Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Daniele Gatti Geniale maestro tussen bravo en boe

Home

PETER VAN DER LINT

Profiel | Vanavond staat Daniele Gatti voor het eerst als chef-dirigent in spe voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Met muziek van Mahler nog wel. De keuze voor de Italiaan als opvolger van Mariss Jansons was opvallend snel gemaakt en lokte zowel enthousiaste als zuinige reacties uit. Wie is deze Gatti en wat heeft hij 'het beste orkest ter wereld' te bieden? Een profiel in steekwoorden.

Dat de nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest - pas de zevende in 125 jaar - een man zou zijn was allerminst verrassend. Bij de bookmakers had je voor die voorspelling niet veel geld gekregen. Voor een cheffin van wereldformaat is het immers nog te vroeg, al stomen er diverse dirigerende dames ook in deze professie richting het glazen plafond. Als je voorspeld had dat de nieuwe chef uit Milaan kwam, was dat al niet veel lucratiever geweest. Vanaf het moment - in maart van dit jaar - dat de huidige chef Mariss Jansons zijn vertrek uit Amsterdam aankondigde, waren velen er in de hoofdstedelijke wandelgangen van overtuigd dat het Daniele Gatti (1961) wel móest worden. Maar als je bij de wedkantoren had ingezet op de voorspelling dat de benoeming binnen vijf maanden rond zou zijn, dan was je waarschijnlijk behoorlijk binnengelopen.

Benoemingen van dergelijke belangrijke sleutelposities in het internationale muziekleven duren meestal beduidend langer. En dat ondanks het feit dat orkestdirecties tegenwoordig vaak snel moeten handelen. Als er al geniale maestro's 'vrij rondlopen' zijn er overal potentiële kapers op de kust. Zeker nu de omloopsnelheid van chef-dirigenten veel korter is geworden, is het zaak niet te lang te wachten om je kaarten op tafel te leggen. De tijden dat een chef 25 jaar op zijn honk bleef (zoals Bernard Haitink, de vierde maestro in Amsterdam), of zelfs vijftig jaar (zoals Willem Mengelberg, de tweede maestro) liggen ver achter ons.

Ondanks die snelheid, of misschien wel juist daarom, speelde het Concertgebouworkest op safe door te kiezen voor Gatti. Een ervaren orkestleider, die internationaal veel kilometers heeft gemaakt en bovendien al diverse malen uiterst succesvol in Amsterdam op de bok heeft gestaan. Maar ondanks zijn status als een maestro die bij de beste orkesten en operahuizen ter wereld te gast was, heeft Gatti nog nooit een positie als chef-dirigent gehad bij een heus toporkest. Voor hem is het dus een mooie stap op de carrièreladder. Het Concertgebouworkest krijgt er in ruil voor het eerst in zijn geschiedenis een chef voor terug die flink furore maakte in lastige operacentra als Bayreuth, Salzburg en New York.

Lees verder na de advertentie

Milaan

Opvallend is dat er met Gatti opnieuw een Milanees voor het orkest komt. Net als zijn voorganger Riccardo Chailly, die van 1988 tot 2004 de vijfde maestro van het Koninklijk Concertgebouworkest was, werd Gatti opgeleid in zijn geboortestad. En net als Chailly was Gatti assistent van Claudio Abbado. Gatti debuteerde in het Milanese theater La Scala op 27-jarige leeftijd met Rossini's 'L'occasione fa il ladro', Chailly was 25 toen hij daar met Verdi's 'I masnadieri' zijn debuut maakte. Nog een overeenkomst: beide dirigenten waren ooit chef van de opera bij het Teatro Comunale in Bologna - Chailly van 1986 tot 1993, Gatti van 1997 tot 2007. Het enige - niet onbelangrijke - verschil: Chailly was 51 jaar toen hij in Amsterdam stopte, Gatti is 55 jaar als hij hier officieel begint. Dat wat Chailly altijd 'de belangrijkste periode uit een dirigentenleven' noemt - de jaren waarin een dirigent volwassen wordt - die jaren heeft Gatti dus al achter de rug als hij naar Amsterdam komt. Dat was in veel van de commentaren op de benoeming een punt van discussie. Waarom had het orkest niet gekozen voor een jeugdiger topper? Iemand die het zo broodnodige jongere publiek aan zich zou weten te binden?

