Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CDA-nestor Piet Steenkamp overleden

Home

Pierre van Enk

© anp

Weinigen zullen zich vandaag de dag nog kunnen voorstellen welk een geweldige, jarenlange heisa het heeft gekost om het CDA tot stand te brengen. De nu overleden Piet Steenkamp heeft al die tijd de voorzittersstoel bezet en de daarbij horende spanningen verduurd.

Dat het precaire fusieproces tenslotte is gelukt en de nieuwe partij nog jaren van voorspoed heeft gekend, mag een zwaar bevochten succes heten waarvan de glorie tot zijn innige tevredenheid op hem afstraalde.

Menig waarnemer had nochtans hoofdschuddend voorspeld dat die ene partij er nooit zou komen. Van de drie deelnemende partijen, KVP, ARP en CHU, stonden de eerste en de tweede het verst uit elkaar. De KVP vreesde totale instorting indien zij na haar laatste nederlaag van 1972 nog een keer zelfstandig de verkiezingen zou ingaan en was zeer begerig zichzelf op te heffen. Dat de ARP er nauwelijks beter voor stond, werd door haar leiders verzwegen zodat deze partij in zalige onwetendheid de ruimte meende te hebben om haar katholieke partner de ene gereformeerde geloofstest na de andere af te nemen om het geluk van een fusie te mogen smaken. De tegenstellingen gingen over de werking van het (christelijke) geloof in de praktische politiek en op het laatst specifiek over de plaats in de partij die aan niet-christenen zou moeten worden toebedacht. Men was het er over eens dat het evangelie het richtsnoer voor de nieuwe formatie zou worden maar betekende dit dat de toekomstige ambtsdragers het evangelie ook in hun persoonlijke geloofsleven moesten omhelzen? Bij de ARP ging men ervan uit dat dit vanzelf sprak, want voor haar was dat nu eenmaal altijd zo geweest. Maar de KVP had zich in 1947 al opengesteld voor niet-katholieken en wilde deze verworvenheid niet prijsgeven.

Lees verder na de advertentie

Grote woorden
Helemaal aan het begin van het overleg (men beulde elkaar af in wat destijds de Contactraad heette) heeft Steenkamp een formule gevonden die dienst had kunnen doen als de ARP zich toen al van haar illusies had kunnen verlossen. Nadat het zoveelste echec was genoteerd en de  onderhandelaars weer eens murw naar huis waren gegaan, deed hij als voorzitter thuis een verwoede poging de tegenstellingen met een machtig verhaal te overstijgen. Hij perste er een verhaal uit waarin om de ARP tevreden te stellen wel 20 keer sprake was van het evangelie, maar om de KVP recht te doen werd het een uitdaging genoemd waarop een antwoord moest worden gegeven. Zo werd het evangelie serieus genomen, zonder dat men er om zo te zeggen lid van hoefde te zijn. Het idee was goed maar niet goed genoeg. Het stuk had ook accenten waarin je het wat naïeve, parmantige enthousiasme van Steenkamp herkende - het evangelie als 'vitaminen' voor de praktische politiek - en die je de wat ingetogener gereformeerden beter bespaarde.  Ook grote woorden had de schrijver niet geschuwd. Zo had hij genoteerd dat wij onze hand moesten steken 'tussen de spaken van het wiel van de geschiedenis'. Een stoutmoedig beeld dat de volijverige Steenkamp had verzonnen voor een ander stuk dat hij had geschreven, en wel voor het Landelijk Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout waarvan hij ook voorzitter was geweest. In de nasleep van Vaticanum II had dit concilie te hoop gelopen tegen het priestercelibaat en de voorzitter, optimistisch als altijd, had luid om afschaffing daarvan te bepleiten, de katholieken aanmoedigend 'de hand te steken in het spaken van het wiel van de kerkgeschiedenis'. Intussen weten we dat het Vaticaan  dit onmisbare lichaamsdeel er zonder pardon zou afrijden door finaal met de geest van Noordwijkerhout af te rekenen.

Kerk
Ook het CDA zou in minder kolkend vaarwater terechtkomen dan Steenkamp leek te hebben gewild. In AR kring werd zuinig en met scepsis op zijn vertoon van geestdrift gereageerd. En zelfs met ergernis als hij weer eens had uitgeroepen: "We worden de grootste! Let maar op: de grootste!" Voor antirevolutionairen die dachten dat het eigen politieke huis nog wel een paar generaties lang tegen de storm en ontij van de nieuwe tijd bestand zou blijven, was de comfort van het oude meubilair belangrijker dan zoiets vulgairs als het zeteltal dat de volgende verkiezingen zouden opleveren. Zij waardeerden in Steenkamp de vrijmoedigheid waarmee hij zijn geloof beleed. Wie met hem mocht meerijden in zijn Volvo kon niet voorbij kijken aan het onder het dashboard aangebrachte, uit aardewerk gebakken kruis dat hij daarin meevoerde. En alsof de rij van zijn eigen voornamen (Petrus Antonius Josephus Maria) nog niet welsprekend genoeg was, had hij zijn drie zonen respectievelijk genoemd: Thomas, naar de mysticus uit Zwolle, Paulus naar de apostel en Jan-Benedict in één klap naar de apostel en de stichter van de Benedictijner orde. Dat hij een trouw zoon was van een roomse apostolische kerk - daarover kon geen misverstand bestaan. Maar in AR kring werd niet begrepen waarom hij zich dan met alle macht politiek wilde verenigen met niet-geloofsgenoten.

