Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Conservatief Manifest

home

door Bart Jan Spruyt en Michiel Visser

,,'Links' heeft ons land oneindig veel problemen gebracht en nu is het tijd dat 'Rechts' zijn wortels herontdekt om de schade te herstellen. Alleen het conservatisme is daartoe in staat. Het conservatisme is de aartsvijand van het linkse, progressieve denken. Het verwerpt de politieke correctheid, het multiculturalisme en het waardenrelativisme die de jaren zestig ons hebben gebracht.'

Het conservatisme is een politieke filosofie, net als bijvoorbeeld liberalisme en socialisme. Het heeft een aantal kerngedachten die alle conservatieven kunnen delen, maar die verschillend uitgelegd en toegepast kunnen worden. De kern van het conservatisme is dat de mens niet als vanzelf het goede doet. Zeker niet, omdat het goede vaak zelfbeperking, zelfdisciplinering, plichtsbesef, opoffering met zich meebrengt. Daarom hebben mensen opvoeding en vorming nodig.

Het conservatisme verwerpt de modieuze opvatting dat de waarheid niet bestaat en dat de verschillen tussen het ene en het andere standpunt dus zijn terug te voeren op esthetische verschillen. Maar de ene mening is niet gelijk aan de andere; kannibalisme is geen 'kwestie van smaak'.

Het conservatisme verwerpt het cultuurrelativisme. Voor het bloeien van de menselijke natuur zijn sommige samenlevingsvormen beter dan andere. De conservatief heeft er geen enkele moeite mee om te zeggen dat de ene cultuur beter is dan de andere. En hij voegt daaraan toe dat wij in de gelukkige omstandigheid verkeren dat de westerse beschaving van alle culturen tot nu toe de beste is gebleken.

Het Westen kent, naast een rijke kunst, literatuur en wetenschap, een groot aantal sociale verworvenheden die het beschaafd maken: de scheiding tussen kerk en staat (die het burgers mogelijk maakt naast elkaar te leven ondanks fundamenteel verschillende opvattingen over de zin van het leven), het concept van de individuele vrijheid (dat het individu ruimte geeft zonder het belang van de familie en andere sociale verbanden te vergeten), respect voor de onderzoekende geest van de mens zonder de moraal uit het oog te verliezen, de rechtsstaat (die het uitoefenen van gezag loskoppelt van de heersers van het moment), en het eigendomsrecht en de vrije markt, die de mens in staat stellen in zijn economische behoefte te voorzien.

In de afgelopen twee eeuwen is de sterke vooruitgang op economisch en natuurwetenschappelijk gebied hand in hand gegaan met een achteruitgang op geestelijk en zedelijk gebied. Een belangrijk onderdeel van deze decadentie is het verlies van de kennis van onze eigen intellectuele tradities. Onze elites kennen de grote inzichten van het Westen niet meer, en weten daarom nauwelijks nog waarin het Westen van andere culturen verschilt, waarom het verdedigd moet worden en w t precies verdedigd wordt.

Nederland in crisis

Het is niet overdreven om te zeggen dat Nederland in crisis is. Een serie samenhangende problemen plagen ons land:

* Een golf van geweld en criminaliteit.

* Etnische spanningen.

* Een te grote, te dure, te inefficiënte publieke sector.

* Verval van het onderwijs en verplatting van het maatschappelijk leven.

* Een falende politieke en maatschappelijke elite.

