Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Bionische Vrouw zwaait af: ‘Ik wilde bionica een gezicht geven’

Home

Jeroen den Blijker

De Bionische Vrouw, Ylva Poelman. © reyer boxem

Morgen verschijnt haar laatste rubriek in Trouw. Maar Ylva Poelman, beter bekend als de Bionische Vrouw, zit niet stil. ‘Ik ben begeesterd door bionica.’

De teller van het Trouw-archief stokt bij 62.849 woorden. Maar in werkelijkheid schreef Ylva Poelman, alias De Bionische Vrouw, veel meer. Alleen haalde dat nooit de krant. “De column was mijn eerste schrijfklus bestemd voor een breed publiek; dat vereist toch een specifieke aanpak”, zegt Poelman over de vijf jaar dat haar tweewekelijkse rubriek de pagina’s van Duurzaamheid & Natuur sierde. “Zeker in het begin was het een enorm gepuzzel om alles in de vereiste lengte van 600 woorden te krijgen.” Inderdaad, ze is zéér bekend met de vloek die veel schrijvers achtervolgt: de noodzaak tot schrappen in tekst, het kill your darlings-fenomeen. “Wat dat betreft heb ik veel geliefde lijken op mijn geweten”, zegt ze lachend.

Lees verder na de advertentie
Zo’n column is eigenlijk po­pu­lair­we­ten­schap­pe­lijk werk. Dat moet gewoon kloppen

Ylva Poelman

Om nog maar te zwijgen over alle research. Ook daar ging veel tijd in zitten. “Voor een column was ik soms wel twee dagen bezig.” Poelman, die sterren- én natuurkunde studeerde en eerder een innovatief IT-bedrijf opzette, houdt namelijk niet van half werk. Om een onderwerp aan lezers uit te leggen, echt goed uit te leggen, moet je het zelf tot in de finesses kunnen doorgronden, vindt ze. Het aantal door haar, speciaal voor Trouw geraadpleegde wetenschappelijke artikelen is dus legio. Evenzo het aantal boeken. “En verder was het een kwestie van slim googelen. Maar”, voegt ze er ook aan toe, “ik heb ook wel iets weg van een nerd hoor. Ik wil dat dan ook gewoon allemaal weten. En het komt ook van pas voor mijn andere werk.”

Ook dat maakt haar tot een bijzondere schrijfster: degelijk tot op het bot. “Zo’n column is eigenlijk populairwetenschappelijk werk. Dat moet gewoon kloppen.” De ene keer dat een lezer haar verbeterde, kan haar dus nog met schaamte vervullen. “Maar eigenlijk was het slechts een detail waarbij het fout ging.” Te klein om te rectificeren.

Innovatieadviseur

Dus toen ze vorige maand hoorde dat de redactie de pagina’s wil vernieuwen en het einde van haar rubriek in zicht kwam, dacht ze ook: nou, dan komt er een enorme berg tijd vrij. Die kan ze natuurlijk heel goed gebruiken. Want Poelman is zelfstandig innovatieadviseur met een specialisatie in bio-geïnspireerde innovatie ofwel bionica. Ze geeft ook lezingen en workshops door het hele land. Daarnaast is ze nauw betrokken bij een Europees regionaal bionica-project, om ondernemers in het midden- en kleinbedrijf te adviseren. Ze werkt mee aan een boek en er is een tweede boek in de planning - uiteraard over het fenomeen bionica. “Daarom schreef ik ook die columns: om bionica een podium te geven.”

Wie haar rubriek las, begrijpt dat meteen. Daarin liet ze zien hoe de natuur in 4 miljoen jaar evolutie enorm veel problemen heeft gekend, maar ook opgelost. En dat we daar als mens niet alleen ons petje diep voor kunnen afnemen, maar ook enorm ons voordeel mee kunnen doen. Om onze eigen problemen op te lossen. “Bionica is dus een praktische methode om te innoveren, waarbij de natuur de inspiratiebron is. Dat is geen kwestie van copy-paste, maar vooral van goed kijken naar de principes die de basis zijn van de oplossingen die de natuur heeft gekozen.”

