Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Catharina de Grote Man

Home

CEES STRAUS

'Catharina, de keizerin en de kunsten', 17 dec. t/m 13 april in de Nieuwe Kerk op de Dam in Amsterdam, elke dag 10-18 uur, gesl. Eerste Kerstdag en 1 jan. Cat. uitgave Waanders, Zwolle, paperback ¿ 49,95, geb. ¿ 75. Gelijktijdig is in het Amsterdams Historisch Museum de expositie 'Peter de Grote en Holland' te zien.

Komelova adviseerde bij de expositie die de Nieuwe Kerk in Amsterdam aan Catharina de Grote (1729-1796) wijdt. Die tentoonstelling werpt een intrigerend licht op de Russische keizerin als kunstverzamelaarster. In tegenstelling tot haar voorganger Peter de Grote is zij nog altijd een grote onbekende in Nederland. Voor dat doel heeft de Nieuwe Kerk zich tot de Hermitage gewend waar de door Catharina vergaarde kunstschatten zijn te vinden.

Daarnaast kan de Hermitage, beter gezegd het (zesde) Winterpaleis van waaruit de tsarina het in haar tijd al zo uitgestrekte Rusland bestierde, gezien worden als de motor die Rusland niet alleen politiek maar ook vooral cultureel op gang bracht. In dat licht gezien is de buste van Voltaire die straks in de Nieuwe Kerk staat, niet zo maar een kunstvoorwerp, maar staat zij voor de contacten die de keizerin met de Franse filosoof en grondlegger van de Verlichting had. Evenzeer geldt dat voor het prachtige 'portret van een jonge man met handschoen' van Frans Hals dat deel uitmaakte van de eerste aankoop van Catharina, waarmee zij de grondslag van haar kunstcollectie legde. Een verzameling die bij haar dood in 1796, na een ononderbroken regeerperiode van 34 jaar, een omvang had van welgeteld 3996 schilderijen.

Het portret van Hals maakte ooit deel uit van de verzameling van de koning van Pruisen. Catharina, die in 1762 aan de macht was gekomen (ze was tot dan toe slechts de echtgenote van tsaar Peter III, die door kringen rond Catharina werd afgezet en vervolgens omgebracht, wellicht op instigatie van de tsarina), wist deze verzameling in 1764 te verwerven. Zo legde ze in één keer de hand op een ensemble van zo'n 255 schilderijen. Zeven jaar later sloeg ze een nog grotere slag toen de schilderijen van de keurvorst van Saksen werden aangekocht: meer dan 600 schilderijen kwamen daarmee in Russisch bezit.

Nu is de Nieuwe Kerk geen Hermitage, pretendeert dat met deze expositie ook niet, maar ze wel graag de tijden van deze bijzondere keizerin laten herleven. De expositie toont in de eerste plaats veel. Die keus is niet op één of twee aspecten van Catharina's verzamelwoede gebaseerd, maar benadrukt vooral de veelzijdigheid: schilderijen, tekeningen, emaildoosjes, beelden, tafelstukken, serviezen, historiestukken, er is weinig dat de keizerin niet bezat.

Toch is er één aspect aan de keizerlijke verzameldrift dat hier nooit getoond kan worden. Dat is het specifieke karakter van de Hermitage, zo eigen aan de stad Sint Petersburg waar het museum het meest dominante gebouw in het straatbeeld is, de Nevsky Prospekt: de kilometers lange boulevard met uitzicht op talloze kathedralen niet meegerekend.

Om die sfeer te proeven, moet je er rondkijken, op zo'n gure winterse dag als de zon maar een paar uur de duisternis tracht te verdrijven. In de uitgestrekte gangen van de Hermitage waar de sfeer van voor het sovjet-tijdperk in blinkend marmer, vergulde meubels en wijdse uitzichten op de Newa onverkort is gehandhaafd, waan je je even in het hart van die oude natie. Het doet je beseffen dat deze stad eens de hoofdstad van een wereldnatie was, die reikte van de Stille Oceaan in het uiterste oosten tot aan de Oostzee in het dichtbije westen. Hallen, ontvangstruimten, antichambres en kolossale trappartijen wisselen af met metershoge tentoonstellingszalen of intieme kabinetten met beurtelings reusachtige schilderijen of juist kleine objets d'arts. Hoewel er op veel plaatsen daglicht naar binnen komt, maakt het museum in deze dagen een duistere indruk: het lijkt er op alsof er permanent minder licht wordt aangeknipt dan in vergelijkbare musea in het westen.

