Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

D66 HOUDT STAND IN DOESBURG

Home

Van een onzer verslaggevers DOESBURG - 'Te laat! Te laat!' werd er begin dit jaar nog wel eens gegniffeld, als Elbert Roest over een van zijn beleidsvoornemens sprak. Vooral de SP had er een handje van de wethouder van Doesburg op die manier duidelijk te maken dat hij z'n plan voor het regelen van de regenwaterlozing of een ander project wel kon schudden. Te laat, na 4 maart zou het met de D66'er immers toch gebeurd zijn.

Maar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen was anders. Terwijl D66 elders in het land een dramatische terugval vertoonde, boekten de democraten in Doesburg een beter resultaat dan in 1994: maar liefst tweehonderdtwintig stemmen meer dan vier jaar geleden, vertelt Roest met trots. De onderhandelingen over een nieuw college verliepen vlot en de (oude) paarse coalitie was weer snel in elkaar gezet.

“Ja, wij blijven paars in Doesburg”, zegt Roest (43). Het gegniffel van de SP ten spijt wordt hij vanavond voor een nieuwe periode tot wethouder benoemd - een succes dat maar weinig partijgenoten hem kunnen nazeggen. Van de 130 wethouders die D66 in 1994 mocht leveren, houdt de partij er naar het zich laat aanzien maar 18 over. Een sluitende verklaring voor het feit dat Doesburg niet is meegezogen in de vrije val van D66, heeft Roest niet. Hij zoekt naar woorden, spreekt over een complex van factoren, maar komt niet verder dan 'een hypothese'. “In de eerste plaats hebben wij hier een heel actieve afdeling. Doesburg is met 11 000 inwoners een kleine gemeente, waar je als politicus een directe band hebt met de kiezers. Wij hebben ons heel veel in de wijken laten zien, en ik heb zelf ook vier jaar lang niet anders gedaan. Dat heb ik teruggekregen bij de verkiezingen: het heeft effect gehad.”

Maar D66 zal niet alleen in Doesburg over een energieke achterban en een aanstekelijke lijsttrekker beschikken, er moet dus meer zijn. Roest: “We hebben hier een heel bijzondere politieke constellatie. In 1994 heeft de Socialistische Partij enorm gewonnen: vier van de vijftien zetels, bijna vijf. PvdA, CDA en VVD haalden drie zetels en D66 twee. De verhoudingen werden sterk gepolitiseerd - met de SP in de hoofdrol. Maar in plaats dat de grootste fractie in het college kwam, ontstond er een paarse coalitie. En ik durf te zeggen: met succes. Was er weer een constructie gekomen, die hier ten eeuwige dage bestond (CDA en VVD), dan was de SP mogelijk nog verder doorgegroeid en had je mogelijk een college van SP en PvdA gekregen. D66 heeft zich nadrukkelijk als brug opgeworpen voor een nieuw bestuur.”

Roest geeft meteen toe dat zijn redenatie niet op feiten berust, maar dat het dreigende 'gevaar' van de SP of van een VVD-CDA combinatie een belangrijke rol heeft gespeeld bij de verkiezingen in Doesburg weet hij zeker. “De SP in het college was echt een schrikbeeld. Die partij opereerde agressief, maar hun stellingname was weinig geloofwaardig. In een plaats als Oss heeft de SP wel bestuursverantwoordelijkheid genomen en hebben ze hele leuke dingen gedaan voor de bevolking. Maar daarvoor hebben ze wel vierenhalf miljoen gulden uit de reserve gehaald. En dat zou in Doesburg nooit kunnen, wij zijn een artikel 12-gemeente.”

Bij de verkiezingen van 4 maart kreeg de oppositie de rekening gepresenteerd, de drie partijen die het college hadden gevormd werden alle beloond voor hun beleid. Roest spreekt van een 'vriendenclub' op het pluche. “Geen ouwejongenskrentenbrood. Het gaat er in de collegevergaderingen altijd zakelijk aan toe, we onderhandelen op het scherpst van de snede, maar op een aangename manier. Toen we aantraden, hebben we drie doelstellingen geformuleerd. De VVD bracht de gezondmaking van de financiën in, de PvdA wilde de leefbaarheid in de wijken vergroten en voor ons was de communicatie met de burger heel belangrijk. We hebben vanuit het college huiskamergesprekken georganiseerd, wijkraden opgezet en een buurtpreventieproject in gang gezet.”

Zijn portefeuille was die van Vrom: “Van lantaarnpalen en asfalt tot groenbakken en hondenpoep, dus allemaal dingen die dicht bij de mensen staan. In het nieuwe college ga ik onderwijs doen, maar houd ik milieu. D66 heeft zich steeds als de groene partij opgesteld. Ik neem veel initiatieven op dat terrein, van compostverwerking tot een project om regenwater beter af te voeren. Er is veel te doen hier. Doesburg is een historische stad in een prachtige groene omgeving. De stadswallen zijn niet aangetast, landschappelijk is het een plaatje, maar we worden bedreigd door de Noordoosttak van de Betuwelijn. Daar heb ik grote zorgen over.”

Canvassen

Het wethouderschap kost Roest officieel 55 procent van zijn tijd, daarnaast heeft de historicus een parttimebaan bij het onderwijsinstituut Cito: hij is betrokken bij de eindexamens geschiedenis. Tot de dag van de verkiezingen had hij de moed er ingehouden dat hij die combinatie kon voortzetten. “Dat gedoe van de SP dat het gauw afgelopen zou zijn met D66, heeft mij extra gemotiveerd. Het was echt tot de laatste dag canvassen van deur tot deur. Toen ik de avond van de uitslagen naar de tv keek en D66 overal zag verliezen, zonk de moed me wel even in de schoenen.”

Landelijk staat zijn partij er in de voorspellingen slecht voor. Een verklaring? “Ik vind dat de Kamerfractie zich onvoldoende heeft geprofileerd, het bestuur niet kritisch genoeg heeft gevolgd. Paars is een kindje van D66 en dus heeft D66 het paarse kabinet veel te veel omarmd. Bolkestein heeft dat heel wat slimmer gedaan. Wolffensperger deed dat niet of kon dat niet. Ik ga hem dat nu niet meer verwijten, dat zou flauw zijn. Aan de andere kant wil ik me ook niet blindstaren op het stemmenverlies. Misschien is dat gejojo waar D66 mee te maken heeft, wel eigen aan de politiek. Niemand praat er meer over, maar wat heeft het CDA onder Brinkman niet verloren. Ik denk dat D66 het hoofd niet moet laten hangen. Wij zijn een ideeënpartij van intellectuele mensen, wij moeten de energie opbrengen om naar de bevolking te gaan en ons met onze ideeën onderscheiden van anderen. De D66-ministers in het kabinet zijn ook zeker niet slechter dan hun collega's, dus wat meer zelfbewustzijn mag best. Dat ís er ook, merk ik. De partijbijeenkomsten stralen weer een goede sfeer uit. Misschien leek D66 de laatste tijd wat op de Titianic, maar ik geloof niet dat wij tenondergaan.”

Deel dit artikel