Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Christelijke cocktail, met klontjes

Home

Otto de Bruijne en Stijn Postema

Nu de kerken leeglopen, is de vraag wat de achterblijvers verbindt. Heeft hun samenkomen nog toekomst? Wetenschappers en trendwatchers zoeken de komende weken in Trouw het antwoord.

Is het mogelijk dat de kerk volledig verdwijnt uit een land? Het is vaker gebeurd. In Noord-Afrika en grote delen van het Midden-Oosten waren ooit levendige byzantijnse geloofsgemeenschappen. Daar is vrijwel niets meer van over. Wereldwijd is het christendom de grootste religie met volgens de World Christian Encyclopedia 2,1 miljard volgelingen, maar in Nederland verlaten jaarlijks meer dan tachtigduizend mensen de kerk.

Is de kerk straks dood? De trendwatchers Adjiedj Bakas en Minne Buwalda constateren in hun ’De Toekomst van God’ (2006) dat algemene religie en godsdienst in Nederland toenemen. De trendwatchers verwachten allerlei vormen van nieuwe spiritualiteit en zien een rolletje voor het christendom: conservatieve kerken (nieuwe orthodoxen) met een onbetwistbaar geloof en een eigen levensstijl zouden groeien; de rooms-katholieke kerk zal waarschijnlijk blijven bestaan dankzij haar internationale structuur; en de evangelisch-charismatische beweging heeft overlevingskansen omdat haar totale toewijding, onbetwistbaar geloof en eigen levensstijl mensen blijft aantrekken.

De Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy denkt dat de kerken die de secularisatie in Nederland overleven, de beste kans hebben om te blijven bestaan als ze zich erbij neerleggen dat hun rol gemarginaliseerd is. In zijn boek ’Stad op een berg’ van dit voorjaar schrijft hij dat de kerk als instituut geen nationale betekenis meer heeft, maar dat lokale gemeenschappen juist heel veel kunnen betekenen. Ja, hij gelooft zelfs dat kerken in Nederland kunnen groeien als ze lokaal een soort voorbeeldgemeenschap vormen waarin ze een alternatief bieden op de bestaande, spiritueel uitgeputte cultuur.

Er zijn nog meer redenen waarom de kerk waarschijnlijk niet dood gaat. Sommige daarvan zijn nogal banaal: de orthodox-gereformeerde kerken en evangelische gemeenten kunnen overleven dankzij kraambed en klontering: door grote gezinnen te stichten en dicht op elkaar te kruipen. In provincieplaatsjes en op de bijbelgordel overleven de christelijke scholen en bieden de publieke voorzieningen een veilig klimaat voor een orthodoxe levensstijl.

Een vorm van klontering speelt zich ook af in de social networks. Die lenen zich uitstekend voor het opzetten van internetgeloofsgemeenschappen – de eersten zijn al ontstaan. De houdbaarheid is ongewis, want het zijn nog vooral experimenten van pioniers die iets missen in de traditionele kerkgenootschappen waar ze vandaan komen.

Ook massabijeenkomsten zijn een vorm van klontering. De Pinksterconferentie van stichting Opwekking trekt jaarlijks vijftigduizend deelnemers. Conferenties, festivals en jongerendagen bestaan al langer. Een relatief nieuw fenomeen is de megakerk. In de Nederlandse definitie gaat het om kerken met meer dan 2000 bezoekers per dienst (échte megakerken, zoals je die in de VS en Zuid-Korea vindt, tellen minimaal 10.000 bezoekers). Gelovigen leggen graag een grote afstand af om hun favoriete megakerk te bezoeken. Voorbeelden zijn de Bethelkerk van de Vrije Baptisten in Drachten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland te Barneveld.

Voor al deze ’klonterchristenen’ kan de indruk ontstaan dat de kerk het middelpunt van de wereld is. In werkelijkheid is het volume van deze clusters niet erg groot en blijven zij op afstand van de samenleving. „Het merkwaardige is dat deze strategie van de terugtocht misschien wel de meest succesvolle is om bij de tijd te blijven”, zegt godsdienstfilosoof Anton van Harskamp. Clusteren geeft het gevoel bij een winnende club te horen.

