Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De burgemeester kan geen feestje missen

Home

Leonoor Kuijk

Voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy (midden), achter hem zus Tine (senator) en zijn vrouw Geertrui Windels (l), burgemeesterskandidaat. Zoon Peter (links) zit ook in de politiek. © EPA

De Belgische politiek is net een familiebedrijf. Zo gaat de prominente politicus Louis Tobback (74) op voor een nieuwe termijn als burgemeester van Leuven, maar iedereen gaat ervan uit dat zoon Bruno hem halverwege vervangt. Politieke dynastieën, cliëntelisme en geheime voorakkoorden zijn vaste onderdelen van de Belgische politiek. "Het wordt wel minder, maar zolang ik leef zal dit niet veranderen", denkt journalist Erik Raspoet (46). Hij schreef een boek over burgemeesters, dat vorige week in Mechelen werd gepresenteerd.

Anders dan in Nederland wordt de Belgische burgemeester gekozen: de kandidaten zijn bij de gemeenteraadsverkiezingen de nummer één van de lijsten. "Hij moet zich populair maken, wil hij na zes jaar herkozen worden. Dat heeft gevolgen. Burgemeesters lopen zich het vuur uit de sloffen om naar de feestjes te gaan van theater- en sportverenigingen."

In Raspoets boek komt de jonge burgemeester van de - tussen Leuven en Genk gelegen - gemeente Landen aan het woord. Kris Colsoul vertelt dat als hij een feest mist omdat hij dubbel geboekt is, hem dit onder de neus wordt gewreven zodra hij de voorzitter van de bewuste vereniging tegenkomt. Hij maakt daarom notities van de afspraken die hij mist. Dan weet hij waar hij het jaar daarop zeker zijn gezicht moet tonen.

"Het 'dienstbetoon' is ook heel belangrijk. Ik denk dat elke burgemeester wel een zitdag heeft, waarop de burgers de burgemeester direct kunnen spreken. Hij kan de mensen ook helpen om hun weg te vinden in de gemeentelijke administratie. Daar is, denk ik, niks mis mee. Het wordt anders als de burgemeester belooft dat hij ervoor gaat zorgen een bepaald dossier sneller vordert dan normaal, bijvoorbeeld bij wachtlijsten voor een appartement."

Burgemeester Philippe Moureaux van de Brusselse deelgemeente Sint-Jans-Molenbeek gaat er prat op dat hij het cliëntelisme heeft afgeschaft. "Ik neem daar akte van", zegt Raspoet. "Tegelijkertijd kan ik in Molenbeek het cliëntelisme ruiken. Het gemeentehuis zit vol schoonmaaksters, die heel druk zijn met het vertellen van verhalen over hun weekend. Dat is een vorm van gesubsidieerde tewerkstelling. Ik twijfel er niet aan dat die schoonmaaksters Moureaux heel dankbaar zijn. Want dat is waar het bij dienstbetoon om draait: een electorale return."

Wallonië staat bekend om zijn cliëntelisme en burgemeester Moureaux heeft een indrukwekkende staat van dienst binnen de Franstalige Parti Socialiste. In Wallonië is de gemeente vaak de grootste werkgever. "Maar de uitwassen van het dienstbetoon bestaan in Vlaanderen ook, maak je daarover geen illusies. Al wordt het minder. Ik ben zelf opgegroeid in het dorp Wambeek. De burgemeester was een imposante figuur, altijd met jas en hoed. Hij was ook brouwer. Een brouwer was per definitie een rijke hereboer, met veel grond en pachters. Hij stelde mensen te werk op zijn boerderij en in de brouwerij. Het was vanzelfsprekend dat al die mensen op hem stemden. Van zo'n landschap komen we in de jaren zeventig. Als je je dat herinnert, zijn we toch ontzettend geëvolueerd. In Vlaanderen en Wallonië."

