Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

David Pinto mag zich professor noemen van een nutteloze leerstoel

Home

HENRIETTE BOAS

In het interview in Trouw (22 oktober) met David Pinto, sinds 1 oktober bijzonder hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, worden een aantal vragen niet gesteld. Dus ontbreken ook de antwoorden, hoewel die van belang zijn.

Pinto heeft in 1991 in Groningen, waar hij semitische letteren had gestudeerd, een Instituut voor interculterele communicatie opgericht. Dit is een commercieel instituut waar hij tegen een allerminst kinderachtige vergoeding adviezen geeft en cursussen organiseert voor managers. Het zou dus voor de hand hebben gelegen als de bijzondere leerstoel in dit vak eveneens in Groningen was opgericht, in plaats van in Amsterdam. Waarom is dit niet gebeurd?

Van meer principieel belang is de vraag wat Pinto onder interculturele communicatie verstaat.

Pinto zelf schijnt er niet zeker van te zijn wat hij op deze nieuwe leerstoel zal doceren. Hij houdt zich op het ogenblik bezig met het vrij nieuwe begrip 'emotionele intelligentie', dat hij min of meer vertaalt als 'betrokkenheid', en waarover hij zijn inaugurele oratie wil houden. Mijns inziens is dit meer een onderwerp voor een psycholoog.

Men kan zich afvragen waarmee Pinto zich werkelijk betrokken voelt. Hij werd geboren en groeide op in een joods gezin in een kleine plaats in Marokko, maar emigreerde op 20-jarige leeftijd met zijn ouders, vooral op aandringen van zijn moeder, naar Israël. Hoewel hij zelf in Marokko had willen blijven is hij daarheen later nooit teruggekeerd. In Israël leerde hij een uit Nederland afkomstige vrouw kennen met wie hij trouwde en met wie hij zich in Nederland vestigde. Hoewel zijn vertrek uit Israël niet op andere dan persoonlijke gronden plaatsvond, is hij daarheen nooit teruggekeerd. Dit getuigt niet van betrokkenheid. En wat interculturele communicatie betreft: in Nederland heeft hij, voor zover mij bekend, noch contact met de Marokkaanse gemeenschap (wat voor hem als niet-moslim trouwens moeilijk zou zijn) noch met de joodse gemeenschap, zelfs niet met de kleine joodse gemeenschap in Groningen. Wat de Nederlandse cultuur betreft: hij was achtereenvolgens lid van de PvdA, D66 en de VVD, maar voelde zich in geen van deze drie partijen thuis. Ook GroenLinks komt voor hem niet in aanmerking, volgens zijn zeggen omdat daar 'communisten' in zitten, en evenmin het CDA, omdat hij joods is opgevoed, ook al is hij, naar zijn eigen zeggen, tegenwoordig 'niet meer zo religieus'. Voor rabbijn Van de Kamp is het CDA-lidmaatschap overigens geen bezwaar.

Men kan zich dan afvragen wat hij onder Nederlandse cultuur verstaat, waarmee hij de communicatie wil bevorderen, naar en vanuit andere culturen. Merkwaardigerwijze beschouwt hij het als een kenmerk van de Nederlandse cultuur dat professoren er in hoog aanzien staan en dat het aanzien van een professor er hoger is dan dat van een minister. Daarom was het zijn droom hier professor te worden. Dat kan echter vroeger wel min of meer zo zijn geweest maar is tegenwoordig, met de overvloed aan hoogleraren, niet meer zo. Het geldt zeker niet voor een bijzonder hoogleraar, die, zoals in het geval van Pinto, niet door een universiteit is aangesteld, maar door een speciaal daarvoor opgerichte stichting, en die gewoonlijk slechts één dag per week enkele uren college geeft. Onlangs is van academische zijde gewezen op het gevaar van de wildgroei aan bijzondere hoogleraren die zich met de titel 'professor' mogen tooien; dit is niet bevorderlijk voor het aanzien van de 'gewone' hoogleraren.

Ten slotte nog iets over interculturele communicatie ten aanzien van de immigrantenculturen. In een vorig stadium heeft Pinto zich verzet tegen het 'doodknuffelen' van immigranten en heeft hij hun integratie in Nederland voorgestaan. Thans, onder andere in een recent intervieuw met Andries Knevel van de EO, bepleit hij 'participatie' van de autochtonen in de cultuur van de allochtonen. Dit is echter een onmogelijke opgave. Er zijn hier allochtonen uit tientallen verschillende landen, elk met hun eigen cultuur. Bovendien zijn er onder immigranten uit een bepaald land vaak grote onderlinge tegenstellingen, ook onder die uit Marokko. Ook hebben de allochtonen geen gemeenschappelijke godsdienst; er zijn hindoes onder, boeddhisten, moslims, anderen. Ook bijvoorbeeld de moslims zijn op hun beurt sterk verdeeld; goedbedoelde communicatie met hen stuit vaak op grote problemen. Het jongste voorbeeld is de chaos vorige week bij de opening van het Internationaal Instituut voor de Moderne Islam in Leiden, waarbij het zelfs tot een handgemeen kwam.

Concluderend: hebben zij die de Stichting Leerstoel Interculturele Communicatie aan de UvA oprichtten wel voldoende nagegaan wat zij beoogden, ook al mag David Pinto zich nu professor noemen?

Deel dit artikel