Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De buurtbus is volwassen geworden

Home

REPORTAGE QUIRIJN VISSCHER

Het aantal buurtbussen groeit, dankzij duizenden vrijwillige buschauffeurs die op het platteland het openbaar vervoer in stand houden. Ze zijn lid van buurtbusverenigingen. Maar reizigers zien de vertrouwde logo's van commerciële vervoerders. Kan het professioneler?

Ze heeft haar seniorenappartement in de Oosterbeekse bossen puur gekocht vanwege lijn 589. Buiten die buurtbuslijn zou ze niet kunnen, bekent mevrouw Van de Ven tijdens de rit naar haar woning. Ze bezocht in Doorwerth het overdekte winkelcentrum. "Om er eventjes tussenuit te zijn, ga ik daar driemaal per week heen", zegt ze. "Vanwege de mooie rit ook. De buurtbus is een uitkomst."

Buslijn 589 is al sinds de introductie in december 2008 een publiekslieveling in de gemeente Renkum. Jaarlijks reizen 17.000 passagiers met het achtpersoonsbusje van Buurtbusvereniging Veluwezoom West tussen Doorwerth en Wolfheze. De tocht voert over Veluwse heuvels met weidse uitzichten en langs beekdalen die uitmonden in de Neder-Rijn. Op het busje prijkt het logo van Breng (Connexxion). Digitale reisinformatie is present.

Buurtbussen zijn razend populair op het platteland. Het valt alleen weinigen op. Landelijke politici spreken zelden over de 168 busdiensten die met vrijwilligers achter het stuur het openbaar vervoer overeind houden in honderden dorpen en buitenwijken. En echt niet alleen in dunbevolkte regio's, maar ook in de groene voorstedelijke gemeente Renkum (33.000 inwoners), ingeklemd tussen Wageningen en Arnhem.

Vooral Gelderland, Noord-Brabant, Overijssel en (de kop van) Noord-Holland kennen veel lijnen. De buurtbus rijdt volgens dienstregeling langs de haltes. De argeloze buitenstaander weet dat niet. "Sommigen noemen ons belbus", gruwt voorzitter Dick van Oort van Veluwezoom West. "Maar die werkt echt heel anders."

Sinds 1977 rijden buurtbussen volgens een vast concept. Het zijn personenbusjes voor acht passagiers die door vrijwilligers worden bestuurd. Ze rijden vaste routes langs haltes volgens een officiële dienstregeling. De chauffeurs zijn lid van een buurtbusvereniging. De behoefte aan een buurtbus wordt eerst onder de bevolking gepeild.

Regionale overheden kiezen periodiek een openbaar-vervoersbedrijf voor busvervoer in hun gebied. Onder het logo van die concessiehouder rijden de buurtbussen. De voertuigen en tankpassen komen van de vervoersmaatschappij, de chauffeurs van lokale verenigingen. In de gemeente Renkum heeft de vereniging een wasploeg. De busjes staan er steeds fris bij. Ze mogen naast het dorpstankstation worden gestald. Toeristen kunnen in de bus kaartjes krijgen met haltes, dienstregeling, wandelkaarten en horecareclames.

Sjouke Zuil reist graag met lijn 589. Ze haalt een vriendin op in Wolfheze om in Oosterbeek koffie te gaan drinken. "De chauffeurs ken je uiteindelijk allemaal", zegt ze. Haar vriendin stapt in en zegt: "Komen we weer in de krant?" Sinds de editie Renkum van De Gelderlander wekelijks een column plaatste vanuit deze bus kent de hele gemeente 'lijn 589'.

Minder florissant gaat het met lijn 590 van dezelfde vereniging. Sinds de afgelopen zomer rijdt die tussen Doorwerth, Heelsum en Renkum. Amper honderd mensen per week rijden ermee langs splinternieuwe bushaltes. De ondergrens voor een buurtbus, jaarlijks 3000 passagiers, wordt nipt gehaald. Dat terwijl de buspassagiers tot de zomer gratis meerijden op de '590' vanwege defecte apparatuur voor de OV-chipkaart.

Menig chauffeur op deze lijn reed uren leeg heen en weer. Het eindpunt is een tijdelijk leeg verzorgingshuis in de bossen van Wageningen. De bejaarde Jehova's getuigen die er volgens de entreeborden hun intrek gaan nemen, moeten de '590' missen, verklapt Van Oort terwijl de chauffeur een rondje draait op het lege terrein. "We verbinden onze beide lijnen", zegt hij. "Daardoor verandert de route. Hier komen we niet meer."

De Renkumse buurtbusvereniging rijdt namens de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Die heeft de bus bij Breng (Connexxion-groep) ondergebracht. Tot 2005 telde de stadsregio één buurtbus bij Malden (anno 1981). De afgelopen zeven jaar kwamen er negen bij. De nieuwste is lijn 524 in Dieren en Spankeren. Hoe meer buurtbussen, hoe meer passagiers. In 2009 telde de regio Arnhem-Nijmegen 75.000 passagiers op zes lijnen, twee jaar later zo'n 120.000, op negen lijnen.