Het lokale bestuur wordt professioneler, en de controle op het lokale bestuur is beter. Burgemeesters kunnen mensen daarom niet meer zomaar toestaan dat ze een woning bouwen op landbouwgrond. De procedures worden gevolgd, omdat de kans dat de onwettige gunst wordt ontdekt groot is.

In Raspoets boek refereert burgemeester Jan van Leuven van Baarle-Hertog (dat samenwerkt met de enclave Baarle-Nassau) in dit verband aan de cultuurverschillen tussen Nederland en België. Hij noemt dit het verschil tussen een schaamte-cultuur en een schuld-cultuur. Hij las over het verschil bij Max Weber, de vader van de moderne sociologie. Van Leuven geeft als voorbeeld: stel dat een man zijn vrouw bedriegt. In de schaamtecultuur is dat geen probleem, zolang dat probleem maar niet aan het licht komt. De schaamtecultuur is dominant in het zuiden van Europa, waartoe volgens Van Leuven ook België behoort. "In Nederland, met zijn calvinistische traditie, overheerst de schuldcultuur. Of een overspelige man betrapt wordt of niet, dat is van geen tel. Zodra hij de slaapkamer van zijn minnares betreedt en zijn voetzool van de grond licht, is hij schuldig aan het overtreden van zijn eigen ingebakken regels." Van Leuven noemt de schuldcultuur moreel gezien superieur. "Maar volgens mij wordt de mens in de schaamtecultuur gelukkiger."

Raspoet heeft zelf erg genoten van de gesprekken met Van Leuven. "Vroeger was Nederland in Vlaanderen echt het gidsland. Inmiddels wordt er ironisch over Nederland gedaan. Ten onrechte, ik denk dat Nederland zeker bestuurskundig nog als gidsland kan dienen."

Het dienstbetoon heeft trouwens ook een keerzijde. Herman De Croo, behalve burgemeester van Brakel ook parlementariër en meervoudig voormalig minister, wijst daarop in het boek. De Croo, die bekendstaat als de ongekroonde keizer van het dienstbetoon, zegt: "Als je iemand hebt geholpen, kun je inderdaad hopen dat hij bij de volgende verkiezingen zijn dankbaarheid zal tonen. Maar heel vaak moet je mensen teleurstellen omdat zij onredelijke vragen stellen. Die zijn bij de volgende verkiezingen niet dankbaar."

Raspoet: "Toch heeft De Croo het imago dat hij de mensen ten minste probéért te helpen. Die perceptie leeft en dat is electoraal interessant. De naam De Croo is voor velen een kwaliteitslabel. Dat gaat zijn zoon Alexander De Croo nu verzilveren."

Een kras voorbeeld van meesurfen op de familienaam ziet Raspoet in Aalst. Daar staat de 28-jarige zoon van oud-minister en huidig eurocommissaris Karel De Gucht op de eerste plaats van de liberale lijst. "Die gaat daarvoor speciaal uit een buurgemeente naar Aalst verhuizen. Wat heeft hij bewezen voor Aalst? Totaal niets, maar zo werkt het hier wel."

Het combineren van functies in de landelijke, regionale en lokale politiek is toegestaan, al zijn er wel 'anti-cumul'-regels. Wie minister in de landelijke politiek is, moet zich als burgemeester laten vervangen.

Voor veel politici is het burgermeesterschap ook een terugvalpositie, voor als het fout gaat in de landelijke politiek. "Daar valt vanuit democratisch oogpunt wat op aan te merken, maar voor het combineren van politieke functies zijn ook positieve argumenten te vinden. Op die manier is het lokale beleid ook vertegenwoordigd in hogere assemblees." Belangrijker nog is dat politici zo een groot politiek en ambtelijk netwerk ontwikkelen. "De weg kennen in Brussel, heet dat. Persoonlijke relaties doen er alles toe in dit land. Wil je als burgemeester een rondweg, dan zal dat vlotter gaan als je bevriend bent met de Vlaamse minister van openbare werken. Dat is het Belgische systeem."

Erik Raspoet, Burgemeesters, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, Gent.

Deel dit artikel