Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dagbladen in de etalage

Home

HELENE BUTIJN; MARK VAN DRIEL

Voor het eerst sinds jaren is het uitverkoop op de Nederlandse dagbladmarkt. De etalage is goed gevuld. Vier dagbladen en twee kopbladen zijn in de aanbieding. Wat zijn het voor kranten en hoe hebben ze in het verleden gereageerd op plannen van hun uitgever?

Dat Reed Elsevier de Dagbladunie verkoopt, komt niet als een verrassing. De liefde van het concern voor kranten was nooit erg groot. De verkoop is niet uit nood geboren. De Dagbladunie-kranten hebben een goed rendement. Voor het krantenbedrijf zijn de winstcijfers zelfs uitzonderlijk hoog.

De Dagbladunie heeft zes dagbladen onder zijn hoede, en niet de minsten: Algemeen Dagblad (met een oplage van 408.828) plus de kopbladen De Dordtenaar (38.759) en Rijn en Gouwe (36.922), verder NRC Handelsblad (264.850), Brabants Nieuwsblad (54.100) en het Rotterdams Dagblad (118.302).

Deze dagbladen hebben ieder een lange geschiedenis van samenwerkingsverbanden, fusies en verkopen achter de rug. De Dagbladunie was in 1988 voor het laatst betrokken bij een grote fusiepoging. Toen zou Perscombinatie (de Volkskrant, Trouw, Het Parool) de nieuwe partner zijn. Met die fusie zouden in één klap vijf landelijke kranten in handen van dezelfde uitgever komen. De betrokken hoofdredacteuren van de grootste NDU-kranten, W. Woltz (NRC Handelsblad) en R. Abram (Algemeen Dagblad) waren destijds beiden onaangenaam verrast door de fusieplannen. Onafhankelijk van elkaar wezen ze het voorstel af. Een dergelijke intieme samenwerking zou op de lange duur de pluriformiteit van de pers bedreigen, meenden zij.

Abram: “We waren beducht dat er teveel kranten uit dezelfde ruif moesten eten.” Woltz denkt er net zo over: “Als er vijf kranten tot dezelfde stal behoren, kun je niet langer volhouden dat die vijf zuiver kunnen concurreren. Uitgevers willen dingen combineren om de kosten te drukken, dat is hun aard. Voor de betrokken kranten is dat echter niet goed.”

De redacties verzetten zich hevig tegen de samenwerkingsplannen van de directies. De journalisten vreesden voor aantasting van redactionele vrijheid en waren bang dat de minder rendabele kranten zouden verdwijnen.

Bij enkele NRC-redacteuren was de weerzin tegen de dwingelandij van de directie zo groot, dat ze zich wilden vrijkopen. Net als Le Monde en The Independent zou NRC Handelsblad zowel de redactionele als de bedrijfsmatige kant van de krant in eigen beheer nemen. Het vinden van financiers was volgens oud-hoofdredacteur Woltz destijds geen enkel probleem. De precieze vorm waarin het dagblad voortgezet moest worden echter wel: “Zodra het geld bijeengebracht is, rijst de vraag wie de boel oppikt. Een krant uitgeven is iets anders dan journalist zijn. De vraag is of de redactie dat wil, en of ze geschikt is voor de zakelijke kant van zo'n plan.”

De journalisten kregen nooit de kans om hun geschiktheid voor die taak te bewijzen, omdat Elsevier destijds eenvoudigweg weigerde de krant te verkopen. Voor het Algemeen Dagblad was verzelfstandiging een 'nimmer begaanbare weg'. Volgens Abram waren daar geen financiers voor te vinden.

Ondanks al hun protesten en alternatieven speelden de redacties geen doorslaggevende rol bij het mislukken van de fusie. De stichtingen die waken over de identiteit van de drie kranten van Perscombinatie, waren uiteindelijk het grootste struikelblok.

De aangekondigde verkoop van Dagbladunie-kranten voedt tal van speculaties. De onzekerheid is groot. Vooral de regionale kranten zijn bang bij verkoop ten onder te gaan. Vaak vergeten ze dat zij, net als NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad juist aan fusies hun kracht ontlenen.

Van de twee landelijke NDU-kranten heeft het huidige NRC Handelsblad de langste geschiedenis. Jacob Willem Van Biesen, een firmant van een makelaarskantoor, vond begin vorige eeuw de economische berichtgeving beneden alle peil. Daarom bracht hij in 1825 een blad uit: 'Waarenberichten'. Dat was een succes, maar met het faillissement van zijn makelaarskantoor ging ook 'Waarenberichten' ten onder. Daarop zettte Van Biesen met eigen geld het Algemeen Handels-Blad op, waarvan het eerste nummer in januari 1828 verscheen. De politieke situatie op dat moment hielp de krant enorm. Handelaren verslonden het nieuws over de politiek-staatkundige problemen en de afscheiding van België. Economisch nieuws bleef de basis van het dagblad.

Het Algemeen Handelsblad richttte zich op de kleine, intellectuele bovenlaag van de bevolking. Veel bracht de krant niet op. Daarom werd begin deze eeuw gezocht naar naar een partner die het grote publiek wist te bereiken.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) kwam in 1844 voor het eerst uit. Het dagblad beschikte over een geheimzinnig netwerk van informanten en een snelwerkend postduiven-systeem. Daardoor wist het zijn lezers te verrassen met actueel buitenlands nieuws. In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg de NRC ook steeds meer politieke invloed.

In 1939 nam de uitgever van de NRC het Dagblad van Rotterdam over, dat na de oorlog als Algemeen Dagblad verder ging. De krant wilde 'levendig zijn - maar niet sensationeel. Het wil het nieuws duidelijk brengen -zonder het te vergroven. Het is onafhankelijk - maar niet neutraal. Los van partijpolitieke of religieuze bindingen stelt de redactie zich op tegenover gebeurtenissen en ontwikkelingen in eigen land.'

