Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Communistische geheime dienst manipuleerde jarenlang oecumene

Home

Van een medewerker PRAAG - Medewerkers van de Tsjechoslowaakse geheime dienst (StB) hadden in de jaren tachtig ongemerkt toegang tot hoge functionarissen en belangrijke gremia van de Wereldraad van kerken. De StB gebruikte voor dit doel vooral de Christelijke Vredesconferentie, een oecumenische organisatie die zetelt in Praag. De dienst ging deze in de loop der jaren meer en meer als zijn eigen kanaal beschouwen. Een en ander blijkt uit onlangs vrijgegeven documenten uit de archieven van de StB.

In 1983 werden drie hoge kerkelijke vertegenwoordigers uit Tsjechoslowakije in het centraal comité van de Wereldraad gekozen, te weten Josef Smolik, vertegenwoordiger van de Evangelische kerk der Boheemse Broeders, Jan Michalko, destijds generaal-bisschop van de Slowaakse Lutherse Kerk, en Jaroslav Suvarski, hoge functionaris van de Orthodoxe Kerk in Tsjechoslowakije. In de StB-documenten komen zij voor onder de schuilnamen Profesor, Tatranski en Aspirant. Tatranski wordt als minder betrouwbaar aangemerkt.

Daarnaast noemen de documenten twee schuilnamen, Jestrab en Milan, die in staat werden geacht en de opdracht hadden om het beleid van de Wereldraad te beïnvloeden. De eerste knoopte daarbij, overeenkomstig zijn opdracht, contact aan met Emilio Castro, de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad, teneinde het beleid van de raad in 'gunstige' richting om te buigen. Castro wordt in de documenten gezien als representant van de 'positieve lijn', dat wil zeggen in overeenstemming met de politiek van de communistische landen.

Volgens een niet-officieel overzicht van de StB zijn de dragers van bovengenoemde schuilnamen Jaroslav Ondra en Milan Opocenski, beiden afkomstig uit de Evangelische Kerk der Boheemse Broeders. Alle geheime medewerkers kregen precieze instructies en opdrachten van officieren van de geheime dienst betreffende hun activiteiten binnen de Wereldraad. De documenten bevatten lijsten van argumenten en standpunten die de agenten dienden te verdedigen.

De Wereldraad van kerken werd door de geheime dienst als een vijandige organisatie beschouwd. De raad wordt in overzichten genoemd samen met organisaties als het IKV, Pax Christi International, Keston College en het Vaticaan. Hun activiteiten waren gericht tegen “de wetenschappelijke wereldbeschouwing”, te weten het marxisme-leninisme en trachtten deze te ondergraven, aldus de documenten. Men zag in de Wereldraad echter ook een middel om een beter beeld over de communistische realiteit te verspreiden.

Het beleid van de geheime dienst was er daarom op gericht te infiltreren in de Wereldraad, met name in de commissie Faith and Order en in de commissie voor internationale vraagstukken. De geheime medewerkers, ook wel 'invloed uitoefenend agent' genoemd, hadden de opdracht tegenstellingen tussen functionarissen van de Wereldraad te versterken. Er moest compromitterend materiaal tegen hen verzameld worden. Daarnaast diende men halve waarheden over de kerk in Tsjechoslowakije te verspreiden, waardoor onafhankelijke informatie in twijfel werd getrokken.

De CVC De infiltratie en beïnvloeding van de oecumenische beweging diende vooral te geschieden via de in Praag zetelende Christelijke Vredesconferentie, een in 1958 opgerichte internationale oecumenische organisatie met een socialistisch engagement voor vrede en gerechtigheid.

Aanvankelijk werd de CVC door de geheime dienst nog gezien als een zelfstandige organisatie, maar gaandeweg begon de StB haar steeds meer als eigen infiltratienetwerk te beschouwen. Na de Russische onderdrukking van de Praagse Lente, augustus 1968, werd de CVC door de StB definitief omgevormd tot een spreekbuis van de communistische landen. Men misbruikte haar als middel en kanaal om door te dringen in mondiale kerkelijke organisaties zoals de Wereldraad.

In de jaren tachtig was de CVC voor de StB een betrouwbare organisatie geworden. Dit beleid werd mogelijk gemaakt dank zij een geheime StB-medewerker in de top van de organisatie. Secretaris-generaal van de CVC was in die jaren de Tsjech L. Mirejovski. Hij komt onder de schuilnaam Mirek voor in de niet-officiële lijst van geheime medewerkers.

Op verschillende manieren voorkwam men dat het beleid van de CVC door met name westerse partnerorganisaties werd gewijzigd. Voorbeeld: in juli 1985 vond in Praag de zesde al-christelijke vredesassemblee, het hoogste orgaan van de CVC, plaats. Via tal van manipulaties wist de StB te verhinderen dat het thema mensenrechten aan de orde werd gesteld, dissidenten toegang tot de vergadering kregen en een brief van de Tsjechische dissidentenbeweging Charta '77 kon worden voorgelezen.

In de voorbereidende fase voor een theologisch seminarie in Boedapest over vrede, dat de CVC samen met onder meer IKV en Pax Christi organiseerde, vond in januari 1987 een bijeenkomst plaats in Tsjechoslowakije. Uit StB-documenten blijkt dat dit tegen de zin van de geheime dienst gebeurde. Die was bang dat westerse 'activisten' een wig konden drijven in de leiding van de CVC. Zij wilden namelijk dat ook de stem van de dissidenten uit de kring van Charta zou kunnen doorklinken.

Geheime medewerkers werden door de StB op zo'n situatie voorbereid en voorzien van argumenten om de vergadering te kunnen manipuleren. De StB-documenten bevatten lijsten met theologische argumenten en standpunten die de geheime medewerkers in de verschillende situaties zouden kunnen gebruiken. Deze werden in instructie-bijeenkomsten doorgenomen.

De documenten verschaffen een goed inzicht in de denk- en werkwijze van de Tsjechoslowaakse geheime dienst. Deze was ervan overtuigd dat ze de zaak in principe onder controle had. Een verslag uit 1979 van een vergadering van hoge StB-functionarissen over deze problematiek geeft een nauwkeurig overzicht van de activiteiten van de tegenstander, meldt dat 10,4 procent van de niet-katholieke geestelijkheid in Tsjechoslowakije geheim medewerker is (zij staan “aan onze kant”) en beoordeelt de bestaande situatie als bevredigend. Een soortgelijke beoordeling spreekt uit documenten van tien jaar later.

Nederland In deze hele periode ontwikkelde de Nederlandse vredesbeweging haar dubbelstrategie: zowel contacten onderhouden met de officiële vredesbewegingen in Oost-Europa als met de oppositie, ook als dat tegen de zin van de betrokken communistische regimes is. Men wilde de banden met de officiële organisaties niet doorsnijden en evenmin de dissidenten in de kou laten staan.

De documenten van de geheime politie geven aan dat men dit in Tsjechoslowakije allerminst prettig vond. Toch greep men niet in, bij voorbeeld door westerse vredesactivisten de toegang tot het land te ontzeggen. Het weigeren van een visum aan de secretaris-generaal van Pax Christi Nederland, Jan ter Laak, wordt in de documenten als een te zwaar middel beschouwd vanwege “de mogelijke negatieve internationaal-politieke gevolgen”.

De last die de StB van de dubbelstrategie ondervond, woog niet op tegen de voordelen van voortgaande contacten tussen de CVC en de westerse vredesbeweging. Voor de geheime dienst betekende de dubbelstrategie op z'n slechtst wat extra last, maar ze werd niet als werkelijke bedreiging gezien.

Deel dit artikel