenen in de natuur, ze gingen die verschijnselen verklaren. De regenboog was niet meer enkel het teken dat God na de zondvloed aan Noach had beloofd, maar ook de breking van licht in waterdruppels.

Die moderne wetenschap vond een huwelijkspartner in de technologie, ook van christelijke komaf. Want technologie, betoogde White, was de uitwerking van de heerschappij van de mens over de natuur, hem door God gegeven. De historicus illustreerde dat met de moderne ploeg, die werd ontwikkeld in Noord-Europa in de zevende eeuw. Tot dan - en in grote delen van de wereld vandaag nog - werd het land bewerkt met krabploegen, die niet meer doen dan de bovenlaag losmaken. De zware Noord-Europese grond had meer nodig. Dus werd de ploeg voorzien van een mes dat de grond doorkliefde en een keerblad dat de grond omdraaide, zodat het onkruid onder kwam en de vruchtbare grond boven. De innovatie veranderde niet alleen de verhoudingen in de landbouw ingrijpend, maar ook de relatie tussen mens en aarde. Waar de mens deel was geweest van de natuur, zette hij nu het mes in de aarde en ging haar exploiteren.

Gods beeltenis

Het is geen toeval, zei White, dat die technologie werd ontwikkeld in het christelijke Europa, en ook alleen daar. Want de God van die christenen had de aarde geschapen, met alle planten en dieren die haar bewonen. Hij had de mens geschapen en hem het recht gegeven alle dieren van een naam te voorzien en over hen te heersen. Al zijn werken had God gedaan voor de mens. En die mens, hoewel gemaakt uit klei, is niet zomaar een deel van de natuur; hij is naar Gods beeltenis gemaakt. Het christendom is 's werelds meest antropocentrische godsdienst tot nu toe, concludeerde White. En hoewel het in 1966 al in zwang was niet meer te geloven en het post-christelijke tijdperk in te luiden, is de relatie tussen mens en natuur van dat christendom doortrokken.

"Dat klopt", zegt Jan Boersema, "Je gelooft misschien niet meer en we zijn een seculiere samenleving geworden, maar het denken over de natuur wordt nog altijd bepaald door het christendom, je vindt er veel bijbelse motieven in terug. Die moet je serieus nemen, als je iets wilt zeggen over onze omgang met de natuur."

Boersema is hoogleraar grondslagen van de milieuwetenschappen aan de Universiteit Leiden, en een van de weinigen in Nederland die zich met deze materie bezighoudt. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar White destijds sprak, maar ook in Europese landen als Groot-Brittannië en Duitsland, hebben natuurethiek en natuurfilosofie in Nederland geen academische voet aan de grond gekregen. Er is veel over gediscussieerd en gepubliceerd in de jaren zeventig, tachtig en negentig, maar die activiteiten hebben geen verankering gekregen aan de universiteiten.

De vredesbeweging kreeg een academische landing in de polemologie, de beweging tegen het strafrecht kreeg zijn criminologie. En de milieubeweging resulteerde in milieuwetenschappen, maar die zijn veelal technisch van aard. Het fundamentele denken over ecologie werd in academische kringen gewantrouwd als een maatschappelijke, politieke beweging, zegt Boersema. Ook aan de faculteiten filosofie en theologie. Als er een theoloog langskomt met een vraag, dan is het omdat hij in de Bijbel een granaatappel is tegengekomen en wil weten waar in het Heilige Land die kon groeien.

Rentmeesterschap

Als er nu wordt gepraat over een christelijke visie op de relatie mens en natuur, valt al snel het woord rentmeesterschap: de mens die over Gods Schepping zou moeten waken. In de Bijbel vind je het woord rentmeester wel, maar niet in die betekenis. De mens krijgt in Genesis 1 van God de opdracht vruchtbaar te zijn, talrijk te worden en te heersen over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen. Alle zaaddragende planten en vruchtbomen zijn hem tot voedsel (groene planten zijn diervoeder). De mens nam een bijzondere positie in, maar deed zijn medeschepselen geen geweld aan.

Helaas bleef het daar niet bij, zegt Boersema. Bepalend voor het christelijk denken, zegt hij, is de zondeval. "Men heeft heel lang gedacht dat de mens in aanleg een goede relatie had met de natuur, en door de zondeval die goede relatie heeft verstoord." God plaatste de mens in de tuin van Eden. Die kwam daar niets tekort en leefde in harmonie, maar kon de verleiding niet weerstaan naar goddelijk niveau te reiken door te eten van de boom van kennis van goed en kwaad, wat God verboden had.

De natuur heeft nu twee gezichten gekregen: goede natuur en vijandige natuur

De straf die God laat volgen is ingrijpend. De relatie tussen man en vrouw wordt ongemakkelijk, er komt schaamte in. Het baren van kinderen wordt pijnlijk. En de aarde wordt weerbarstig, ze geeft niet meer vanzelf haar vruchten af, de mens moet er hard voor werken. Boersema: "Het is geen totale ommekeer, maar alles is een kwartslag gedraaid. Dat wordt later versterkt door de zondvloed die God over de aarde laat gaan omdat hij ziet dat de mens er een puinhoop van maakt. Die zondvloed is een herschepping. Mens en natuur krijgen een tweede kans, maar in een andere verhouding: minder harmonieus. De natuur moet vrezen voor de mens, maar zij wordt - in Genesis 9 - beschermd door een verbond met God. Een uniek verhaal in die oude wereld."

