Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Beste Elf (2)

Home

Matty Verkamman

Nog eens kijk ik naar het Oranje van de Eeuw, zoals het eind 1999 door Johan Cruijff was bedacht. Keeper Edwin van der Sar, rechtsback (!) Ruud Gullit, centrale verdediger Frank Rijkaard, linksback Ruud Krol, rechtshalf Johan Neeskens, linkshalf Wim van Hanegem, rechtsbuiten (!) Marco van Basten, rechtsbinnen Faas Wilkes, midvoor Johan Cruijff, linksbinnen Abe Lenstra, linksbuiten Piet Keizer. Aan het einde van een weekje wikken en wegen staan in mijn eerste van Nederland maar zes jongens die van Cruijff mee mogen doen en van die zes heb ik er dan ook nog drie op andere posities staan. En steeds weer verbaas ik me over rechtsback Gullit en rechtsbuiten Van Basten; Johan had toch maar beter die trainerscursus kunnen doen!

Er wordt veel te gemakkelijk gedacht over De Beste Elf. Ik ben vanaf 1966 (mijn debuut was Nederland-West-Duitsland in de Kuip) bij welgeteld 228 interlands van het Nederlands elftal aanwezig geweest. In die reeks zag ik 241 internationals, wat inhoudt dat ik er 414 niet heb gezien. Het zijn aardige cijfers, daar niet van, maar de legendarische Voetbalprofessor ir. Ad van Emmenes is met 340 interlands vanaf 1909 nog altijd de bijna niet meer in te halen koploper onder de Nederlandse voetbaljournalisten. Ad zag Bok de Korver voetballen, maar ook Ruud Gullit nog. Hij vond beiden steengoed. Toevallig weet ik dat Johan Cruijff in zijn jonge jaren nog wel eens thuis bij Ad aan de Haagse tafel zat. De gesprekken zullen toen ongetwijfeld over voetbal zijn gegaan. Zal Ad de jonge Johan toen hebben uitgelegd hoe groot Bok de Korver was, wat een fabelachtige techniek rechtsback Harry Dénis had? Zo niet, dan had Johan ter voorbereiding op zijn Oranje van de Eeuw natuurlijk het standaardwerk van Ad, Neerlands Voetbalglorie, moeten lezen. Nu doet Johan net alsof het Nederlands elftal pas in de jaren vijftig is gaan voetballen. Daar kan ik niet mee leven. Wie een Oranje van de Eeuw samenstelt dient gedegen te werk te gaan. Hij moet weten wie en waarom de iconen van Oranje waren, in alle tijdvakken.

Dagen aan een stuk heb ik me op deze studie gestort, maar zelfs na een week in de boeken te hebben gesnuffeld, blijf ik ten prooi vallen aan twijfels en criteria. Even overweeg ik bijvoorbeeld Piet de Boer van het Zaanse KFC op te stellen. Deze aanvalsleider is net een maandje achttien wanneer hij op 28 november 1937 in de Kuip mag debuteren bij het WK-kwalificatieduel tegen Luxemburg. Het wordt 4-0 en de jonge Piet maakt er meteen drie. Hij is hiermee tot op de dag van vandaag in het bezit van het beste scoringsmoyenne. Wat wil het rare geval; Piet, die zo tweebenig was dat hij in het eerste elftal van KFC tot in 1954 (!) de in swingende corners van links en van rechts nam, werd na zijn debuut nooit meer in het Nederlands elftal opgesteld. Hij was niet groot en de knappe koppen van de Keuze Commissie verlangden op de middenvoorpositie nu eenmaal ruwe bonken met spieren als kabels. Jammer voor Piet, die heel goed kon voetballen, altijd en overal scoorde, maar dus letterlijk over het hoofd werd gezien. Hij was eigenlijk de Pierre van Hooijdonk van zijn tijd. Pierre schiet ze er ook altijd en overal in, maar bijna nooit staat hij in de basis van Oranje.

Na mijn weekje tobben over Oranje, kreeg ik na de eerste aflevering van De Beste Elf van diverse kanten tips. Of ik Bertus 'de Goddelijke Kale' de Harder toch niet vergat? En of ik wel wist dat Mauk Weber nog maar net zeventien was bij zijn debuut in 1931 en dus toch wel een aparte vermelding verdiende? Een lezer meldde me zelfs dat hij met een groot probleem worstelde: 'Ik zie geen plaats voor Van Basten.'

Beste lezers, ik heb uw tips en verlangens gewogen en in de meeste gevallen helaas te licht bevonden. Dat zult u volgende week wel zien, wanneer ik mijn Nederland 1, 2, 3 en 4 bekendmaak.

Deel dit artikel