Zo schreef ze bijvoorbeeld over hoe bruine ratten hun tanden vlijmscherp houden. En hoe ingenieurs, daardoor geïnspireerd, zelfslijpende messen ontwierpen. Of hoe onderzoek naar de oriëntaalse hoornaar, een enorme wesp, kennis opleverde voor de ontwikkeling van efficiënte zonnepanelen. En zo gaat de column van morgen, nummer 105, over de opmerkelijke relatie tussen de Javaanse komkommer en de ontwikkeling van een nieuw type vliegtuig, de vliegende vleugel.

Bedrijfsleven

Zelf is ze van mening dat vooral voor het bedrijfsleven de kansen voor het oprapen liggen. “Als de natuur ergens goed in is, is het in out of the box denken en de zuinige omgang met energie en materiaal - zeker in tijden van verduurzaming is dat enorm belangrijk.” Wat dat betreft mogen bedrijven in ons land de principes van de bionica wel wat royaler omarmen, vindt Poelman.

“Duitsland is gewoon veel verder met Bionik, zoals ze dat daar noemen. Veel van de voorbeelden uit mijn columns komen dan ook uit Duitsland.” Dat heeft alles te maken met het feit dat Duitsland van oudsher een techniek- en ingenieursland is, legt Poelman uit. “Daar zijn duurzaamheid en groen ook veel eerder omarmd. Daar zag een groep hoogleraren ook al vroeg kansen in bionica. Kansen voor universiteiten én bedrijfsleven.” Uiteindelijk leidde dat tot overheidsinvesteringen van tientallen miljoenen euro’s. Kom daar in Nederland maar eens om.

Wat dat betreft zijn de ervaringen die Poelman opdeed met het interregionale innovatie- project illustratief. “Dat project was opgezet om de innovatie voor het midden- en kleinbedrijf te stimuleren, aan beide zijden van de grens. Duitsland zei drie jaar geleden al: prima, dat gaan we doen. Het kostte heel wat moeite Nederlandse overheden te overtuigen.”

In haar rubriek liet Poelman het laatste jaar ook een ander aspect zien van de natuur: ook voor het oplossen van niet-technische problemen biedt zij kansen, voor oplossingen van problemen ‘aan de menselijke kant’, zoals zij dat zelf noemt. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld bij het uitstippelen van hun strategie prima in de leer gaan bij organismen, die continu keuzes maken om te overleven.

Wie goed wil worden in samenwerken, zou eens moeten kijken naar de honingspeurder en de honingdas. De vogel speurt bijennesten op, maar durft ze niet leeg te halen. Daarvoor weet hij de honingdas te strikken, die immuun is voor bijensteken. Samenwerking in optima forma. “Ja, dit is eigenlijk een nieuw vakgebied - zelfs in Duitsland zijn ze daar nog niet zo mee bezig. Maar mij levert het veel op. Ik geef nu dus ook via een organisatieadviesbureau workshops aan bedrijven, over bijvoorbeeld samenwerking en communicatie. Of ik bezeten ben door bionica? Nee, maar erdoor begeesterd, dat ben ik zeker wel.”

Bijnaam

Al jarenlang luidt de bijnaam van Ylva Poelman ‘De Bionische Vrouw’. Natuurlijk vanwege haar onvermoeibare inzet voor haar vakgebied. Het is een knipoog naar een populaire Amerikaanse tv-serie uit de jaren zeventig, hier uitgezonden onder de titel ‘De vrouw van zes miljoen’. Deze vrouw kreeg superkrachten dankzij bionische implantaten die verbrijzelde ledematen vervingen.

“Toen ik voor Trouw ging schrijven, hebben we die naam aangehouden. Feitelijk klopt de naam natuurlijk niet, want bionica strekt verder dan louter medische toepassingen. Maar die bijnaam werkte wel: het droeg bij aan mijn bekendheid”, zegt Poelman. “Dus achteraf was het wel zo slim gekozen.”

Lees ook:

De Bionische Vrouw

Drs. Ylva Poelman, natuur- en sterrenkundige, is specialist op het gebied van bionica en innovatie. In juni 2015 verscheen haar boek ‘De natuur als uitvinder’ over de fascinerende wereld van de bionica. Tweewekelijks schreef ze over het vernuft van de natuur een column voor deze krant. Deze week verschijnt haar laatste artikel, lees al haar bijdragen hier terug. 

Deel dit artikel

Zo’n column is eigenlijk po­pu­lair­we­ten­schap­pe­lijk werk. Dat moet gewoon kloppen

Ylva Poelman