Alle twaalfhonderd buurtbuschauffeurs uit beide Gelderse busvervoerregio's (van Breng en Syntus) krijgen elk jaar een uitje van de provincie Gelderland aangeboden. "Met honderden chauffeurs zijn we de eerste keer naar dat partijtje in het Dolfinarium geweest", vertelt Van Oort. Daar stak de Gelderse vervoersgedeputeerde de loftrompet over ze. Inmiddels is dat in Burgers' Zoo en het Nationaal Openluchtmuseum herhaald.

Buurtbusverenigingen zijn gezelligheidsverenigingen, vertelt Van Oort. "Voor sommige chauffeurs is het een manier om onder de mensen te komen. De meeste leden zijn gepensioneerd. Wat echt dolgezellig was, waren afrekendagen, toen we nog met muntgeld werkten. Met de OV-chipkaart heb je dat niet meer. Nu wil het bestuur meerdere malen per jaar iets gezelligs gaan doen."

Juist die gezellige verenigingssfeer tekent het buurtbusimago. "De buurtbussen ontstonden dertig jaar geleden uit lokale initiatieven vanwege bezuinigingen op buslijnen", zegt Peter van de Boogaard, beleidsadviseur openbaar vervoer van de provincie Gelderland. "Uitzonderingen waren het eerst. Pas later beseften we dat we vervoerders moesten overtuigen dat de buurtbus in hun netwerk hoort. De busjes 'voeden' hun buslijnen met passagiers." Gelderland telt in het eigen concessiegebied - Achterhoek, Veluwe en Rivierenland - nu 36 buurtbuslijnen.

De omslag in het buurtbusvervoer lag vijf jaar geleden, stelt Van de Boogaard. Twee zaken moderniseerde de provincie in het eigen busgebied. Reizigers willen dienstregelingen die ze makkelijk kunnen onthouden. Buurtbusverenigingen hadden vaak curieuze dienstregelingen ontwikkeld. Van de Boogaard: "Voortaan: elk uur een bus. Niet meer elke anderhalf uur, of als het zo uitkomt. Het kostte veel moeite dat vrijwilligers duidelijk te maken. Ten tweede: geen buslijnen meer van niks naar nergens. Ze moeten aansluiten op bus of trein."

Bij buurtbusvereniging Ederveen-Overberg (anno 1979) merkten ze direct de gevolgen van de nieuwe uurdienstregeling. "We stonden versteld van de passagierstoename", vertelt voorzitter Aris Mastenbroek. Zijn buurtbus tussen de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug vervoert jaarlijks 16.000 passagiers. Samen met de buurtbusvereniging van Wekerom rijden ze met twee busjes de Syntuslijn '505' via Wekerom, Lunteren, Ederveen en Veenendaal naar Overberg.

Wie alles weet van de '505', vertelt Mastenbroek, is erelid Ans Reimus die sinds het begin bij deze buurtbus betrokken is. Ze schreef jubileumboeken, was bestuurslid, zocht sponsors. "We zijn heel wat bedrijven langs geweest om presentjes te vragen voor onze bingo", vertelt ze. "Als vereniging zijn we hecht. We gaan op ziekenbezoek en denken aan 25-jarige huwelijken. Chauffeurs krijgen een kerstpakket. Jaren zijn die in onze garage ingepakt."

Merkt Reimus iets van professionalisering? "Bij elke nieuwe vervoerder kreeg de bus nieuwe stickers", zegt ze. "En ik had steeds nieuw postpapier nodig. Toen BBA kwam, liep het even stroever. Die wilde van alles veranderen. Maar elke vervoerder wil dat. Als het maar niet ten koste gaat van onze passagiers en chauffeurs. De buurtbuscoördinator van Syntus staat in zijn vrije tijd zelfs voor ons klaar. Geweldig! Jaren daarvoor moesten we veel zelf oplossen. We gingen onze eigen gang."

'Buurtbussers' zijn autonome lieden, vertelt Van de Boogaard. "Je kunt ze niet makkelijk dwingen. Of ze zeggen: hier heb je de sleutels terug." Botst de professionalisering met de wens van vrijwilligersverenigingen om autonomie? Nieuwe buurtbussen hangen vol digitale snufjes die moderne stads- en streekbussen ook hebben. Er zijn nieuwe busjes besteld met klapdeuren en een uitschuifbare elektrische treeplank voor een lage instap in de regio van Renkum. Het Rijk eist op korte termijn toegankelijk openbaar vervoer, dus ook de buurtbus.

