Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dalton: Zelfstandig werken met je maatje

Home

Harriët Salm

Ouders van kinderen van bijna vier jaar staan voor een belangrijke keuze: naar wat voor basisschool stuur ik mijn kind? Deel twee van een serie in de krant en op de website van Trouw. Vandaag: de Rietveldschool voor daltononderwijs in Badhoevedorp.

Naast het schoolbord staat in de klas van Regina Griepink, leerkracht van groep 8 van de Rietveldschool in Badhoevedorp, een verkeerslicht. Het is oranje. De kinderen weten wat het betekent: de juf loopt rond en helpt waar nodig.

Aan de inrichting van het lokaal herken je al dat dit een school voor daltononderwijs is, legt Griepink even later uit. Zelfstandig werken staat hier voorop, de juf begeleidt de kinderen daarbij. „De leerlingen krijgen van de leerkracht het vertrouwen dat ze het zelf kunnen en ze nemen vervolgens de verantwoordelijkheid om aan hun eigen taken te werken.”

Is het verkeerslicht rood, dan mogen ze haar even niets vragen. Is het groen dan kunnen ze gewoon naar haar toe komen met een probleem. Oranje betekent dat ze kijkt naar de dobbelstenen die kinderen op hun tafeltje hebben staan.

Die dobbelsteen is ook typisch dalton, vervolgt Griepink. „Weten ze even niet hoe ze verder moeten, dan vragen ze het eerst iemand anders uit hun groepje. Als niemand het weet, zetten ze het vraagteken op de dobbelsteen naar boven en dan weet ik dat ze me nodig hebben.”

Het systeem is bedoeld om de kinderen zelfstandigheid en samenwerken te leren. „Ze leren bovendien omgaan met uitgestelde aandacht”, zegt Griepink.

Zelfstandig werken begint hier, zij het mondjesmaat, al in de kleutergroep. De oudste kleuters – zeg maar groep 2 – krijgen al kleine opdrachten. Later wordt dit een dagtaak en weer later, zoals in groep 8, een week of zelfs maandtaak. Griepink: „We houden natuurlijk wel in de gaten of het goed gaat en zo niet, dan bespreken we met de leerling hoe hij het beter kan doen.”

Nobby Kop (bijna 12, groep 8) legt het systeem uit, net voor hij met de remedial teacher meegaat om wat extra rekenen te oefenen. „Een weektaak staat op een A4’tje met allemaal hokjes. Elke dag heeft een kleur en je vult in welke taak je op welk moment aan het doen bent. Als de taak af is, kleur je het hele hokje in. De juf controleert of het een beetje opschiet, zeg maar.”

Hij vindt het wel fijn om zelf te werken, maar heeft ook kritiek. „Dat met het verkeerslicht vind ik wel minder. Soms weet je iets niet en dan moet je lang wachten voor de juf het komt uitleggen.”

’Leuk’ van het daltononderwijs vindt hij wel dat je veel taken doet met anderen samen, „bijvoorbeeld met je chucky”. Een chucky? Ieder kind heeft een maatje met wie hij allereerst samenwerkt, legt Nobby uit. Op een chucky-bord in de klas hangt wie maatjes zijn, elke twee weken wordt er gewisseld. „Jochem is nu mijn chucky, hij zit dus naast me. Hij is niet mijn vriendje eigenlijk, maar we werken wel samen soms.”

Het gaat goed met het daltononderwijs in Nederland, vertelt directeur Willem Wagenaar van de Rietveldschool in de koffiekamer. Hij is tevens vicevoorzitter van de Nederlandse Daltonvereniging. Er zijn inmiddels zo’n 350 basisscholen volgens dit systeem, de laatste tien jaar is het aantal ruim verdubbeld. Wagenaar: „Dalton is booming”.

De vereniging regelt dat daltonscholen elkaar onderling beoordelen. Naast de controle van de inspectie of een school wel de kerndoelen haalt die de overheid heeft vastgelegd, oordeelt de daltoncommissie over of hoe het daltonsysteem op de school werkt.

Het is zeker niet zo dat elke daltonschool hetzelfde is, zegt Wagenaar. Het hangt ook van de bevolking van de school af hoeveel leiding de leerlingengroep nodig heeft. „Er zijn scholen waar de hele atmosfeer ademt dat leerlingen gewend zijn zelf te werken. Als de leerkracht even de klas uitgaat”, merk je dat ook niet, de kinderen kunnen de verantwoordelijkheid aan en werken gewoon door. Maar er zijn ook daltonscholen waar de leerkracht veel meer de leiding neemt, en als hij de klas even uitgaat, kan het zijn dat het bal is in de klas.”

Wagenaar zegt eerlijk dat daltononderwijs niet voor alle leerlingen geschikt is. Ze moeten uiteindelijk zelfstandig kunnen werken en er zijn leerlingen die daar moeite mee houden. „Ouders stellen die vraag heel vaak: is mijn kind geschikt voor dalton? Ik zeg dan:Dat weet ik niet. Wat ik wel weet: als je je kind hier op school inschrijft, zorgen wij ervoor dat het deze school goed doorloopt.”

Bij het afscheid van een klas van dertig leerlingen in groep 8 zijn er altijd een stuk of vijf ouders die hij nog eens aanspreekt. „Let goed op je kind, zeg ik dan, want hij is nog niet zelfstandig genoeg. Help hem met huiswerk, met plannen, hou hem in de gaten.”

De klas van Griepink luistert onderwijl in de hal naar een powerpoint presentatie van Jochem, Sylvana, Kim en Martijn. ,,Het gaat over de woestijn, dit hoort bij aardrijkskunde” fluistert hun klasgenootje Nadine Terpstra.

Na afloop klinkt een wat mager applausje. „Waar blijft nou dat liedje”, vraagt een van de toehoorders. De leerlingen hebben een liedje geschreven en veel geoefend, maar nu doen ze er niks mee. Dan wagen de vier het er toch op. ’Het is er heel erg warm’, zingt de een. ’Ohoho’ de ander. Er volgt alsnog hartelijker geklap.

Voor de overige afleveringen kijk op www.trouw.nl/basisschoolkeuze

Lees verder na de advertentie
Nadine Terpstra (11), groep 8 Rietveldschool: ¿Het is hier vaak rommelig, maar als je erg druk bent, word je naar je klas teruggestuurd¿. (FOTO PATRICK POST) © Patrick Post
(Trouw) © Patrick Post
(\N)

Deel dit artikel