De concurrentie

Waren er meerdere gegadigden voor de plek van zevende maestro in Amsterdam? Op papier zeker. De naam die het meest genoemd werd, was die van de nog jonge en expressieve Let Andris Nelsons (1978), protegé van Jansons, en net als Gatti al vele malen succesvol als gastdirigent in Amsterdam. Maar Nelsons is in mei vorig jaar benoemd als chef-dirigent van het Boston Symphony Orchestra. Pikant detail is dat Gatti eveneens gold als belangrijke kandidaat voor Boston, waar hij door de pers steevast als favoriet werd getipt. Toen het orkest in Boston bekendmaakte dat het niet Gatti maar Nelsons had gekozen, waren de druiven ietwat zuur voor de Italiaan, die via zijn agent geprikkeld reageerde op het feit dat hij na zijn 'auditie' in Boston niets meer van het orkest had vernomen.

Er zongen in Amsterdam natuurlijk meer namen rond, maar omdat de benoeming zo opvallend snel rond was, is het vermoeden gerechtvaardigd dat er slechts één serieuze kandidaat is geweest. Hoe dan ook, de musici van het Concertgebouworkest hebben uiteindelijk het laatste woord en die hebben bij meerderheid van stemmen besloten dat ze Gatti zagen zitten. Afgelopen maandagmorgen toen de Italiaan voor het eerst als beoogd chef-dirigent in Amsterdam kwam repeteren voor het programma van vanavond, werd hij door de koperblazers van het Concertgebouworkest welkom geheten met een Canzone van zijn landgenoot Giovanni Gabrieli. Hij zal dat als warm welkom hebben ervaren.

Overigens verloopt de benoemingsprocedure bij de Berliner Philharmoniker, dat andere toporkest waar ze vanaf 2018 een opvolger voor Simon Rattle nodig hebben, anders. Die procedure start al komende januari en alle orkestmusici mogen daar hun favorieten opgeven. In meerdere rondes wordt daar dan uiteindelijk één naam uit gedestilleerd.

Mahler

Gatti's naam kwam internationaal voor het eerst echt goed bovendrijven toen hij met het Royal Philharmonic Orchestra een cd opnam met Mahlers Vijfde symfonie. De opname uit 1997 verscheen op het kleine Britse label Conifer. Een schitterende zwartwit-foto sierde de hoes: Gatti poserend als Rodins denker, het hoofd gebogen, rustend op de linkerhand. Het Britse tijdschrift Gramophone kwam destijds superlatieven te kort om deze interpretatie aan te prijzen. De 36-jarige Gatti was pas een jaartje chef bij het Londense orkest - niet het allerbeste in de Engelse hoofdstad - maar verblufte vriend en vijand met deze overweldigend goede opname. De dirigent was ineens een witte raaf in Mahler-land. Dat hij zo'n twee decennia later benoemd zou worden bij een van de beste Mahler-orkesten ter wereld had niemand kunnen vermoeden. In Amsterdam mocht hij al Mahlers Vijfde en Negende dirigeren; de Zesde en Derde komen eraan. Dat hoge aantal Mahlers van een niet-chef in Amsterdam is beslist opvallend, en het was een aanwijzing dat Gatti hoge ogen gooide. De muzikale resultaten waren op zijn minst opzienbarend, met een ongelofelijke uitschieter in augustus vorig jaar toen een uitvoering van de Negende in deze krant werd ontvangen met de drie woorden: 'Gebroken. Lamgeslagen. Gevloerd'. Gatti zei ooit dat Mahlers Negende een van de partituren is waar hij zijn leven voor leeft. Zijn liefde voor diens muziek begon toen hij als 15-jarige een uitvoering van de Zesde bijwoonde onder leiding van Abbado. Hij omschrijft die kennismaking als 'dé gebeurtenis van mijn leven'.

Opera

Gatti's vader studeerde zang bij de legendarische Italiaanse tenor Aureliano Pertile. Hij deed daar verder niets mee, maar hij nam wel platen met muziek van Mahler mee naar huis. En hij nam zijn zoon mee naar La Scala voor een uitvoering van Rossini's 'La cenerentola'. Abbado dirigeerde. De zesjarige Gatti hoorde bij die gelegenheid voor het eerst live een symfonieorkest en het zou zijn leven voorgoed veranderen. Van dat eerste moment in La Scala tot de formidabele voorstelling van Verdi's 'Falstaff' die hij in het afgelopen Holland Festival met het Concertgebouworkest deed, loopt een glinsterende rode draad van opera. Gatti mocht zelfs vorig seizoen van La Scala openen met Verdi's 'La traviata' - het is de belangrijkste gebeurtenis op de Italiaanse muziekkalender.