Algemene buurtbussen en het doelgroepenvervoer (belbus, regiotaxi) groeien naar elkaar toe, blijkt uit een recent rapport over samenwerking in doelgroepenvervoer van het Kenniscentrum Verkeer en Vervoer. Daarin wordt de buurtbus soms in één adem genoemd met allerlei busjes- en taxivarianten voor senioren, gehandicapten en zieken. De buurtbusvereniging van Neede bijvoorbeeld. Die runt naast een reguliere bus met dienstregeling ook een doelgroepbus. Niet elke buurtbusvereniging zal staan juichen om doelgroepen te gaan vervoeren, vermoedt Van de Boogaard. "Daar leven zorgen als: 'halen we de dienstregeling wel?'"

Bij de Buurtbusvereniging Veluwezoom West leeft die zorg zeker. Renkum is sterk vergrijsd door zijn geschiedenis met pensions en rijen seniorenoorden. De hele gemeente staat vol verzorgingshuizen en serviceflats. Een lagere instap in de bus is welkom. "Maar zadel ons niet op met rolstoelers", zegt Van Oort. "Daarvoor zijn andere vervoersvormen. Een rolstoel vast- en losklemmen kost je al snel tien minuten op de dienstregeling."

Veel vrijwillige buschauffeurs zijn bovendien tussen de 60 en 75 jaar. Ze sjouwen graag zware boodschappentassen naar binnen van passagiers, of rollators. Maar lang niet elke chauffeur is zo soepel als een twintiger, al zijn ze nog zo actief en vitaal.

Zo actief als Hennie Lindeman bijvoorbeeld. Zij installeert zich als chauffeur voor de middagdienst met lijn 589 naar Wolfheze. Ze rijdt ook een grote camper. "Rijden vind ik leuk", zegt ze. "En in de buurtbus hoor je veel verhalen." Een betere instap juicht ze toe. Straks rolstoelen erbij? "De buurtbus is toch meer van de rollators", zegt ze lachend en vertrekt, klokslag 12.04 uur.

Buurtbus begon als 'buxi'

Buurtbuschauffeurs zijn vrijwilligers die lid zijn van een onafhankelijke buurtbusvereniging. Het zijn doorgaans gepensioneerden. Tot je 75ste mag je een buurtbus besturen. Je moet over een 'gewoon' B-autorijbewijs beschikken. Een medisch onderzoek is nodig om aan te tonen dat je een bus kunt besturen. Buurtbusverenigingen krijgen vaak via de vervoersmaatschappij cursussen in beheerst rijden en klantcontact. Per provincie of stadsregio verschilt de aanpak. Sommige verenigingen werken met lokale sponsors. De overheid helpt bij het oprichten van buurtbusverengingen.

Vrijwillige buschauffeurs

Buurtbussen en belbussen worden vaak verward. Beide vinden hun oorsprong in de 'buxi'. Met deze kruising van autobusje ('bu') en taxi ('xi') werd veertig jaar terug geëxperimenteerd om de destijds pasontdekte problematiek van stedelijke filevorming en luchtvervuiling te lijf te gaan. Werkstudenten van de stichting Centrum voor Vervoersplannen in Utrecht bedachten de buxi in 1969 voor toepassing in Emmen.

De Drentse Vervoer Maatschappij liet daar tussen 1970 en 1975 buxi's rondrijden zonder een dienstregeling of bushalte door de nieuwbouwwijk Emmerhout. Op straat de hand opsteken of telefonisch oproepen was genoeg. Het werd een flop. Verkeersminister Tuijnman liet in 1977 de 'buxi' veranderen in de buurtbus met een dienstregeling en zonder beroepschauffeur.

Er werd eerst geëxperimenteerd met vijf vrijwillige buurtbussen die in september 1977 gingen rijden: een succes. Tuijnman vroeg daarop alle gemeente- en provinciebesturen zich bij hem te melden met lokale buurtbusbehoeften. Uit heel Nederland stroomden aanmeldingen binnen, meer dan de minister aankon. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig werden de eerste buurtbusverenigingen opgericht die deels steunden op dorpssponsors.

Vooral lokale reizigers raakten vertrouwd met die bussen met hun plaatselijke werkwijze en soms curieuze dienstregelingen. De buitenwacht behield het beeld van belbus of regiotaxi voor de minder mobiele mens. Pas na 2000 groeide het aantal buurtbusdiensten hand over hand. Dat kwam mede door de Wet Personenvervoer 2000, die bepaalde dat het openbaar vervoer in 19 stads- en provincieregio's steeds periodiek wordt aanbesteed. Buurtbussen rijden doorgaans overdag op werkdagen.

Veel buslijnen op het platteland die nadien zouden verdwijnen, werden door buurtbusverenigingen overgenomen. Nog steeds komen er buurtbuslijnen bij. Nu zijn er 168. In recente rijksstudies naar mobiliteit op het platteland, speelt de buurtbus een marginale rol.

Deel dit artikel