Die indruk wordt nog eens versterkt door de 'restauratiepolitiek'. Met name de Hollandse meesters worden bewust donker gehouden. Directeur Pjotrovsky: “Wij vinden dat oude meesters in het westen bij het schoonmaken veel te licht worden gemaakt. Donkering is een natuurlijk proces dat deel uitmaakt van de geschiedenis van een schilderij. Dat moet je niet weghalen.”

De rondgang door de Hermitage voert allereerst naar de transportafdeling op de begane grond, normaal niet een plek die voor het publiek toegankelijk is. Een ploeg timmerlieden is hier continu werkzaam: het museum pakt alle kunst die de deur uitgaat zelf in. Voor elk schilderij wordt steeds een nieuwe kist gemaakt. Niet zelden zijn dat klimaatkisten, die zodanig zijn geconstrueerd dat de inhoud niet afhankelijk is van de weersomstandigheden tijdens het vervoer (druk, vochtigheid).

Dat inpakken beschouwt de Hermitage niet als een bijzonder fenomeen. Van het soort expositie dat nu naar Nederland komt, zijn er elders in de wereld vier tot vijf die gelijktijdig uit de zalen en rekken van het museum konden worden samengesteld. De Hermitage ziet zich dan ook als een belangrijk toeleverancier van wat het zelf 'wereldkunst' noemt.

Hoewel er voor de Nieuwe Kerk behoorlijk veel uit de depots is geput, zal de tentoonstelling niet onopgemerkt aan het Russische publiek voorbijgaan. Veel topstukken zijn rechtstreeks uit de zalen gehaald, die zodanig zijn ingericht dat het museumbezoek direct bij de entree al een goed beeld van de verzamellust van Catharina de Grote kon krijgen. Wat dat betreft zet volgende week niet alleen de rode koets van de keizerin in de Nieuwe Kerk de toon, ook in de Hermitage wordt het voertuig beschouwd als de opmaat naar de 'gouden' kunst van de keizerin.

Als conservator Stas Födorov de zalen ontgrendelt waar nu nog de doeken van de muur worden gehaald, ervaar je met welke belangstelling Catharina de Grote haar kunst bij elkaar bracht. Uit rijen en nog eens rijen staatsieportretten zijn er enkele voor Amsterdam gekozen waarop ze in vol ornaat en dus in volle glorie staat afgebeeld. Elders moest een keus uit haar verzameling porselein worden gemaakt. Een prachtig Wedgwood-servies dat uit vele honderden onderdelen bestaat, toont een persoonlijke ingreep in de decoratie. Op aanwijzen van de keizerin werd een groen kikkertje in het stemmige tafereel verwerkt. Het beestje kwaakte in het water dat de keizerlijke paleizen omspoelde en trouwens nog altijd omgeeft, want ook al werd het paleiscomplex na de dood van Catharina in 1850 met de zogeheten Nieuwe Hermitage onder tsaar Nicolaas I uitgebreid, water blijft langs het immens lange gebouw stromen.

Komelova: “Voor Catharina de Grote was het verzamelen van kunst geen op zichzelf staande zaak. Ze was niet alleen zeer gewiekst in het vergaren, maar ze dacht ook aan haar prestige in de wereld. Catharina (die van Duits-Pruisische afkomst was, haar vader was de vorst van Anhalt-Zerbst, haar moeder een Von Holstein-C.S.) wilde haar land opstuwen in de vaart der volkeren, wat ze met al haar ten dienst staande middelen deed. Rusland was onder haar bewind een rijk land, met welvaart voor een beperkt aantal mensen. Het prestige van Rusland was haar eigen prestige en dat gold ook andersom,” aldus Komelova.