In een geruchtmakend essay in NRC Handelsblad in 1992 noemde de Rotterdamse hoogleraar J.W. Oerlemans Nederland een 'éénpartijstaat'. Hij bedoelde dat als een felle veroordeling van het Nederlandse partijpolitieke stelsel dat oligarchische trekken vertoont. Sindsdien is de Nederlandse crisis nog verergerd door de falende maatschappelijke elite: het nauw verweven wereldje van gevestigde politieke partijen, ambtenarij en delen van de journalistiek en het old boys netwerk in het bedrijfsleven. De ronduit spastische wijze waarop dit 'gesloten systeem' omging met de politieke opkomst van de hervormer Pim Fortuyn was bovenal het gevolg van de weerzin tegen de wijze waarop Fortuyn politiek bedreef en de angst voor de tot taboe verheven thema's die hij, in een doelbewuste breuk met de Haagse mores, tot inzet van zijn verkiezingscampagne maakte. Fortuyn werd vooral zo fel en unaniem - van links tot rechts - veroordeeld omdat hij zich niet hield aan de spelregels van het politieke kartel dat Nederland regeert, en het zodoende rechtstreeks in zijn bestaan bedreigde.

Weg met de partijbonzen

De burger heeft te weinig controle over de macht die Den Haag over hem uitoefent. Die macht ligt namelijk voor het grootste deel bij de politieke partijen, en binnen die partijen bij zeer kleine groepjes zichzelf selecterende politieke leiders. In het huidige stelsel kan de burger eens in de vier jaar kiezen uit een serie bestaande (en zwaar gesubsidieerde) politieke partijen. Vanwege het stelsel van evenredige verantwoordelijkheid heeft geen van die partijen ooit een meerderheid, waardoor de regering altijd bestaat uit een coalitie. Maar de kiezer heeft geen enkele invloed op de samenstelling van die coalitie noch op het regeringsprogramma, omdat beide het resultaat zijn van besloten onderhandelingen tussen de partijleiders. Het verband tussen verkiezingsuitslag en regeringsbeleid is daardoor minimaal. Dit is een kernprobleem waarvoor het bestaande stelsel geen oplossing heeft.

De kloof tussen politiek en kiezer kan alleen worden gedicht door de politicus te dwingen zich persoonlijk bij de kiezer te verantwoorden. Binnen elk kiesdistrict wordt één volksvertegenwoordiger op persoonlijke titel naar de Tweede Kamer afgevaardigd. De Kamer valt zo uiteen in twee blokken - Links en Rechts - waarvan het grootste automatisch het regerende blok wordt. De minister-president wordt rechtstreeks door de bevolking gekozen en komt in een daadwerkelijk dualistische verhouding met de hem controlerende Kamer tot beleid, daarbij steunend op wisselende coalities van wisselende individuele Kamerleden.

Dit stelsel verlost ons van tijdrovende en ondemocratische kabinetsformaties. Het brengt de vitaliteit in het debat terug en produceert betere politici. Het huidige systeem plaatst een premie op risicomijdend, volgzaam gedrag, waarbij het vooral belangrijk is niets 'verkeerds' te zeggen in de lange interne mars door de partij-instituties. Nederlandse politici zijn daarom loyaal aan partijbonzen, niet aan de burgers die ze geacht worden te vertegenwoordigen. Aan het partijbelang, niet aan het algemeen belang. Het huidige systeem gaat ook slecht om met problemen en fouten. Het stimuleert eerder slaafse volgzaamheid dan zelfstandig nadenken. 'Ruziemakers' hebben geen gunstige politieke perspectieven. Geen wonder dat intelligente, energieke, ambitieuze, natuurlijke leiders de Nederlandse politiek mijden en dat vooral grijze muizen de Tweede Kamer bevolken.

Het nieuwe stelsel zal leiden tot competitie in plaats van compromis en consensus; tot uitmuntendheid in plaats van middelmaat; tot moed in plaats van lafheid; tot het serieus nemen van de problemen en verlangens van de bevolking in plaats van politieke correctheid; tot individuele verantwoordelijkheid in plaats van groepsgeest en poldermodel - kortom het zal politiek Den Haag precies het soort stimulans geven dat dringend noodzakelijk is.

