Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De buikspreekpop van het kwaad

Home

Huub van Baar

Onlangs figureerde de weduwe Rost van Tonningen als het zwarte schaap in het gelijknamige tv-programma van de Vara. Niet omdat iemand ook maar iets wil begrijpen van wat zij te zeggen heeft, maar om te voorzien in de behoefte aan shockerende uitspraken, denkt filosoof en wiskundige Huub van Baar.

Veel overlevenden van de Duitse concentratiekampen hebben tijdens hun gevangenschap de nachtmerrie gehad dat zij, nadat ze waren teruggekeerd, aan anderen vertelden wat ze hadden meegemaakt, maar dat ze niet werden geloofd; dat hen in het ergste geval zelfs de rug werd toegekeerd.

Pijnlijk precies sluit deze nachtmerrie aan op de herinnering van Simon Wiesenthal aan wat de SS'ers de gevangenen aan het einde van de oorlog voorhielden: ,,Hoe deze oorlog ook afloopt, de oorlog tegen jullie hebben wij gewonnen; niemand van jullie zal overblijven om te getuigen, en ook al zou er iemand ontkomen, dan nog zal de wereld hem niet geloven. Er zullen misschien twijfels zijn, discussies, naspeuringen van historici, maar er zal geen zekerheid zijn, omdat wij tegelijk met jullie de bewijzen zullen vernietigen. En ook al zou iemand van jullie overleven, dan nog zullen de mensen zeggen dat de dingen die jullie vertellen te monsterlijk zijn om geloofd te kunnen worden; ze zullen zeggen dat het overdrijvingen zijn van de geallieerde propaganda; ze zullen ons geloven, die alles zullen ontkennen, en jullie niet. De geschiedenis van de concentratiekampen zal door ons geschreven worden.'' (uit: 'Moordenaars onder ons')

Het is niet gegaan zoals de overlevenden in hun nachtmerrie vreesden. De nazistische vernietigingsmachinerie faalde in laatste instantie waar de ontwerpers en uitvoerders ervan het onmogelijke verlangden: dat hun monstermachine op het moment van zijn definitieve failliet niet alleen zichzelf zou vernietigen, maar ook alles en iedereen die achteraf het bestaan daarvan konden aantonen.

Alleen sporadisch worden wij nog geconfronteerd met personen die de holocaust ontkennen en de naoorlogse geschiedschrijving als vervalst beschouwen. In de eerste aflevering van het Vara-programma 'Het zwarte schaap' (2 juli), gepresenteerd door Inge Diepman, stond zo iemand centraal: de weduwe van collaborateur Rost van Tonningen.

Zij ziet de beelden van de concentratiekampen, en houdt deze voor de gevolgen van de bombardementen op Dresden. Zij heeft het over een tegen haar gerichte 'media-propaganda' en haalt haar laatste zuurstof uit de waanidee dat wat de SS'ers de gevangenen voorhielden, bewaarheid is, maar dan precies omgekeerd: ,,Ze geloven jullie, en mij niet.''

Opvallend aan deze venijnige omkering is dat de weduwe Rost van Tonningen de taal van de slachtoffers probeert te annexeren om haar leed en zelfmedelijden tot uitdrukking te brengen. Ze waagt het om zich het slachtofferschap aan te meten, nadat de media haar ten onrechte zouden hebben gecriminaliseerd, en haar daarmee onherstelbare schade berokkend.

Op dit punt vertoont ze gelijkenis met de Duitse bondskanselier b.d. Helmut Kohl die zichzelf, sinds hij door de media wordt belaagd, met de holocaust-slachtoffers heeft durven vergelijken. En ook ontwikkelingspsycholoog Dolph Kohnstamm ligt nog vers in het geheugen. Het begon met zijn uiterst dubieuze uitspraken over de genetische aanleg van 'werklust', vervolgens vielen de media massaal en vrijwel unaniem over zijn uitlatingen, en uiteindelijk meende hij dat het allemaal de schuld van de media was. ,,Ik word gewoon in de hoek gezet'', mijmerde hij, nadat hij zich ongemakkelijk in het slachtofferpakje had gehesen.

Het leed van het slachtoffer en het daarmee onvergelijkbare van de dader interfereren in deze gevallen op een dubieuze wijze. Wat het Vara-programma betreft, begint deze verstrengeling al bij de voorstelling van de weduwe als een zwart schaap. Dat is ze niet, en wel omdat deze aanduiding slaat op een zondebok, waarop een gemeenschap ten onrechte schuld probeert te laden. Door de weduwe op deze manier te portretteren, wordt de suggestie gewekt dat ook haar onrecht is aangedaan, wat een onterechte vergelijking van slachtoffer en dader in de hand werkt.