Wie verschillende kerkgenootschappen bezoekt, valt echter op dat er openheid is naar andere geloofsgemeenschappen. Er wordt druk leentjebuur gespeeld. Zo valt in een gereformeerde dienst de zegen van St. Patrick te horen. En een evangelische-charismatische gemeente spreekt tussen de tongentaal door ook gezamenlijk de apostolische geloofsbelijdenis uit. Op muzikaal gebied is de uitwisseling al langer gaande. Liederen van ’Opwekking’, uit de traditie van Taizé of Iona, of uit het Liedboek voor de Kerken, zijn niet meer het alleenrecht van één kerkgenootschap. Het levert een beeld op van een christelijke cocktail waarin iedereen zijn eigen mix samenstelt.

Dat betekent niet dat al deze denominaties ook samensmelten. De Evangelische Adressengids van stichting Opwekking vermeldt zeshonderdvijftig evangelisch-charismatische kerken, waarvan naar schatting de helft in de laatste vijfentwintig jaar is gesticht. Uit het onderzoek Ooit Evangelisch uit 2008 blijkt dat veel evangelischen uit de traditionele protestantse kerken afkomstig zijn én dat velen de evangelische kerk ook weer verlaten met als voornaamste reden het gebrek aan theologische diepgang. Soms stichten ze daarna een eigen protestants-evangelische tussenvorm.

De traditionele protestantse kerken proberen op hun beurt tegemoet te komen aan de evangelisch-charismatische behoefte van de leden. Bij de Protestantse Kerk in Nederland is het Evangelisch Werkverband voor sommigen een aantrekkelijk alternatief. In de Nederlands Gereformeerde Kerken zorgt de New Wine-beweging voor vernieuwing.

Niet alle gelovigen zoeken hun heil bij geestverwanten of in nieuwe experimentele kerkvormen. Er is ook nog de trend van gelovigen die zoeken naar verbindingen met andere religies. Het initiatief 'Nieuw Wij' onder leiding van theologe Manuala Kalsky is daarvan een voorbeeld. Het nieuwe wij zoekt naar een gedeeld religieus casco dat door iedereen gevuld mag worden met zijn eigen symboliek en ritueel.

Het is aannemelijk dat migrantenchristenen een stempel zetten op het toekomstige christendom in Nederland. Waar andere kerken krimpen, zouden de migrantenkerken namelijk wel eens kunnen groeien – gesteld dat de grenzen de komende decennia open blijven. Volgens onderzoek van godsdienstsocioloog Hijme Stoffels uit 2008 zijn er in Nederland ruim 1,3 miljoen migrantenchristenen, waarvan een half miljoen uit niet-westerse landen. Het CBS becijferde dat er in 2009 zo'n 1,8 miljoen niet-westerse immigranten in Nederland waren. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid groeit dat aantal naar 3,5 miljoen in 2040.

Samen Kerk in Nederland en het Katholieke Allochtonen Pastoraat becijferden dat het merendeel van de christelijke migranten rooms-katholiek is. Volgens de onderzoekers Frans Wijsen en Jorge Castillo Guerra in ’Een gebedshuis voor alle volken’ (2006) is de rooms-katholieke kerk daardoor multicultureel geworden in Nederland. De auteurs verwachten dat onder invloed van allochtonen meer nadruk komt te liggen op de symboliek, de processies en spiritualiteit, zoals het inzegenen van rituele voorwerpen.

Buitenlandse historici als James Kennedy blijven zich verbazen over het oerhollandse kerkscheuren. Waar twee Nederlanders geloven, ontstaan drie kerken, luidt een scherts, en Nederland telt meer dan honderdvijftig geregistreerde denominaties. Maar als we Kennedy mogen geloven word kerkscheuren een zeldzaamheid. Volgens hem vervlakt de theologie en daarmee de leerstellige confrontatie. Gelovigen, meent Kennedy, zitten in de overlevingsmodus. Onderlinge gevechten kunnen ze zich niet permitteren.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie