Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Claude Lanzmann: Ik ben niet bang om 1000 jaar te worden

Home

Florentijn van Rootselaar

Claude Lanzmann: Het idee dat ik er op een dag niet meer zal zijn bevalt me helemaal niet; dat kleurt elke minuut van mijn leven. ©Patrick Post

'De dood is altijd mijn probleem geweest", zegt Claude Lanzmann. De 86-jarige filosoof, filmmaker en journalist heeft plaatsgenomen in een grote Louis Seizefauteuil in de kamer van een Amsterdams hotel. Zijn twee smartphones heeft hij op het tafeltje voor hem gelegd, naast zijn eerste dubbele espresso van die dag.

Voor de interviewer is een stoel rechts van Lanzmann opgesteld, aan de kant van Lanzmanns goede oor - de Frans-Joodse cineast liep flinke gehoorschade op toen hij een documentaire maakte over het Israëlische leger; hij weigerde, met de voor hem kenmerkende bravoure, gehoorbescherming te dragen tijdens het filmen van militaire oefeningen.

De dood is niet alleen het onderwerp van 'Shoah', de bijna tien uur durende documentaire waarmee Lanzmann wereldfaam verwierf en die nog steeds geldt als de belangrijkste verbeelding van de moord in de concentratiekampen. Ook in Lanzmanns eigen leven is de angst voor het levenseinde altijd aanwezig, zo blijkt uit 'De Patagonische haas', zijn recent verschenen memoires.

"Sterven is een schandaal", zegt Lanzmann, die in Nederland is vanwege de verschijning van zijn autobiografie. "Het idee dat ik er op een dag niet meer zal zijn bevalt me helemaal niet; dat kleurt elke minuut van mijn leven. Ik ben niet religieus, ik geloof niet in het hiernamaals. Ik begrijp die menselijke conditie ook niet: waarom moet de mens doodgaan?"

Misschien is het die angst voor de dood die van Lanzmann een collectioneur van ervaringen heeft gemaakt; als het leven niet eeuwig kan duren dan moet er maar zoveel mogelijk gedaan worden in de beperkte tijd die er is.

Zo lijkt Lanzmann altijd te zijn waar de grote historische gebeurtenissen zich afspelen: hij was verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog, bevond zich in Algerije tussen de revolutionairen als ze worden gebombardeerd door het Franse leger, observeerde het racisme van de Joden onderling in de nieuwe natie Israël, doceerde filosofie in het na-oorlogse Berlijn en gaf er op verzoek van zijn studenten colleges over antisemitisme.

Lanzmanns beschrijvingen van zijn leven lezen als een schelmenroman. Zelfs over het maken van 'Shoah' vertelt Lanzmann alsof het gaat om een avontuur: de documentaire blijkt deels het resultaat van spannende undercoverjournalistiek met verborgen camera's om de interviews met de nazi's vast te leggen. Tijdens een bezoek aan een voormalig SS'er wordt de camera ontdekt als die in brand vliegt, waarna vier kleerkasten op de filmmaker en zijn assistent beginnen in te slaan.

U schrijft dat u geobsedeerd was door de dood tijdens het maken van 'Shoah'.


"De dood is de waarheid van de kampen. 'Shoah' gaat om de radicaliteit van de dood in de gaskamers en niet om het verhaal van de overlevenden dat ondertussen al zo vaak is verteld. Om de dood te laten zien heb ik mensen geïnterviewd die de kampen hebben overleefd, die als door een wonder nog leefden, ze hadden eigenlijk dood moeten zijn."

U kreeg veel kritiek omdat u 'de kapper van Treblinka' bleef filmen toen hij in tranen uitbarstte. Waarom hebt u die beelden getoond in 'Shoah'?

"De kapper van Treblinka, Abraham Bomba, ging huilen in 'Shoah' toen hij vertelde over wat er was gebeurd in de gaskamers. Hij had daar de haren moeten afknippen van Joodse vrouwen, vlak voordat ze vermoord werden. Hij moest dan zijn uiterste best doen om de indruk te wekken dat het om een normale knipbeurt ging, bijvoorbeeld door geen tondeuse maar een schaar te gebruiken.