Zijn operakwaliteiten kwamen tot wasdom in Bologna waar hij tien jaar de artistieke leiding had. Met het Bolognese orkest was hij vaak te gast op het Rossini Festival in Pesaro. Daar werd in 1993 een spetterende opname gemaakt van 'Armida' met Renée Fleming in de titelrol. Gatti was pas 31 jaar.

Op de Wagner Festspiele in Bayreuth debuteerde Gatti in 2008 met de spectaculaire 'Parsifal'-productie van Stefan Herheim. Die samenwerking beviel kennelijk goed want in 2013 stonden beiden aan het hoofd van een nieuwe enscenering van 'Die Meistersinger von Nürnberg' op de Salzburger Festspiele. De glans die Gatti daar bij de strijkers van Wiener Philharmoniker wist te bewerkstelligen was waarlijk fenomenaal. Vooral het voorspel tot de derde akte is wat dat betreft een schoolvoorbeeld van wat een dirigent als Gatti vermag. Het festivalpubliek beloonde Gatti met luide bravo's.

Gatti was met de Wiener Philharmoniker voor het eerst in Salzburg te horen in 2010 met 'Elektra' van Richard Strauss in een productie van Nikolaus Lehnhoff. Eva-Maria Westbroek debuteerde er eveneens als Elektra's zus Chrysothemis. Gatti pakte daar, met de erven Strauss in het chique premièrepubliek, stevig uit en schroefde het volume flink op. Precies zoals Strauss het eigenlijk wilde, maar voor een deel van de mensen in de zaal was het kennelijk te veel. Toen Gatti applaus kwam halen, werd hij genadeloos uitgejouwd.

Hetzelfde was overigens ook al in Bayreuth gebeurd. In 2009, bij de tweede reeks voorstellingen van 'Parsifal', was er nog niets aan Gatti's extreem langzame tempi veranderd. De eerste akte duurde bij hem twee volle uren, waardoor Gatti in de Bayreuther boeken kwam te staan als de allertraagste ooit - zelfs de legendarische Arturo Toscanini deed er nooit zo lang over. Weldadig was het om mee te maken, maar het overgrote deel van het 'kennerspubliek' in Bayreuth dacht er anders over en trakteerde Gatti op een orkaan aan boe's.

Controverse

Boe en bravo in Bayreuth, boe en bravo in Salzburg. Het geeft aan dat Gatti heftige reacties kan uitlokken. Hij lijkt wat dat betreft wel wat op zijn collega en landgenoot Giuseppe Sinopoli (1946-2001). Die lokte met zijn zeer eigenzinnige interpretaties van componisten als Strauss, Wagner, Mahler, Puccini en Verdi forse kritiek uit. Net als Sinopoli kan Gatti een eigen draai geven aan een schijnbaar logische muzikale voortgang door onverwachte pauzes in te lassen, extreem te vertragen naar een 'onmogelijk' tempo, de dynamiek naar zijn hand te zetten of onverwachte tegenstemmen uit het klankweefsel naar boven te halen. Tegenstanders verwijten hem dat hij zich met deze excentrieke detailwerking tussen de componist en de luisteraar opstelt - dat zijn dirigenten-ego belangrijker is dan de muziek. Zelf heeft hij daar in verband met Mahler over gezegd: "Wij kunnen en mogen zijn muziek niet gebruiken om te laten zien hoe fantastisch we zelf zijn."

Met al die controverses lijkt de benoeming van Gatti toch eerder spannend dan veilig. Dat hij in de operabak uitstekend uit de voeten kan, zoals zijn voorganger Chailly vóór hem, lijkt voor het Concertgebouworkest minder van belang. Maar de Italiaanse gloed die dat oplevert, zal de symfonische kerntaken van het orkest - het grote romantische repertoire met Bruckner en Mahler als boegbeelden - beslist anders kleuren. Mahler en Gatti, dat is in Amsterdam in elk geval al een spannende combi gebleken. En wie weet produceert dat excentrieke ook in Amsterdam af en toe wat boe's, iets waar je bij Jansons nooit bang voor hoefde te zijn. Spannend!

Daniele Gatti dirigeert vanavond, morgen en zondag Mahlers Zesde. Volgende week leidt hij een programma met muziek van Berg, Wagner en Schumann en in januari Mahlers Derde. Hij begint in september 2016 officieel als chef-dirigent.

Deel dit artikel