Er bestaat weliswaar, zoals Primo Levi in 'De verdronkenen en de geredden' opmerkt, een overeenkomst tussen slachtoffer en dader: ,,Een trauma, geleden of toegebracht, is traumatisch''. Net zo duidelijk is hij over het verschil: ,,Wij willen geen wisseltrucs, freudiaanse vondstjes, morbiditeit, halfzachtheid. De onderdrukker blijft wie hij is en het slachtoffer evenzo: ze zijn niet verwisselbaar, de eerste dient te worden gestraft en verafschuwd (en, zo mogelijk, ook begrepen), de tweede beklaagd en geholpen; maar beiden hebben behoefte aan een toevlucht, een verweer tegen de schanddaad die onherroepelijk is begaan, en zoeken die instinctief. Niet allen, maar de meesten, en dikwijls hun leven lang.''

Dit fragment en zijn toedracht werpen de vraag op naar de zin van een discussie met de weduwe Rost van Tonningen. Een discussie of een interview waarin van een uitwisseling van meningen sprake is, kan het niet zijn, want, zoals rabbijn Soetendorp in het programma al opmerkte, dat zou de suggestie wekken dat de jodenvervolging onder het nazisme in twijfel zou kunnen worden getrokken.

Wilden de programmamakers dan misschien komen tot een begrip van de traumatische aandoening van de weduwe? Dat kan het niet zijn geweest, want daarvoor hadden ze haar niet hoeven uitnodigen. Ze zouden hebben kunnen volstaan met de uitnodiging van een psychiater. En, om Primo Levi nog een keer aan te halen: ,,Men hoeft niet onder geesteszieken te zoeken om menselijke exemplaren te vinden wier beweringen ons voor een raadsel stellen.''

Haar tot inkeer brengen? Het is een onmogelijke opgave in een tv-

programma de monomanie van een gek te doorbreken. De mogelijke zin en onzinnigheid van het programma liggen elders.

Ongetwijfeld lijdt de weduwe Rost van Tonningen aan echolalie: de woorden en gedachten waaruit de werkelijkheid bestaat, waarin zij zich een halve eeuw geleden als een verstokte heremiet heeft ingegraven, herhaalt ze steeds weer, en deze ziekelijke neiging tot reproductie maakt haar tot een gemakkelijke buikspreekpop van het kwaad waarvan het (neo)nazisme de uitingsvorm is, kortom, tot een handig middel het kwaad tegen alle goede intenties van nu uit te spelen. De zekerheid dat de weduwe Rost van Tonningen de al eerder verkondigde absurditeiten opnieuw zou papegaaien, was voor de programmamakers van de Vara natuurlijk zo groot, dat het 'succes' van de eerste aflevering van 'Het zwarte schaap' al bij voorbaat vaststond: het kwade zou met groot gemak tegen het goede worden uitgespeeld.

De zin van dit succes met voorbedachten rade ontgaat me, want het is niet zo, zoals Maarten Huygen op 3 juli in NRC Handelsblad in reactie op het programma suggereert, dat 'de meeste mensen wel wisten en weten wat goed en wat fout is'. Het probleem ligt er nu juist in, dat goed en fout alleen gemakkelijk onderscheidbaar zijn, als ze, zoals in een Hollywood-film, van tevoren voor ons in twee afzonderlijke mallen zijn gegoten. Zo gaat het er ook aan toe in 'Schindler's list', Steven Spielbergs speelfilm over de holocaust.

Schindler ondergaat een gedaanteverwisseling zodra hij getuige is van de gruwelijke ontruiming van het getto van Krakow. Van een botte fabrieksdirecteur die Joden onder dwang voor zich laat werken, verandert hij in een redder van diezelfde Joden, doordat hij hun deportatie weet te voorkomen. Van het ene op het andere moment verandert hij van een antipathieke in een sympathieke filmheld.

De historicus Ido de Haan heeft er in Krisis (nr.72, 1998) op gewezen dat in 'Schindler's list' ten onrechte wordt gesuggereerd, dat alleen de blik, zonder tussenkomst van reflectie, tot de herkenning van het kwaad leidt, en vervolgens tot moreel goed handelen aanzet. Spielberg stelt zien, weten en handelen hier aan elkaar gelijk, en suggereert dat het verschil tussen goed en kwaad, dat juist zo verdomd moeilijk is in te zien, evident en helder kan worden gemaakt als je maar goed kijkt. Bij de weduwe Rost van Tonningen is er geen twijfel over mogelijk: in al haar leugens is ze verworden tot een acteur die helemaal opgaat in haar personage, en ermee samenvalt als een ware, antipathieke Hollywood-ster.

Veel moeilijker wordt het echter, wanneer de taal waarin iemand spreekt niet direct, zoals bij de weduwe Rost van Tonningen, met kwade bedoelingen of gedachten kan worden geassocieerd, omdat wat gezegd of geschreven is heel acceptabel of verantwoord klinkt. Dan pas wordt een discussie zinvol, omdat er een mogelijkheid bestaat wat onder tafel wordt gehouden boven tafel te krijgen.

Je kunt best een wolf in schaapskleren in een discussieprogramma uitnodigen, maar pas als er een kans bestaat die in een discussie als zodanig te ontmaskeren. En dat was nu net niet nodig bij de weduwe Rost van Tonningen. Daaruit bestond de onzinnigheid van het programma.

Deel dit artikel