"Dat ik toen door ben gegaan met filmen is zelfs sadistisch genoemd! Ten onrechte, vind ik: juist zijn tranen drukken iets uit dat eigenlijk niet valt uit te drukken, de dood in de kampen. Ik ben doorgegaan met filmen omdat ik het als mijn taak zag om die waarheid te laten zien."

Wat me opvalt, is dat u tijdens de interviews met de nazi's in 'Shoah' nooit oordeelt. Zelfs niet als u spreekt met bijvoorbeeld Perry Broad, de SS'er in Auschwitz die verhoorde, martelde, meestal de doodstraf uitsprak en de gevangenen onmiddellijk liet executeren met een nekschot.


"Ik ben geen rechter, geen nazi-jager. Ik was geschokt door de verhalen die ik hoorde, maar het belangrijkst was voor mij om de mensen te laten praten. Het ging me om de waarheid. Afzien van een interview met een SS'er deed ik dan ook niet, en als ik te kritisch was geweest, had dat deze mensen kunnen afschrikken om hun getuigenis af te leggen. Tegen een van hen zei ik zelfs: 'U bent mijn meester en ik ben uw leerling. U gaat me onderwijzen'. Dat was de enige manier om hem aan het praten te krijgen."

De vele jaren die vooraf gingen aan het maken van 'Shoah' - Lanzmann was zestig toen de film werd uitgebracht, beschouwt hij als een noodzakelijke voorbereiding. Van veel invloed op hem waren Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, Frankrijks bekende filosofenkoppel. Lanzmann schrijft over ze: 'Zij hebben mij geholpen om na te denken, ik gaf hun stof tot nadenken'.

De jonge Lanzmann leest de reflecties van Sartre over 'de Joodse kwestie', trekt de wereld rond, en doet in Sartres tijdschrift Les Temps modernes verslag van zijn observaties. En hij knoopt een relatie aan met De Beauvoir, van 1952 tot 1959 leefden ze samen.

Tekenend voor de relatie van Lanzmann, De Beauvoir en Sartre is een vakantie in Saint-Tropez in het vroege voorjaar van 1953. Lanzmann: "Die vakantie verliep volgens een afgesproken ritueel: op maandag dineerde Simone met Sartre in een van de twee dan geopende restaurants, ik ging naar het aanpalende restaurant. Daar kon ik goed horen wat ze zeiden; het was niet rumoerig omdat er meestal geen andere gasten waren, Simone sprak met een luide stem, en ook Sartres metalige stem was goed verstaanbaar door de dunne wand die de restaurants scheidde."

Als Lanzmann en De Beauvoir elkaar daarna voor de nacht treffen, vertelt ze hem nogmaals in detail wat zij en Sartre tegen elkaar hebben gezegd. Op de dinsdag was het Sartres beurt om alleen te eten, de volgende dag zou De Beauvoir ook hem alles vertellen. Lanzmann: "Op woensdag ging het geciviliseerder toe: we aten met ons drieën, wat ons de moeite van een verslag bespaarde."

U schrijft met veel tederheid over De Beauvoir...

"Het was een liefdesrelatie! Dag en nacht waren we samen. Gedurende twee jaar hebben we geleefd in een eenkamerappartement dat maar nauwelijks groter is dan deze hotelkamer. We deelden een enorme belangstelling voor de wereld: we reisden rond, we bezochten alles, we maakten vaak levensgevaarlijke voettochten door de bergen. En dan de gesprekken met Simone. Die waren niet noodzakelijk filosofisch, we spraken over alles: de wereld, de mensen, de kleur van de hemel."

Als het interview is afgelopen, bekijken we samen een oude zwart-witfoto waarop Lanzmann samen met zijn moeder staat. Op de voorgrond poseert een heel jonge Lanzmann; hij moet een jaar of twee zijn. Een stevig kereltje, al net zo fors als de volwassen filosoof.

"Dat ben ik", zegt Lanzmann. "Ik lijk er nog steeds op."

We lachen.

"Weet u", zegt de filosoof mijmerend, "ik zou wel duizend jaar willen leven, ik ben niet bang om lang te leven. Ik hoef zelfs niet jonger te worden - daar hecht ik geen waarde aan. Duizend jaar zoals ik nu ben."

Claude Lanzmann: De Patagonische haas. Memoires. Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN 9789029575256; 577 blz. € 39,95

Deel dit artikel