Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Charlotte Dematons: 'Het is goed toeven in mijn eigen wereld'

home

Bas Maliepaard

Charlotte Dematons: 'Ik denk dat het weleens de rode draad door mijn werk zou kunnen zijn: ik wil laten zien dat de lol in de kleine dingen zit, in de gekkigheid van mensen.' © Maartje Geels
Levenslessen

"Ze werkt zo hard, daar legt een Japanner het tegen af", zei haar man ooit. Maar nadat gevierd illustrator Charlotte Dematons een burn-out kreeg, bedacht ze een nieuw levensmotto: maak van het leven een feest.

De spanning in de klas was enorm. Ik hield alles altijd scherp in de gaten, zodat ik ellende op tijd zag aankomen

Les 1: Hou alles in de gaten
"We waren buitenbeentjes in het dorp waar ik ben opgegroeid, vlakbij het Franse Evreux. Er woonden daar geen professoren, om het zo maar te zeggen. Onze buren waren voor een deel analfabeet en zaten in de kleine criminaliteit. Er waren veel gezinnen met negen of twaalf kinderen die pas naar school gingen als de burgemeester had gedreigd de garde champêtre (veldwachter, red.) op ze af te sturen. Mijn ouders hadden zich daar gevestigd, omdat mijn vader werk kon krijgen bij een Amerikaanse legerbasis in de buurt.

Wat hij daar deed, is me nooit duidelijk geworden. Misschien was hij wel agent nul nul zeven! Mijn Nederlandse moeder was pianodocente en speelde elke dag. Mijn vader ook, trouwens. Chopin, Mozart, Schubert, Schumann ... Dat is de muziek van mijn jeugd. Ze heeft geprobeerd een kleuterschool van de grond te krijgen in het dorp, maar daar was weinig animo voor. 'Ils se démerderont comme nous', zei een ouder over zijn kinderen. Dat betekent: ze zoeken het maar uit, dat hebben wij ook gedaan.

Toen ik op mijn zesde naar school ging, kreeg ik een gigantische cultuurshock. Thuis spraken wij Nederlands, dus ik verstond niemand. Het was bovendien een vreugdeloze school, waar werd geslagen. De hoofdmeester schopte kinderen onder hun kont of gaf een pets in het gezicht, zó hard dat er een rode handafdruk op de wang achterbleef. Bij ons thuis was het geen Roald Dahl-boek - mijn ouders sloegen nooit - maar op deze school wel. Toen ik dat thuis huilend vertelde, stapte mijn moeder er meteen op af. Dat waren ze daar niet gewend, veel ouders sloegen hun kinderen zelf ook. Mijn moeder - een dame, beetje deftig -zei tegen de hoofdmeester: 'Als u mijn kind slaat, dan sla ik u.' Daar was hij van onder de indruk. Ik ben nooit met een vinger aangeraakt, maar bleef toch bang.

De spanning in de klas was enorm. Ik hield alles altijd scherp in de gaten, zodat ik ellende op tijd zag aankomen. Toen ik al lang volwassen was, had ik daar nog last van, was altijd op mijn hoede. Het eerste wat ik deed als ik de tram instapte, was om me heen kijken of er geen gek tussen zat. Daar ben ik therapeutisch voor gemasseerd, hoor. Ik weet nu: de groep mag een groep blijven, je hoeft niet alle individuen te doorgronden. Maar ik weet nog steeds razendsnel of ik veilig ben bij iemand of niet.

Lees verder na de advertentie
© Maartje Geels
'Kunst is wat de gek ervoor geeft, daar kunnen wij niet op bouwen, zei mijn vader altijd

Toch heeft dit alles me ook iets positiefs gebracht. Ik kan goed observeren en dat is een heel handige eigenschap voor een tekenaar. Ik zie veel details op straat en kan eindeloos naar mensen kijken en fantaseren wat er in ze omgaat. Als ik in de trein tegenover iemand zit, denk ik: zou deze man een ambtenaar zijn, die 's avonds bami met zo'n vierkant plakje ham uit een plastic bakje eet?"

Les 2: Doe wat je werkelijk wilt
"Mijn ouders vonden het geen goed idee dat ik naar de kunstacademie wilde. 'Kunst is wat de gek ervoor geeft, daar kunnen wij niet op bouwen', zei mijn vader altijd. Ik knutselde en tekende veel, maar mijn ouders zagen dat niet als een talent.

Op de middelbare school nam ik uit mezelf extra tekenles, omdat ik zo graag naar die kunstacademie wilde. Maar dat feest ging niet door. Mijn neefje vertelde dat er in Nederland een lerarenopleiding tekenen en textiel was. Dat vonden mijn ouders goed. Lerares was immers een respectabel beroep. Ik ging erheen, maar was er doodongelukkig. Zonder dat iemand het wist deed ik toelating bij de Rietveld Academie. Ik sleepte zoveel werk mee dat ik bijna niet meer kon fietsen. Ik was op van de zenuwen, maar werd aangenomen.

