Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De advocatuur? „Noodzakelijk kwaad”

Home

door Adri Vermaat

Hij zegt altijd het belangrijk te vinden dat hij de mensen met wie hij werkt, in de eerste plaats zijn cliënten, maar ook rechters en collega’s, recht in de ogen kan kijken. Bram Moszkowicz (46) stapte gisteren op als raadsman van topcrimineel Willem Holleeder.

In zijn sjieke kantoor aan de Herengracht in Amsterdam liet Bram Moszkowicz twaalf jaar geleden dubbel glas in de ramen aanbrengen. „Ik heb altijd elk risico willen uitsluiten”, zei de advocaat, alsof de maatregel, die was bedoeld om vermoede afluisterpraktijken van de politie uit te sluiten, een volstrekt alledaagse was.

Op het spel stond destijds de strafzaak tegen Johan V., bekend als de ’Hakkelaar’ en berucht als opperbaas van een wijdvertakt misdaadimperium. Het was een van zijn grote en meest spectaculaire zaken, waaruit hij sterk te voorschijn kwam. Hij werd een ’perfectionist’ genoemd, iemand die ’doorgaat waar anderen stoppen’ en hij werd geroemd voor zijn inzet en feitenkennis.

De soms wat minzame kritiek op hem, die van ijdeltuit, opgewonden standje en betweter, leek voornamelijk voort te komen uit afgunst. Want Bram Moszkowicz ís ijdel, zal hij als eerste erkennen. Hij showt ook graag met zijn limousine, gaf hij tien jaar terug in Het Parool al aan: ’Als ik hier met mijn Jaguar op de gracht vast sta, wordt me van alle kanten aangeraden eens een echte auto te kopen. Vind ik prachtig.”

Hij houdt ook van mooie vrouwen en van mode, waarover hij in hetzelfde interview zei: „’Ik betrek mijn overhemden van de firma Pauw, waar ik ooit precies heb voorgetekend hoe ik mijn hemden wilde. Die laten ze maken in Italië. Het door mij gewenste boord, het gaat om een klassiek tab-boord, heet daar inmiddels een Moszkowicz-boordje”.

En hij geeft toe nu eenmaal moeite te hebben om zijn kalmte te bewaren, zeker zodra zich zaken voordoen die zijn cliënt kunnen benadelen. Hoge stem, blosje op de beide wangen, verbeten trek rond de lippen, de officier van justitie op het puntje van zijn stoel en de rechter die het brandje blust. Buiten de strafdossiers laat hij zich minder snel leiden door emoties en beperkt hij zich, als hem vragen worden gesteld die hij als vervelend ervaart, tot korte, strikt zakelijke antwoorden.

Terwijl zijn vader Max stilaan uit de schijnwerpers van de publiciteit verdween, trad Bram de afgelopen jaren steeds meer, en op een steeds breder terrein, juist op de voorgrond. Het werd voor hem wat meer showbizz en iets minder advocatuur. In Het Parool van 12 november 1998: „Le Garage is mijn favoriete restaurant. Daar is voor mij constant gereserveerd. Ik kom er iedere vrijdag met familie of vrienden, ik heb een vaste tafel: nummer zeven, in een hoek, iets afgezonderd van de rest van de mensen. Ik vier er als het ware sjabbes. Nee, kosjer eten doe ik niet, hoewel ik geen varkensvlees eet.”

Het aanwijzen van het restaurant van Joop Braakhekke als culinair genoegen ging hem eenvoudiger af dan het pareren van de kritiek op hem over het verdedigen van de Surinaamse legerleider Desi Bouterse. Strafpleiter Gerard Spong weigerde Bouterse als cliënt, omdat hij vrienden en kennissen had onder de slachtoffers van de Decembermoorden.

Max Moszkowicz, overlevende van vernietigingskamp Auschwitz, toonde solidariteit en respect voor Spong door Bouterse eveneens te weigeren. Bram ging wel met de legerleider in zee. „Ik ben ook bevriend met Spong, maar heb er geen problemen mee hem te verdedigen. Dat is een persoonlijke afweging”, verklaarde hij.

Toen de raadsman vervolgens in Paramaribo vrolijk dansend met de lachende cliënt Bouterse naast zich werd gesignaleerd en vastgelegd door camera’s, werd dat in bepaalde Surinaamse kringen niet gewaardeerd.

Het leidde ertoe dat hij werd geweigerd als lid van de sociëteit De Kring in Amsterdam. Hij reageerde er nijdig op, ook al omdat anderen hem voor het lidmaatschap van de sociëteit hadden voorgedragen. „Ik houd er gewoon niet van als mensen van een club worden uitgesloten”, pareerde hij. „Dat refereert aan mijn joodse afkomst. Maar ik heb niet willen zeggen dat mijn afkomst een rol heeft gespeeld bij hun weigering. Dat is ook niet zo. (...) De reden waarom ik ben geweigerd bij De Kring is gelegen in het feit dat ik als advocaat van Bouterse optreed. En dat is natuurlijk nooit een geldige reden om iemand uit te sluiten.”

In de drugszaak rond een andere Surinaamse cliënt, leider Ronnie Brunswijk van het junglecommando, liep Moszkowicz een deukje op bij de Raad voor Discipline. Wegens belangenverstrengeling, een begrip waarmee hij ook als verdediger van Willem Holleeder is geconfronteerd, kreeg hij een berisping. Kern van de zaak was dat Moszkowicz zowel raadsman was van Brunswijk als van een Surinaamse drugskoerierster die voor de smokkel van 52 kilo cocaïne tot zes jaar cel werd veroordeeld.

Brunswijk zou bij dat transport betrokken zijn geweest, maar voor Moszkowicz was de terechtwijzing van de Raad voor Discipline geen aanleiding om Brunswijk de deur te wijzen. „Je kunt van een advocaat niet vergen dat hij zich indekt tegen alles wat zich in de toekomst kan voordoen. In contacten met mijn cliënte hebben zich geen moment situaties voorgedaan die strijdig met haar belangen waren”, hield hij vol.

Publicitair aansprekende zaken zijn voor Bram Moszkowicz eerder regel dan uitzondering. In principe kan iedereen bij hem aankloppen, behoudens dan oorlogsmisdadigers en rechts-extremisten. Anderhalf jaar geleden nog nam hij het, met succes, op voor Robin van Persie, coryfee van Arsenal en Oranje en destijds verdacht van verkrachting.

Steeds vaker echter figureert hij in tv-programma’s, zoals onlangs met ’De Nieuwe Moszkowicz’, waarin Bram zelf op zoek ging naar een geschikte opvolger, en die uiteindelijk vond. Daarnaast staat voor het najaar een eigen, wekelijks praatprogramma gepland en is hij vaak te gast bij het entertainmentprogramma ’RTL Boulevard’. In die zin zou het uiteindelijk geen verbazing wekken als Moszkowicz de strafdossiers voorgoed opbergt en zijn cliënten voor de laatste keer een hand geeft.

„Noodzakelijk kwaad”, zei hij jaren terug al over zijn werk als advocaat, en de affaire die hem deed besluiten om de verdediging van Holleeder te stoppen, zal hem niet milder stemmen.

Deel dit artikel