De opvattingen van de keizerin zijn in de geschiedenis van Rusland zonder weerga gebleven en juist dat maakt haar beleid er zo bijzonder door. Tsaren die na haar kwamen, hadden meestal meer interesse voor staatsbelangen, voor de economie, het leger of voor de adel, maar zelden voor de kunst en de cultuur. Desalniettemin konden ze van haar beleid wel de vruchten plukken. Mede door de komst van de buitenlandse meesters, de oude zowel als de levende die aan het hof werden aangetrokken, werd de lokale schilderkunst beïnvloed. Catharina de Grote bezat geen museum - de Hermitage werd pas in 1855 een museum - maar liet haar kunst wel zien aan wie er om vroeg. Haar smaak werd nagevolgd door de adel die haar paleis druk frequenteerde, stond ten voorbeeld aan kunstenaars die er graag op bezoek kwamen en aan buitenlandse diplomaten, die er onder de indruk raakten. Ook voor verzamelaars was ze een voorbeeld: tot aan de tweede helft van de 18de eeuw werd er nauwelijks in Rusland gecollectionneerd, maar mede door haar schoten de kunstkabinetten als paleizen uit de grond.

Dat alles maakt echter nog niet duidelijk hoe haar smaak was. Zelfs na een uitgebreide bezichtiging van de museumzalen blijf je met de vraag zitten hoe haar voorkeuren lagen. Volgens Komelova is daar ook geen eenduidig antwoord op te geven. “Ze had bijvoorbeeld grote belangstelling voor architectuur. Op haar initiatief zijn bouwmeesters uit West-Europa naar Sint-Petersburg gekomen. Ze gaf hen opdracht voor forse uitbreidingen van de Hermitage, wat heeft geleid tot de bouw van de Kleine en de Oude Hermitage en het Hermitage Theater. Bovendien werkten de architecten aan de uitleg van de stad, die met zijn vele grachten aan Amsterdam en Venetië doet denken.”

“Minstens even groot was haar interesse voor cameeën, gesneden stenen en medailles, voorwerpen die ze niet alleen verzamelde maar ook zelf vervaardigde. Wat dat betreft komt de schilderkunst pas op de derde plaats van haar interesse, hoe spectaculair die ook is. Juist daar kan je niet direct van één overwegende voorkeur spreken. Ze kocht Hollandse meesters, maar ook Italianen, Duitsers, Vlamingen, Spanjaarden en Fransen. Je kunt hier bijna twintig Rembrandts zien, maar ook Titiaan, Velázquez, Poussin en Holbein. Schilderijen kocht ze niet apart, maar bij tientallen tegelijk. Meestal legde ze de hand op een verzameling die op de markt kwam, of ze liet haar adviseurs veilinginboedels opkopen nog voor de eerste hamerklap was gemaakt. Zo gingen hele scheepsladingen richting Sint Petersburg. Niet altijd met goed gevolg, want soms kwam een schip niet op zijn bestemming aan. Zo ligt de kunst van de Amsterdamse verzamelaar Braamkamp na het teloorgaan van het schip op de bodem van de Oostzee.”

Het zijn deze feiten die de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk zo'n opmerkelijk karakter geven. Een tentoonstelling, die er vreemd genoeg nooit eerder is geweest. Sinds de openstelling van de ex-Sovjet-Unie naar het westen is er veel kunst uit de Hermitage in het buitenland getoond. Boijmans bijvoorbeeld bracht enkele jaren geleden een aantal hoogtepunten uit de collectie van het museum, Hollandse en Vlaamse meesters waren in het Museum voor schone kunsten in Dijon te zien. Maar tot een Catharina-presentatie is het niet eerder gekomen. Stas Föderov weet ook waarom: “Catharina de Grote was niet erg populair in de sovjet-tijd. Wij mochten alleen aandacht besteden aan de periode van Peter de Grote die zich inzette voor de verbetering van de positie van de armen in Rusland. In de laatste jaren zijn de opvattingen over onze geschiedenis bijgesteld. Zodat ook het beeld van Catharina kon worden gecorrigeerd.”

Galina Komelova: “In de Russische taal heet Catharina beurtelings de Tweede, de Grote maar ook 'de Grote Man'. Daarmee wordt nadruk gegeven aan het feit dat ze niet vrouwelijk was op het gebied van kennis en cultuur. Die bijnaam zegt veel over haar.”

Deel dit artikel