De natuur heeft nu twee gezichten gekregen: goede natuur en vijandige natuur. Goede natuur zijn de gedomesticeerde dieren en planten, die de mens dienen. Vijandige natuur is de wildernis, die hem bedreigt. Je vindt het woord wildernis in de Bijbel niet in positieve zin. Volken en mensen die zich niet gedragen worden geregeld de wildernis ingestuurd, dus goed toeven kan het daar niet zijn.

Cultiveren

Boersema: "Die wildernis moet de mens beteugelen, daartoe is hij op aarde. Die gedachte vind je overal terug in de westerse cultuur. Francis Bacon, vader van de moderne wetenschap, schrijft bijvoorbeeld dat de mens op die manier de gevolgen van de zondeval kan herstellen. Ik ben nu bezig met onderzoek naar het denken van Nederlandse protestanten die in vroeger tijden naar Amerika zijn gegaan. In hun geschriften vind je diezelfde gedachte. De prairie moet zijn schatten nog prijsgeven, schrijven ze. De wildernis moet in cultuur worden gebracht."

Daar komt een typisch bijbels motief bij, zegt Boersema: lineair denken. In de Oudheid hadden tijd en universum begin noch eind. De volken buiten Israël dachten circulair: het leven voltrok zich in cirkels. In het christendom is met de Schepping het idee verankerd dat de geschiedenis zich in een lijn zou voltrekken.

Als de geschiedenis een lijn is, dan opent zich de mogelijkheid dat de toekomst beter is dan het heden

Boersema: "Als de geschiedenis een lijn is, dan opent zich de mogelijkheid dat de toekomst beter is dan het heden. En nu die mogelijkheid er is, wordt het een plicht daarvoor te zorgen. De mens moet vooruitgang bewerkstelligen. En dat heeft hij gedaan: onze levensomstandigheden zijn in twee eeuwen zoveel verbeterd, dat we honderd worden en niet al voor ons veertigste overlijden. Het beteugelen van de wildernis, van die vijandige natuur, is onderdeel van dat vooruitgangsdenken."

De westerse mens is dus voorgeprogrammeerd om de vruchten te plukken van het land, te heersen over al wat leeft en wildernis te bestrijden. Wil je daarin verandering brengen, dan ben je er niet met toekennen van waarde aan de natuur, wat in het eerste deel van dit tweeluik aan de orde was. Je moet het hele denken omdraaien, zegt Boersema. "Intrinsieke waarde, de eigen waarde van de natuur, heeft in Nederland een enorme vlucht genomen. Je vindt het begrip in tal van natuur- en milieuwetten. Maar wat betekent het? Letterlijk kun je het niet nemen, want dan beland je in een filosofische valkuil. Niets kan waarde van zichzelf hebben. Schopenhauer heeft laten zien dat waarde relatief en relationeel is. Waarde bestaat bij de gratie van iets of iemand die haar toekent en weegt. Als je zus een kind krijgt, word jij oom. Je bent niks veranderd en je houdt op oom te zijn als je sterft: die oom zit niet in jou maar in jouw relatie met dat kind."

Verantwoordelijkheid

Het toekennen van waarde is belangrijk, maar niet genoeg voor een fundamentele verandering in de relatie die de westerse mens met de natuur heeft, zegt Boersema. "Je moet het denken omdraaien en kritischer naar het eigen handelen kijken. Niet: de mens heeft de heerschappij gekregen over de Schepping, maar: de mens moet heel goede argumenten hebben om natuur aan te tasten. Als je een soort laat verdwijnen, neem je een zware verantwoordelijkheid op je. In Genesis 1 wordt de mens de hele wereld aan de voeten gelegd, maar we hebben ook Genesis 9, waar God de mens verbiedt vlees te eten. De mens is baas, maar ook vegetariër. Het is ook in Genesis 9 dat God zijn verbond sluit met al wat leeft."

Kritisch kijken naar eigen handelen dwingt je alternatieven te onderzoeken, zegt Boersema: "Ik noem dat de regenpijpdiscussie. Als iedereen langs de regenpijp naar buiten gaat, met alle risico's van dien, kun je zeggen: het is goed dat mensen van jongs af aan leren klimmen. Je kunt onder de regenpijp rubbertegels leggen om de risico's te beperken. Of je kunt eisen dat er wettelijke regels komen voor regenpijpen. Allemaal mogelijkheden. Of je roept: Hé, we kunnen ook via de trap."

Vertaald naar de omgang met de natuur betekent dat: je kunt de waarden van natuur berekenen, en regels in het leven roepen om aantasting van die waarden binnen de perken te houden, maar je zou eerst moeten kijken of aantasting van die natuur wel nodig is.

Een voorbeeld: op de oceaanbodem liggen mangaanknollen. Omdat de mens dat metaal veel gebruikt, wil hij die knollen delven. Er wordt onderzoek gedaan naar de vraag of dat verantwoord kan. Boersema: "Je kunt de waarde van die zeebodem berekenen voor de visstand en steggelen over maatregelen, technieken en plekken om de mangaan met zo weinig mogelijk schade te winnen. Maar dat leidt af van de vraag of we niet heel goed zónder die mangaan onze plannen kunnen realiseren."

Lees hier het eerste deel van dit tweeluik: Waardeloze natuur, bestaat die?

Deel dit artikel

De innovatie veranderde niet alleen de verhoudingen in de landbouw ingrijpend, maar ook de relatie tussen mens en aarde

De natuur heeft nu twee gezichten gekregen: goede natuur en vijandige natuur

Als de geschiedenis een lijn is, dan opent zich de mogelijkheid dat de toekomst beter is dan het heden