Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Cultuursector redt het met minder

Home

Romana Abels

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker. © ANP

Ook al krijgen ze tonnen minder subsidie, de meeste kunstinstellingen houden toch op de een of andere manier hun hoofd boven water. Dat blijkt uit een inventarisatie die minister Jet Bussemaker van cultuur gisteren aan de Eerste Kamer stuurde. De bezuiniging van 325 miljoen op de culturele sector heeft geleid tot het verdwijnen van 41 kunstinstellingen. Een veelvoud daarvan bleef bestaan.

Het zou een kaalslag worden, zo werd voorspeld toen toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra van onderwijs, cultuur en wetenschap in 2012 bekendmaakte een vijfde op het budget voor cultuur te korten. Vanaf 2013 moest de culturele sector het doen met 200 miljoen minder.

Tegelijkertijd bezuinigden gemeenten en provincies. Die gaven samen nog eens 125 miljoen minder uit aan cultuur.

Gisteren werd duidelijk wat dat tot gevolg heeft gehad: de subsidie-kortingen van de vier grootste gemeenten en die van het Rijk leidden ertoe dat vorig jaar 275 culturele instellingen minder dan het jaar ervoor subsidie kregen .

Maar het bloeiende culturele veld veranderde niet meteen in een dor kerkhof vol zerken met namen van opgeheven kunstinstellingen. Verreweg de meeste organisaties zijn er nog, meldt Bussemaker - zij vonden hun weg naar andere subsidiepotjes. Zo geven de vier grootste gemeenten minder geld uit aan cultuur, maar verdelen ze hun budget wel over meer organisaties dan voorheen. Daardoor kunnen kunstclubs doorgaan.

Een minderheid lukte het zelfs om op eigen kracht voort te gaan. Voor zover de minister kon zien, houden in ieder geval 69 culturele organisaties zonder subsidie stand.

Dat lijkt goed nieuws. Maar het feit dat het merendeel van de instellingen nog bestaat, betekent eigenlijk weinig; er zijn bijvoorbeeld theatergroepen die eerst vier nieuwe voorstellingen per jaar maakten, maar nu slechts hier en daar optreden met een reprise van een eerder succes.

De meeste culturele organisaties steken relatief veel tijd in zoeken naar subsidies. Wie het Nederlandse culturele veld bekijkt en onderzoekt hoeveel er gemaakt wordt, zou weleens meer kaalslag kunnen zien dan wie alleen het bestaan van instellingen onderzoekt.

Hoeveel minder kunst er wordt gemaakt, vertelt Bussemaker echter niet. Aan haar inventarisatie verbindt de minister voorlopig geen conclusies. Die maakte ze alleen omdat de Eerste Kamer haar daar in september in een motie om verzocht.

Naar alle waarschijnlijkheid is het einde van de bezuinigingen op lokaal en provinciaal niveau nog niet in zicht. Bussemaker belooft daarom vooral dat ze de gevolgen van de bezuinigingen in de gaten blijft houden.

Deel dit artikel