Terug naar de kern

Conservatieven zien de staat tegelijk als noodzakelijk en gevaarlijk. Noodzakelijk omdat de staat de meest efficiënte manier is om de orde te handhaven, het territorium te verdedigen tegen buitenlandse dreigingen en controle uit te oefenen over de handhavers van vrede en veiligheid. Gevaarlijk omdat de staat, die door onvrijwillige bijdragen (belastingen) wordt gefinancierd, een vorm van machtsconcentratie is die grote risico's meebrengt. Er is lang nagedacht over de spanning tussen de noodzaak van gezag en de mogelijkheid van misbruik van dat gezag. De oplossing is geweest om de staatsmacht te beperken en verantwoordelijkheden zorgvuldig te verdelen tussen het gezin, de in groepen verenigde burgers en de overheid. In de praktijk komt hier weinig van terecht, zoals we aan de enorme groei van de publieke sector in de afgelopen vijftig jaar kunnen zien.

De staat heeft een aantal belangrijke taken waarvoor zij bij uitstek geschikt is: defensie (externe veiligheid), politie (interne veiligheid), en het handhaven van wetten en regels. Dat zijn de kernactiviteiten van de overheid, en voor deze posten moet altijd voldoende geld zijn. De Nederlandse overheid doet allerlei dingen die zij beter zou kunnen laten en faalt in het uitvoeren van deze kerntaken. Ze moet die onnodige taken radicaal afstoten en de ernstige problemen op het gebied van veiligheid en immigratie hard aanpakken. Terug naar de kern dus. En niet omdat dit 'doelmatiger' zou zijn of beter te financieren, maar omdat een goede staat slechts een beperkt aantal taken uitvoert, en de rest overlaat aan de burgers.

Nederland dient een sterk defensieapparaat te hebben dat niet alleen Nederland zelf kan verdedigen tegen (buiten- én binnenlandse) staatsvijanden, maar ook een substantiële bijdrage moet leveren aan de internationale veiligheid. Dat Nederland ogenschijnlijk relatief veilig is, komt doordat de Amerikanen via de NAVO de internationale vrede bewaken. Het zou daarom niet meer dan normaal zijn dat Nederland iets terugdoet voor de Amerikaanse bondgenoten. Wij hadden bijvoorbeeld deel moeten nemen aan de oorlog tegen Saddam Hoessein.

Hetzelfde geldt voor politie en justitie. Er moeten voldoende politieagenten en rechters zijn, en voldoende capaciteit in de gevangenissen. De overheid moet niet bezuinigen op de investeringen in veiligheid en rechtshandhaving, maar die juist opvoeren.

Misdaad en straf

Bescherming van lijf en goederen van de burgers is een kerntaak van de overheid. De Nederlandse overheid heeft op dit terrein gefaald, wat haar gezag ernstig heeft ondermijnd. Volgens de officiële cijfers is de misdaad in ons land de afgelopen veertig jaar vertienvoudigd: van 132.000 misdaden in 1960 tot 1,4 miljoen in 2002. Dit is nog een onderschatting van de werkelijke criminaliteitsstijging, omdat steeds minder mensen het nut van aangifte inzien.

En het gaat zeker niet alleen om fietsendiefstal. In 1900 werden in Nederland zeventien mensen schuldig bevonden aan moord of doodslag; dat is nu meer dan 600 per jaar. Rekening houdend met de bevolkingsgroei in deze periode is dat een stijging van 1200 procent. Ook roof, verkrachting, steekpartijen, mishandelingen, bedreigingen en diefstal zijn enorm toegenomen. Volgens cijfers van het CBS is de geweldscriminaliteit alleen de afgelopen vijf jaar al met 35 procent gestegen. Ook in vergelijking met andere landen, wordt Nederland steeds crimineler. Veertig jaar geleden waren we nog een van de minst gewelddadige landen in het Westen; nu behoren Amsterdam en Rotterdam tot de gewelddadigste steden van Europa. Internationale misdaadbendes hebben zich inmiddels comfortabel gevestigd in de Randstad en Nederland speelt nog altijd een sleutelrol in de internationale drugshandel. Ook op het gebied van de kleine criminaliteit tegen burgers en bedrijven scoort Nederland internationaal zeer hoog.

