Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

COR DE KOCK

Home

WILMA KIESKAMP

Cor de Kock (49) is freelance persfotograaf. Hij fotografeert voor onder andere het Algemeen Dagblad zowel het 'harde' nieuws als beelden van de natuur en cultuur in het land van zijn jeugd, de Tielerwaard. De Kock ontvangt vandaag de onderscheiding van Fotojournalist van het jaar.

De werkdag begint altijd op de bank in de kamer. Dat is het voordeel van thuis werken. Lekker een bakje koffie erbij, en dan samen met mijn vrouw Ada de kranten lezen. We krijgen hier alle landelijke ochtendbladen in de bus, en 's middags nog eens een stapel regionale kranten en avondbladen. Je moet als persfotograaf precies op de hoogte zijn van wat er speelt in het land. Als je een fotobureau-aan-huis hebt, is dat des te belangrijker. Ada en ik bedenken een groot deel van de onderwerpen zelf. Het fotobureau is net zo goed háár prestatie. Zij regelt, ik fotografeer - het is in dit vak soms nog maar de vraag wat belangrijker is.

Aan de kranten van vandaag zie ik meteen dat het een slap weekje is. Geen enkele krant heeft opvallende onderwerpen of unieke foto's. Allemaal hebben ze een foto van dat gigantische cruiseschip en een foto van het nieuwe vliegtuig van het koninklijk huis. Twee onderwerpen die ik toevallig zelf niet gedaan heb. Maar je zit toch te kijken. Hoe heeft een collega-fotograaf dat onderwerp in beeld gebracht? Hoe zou ik het gedaan hebben?

Zo'n close-up van het lijnenspel van vliegtuigvleugels, dat doet me niks. Veel te gekunsteld. Ik mis het verhaal, de emotie. Zelf hou ik het meest van beelden die de ruimte hebben. Ik maak het liever breed. Een goede foto vertelt je wat er gebeurt, maar heeft daarnaast ook iets extra's. Voor mij is dat vooral dat de mensen van een foto moeten kunnen genieten. Heel simpel. Ze moeten het mooi vinden, zelfs als het om beelden gaat die ze al duizend keer hebben gezien en die ik al duizend keer heb gemaakt. Ik zit steeds weer te piekeren hoe ik de kijker kan verrassen.

Het is lastig om je eigen stijl te omschrijven. Volgens het juryrapport maak ik, even opzoeken, 'originele foto's van wat in wezen vaak clichéonderwerpen zijn'. Daar kan ik me goed in vinden. Er zijn ook fotografen die kritiek hebben op mijn onderscheiding. Die vinden mij geen echte nieuwsfotograaf, voor hen ben ik 'Cor de Kock van de ooievaars en de molentjes'. Dat komt omdat ik de enige ben die naast het harde nieuws ook juist zo vaak natuur en landschap fotografeer. Maar ik doe dat niet omdat molentjes en ooievaars zo makkelijk zijn. Het is juist het moeilijkste wat er is. Wat ik steeds weer merk, is dat de mensen juist die in die 'alledaagse' foto's van mij zoveel herkennen.

Kijk nou eens hier, deze foto. De eerste sneeuwklokjes. Heeft deze week groot in het Algemeen Dagblad gestaan, in kleur. Ik heb al duizend keer sneeuwklokjes gefotografeerd. Andere persfotografen beginnen er niet eens aan. Een 'Cor de Kock'-onderwerp, vinden ze. Maar ik blijf dat leuk vinden. En waarom zou dit een minderwaardig onderwerp zijn? Dit zijn beelden die mij raken. Ik kan echt ontroerd raken van de eerste sneeuwklokjes. Mijn ogen worden snel nat, zo ben ik nou eenmaal. Dat wordt met het ouder worden alleen maar erger. Ik schaam me daar niet voor.

Voor deze foto ben ik plat in het zand gaan liggen en heb ik de camera ingegraven, vlak voor die piepkleine bloemetjes, zodat ik ze van onderaf kon fotograferen. Dat is weer die ruimte in het beeld, hè. Het is zo net of de sneeuwklokjes de grond uitbarsten. Mooi? Ja toch!

De fotoredactie van de krant vond het hele idee van die sneeuwklokjes eerst maar niets, maar toen ze het resultaat zagen, mocht ik opeens full-color op de voorpagina. Dan ben ik weer tevreden. Maar het steekt me dat ik na al die jaren nog steeds moet vechten voor m'n foto's. Ze zouden toch onderhand moeten weten wat ik kan. Ze sturen verdorie geen stagiaire, ze sturen Cor. Ik moet me op m'n 49ste nog steeds bewijzen. Soms mis ik de waardering wel eens. Daar heb ik het erg moeilijk mee.