Mijn vader was geshockeerd, maar dit was wat ik wilde. Het was heerlijk om op die Academie tussen mijn soort mensen te zitten. Als ik tekende nam ik een duik in mijn eigen wereld en daar was het goed toeven. Nog steeds, trouwens. Ik kan het iedereen aanraden, zet dat er maar bij. Vanmiddag nog, zat ik een eiland te tekenen. Hier een bergje, daar een riviertje. Alsof je God bent, heerlijk! Bij de lunch zei mijn man: 'Jij bent er niet, hè?' Ik zei: 'Nee, ik zit op een eiland.'

Op de Academie begon ik niet als een krachtige tekenaar, technisch mankeerde er veel aan. Het heeft lang geduurd voor ik het gevoel kreeg dat ik als tekenaar ergens voor deugde. Eerlijk gezegd veranderde dat pas écht toen ik in 2008 het Gouden Penseel kreeg voor het prentenboek 'Sinterklaas'. De waardering van kinderen was er al, maar dat een jury volwassenen die toen ook uitsprak, deed me veel."

Les 3: Durf het anders te doen
"Toen ik in 1982 van de Rietveld kwam, ben ik in Nederland gebleven. Voor mijn geliefde, mijn klasgenoot Bas Blankevoort, met wie ik trouwde en een dochter kreeg, maar ook omdat ik hier meteen werk had. Ik heb sindsdien ontelbaar veel dienstbare opdrachten uitgevoerd: tekeningen in schoolboeken, tijdschriften, kinderboeken. Ik dacht altijd: je mag blij zijn dat je werk hebt. En dat was ik ook, ik heb altijd van tekenen kunnen leven.

Ik zat nog vast in het idee dat ik de dingen moest tekenen zoals ze daadwerkelijk zijn, zonder al teveel gekkigheid

Op een gegeven moment werd ik er down van om de beelden bij andermans teksten in te vullen. Ik overwoog om te stoppen en dacht: ik ga gewoon bij de Albert Heijn achter de kassa werken. Bliep ... bliep ... lekker rustig.

Ik besprak dat gevoel met mijn uitgever. Hij vroeg me wat ik als tekenaar het liefste zou willen. Eigen prentenboeken maken, antwoordde ik. Dat had ik daarvoor ook wel gedaan, maar dan te keurig, in zekere zin ook dienstbaar. Ik zat toen nog vast in het idee dat ik de dingen moest tekenen zoals ze daadwerkelijk zijn, zonder al teveel gekkigheid. Ik durfde het nog niet anders te doen.

Mijn uitgever zei: 'Kom maar terug als je een verhaal hebt.' Stiekem had ik dat al: een boek gebaseerd op hoe ik vroeger in de tuin speelde. Een bult zand was mijn Mount Everest, een plas water de oceaan ... Daaruit ontstond vijftien jaar geleden 'Ga je mee?', over een jongetje dat een gevaarlijke wereldreis maakt in zijn eigen achtertuin. Ik gebruikte geen doorschijnende aquarel, maar dekkende acrylverf. En ik schilderde alles in vogelperspectief, want ik wilde geen herkenbaar kind tekenen.

Door buiten mijn gebaande paden te treden, vond ik mezelf opnieuw uit en ontdekte ik de stijl waarmee ik later ook 'De gele ballon', 'Sinterklaas' en 'Nederland' heb gemaakt."

Les 4: Werk niet te hard
"Tot voor kort zei mijn man altijd: 'Charlotte werkt zo hard, daar legt een Japanner het nog tegen af'. Jarenlang heb ik nagenoeg zeven dagen per week in mijn werkplaats op zolder doorgebracht.

Daar is verandering in gekomen sinds ik twee jaar geleden een burn-out kreeg. Drie jaar lang waren we niet op vakantie geweest, zodat ik het prentenboek 'Nederland' kon maken. Toen dat in september 2012 uitkwam, volgde er een tsunami van aandacht. Maandenlang had ik journalisten en fotografen over de vloer en moest ik door het hele land scholen bezoeken en signeren in boekwinkels. Ontzettend leuk, maar voor iemand die het liefst in z'n eentje achter de ezel zit ook heel vermoeiend.

Toen ik eindelijk weer wat tijd voor het illustreren had, werd mijn moedertje van toen 84 jaar thuis in Frankrijk overvallen door drie gemaskerde mannen. Ze hebben haar op de grond geduwd en één van die rotzakken is met zijn voet op haar gaan staan. 'Meneer, u doet me zo'n pijn', heeft ze nog gezegd. Ze dreigden dat ze haar vingers zouden afknippen als ze niet zou vertellen waar ze haar sieraden en geld had liggen. Toen ik dat hoorde, kwam er zo'n ongekende woede in me los. Ik dacht: als die mannen nu voor mijn neus stonden, dan sloeg ik ze dood. Een verschrikkelijk gevoel, ik wist niet dat ik zó boos kon zijn.