Eén verklaring voor de stijgende criminaliteit is dat misdaad in Nederland loont. De oplospercentages zijn zeer laag en slechts 2 à 3 procent van de delicten leidt uiteindelijk tot een vrijheidsstraf. De rechter legt zelfs voor geweldsmisdrijven vaak niet meer dan een taakstraf of geldboete op. In 1960 maakten gevangenisstraffen 41 procent van het totaal aantal straffen uit, nu is dat nog maar 29 procent. Het aandeel taakstraffen is gestegen van 1 procent medio jaren tachtig tot bijna 15 procent nu.

De golf van geweld kan alleen worden aangepakt door veel meer misdrijven op te lossen. Daarvoor is een mentaliteitsomslag nodig bij politie en justitie. Het afgelopen decennium hebben we in de VS gezien hoe de misdaad enorm kan afnemen door een betere, slimmere en hardere aanpak door de politie. Er werden crime hot spots vastgesteld waarop de politie zich concentreerde. Ook in buurten die dreigden te verloederen, voerde de politie een beleid van 'zero tolerance'. Het gedogen werd afgeschaft. Zo ontstond een klimaat waarin naleving van de wet vanzelfsprekend werd. Nederland moet deze Amerikaanse lessen ter harte nemen.

Door mild te straffen en de nadruk te leggen op rehabilitatie, doen onze humane rechters de dader wel een plezier, maar de samenleving niet. Rechterlijke macht en Openbaar Ministerie moeten verlost worden van hun softe jaren-zestig-mentaliteit. 18 jaar cel, waarvan slechts 12 jaar daadwerkelijk uitgezeten zal worden, is een belachelijk lage straf voor een politieke moord. Maar deze straf voor Volkert van der Graaf is geen incident: zij past goed bij het algemene klimaat van lage straffen en coulante rechters.

De Nederlandse gevangenis kan een stuk soberder. De straffen moeten langer worden, de vervroegde automatische invrijheidsstelling is achterhaald en taakstraffen moeten voor ernstige misdrijven onmogelijk worden. Als de rechterlijke macht onwillig is harder op te treden dan moet de wetgevende macht ingrijpen door minimumstraffen in te voeren voor geselecteerde misdrijven. Wellicht valt het te overwegen om rechters rechtstreeks door de bevolking te laten kiezen.

Toch moeten we niet vergeten dat een samenleving waarin het nodig is veel en lange gevangenisstraffen uit te delen een moreel probleem heeft. De hoge criminaliteit hangt onder meer samen met de crisis in het gezin. Zo blijkt dat kinderen uit gebroken gezinnen of één-ouder-gezinnen een onevenredig groot aandeel in de criminaliteit hebben. Een samenleving waarin bijna de helft van de huwelijken in een echtscheiding eindigt, waarvan vooral de kinderen de dupe worden, is zeer ongezond. Criminaliteit en een hele serie sociale pathologieën zijn er het directe gevolg van.

Immigratie en de 'multiculturele samenleving'

De criminaliteit in Nederland is voor een aanzienlijk deel geïmporteerd. Minder dan de helft van de gedetineerden is van Nederlandse afkomst. Een onevenredig groot deel van de ernstige misdrijven komt voor rekening van Marokkanen, Antillianen en Kaapverdianen, en in iets mindere mate van Turken, Surinamers, Oost-Europeanen en overige Afrikanen. Deze hoge criminaliteit is onderdeel van de lange lijst van problemen die de massale immigratie van de afgelopen drie decennia heeft veroorzaakt. In een te korte periode zijn teveel vreemdelingen uit achtergebleven gebieden ons land binnengekomen en de Nederlandse samenleving kon deze immigranten onvoldoende duidelijk maken wat de spelregels en voorwaarden voor verblijf waren. Het integratiebeleid is bankroet. Het is zaak ons snel te ontdoen van het oude integratie-denken en vooral van de talloze ambtenaren en politici die daar het product van zijn en ondanks hun falen nog altijd invloed uitoefenen.

Niet-westerse allochtonen zijn veel lager opgeleid dan Nederlanders, ook de tweede en derde generatie. Ze doen het slechter op school, zijn veel vaker werkloos en zijn oververtegenwoordigd in de sociale uitkeringen. De problemen concentreren zich in de grotere steden. In Rotterdam is meer dan de helft van de bevolking allochtoon, in Amsterdam minstens de helft. Er zijn hele buurten waar Nederlands een vreemde taal is geworden. De aanwezigheid van een miljoen moslims heeft ons land bovendien 'verrijkt' met de terugkeer van een virulent soort antisemitisme en (door Saoedi-Arabië gefinancierde) fundamentalistische moskeeën en andere instellingen die een onverdraagzaamheid en achterlijkheid ten toon spreiden die ons wezensvreemd is en die wij nooit mogen accepteren.

De 'islamisering van Nederland' is een uitdaging waarop het 'multiculturalisme' - de gedachte dat alle culturen gelijkwaardig zijn en in harmonie samen kunnen leven - het verkeerde antwoord is. In de praktijk kwam het vooral neer op een knieval voor minderheidsgroepen wier cultuur wezenlijk verschilt van de westerse. Het failliet van het multiculturalisme kan thans in iedere oude wijk worden bekeken.

De waarden en normen van de verschillende in Nederland aanwezige groepen zijn in belangrijke mate onverenigbaar. Conservatieven kiezen voor de Nederlandse beschaving, als onderdeel van de westerse beschaving, en weigeren te capituleren voor culturen met waarden die haaks op de onze staan. Hier woonachtige moslims kunnen weliswaar gebruik maken van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging die de westerse beschaving, anders dan de islamitische cultuur, haar burgers weet te bieden, maar moeten zich aanpassen aan ons en niet andersom. Dus geen sjaria in Nederland, geen achterstelling van vrouwen en meisjes, geen eerwraak en bloedvetes, geen invoering van islamitische feestdagen.

Een samenleving met meerdere, wezenlijk verschillende culturen heeft een hoog conflictpotentieel. Dan is het verstandig te voorkomen dat de kleinere culturen groter worden. Dit betekent dat Nederland, in navolging van landen als Denemarken, een strengere immigratiepolitiek moet voeren, die er op neerkomt dat alleen mensen die nuttig zijn voor de Nederlandse samenleving nog welkom zijn.

'Nuttig' zijn hoogopgeleide mensen die gemakkelijk Nederlands leren, gemakkelijk een baan vinden en zodoende een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving kunnen leveren. Men zou een beperkt aantal visa's per jaar moeten verstrekken aan kandidaten die aan dit soort criteria voldoen. Het quotum kan van jaar tot jaar door het parlement worden vastgesteld. In de huidige situatie lijkt het onverstandig om veel meer dan een paar duizend visa's per jaar te verstrekken. Als internationale verdragen een dergelijk rationeel toelatingsbeleid belemmeren, dan moeten ze worden opgezegd. Dat geldt ook voor 'Europese verplichtingen'. Een soevereine staat hoeft zich niets gelegen te laten liggen aan regels van internationaal recht die tegen het nationaal belang indruisen.

Voor asielzoekers dient - buiten het strikte visa-programma - in Nederland geen plaats meer te zijn. Opvang van politieke vluchtelingen kan in de regio plaatsvinden (rijke landen kunnen desgewenst bijdragen aan de kosten ervan). Ook voor huwelijksmigratie en gezinshereniging is geen plaats. Het is onaanvaardbaar dat zo'n 80 procent van de hier geboren moslims met een geïmporteerde partner uit Turkije en Marokko trouwt; dit moet naar Deens model vrijwel onmogelijk worden gemaakt. De dubbele nationaliteit moet worden afgeschaft: wie twee paspoorten heeft moet kiezen, en wie niet voor Nederland kiest heeft geen recht op een verblijfsvergunning. Het moet tegelijkertijd moeilijker worden om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen: een goede beheersing van het Nederlands en kennis van de Nederlandse beschaving en geschiedenis moeten basisvoorwaarden vormen voor wie onze nationaliteit wil verwerven. Immigranten, ook genaturaliseerde migranten, zouden voor de eerste tien jaar van hun aanwezigheid niet in aanmerking moeten komen voor uitkeringen en de meeste subsidies.

Er staat veel op het spel. De aanwezigheid van een miljoen moslims in Nederland (een groep die door hoge kindertallen veel sterker groeit dan de autochtone bevolking) zorgt voor grote sociale spanningen en groeiend wantrouwen. Wie geen behoefte heeft aan etnische stammenstrijd tussen Marokkanen, Turken en Antillianen, zoals die in de zomer van 2003 uitbrak in plaatsen als Medemblik, Hoorn en Tilburg, zal verdere islamitische immigratie met alle beschikbare middelen moeten tegengaan.

Een succesvolle integratie van nieuwkomers vergt ook een radicale mentaliteitsverandering van de Nederlandse bevolking. Alleen wanneer wij ons weer bewust worden van de waarde van onze eigen beschaving, hoeft de aanwezigheid van een beperkte groep moslims geen onoverkomelijk probleem te zijn. Alleen dan zullen zij bereid zijn zich voldoende aan te passen aan onze cultuur en kan sociale onrust voorkomen worden.

Hervorming van de subsidie- en verzorgingsstaat

De staat is doorgedrongen tot in de haarvaatjes van de samenleving, wat een slechte invloed heeft gehad op het morele karakter van de Nederlandse bevolking. In Nederland zijn de uitkeringen hoog en ze worden voor onbepaalde tijd verstrekt. Een recht op steun veroordeelt mensen tot een leven van ledigheid en neemt alle impulsen weg tot zelfredzaamheid. Het ontmoedigt het menselijke verlangen zelf richting te geven aan zijn leven, van de vruchten van zijn arbeid te genieten en te sparen voor zijn nakomelingen. De groei van de overheid heeft van de Nederlanders weke, afhankelijke kuddedieren gemaakt in plaats van fiere, onafhankelijke burgers.

Voor subsidies dient in principe de regel te gelden: wat geen steun heeft in de samenleving, heeft ook geen bestaansrecht. Organisaties als Vluchtelingenwerk Nederland, Pax Christi, Novib, Greenpeace en het IKV krijgen elk jaar grote hoeveelheden overheidssubsidie. Maar waarom? Er zijn ongetwijfeld veel belastingbetalers die de doelen van deze organisaties nobel vinden. Maar er zijn vast minstens zoveel mensen die het juist oneens zijn met dit soort clubs, of die er geen mening over hebben maar hun geld liever zelf zouden besteden. Dit soort subsidies dient ogenblikkelijk te worden stopgezet, met een navenante daling van de laagste tarieven in de inkomstenbelasting, zodat burgers zelf kunnen bepalen welke goede doelen hun steun verdienen. Recente maatregelen van minister Hoogervorst moeten veel verder gaan en op alle ministeries worden doorgevoerd.