Deze week is een rommelige week, omdat ik zaterdag de onderscheiding krijg. Ik merk dat ik minder aan werk toekom dan anders. Het geeft niet, ook niet dat ik vanochtend voor niks naar Egmond ben gereden. Ik zou een klooster fotograferen. Toen ik arriveerde, bleek dat de monniken niet op de foto wilden, ze dachten dat ik alleen het gebouw zou fotograferen.

Je leert in dit vak heel veel geduld uit te oefenen. Het werk van een persfotograaf bestaat vooral uit wachten en praten. En autorijden, natuurlijk. Ik maak 100 000 kilometer per jaar. Het is nog erger geweest. Morgen kan ik in Egmond terugkomen, de abt zal een goed woordje voor me doen. In Utrecht heb ik daarna nog een anderhalf uur in de kou staan wachten tot een stoet hoogleraren de Domkerk verliet. De film zit nu in de ontwikkelmachine. Ik ben er niet tevreden over. Ik zàg het niet. Een echt goeie foto, daarvan weet ik op het moment dat ik hem maak al dat ik beet heb. Dat voel je steeds sterker.

Mijn eerste camera kocht ik toen ik elf jaar was. Een Agfa Clack. Op m'n veertiende stonden mijn foto's van voetbalwedstrijden al in het Vrije Volk. Afdrukken deed ik in de douche. Soepborden dienden als ontwikkelschalen, die haalde ik bij m'n moeder uit de kast. Dat geklungel heeft niet lang geduurd. Van m'n eerste opbrengsten heb ik goeie spullen gekocht. Ik hou van goed gereedschap, nog steeds. In mijn doka staat altijd de nieuwste apparatuur. Als eerste freelancer ben ik vorig jaar overgegaan op digitale verwerking van films. Ik druk niet meer af, alles gaat op de computer.

Er zijn weinig persfotografen die op hun 49ste nog steeds freelancer zijn. Ik snap soms ook niet hoe ik het volhoud. Mijn kracht is, denk ik, dat ik over ongelooflijk veel contacten beschik. Opgebouwd in al die jaren, en daar profiteer ik nu van. Ik werk niet voor niets nog steeds voor huis-aan-huis bladen. De mensen moeten je kennen. Ik zie dat bij die jonge persfotografen helaas niet meer. Die wachten tot ze een opdracht krijgen en anders missen ze het. Jongens, denk ik dan, zo bouw je toch nooit een naam op. Verzin zelf eens iets! Als ik geen opdrachten heb, pak ik desnoods de auto en rij ik net zo lang door het land tot ik een onderwerp zie. Ada zegt altijd: als jij er aan komt, beginnen de ooievaars spontaan te paren.

Jarenlang heb ik alleen gedraaid op de produktie. Krankzinnige werkdagen. Ik deed alles. Het hèbben van een onderwerp was het belangrijkst. Er gaat een verhaal dat een gewonde bij een auto-ongeluk eerst Cor zag en dan pas de politie. Ik heb goed verdiend. Genoeg om een aantal jaren geleden de beslissing te kunnen nemen om voortaan alleen nog maar voor de mooie plaat te gaan. Ik wou laten zien dat ik meer waard was.

Ik blijf voor veel mensen de 'regiofotograaf', omdat ik een groot deel van mijn onderwerpen zoek in de Tielerwaard, in de omgeving van het dorp waar ik ben geboren en getogen. Ik was een van de eersten in Nederland die nieuwsfoto's maakten van rietsnijders, van molens, van boeren aan het werk. Andere fotografen nemen dat nu over. Ik ben met mijn camera op zoek naar beelden uit mijn jeugd. Het zijn niet zomaar landelijke plaatjes voor mij. Ik vóel iets.

Het betekent heel veel voor me dat ik dit jaar ben uitgeroepen tot Fotojournalist van het jaar. Ik heb al elf keer meegedaan, steeds eindigde ik bij de eerste drie. De aanmoedigingsprijs heb ik ook al twee keer gehad. Ik won altijd wel iets, maar de echte onderscheidingen leken voor mij niet weggelegd. Dit jaar wilde ik niet meer meedoen. Maar Ada zei: probeer het nog een keer. Toen heb ik mijn gloednieuwe fotocomputer onder de arm genomen en ben daarmee naar de jury gestapt. 'Hier', zei ik, 'Jullie krijgen geen afdrukken, dat kost me te veel tijd. Maar als je op dit knopje drukt, kun je al mijn digitaal opgeslagen foto's bekijken. Veel plezier ermee'.

Ze vonden het een typische Cor de Kock-stunt. Het geeft me een extra kick dat ik juist nu gewonnen heb, juist nu ik me heb gepresenteerd zoals ik ben. Die boer uit Haaften met z'n technische snufjes. Na de bekendmaking heb ik van de meest uiteenlopende mensen felicitaties gehad. Dan merk je dat je toch wel heel erg wordt gewaardeerd. Misschien is het ook mijn eigen onzekerheid, dat ik zo sterk naar dat schouderklopje verlang. Ik ben een ontzettende twijfelaar.''

Deel dit artikel