Het Algemeen Dagblad (AD) moest na de oorlog als landelijke krant de concurrent van De Telegraaf worden. Het had daarin een kleine voorsprong, omdat De Telegraaf in de eerste jaren na de oorlog niet mocht verschijnen. Om zijn positie verder te versterken, kocht de uitgever van NRC ook de regionale dagbladen De Dordtenaar en Rijn en Gouwe. Deze bladen werden 'kopbladen' van het AD: ze hebben nog altijd een eigen redactiestatuut en een eigen regioredactie, maar binnen- en buitenlands nieuws betrekken ze verplicht bij het AD.

Algemeen Dagblad zat vanaf de oprichting in 1946 in één bedrijf met de NRC. Algemeen Handelsblad was toen nog steeds op zoek naar een winstgevende partner. Pas in 1962 zochten de bedrijven serieus toenadering tot elkaar. In de zomer van 1964, richtten zij de Nederlandse Dagbladunie (NDU) op.

Het bleef niet bij deze zakelijke fusie. Al na zes jaar liet de de NDU-directie weten dat het niet langer verantwoord was om de twee dagbladen naast elkaar te laten voortbestaan. Geleidelijk werd redactionele samenwerking afgedwongen. In 1970 kwam het eerste nummer van NRC Handelsblad uit.

In 1972 nam de NDU de helft van Het Vrije Volk over. Zeven jaar later kwam het NDU-concern bij Elsevier terecht, dat een meerderheidsbelang in het concern had verkregen. Intussen was ook het Brabants Nieuwsblad bij NDU gevoegd. Rotterdams Dagblad, een samengaan van het Vrije Volk en het Rotterdams Nieuwsblad, sloot in 1991 de rij.

Kranten van de Dagbladunie hebben dus een verleden van fusies, maar deze traditie is voor de hoofdredacteuren van nu geen reden om naar nieuwe fusies uit te zien. Bij de regionale kranten overheerst de vrees voor verlies van zelfstandigheid. Volgens J.J. van Cuilenburg, hoogleraar-directeur van het persinstituut van de Universiteit van Amsterdam is Nederland gezegend met een 'buitengemeen fatsoenlijke uitgeverswereld', die weliswaar commercieel denkt, maar ook rekening houdt met de redacties. Alleen wanneer het absoluut niet meer mogelijk is om een krant bij tanende vraag overeind te houden, voegen Nederlandse uitgevers hun dagbladen samen. Dat concludeerde Van Cuilenburg na uitvoerige studie naar persconcentratie.

Toch heerst bij de regionale kranten onzekerheid.

H. Kerstiens, hoofdredacteur van de Dordtenaar, hoopt dat het redactiestatuut de zelfstandigheid van zijn krant kan waarborgen. “We moeten het nog eens goed bekijken, zien of het op bepaalde punten wel waterdicht is. Verder moet het nodig geactualiseerd worden.”

Van de kopbladen van het AD bevindt De Dordtenaar zich in de meest riante positie. Het blad heeft nauwelijks concurrenten te vrezen, waarmee het bij een mogelijke overname gecombineerd zou kunnen worden. De enige concurrent in de 'Drechtsteden' is de NDU-dochter Rotterdams Dagblad.

Rijn en Gouwe zit in een veel moeilijker parket. Voor dit kopblad, ('de grootste krant van het Groene Hart'), ligt onder meer Wegeners Utrechts Nieuwsblad op de loer. “We zijn omkapseld door Wegenerbladen. Maar ik ga me pas druk maken als een koper bekend is. Ons redactiestatuut is gemaakt volgens het model van de journalistenvakbond NVJ. Het biedt ons uiteindelijk niet erg veel perspectief.”

Het Brabants Nieuwsblad heeft ook alle redenen om zich zorgen te maken. Al jaren geeft de eigenaar van grote concurrent 'De Stem' te kennen dat hij het Nieuwsblad het liefst zo snel mogelijk zou inlijven. Op dit moment heeft VNU De Stem in handen. “Het schijnt dat VNU voor de andere kranten van de Dagbladunie weinig interesse heeft. Het bericht dat de NDU mogelijk in delen wordt verkocht, maakt het er voor ons niet prettiger op”, zegt een redactielid. L. Heere, vice-voorzitter van de redactieraad van het Brabants Nieuwsblad: “De berichten dat aparte verkoop niet wordt uitgesloten, maakt het er voor ons niet prettiger op. Het is onduidelijk wat onze positie is, als we door VNU zouden worden overgenomen. We moeten nog uitzoeken in hoeverre het redactiestatuut ons daartegen bescherming biedt.”

Oud NRC Handelsblad-hoofdredacteur Woltz: “Redactionele onafhankelijkheid kwam bij de fusiepoging in '88 nooit ter sprake. Het zelfbewustzijn van nederlandse journalisten is zo groot dat ze niet bang waren voor inhoudelijke bemoeienis. Redactionele onafhankelijkheid is meer een geesteshouding dan iets dat contractueel is vast te leggen. Het is traditie.” Woltz denkt dat het redactiestatuut nauwelijks bescherming kan bieden: “Als een uitgever echt wil snoeien is er niet veel aan te doen.”

Volgens Van Cuilenburg zal het niet zo'n vaart lopen met opheffing van kranten. “Juist vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is het voor uitgevers van belang om verscheidenheid tussen kranten te waarborgen. Op die manier blijf je bepaalde lezersgroepen aantrekken. Kranten die bij eerdere fusies onder de paraplu van een groot concern zijn terecht gekomen, waren anders zeker ten onder gegaan.”

Deel dit artikel