Ook de verzorgingsstaat dient grondig te worden hervormd, volgens de slogan van Frits Bolkestein: 'liever de warmte van een baan dan de kilte van een uitkering'. Uitkeringen dienen alleen voor noodgevallen en noodperiodes te zijn. Behoudens mensen die écht niet kunnen werken - gehandicapten - moeten uitkeringen er alleen zijn om mensen in een moeilijke periode tijdelijk te helpen om zo snel mogelijk weer op eigen benen te komen staan. Bijstand en WW moeten beperkt worden tot maximaal vijf jaar gedurende het arbeidsleven. Wie een uitkering ontvangt dient werk te verrichten voor de overheid, bijvoorbeeld in de plantsoendienst. Niet uit hardvochtigheid, maar ter behoud van het arbeids ethos en het zelfrespect van de steunbehoeftige. Uitkeringen dienen zeer sober te zijn, koppeling van de hoogte van uitkeringen aan de loonontwikkeling is contraproductief en dient onverwijld en permanent te worden afgeschaft. Ook moet het minimumloon worden afgeschaft of verlaagd en moet het ontslagrecht versoepeld worden. Niet omdat wij verlangen naar het 'uitbuiten' van werknemers door werkgevers, maar omdat alleen op een flexibele arbeidsmarkt het arbeidspotentieel ten volle kan worden benut. Wie meer zekerheid wil, moet zich bijverzekeren bij particuliere instellingen.

Dit herijkingsproces gaat natuurlijk gepaard met een grootscheepse belastingverlaging. Als de overheid minder projecten op zich neemt, hoeft zij ook minder geld af te nemen van burgers en bedrijven. Dat geld blijft dus in de samenleving. Belangrijker is het morele effect van deze operatie. Mensen leren dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Ze zullen er harder en volwassener door worden, en aldus beter weerstand kunnen bieden aan vijanden. Naarmate de staat minder als surrogaatvader of - moeder optreedt, zullen de banden met familie, vrienden, kennissen en buurtgenoten worden verstevigd.

Het verval van het onderwijs

We hadden in Nederland tot in de jaren zestig heel aardig onderwijs. Op het gymnasium en de HBS werden de beste scholieren opgeleid om mee te draaien op universiteiten die degelijk academisch onderwijs gaven, en ook internationaal mee konden doen. De MULO en de ambachtsschool waren een nuttige voorbereiding op een productief arbeidsleven. Het was een systeem dat het accent legde op de overdracht van kennis en de karaktervorming van het kind. Het belangrijkste probleem was dat leerlingen teveel werden geselecteerd op maatschappelijke afkomst en te weinig op eigen capaciteiten.

Onder invloed van de radicale filosofie van de jaren zestig, aangevoerd door de onderwijssociologen van de PvdA, is dit oude stelsel afgeschaft zonder dat er iets waardevols voor in de plaats is gekomen. De hiërarchie die een wezensonderdeel vormde van het oude stelsel is verlaten, de obsessie van de Mammoetwet met nivellering heeft over de hele linie, van middelbare school tot universiteit, geleid tot onderwijs van een bedenkelijk niveau. Op een enkele briljante hoogleraar of goede vakgroep na, doet de Nederlandse universiteit niet mee op het wereldtoneel. De beste wetenschappers en studenten vertrekken naar het buitenland.

Het zou goed zijn als de eenzijdige opvoeding tot mondigheid en het opkomen voor jezelf, je 'eigen mening', gevoelens en sentimenten - de opvoeding die de erfenis vormt van de jaren zestig en zeventig - wordt gerepareerd. Allereerst moet de hiërarchie daar hersteld worden waar gelijkheidsdenken uit de aard der zaak geen pas geeft: tussen ouders en kinderen, schoolmeesters en leerlingen, hoogleraren en studenten. Maar dat kan alleen wanneer dat herstel onderdeel is van de herontdekking van een veel bredere traditie waarvan hiërarchie een bestanddeel vormt. Dit hervinden van de westerse traditie vereist een diepe duik in de geschiedenis. Het belangrijkste dat wij aan toekomstige generaties moeten doorgeven is beschaving. Want, in de woorden van de Engelse conservatief Roger Scruton, beschaving is 'de bewaarplaats van ervaringen die tegelijk plaatselijk en plaatsloos zijn, eigentijds en tijdloos, de ervaringen van een samenleving zoals die geheiligd zijn door de tijd'.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.