Nieuwe partij
Protestanten zagen niet dat Steenkamps preoccupatie met de macht van het getal juist authentiek katholiek mocht heten. Zijn verlangen de grootste te willen drukte de in de 19de eeuw geboren katholieke ambitie uit, nooit meer als tweederangs burgers te worden behandeld. Nu er niet meer voldoende katholieken waren om zich te verdedigen, moesten hulptroepen van elders worden gemobiliseerd. Het was daarom dat de KVP zich eerder had opengesteld en Steenkamp trok de lijn door toen hij, nog voordat het avontuur van het CDA begon, had geprobeerd de KVP een herstart te geven. In 1967 had hij zich met enkele getrouwen in een klooster in Heester opgesloten om met het oog daarop een nieuw beleidsdocument te ontwerpen. Het werd  stuk om te beginnen bijzonder progressief (want dat moest je wezen in die tijd) en verder behelsde het een open uitnodiging tot het oprichten van een van elke godsdienstige referentie ontdane nieuwe partij. Steenkamp hengelde openlijk naar de gunst van mensen als Anneke Goudsmit, ex-kamerlid van D'66, toonbeeld van vrijzinnigheid, en van de uitgebroken socialisten van DS'70. Maar dat werd niks en toen begon hij aan het CDA, eigenlijk zijn tweede keus.

Steenkamp was weliswaar gepromoveerd op het protestantse denken over de onderneming, maar van de ideologische eenkennigheid van de antirevolutionairen snapte hij op zijn beurt niet veel. Begrijpend dat hij sommige AR broeders irriteerde, hield Steenkamp zich intern buiten de discussies. Hij beperkte zich tot de rol van moderator die de vergaderingen opende en sloot, de deelnemers aan de debatten het woord gaf en voor een gezellige sfeer zorgde door af en toe het koekje uit te delen die zijn echtgenote Constance had gebakken.

Acteur
Intussen legde hij tijdens afdelingsvergaderingen in het land een buitengewoon acteertalent aan de dag. Anti-revolutionairen sprak hij toe zoals een gereformeerd ouderling zou hebben gedaan en bij de CHU trof hij precies de toon van wat sullige bedaardheid die ze daar aangenaam vonden. Hoewel dat laatste niet nodig zou zijn geweest, want de Unie had ook zonder een dergelijke massage alles best gevonden. Maar Steenkamp wilde geen risico lopen en deed wat hij kon om protestantse gevoeligheden te apaiseren. Daarmee heeft hij zeker de weg naar de eenwording helpen plaveien. Hem daarom de stichter, vader, grondlegger en wat niet al van de nieuwe partij te noemen, zou een tikje overdreven zijn.

Je kunt wel zeggen dat het CDA vele vaders heeft gekend, sommige uit de ARP (de nerveuze, overbezorgde Antoon Veerman, de cynische idealist Jan de Koning, de slimme en ijverige Dick Kuiper), andere uit de KVP (de koele, visionaire Frans Andriessen). Maar de finale stoot kwam van buiten, namelijk van P.v.d.A.-leider Joop den Uyl wiens gedram en getier de AR broeders zodanig ging tegenstaan dat ze, toen ze in de gaten kregen dat het CDA een streep door diens rekening was, ze als één man de hele santenkraam van evangelie, richtsnoer, uitdaging lieten varen en besloten er onverwijld in te stappen. De ongewilde bijdrage van Den Uyl voor het doen rijpen van AR geesten is van groot belang geweest; hem daarom de vroedvrouw van het CDA te noemen, zou toch een beetje ver gaan. Steenkamp werd de feestredenaar die nooit ophield, de schoonheid van het borelingske te bejubelen. Tenslotte werd hij beloond met het voorzitterschap van de Eerste Kamer. Voortaan hoorde men hem jaarlijks op Prinsjesdag met typisch Steenkampiaanse geestdrift het 'Leve de koningin' aanheffen. Als tevreden man ging hij tenslotte met pensioen. Keer op keer mocht hij beleven dat de partij die hij als zijn schepping was gaan zien, 'de grootste' werd. Maar ook de instorting van het CDA is hem niet bespaard gebleven. Dat het niet de eerste maar zoveelste partij des lands zou worden, moet hij bitter hebben betreurd.

Deel dit artikel