Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De brede coalitie van Obama is voorlopig zo breed nog niet

Home

Iris Ludeker

Saoedische elitetroepen bidden voorafgaand aan een demonstratie. © reuters

Barack Obama mag een brede coalitie in het leven hebben geroepen om de extremisten van Islamitische Staat (IS) te bestrijden, nog altijd is niet duidelijk wie van die coalitie precies staan te trappelen om te helpen - laat staan te strijden.

Deze week wordt mogelijk bekend wie er militaire steun gaan leveren, nadat Australië gisteren als eerste zeshonderd man toezegde om in Irak te helpen. De Fransen komen mogelijke met troepen over de brug en ook verschillende Arabische landen zouden bereid zijn hun luchtmacht in te zetten, suggereerde een woordvoerder van het Witte Huis gisteren.

Anders dan bijvoorbeeld de Britten en de Duitsers, zouden de Arabieren ook bereid zijn in Syrië te bombarderen. Obama maakte vorige week al bekend dat hij IS in dat land vanuit de lucht wil bestrijden, met hulp van strijders op de grond. In theorie zouden dat troepen uit bijvoorbeeld Jordanië of Egypte kunnen zijn, maar waarschijnlijker is dat de VS zich moeten verlaten op lokale strijders.

Drieduizend 'afgestudeerden'
Obama maakte bekend dat de Amerikanen daartoe 'gematigde' Syrische rebellen gaan trainen op bases in Saoedi-Arabië, een programma dat het komende jaar vijfduizend man moet afleveren voor de strijd maar dat omstreden is en niet nieuw. De CIA traint al sinds begin vorig jaar rebellen in Jordanië, een geheim programma waar toch iedereen van weet. Tot nu toe zijn er volgens de New York Times zo'n drieduizend manschappen 'afgestudeerd' - een handjevol vergeleken bij de tienduizenden strijders waarover IS inmiddels beschikt.

Obama probeerde het programma al eerder uit te breiden: in juni van dit jaar vroeg hij het Amerikaanse Congres om 500 miljoen dollar om extra rebellen te trainen. Dat voorstel bleef steken. Nu het gevaar van IS pregnanter is geworden en de steun van de Amerikaanse bevolking om op te treden groter, is de kans aanzienlijk dat Obama nu wél toestemming krijgt om zijn uitbreidingsplannen te verwezenlijken, mogelijk deze week al.

Fundamentele twijfels over het trainen van gematigde rebellen zijn daarmee echter niet weg. De Amerikanen hebben geen best trackrecord in het trainen van buitenlandse strijders of legers (zie recent Irak en Mali). Daarnaast geeft de situatie in Syrië weinig reden tot optimisme.

Ten eerste komt de combinatie 'gematigde rebellen' in het echt niet veel voor. Milities die volgens de Amerikanen in die categorie vallen, bestaan niet zelden uit geharde islamisten, die er geen been in zien samen op te trekken met het Syrische filiaal van Al-Kaida. Dat roept vragen op over een toekomst na IS.

Assad
Zorgelijk is ook dat de gematigde rebellen er al jaren niet in slagen een eenheid te vormen. De Amerikaanse trainingen in Jordanië hebben niet tot verbetering geleid. Zo schreef de New York Times dat een Syrische rebel die in Jordanië samen met de Amerikanen operaties coördineerde, na terugkomst in Syrië gevangen werd genomen door de rebellen die hij had moeten verenigen.

Los van hun kracht en hun aard, is het de vraag of de 'gematigden' de noodzaak zien van Obama's plannen. De meeste rebellen in Syrië willen allereerst vechten tegen het regime van president Assad, en pas in tweede (laatste) instantie tegen IS. Hen overtuigen dat ze nu de Amerikanen moeten helpen in de strijd tegen IS, is Obama's allereerste opgave.

Lees verder na de advertentie
De Amerikanen hebben geen best trackrecord in het trainen van buitenlandse strijders of legers

Deel dit artikel

De Amerikanen hebben geen best trackrecord in het trainen van buitenlandse strijders of legers