Hoe zou het familiewapen van Charlotte Dematons eruit kunnen zien? Illustrator Renske Karremans liet zich inspireren door haar levenslessen. "In het wapen vind je verschillende verwijzingen naar haar prachtige prentenboeken. Het schild is de mijter van Sinterklaas, de ballonnen staan zowel voor haar boek 'De gele ballon' als haar uitspraak: 'maak van het leven een feest.' De vogel staat voor het perspectief van waaruit ze illustreert." © Renske Karremans
Als je ophoudt met zeiken en de humor van dingen inziet, is het leven ontzettend leuk

Ik reed meteen naar Frankrijk. Mijn moeder was geen dame meer, maar een klein vogeltje. Ik heb haar meegenomen naar Nederland en samen met mijn man alle registers opengetrokken om haar er weer bovenop te krijgen. Zeven dagen per week mantelzorg en tussendoor proberen te werken, dat was heel zwaar. Ik moest haar bij alles helpen. Mijn moeder was altijd een sterke vrouw geweest, nu nam ik de beslissingen, want ze was afwezig en angstig. Ze was altijd preuts, nu moest ze zich letterlijk aan mij blootgeven. Dat was lastig voor haar, maar het heeft ons dichterbij elkaar gebracht. Ik probeerde er wel wat humor in te brengen, hoor. Ik noemde mezelf zuster Bloeddorst. 'Ach kind, doe niet zo gek', zei ze dan.

Na vier maanden hebben we haar terug naar Frankrijk gebracht, naar een aanleunwoning, en hebben mijn broer en ik ons ouderlijk huis leeggeruimd. Terug in Nederland kón ik niet meer. Ik was uitgeput, had last van geheugenverlies en kon mijn lijf niet meer warm houden. Maar het was bijna Kinderboekenweek en die was helemaal volgeboekt met signeersessies en schoolbezoeken. Tot een goede vriend belde: 'Ik ben boos op jou. Wat moet er nog gebeuren voordat je rust neemt?'

Ik vond het vreselijk, maar heb alles afgezegd. Ik stortte volledig in, heb drie weken lang alleen maar geslapen en gehuild. Daarna heeft het nog ruim zeven maanden geduurd voor ik weer energie terugkreeg. Ik ontving ongelofelijk veel kaarten, dat heeft geholpen. En de totale rust, natuurlijk.

Op een ochtend had ik opeens de behoefte om even naar mijn werkplaats te gaan. Daar lagen al maanden gedichten van Hans en Monique Hagen te wachten, die ik zou illustreren. Ik probeerde wat te tekenen en langzaam begon het te stromen. Zo leuk was dat! Maar de echte doorbraak kwam toen ik met mijn goede vriend Ruud naar Canto Ostinato van Simeon ten Holt ging luisteren. Maanden had ik geen muziek in mijn hoofd gehad, maar toen ik naar huis liep, wervelden de noten als een zwerm vogels om me heen. Dat was zo'n waanzinnig gevoel van ruimte en vrijheid. Vanaf die dag ging het bergopwaarts.

Ik werk nu minder, heb een sécretaire générale - iemand die mijn e-mail beantwoordt - en iemand voor contractonderhandelingen. Mijn eerste uitgever, de oude heer Boele van Hensbroek van Lemniscaat, zei altijd: 'Weet je wat het is, Charlotje, als je geen reden hebt om het leven te vieren, dan creëer je er gewoon één.'

Ik heb ook zo'n soort uitdrukking bedacht: maak van het leven een feest, want voor je het weet, ben je er geweest"

Les 5: Lol zit in de kleine dingen
"Ik heb heel veel pret. Als je ophoudt met zeiken en de humor van dingen inziet, is het leven ontzettend leuk. Een voorbeeld? Nou, die keer dat het dure vouwfietsje van mijn man was gestolen uit een bewaakte fietsenstalling. Niet leuk natuurlijk, maar ik zie dan meteen die bewaker voor me, met drie beeldschermpjes voor zich. Op het linker ziet hij de ingang, op het rechter de uitgang, maar in het midden voetbal. Zo is het natuurlijk misgegaan! Als ik zoiets verzin, kan ik erom lachen. Als mensen me vragen of die overvallers van mijn moeder zijn gepakt, zeg ik: 'Nee, waarschijnlijk omdat commissaire Maigret en Poirot niet meer leven.'

Ik kom uit een humorvolle familie, mijn moeder wees ons vroeger altijd al op grappige dingen op straat. Als je goed oplet, stikt het ervan. Je kunt je ergeren aan al die bakfietsen, tot je er eentje voorbij ziet komen met een oma in de bak. Toen ik dat zag, heb ik haar meteen in 'Nederland' getekend. Mijn boeken zitten vol met dat soort dingen.

Ik denk dat het weleens de rode draad door mijn werk zou kunnen zijn: ik wil laten zien dat de lol in de kleine dingen zit, in de gekkigheid van mensen."

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
De spanning in de klas was enorm. Ik hield alles altijd scherp in de gaten, zodat ik ellende op tijd zag aankomen

'Kunst is wat de gek ervoor geeft, daar kunnen wij niet op bouwen, zei mijn vader altijd

Ik zat nog vast in het idee dat ik de dingen moest tekenen zoals ze daadwerkelijk zijn, zonder al teveel gekkigheid

Als je ophoudt met zeiken en de humor van dingen inziet, is het leven ontzettend leuk