Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Damien Hirst is dodelijk saai

Home

SANDRA KOOKE

De Britse kunstenaar Damien Hirst is veelbesproken. Maar is zijn oeuvre zelf ook interessant? Een overzichtstentoonstelling in Tate Modern in Londen laat zien van niet. Eén haai op sterk water is een krachtig beeld, de tweede haai is een kunstje.

Een haai op sterk water, duizenden vlindervleugels op een doek, vliegen die een dode koeienkop leegeten en geëlektrocuteerd dood neervallen, een met diamanten beplakte schedel. We hebben het natuurlijk over het werk van Damien Hirst. Zo beroemd dat een beschrijving van zijn werk voldoende is om te weten over wie het gaat; een plaatje erbij is overbodig.

Talloze malen is het werk van de bekendste hedendaagse kunstenaar ter wereld becommentarieerd - door de een verguisd, door de ander bewonderd. De dode dieren, de sigarettenpeuken, de schedels: de een vindt zijn werk kitsch, de ander ziet er de diepgang in van een zeventiende-eeuws vanitasschilderij dat ons wijst op de dood.

We weten dat al zijn werk is terug te voeren op een obsessie met de dood. We weten dat hij graag de grens van blasfemie opzoekt en daar veel verontwaardiging mee oogst. We weten dat de rijken miljoenen euro's neertellen voor zijn simpelste werken en dat geld daardoor voor hem een nieuw thema is geworden - en voor anderen een nieuwe bron van verontwaardiging. We kennen de geniale titels van zijn werk - 'The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living', 'A Thousand Years', 'Beautiful Inside My Head Forever', 'For the love of God' - en weten dat ze voor de één een bewijs zijn voor zijn diepzinnigheid en voor de ander voor zijn oppervlakkigheid.

Maar wat gebeurt er als we al die heftige discussies en polemieken, achter ons laten en de beelden voor zichzelf laten spreken?

Die ervaring kunnen we nu ondergaan, omdat in Londen in Tate Modern een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk is te zien. Eindelijk kunnen we de haai in zijn ogen kijken, rondwandelen in de apotheek en de schittering van de diamanten schedel ondergaan. Het enige dat ontbreekt zijn de schilderijen die hij enkele jaren geleden schilderde en die algemeen als een mislukking zijn beschouwd.

De eerste zaal werkt als een ouverture. Hier hangen en staan zijn jeugdwerken, zoals het knaloranje keukenkastje en de acht gekleurde steelpannen op een rij. Ook hangt hier de beroemde foto van de jonge Hirst die in een mortuarium poseert met het hoofd van een dode. Het gevoel van sensatie en angst is van zijn gezicht af te lezen. In deze ruimte zijn de thema's te zien die Hirsts hele oeuvre gaan bepalen: angst voor de dood en provocatie. Hoe kan het nog gekker, zie je hem denken. En ja hoor, daar zijn een föhn en een pingpongballetje in een vitrine. Hier red je het natuurlijk niet mee in de wereld van de grote kunstenaars.

Maar vanaf de tweede zaal komen de topwerken van Hirst, de haai, de dode koeienkop, de spot paintings. En dan zie je meteen met een schok wat er mis is. Er staat niet één haai op sterk water, maar twee. En daar blijft het niet bij. Twee schapen, twee schapenkoppen, twee vitrinekasten vol vissen, een koe en een kalf ondergingen hetzelfde procedé. Er hangt niet één schilderij met rijen gekleurde stippen, maar wel twintig. Je ziet niet één wand met op kleur gesorteerde pillen, maar vier, niet één kastje met medicijnen, maar tien. Hirst heeft de paar goede ideeën die hij heeft gehad tot het uiterste uitgebuit en ze daarmee hun zeggingskracht ontnomen. Eén haai op sterk water is een krachtig beeld dat de angst voor de haai combineert met de angst voor de dood, de tweede haai is een kunstje. De schapenkoppen zijn daarna ronduit saai.

Hetzelfde gebeurt als je kijkt naar de spot paintings. Van de eerste wil je nog wel geloven dat de combinatie van kleuren en vormen 'a scientific approach to painting' zijn, zoals Hirst het zelf omschrijft. Maar bij de twintigste denk je: daar heb je er weer een. Nu kun je natuurlijk een hele kunsthistorische boom opzetten over het spel dat Hirst op deze wijze met de kunstmarkt speelt. Want elke nieuwe spot painting is kassa. Maar daar worden deze behangetjes niet interessanter van.

Het tweede dat opvalt tijdens het bekijken van het werk van Hirst is dat zijn beelden - op een uitzondering na - leeg zijn, nergens naar verwijzen. De kastjes met medicijnen zijn keurig nagemaakte kastjes met medicijnen. Er gaat een anekdote achter schuil over de oma van Hirst die hem bepaalde medicijnen aanried, maar zonder die anekdote blijft er bar weinig over om naar te kijken of over na te denken. De kastjes hebben interessante titels - 'Holidays', 'Pretty Vacant', 'god', 'No Feelings' - maar doen verder met hun flesjes en doosjes vooral denken aan winkeltje spelen. De zaal die in zijn geheel een apotheek moet voorstellen met de wanden vol medicijnen is de apotheose van de leegte. Van de veertig mensen die er staan, kijken er hooguit vijf naar het werk. De rest staat een beetje te praten en verdwijnt al snel weer.

Hetzelfde gebeurt bij 'Crematorium', een grote witte asbak vol peuken die een wel heel platte illustratie is bij de slogan 'Roken is dodelijk'. Of neem het werk 'Trinity - Pharmacology, Physiology, Pathology', dat uiteraard allemaal weer verwijst naar Hirsts obsessie met de dood. Kasten met chirurgische instrumenten - denk aan scharen, messen enzovoorts - en de plastic lichaamsdelen, die als anatomisch lesmateriaal bij medische opleidingen wordt gebruikt. Je kunt kijken wat je wilt, maar er gebeurt niks.

Soms, plotseling, zie je iets moois of iets dat intrigeert. Al die op kleur gesorteerde, nagemaakte pillen in glanzende vitrines hebben een hallucinerend effect. Ook heel bijzonder zijn de met vlindervleugels beplakte schilderijen. Ze vormen allerlei patronen die net als in een mandala in elkaar passen. Die met de vorm van middeleeuwse kerkramen hebben de diepe kleuren rood, blauw en geel, net als echte glas-in-loodramen. Ook intrigerend is de sombere, diepzwarte, want met dode vliegen beplakte 'Black Sun'.

Een mooie ervaring is de ruimte met rondvliegende vlinders, waar je doorheen kunt lopen. Ze eten van fruit op de tafels en hangen aan witte katoenen doeken aan de muren. In de aanpalende ruimte hangen dode vlinders op doeken en staan asbakken met uitgedoofde sigaretten op de tafels.

De sigaretten zien we ook terug in een vitrine, waarin de peuken net als de pillen netjes naast elkaar liggen. Hetzelfde deed hij trouwens ook met diamanten. Hirst is opmerkelijk consistent in het gebruik van vormen - vitrines en sterk water - en symbolen. Afgezien van zijn spot- en spinpaintings en een kleurige strandbal die op een luchtstroom blijft zweven, zijn het allemaal verwijzingen naar de dood: vlinders, vliegen, beesten op sterk water, pillen en sigaretten. In die zin is de tentoonstelling één groot zelfportret.

Die samenhang in het oeuvre kun je zien als een krachtig statement. Tegelijkertijd zie je dat de kunstenaar te ver is gegaan met het uitmelken van zijn goede ideeën. Misschien is het ook als een nadeel te beschouwen dat zijn werk al zo uitgebreid is besproken in de media. Alle gedachten die eventueel vastzitten aan een asbak met peuken of een schedel met diamanten zijn al eens geopperd. Maar van een goede kunstenaar verwacht je dat het werk meer oproept dan de gedachte: wat is dit saai.

De tentoonstelling 'Damien Hirst' is in Tate Modern te zien tot en met 9-9. www.tate.org.uk/visit/tate-modern

Deel dit artikel