Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CARTOGRAFIE

home

SYBE I. RISPENS

Als handige wegwijzers waren ze niet bedoeld, de landkaarten van de zestiende eeuw. De cartograaf wilde eerder een indruk geven van de kwaliteit van militaire bolwerken. Soms gaf hij met zijn kaart een ooggetuigenverslag, bijvoorbeeld van de bloedige strijd tussen de Nederlanden en het Spanje van Filips II. Een verzameling van dergelijke, recent ontdekte nieuwskaarten is vanaf vandaag in het Rijksarchief van Leeuwarden te zien.

We schrijven 1566. Afgevaardigden uit alle provincies van het land tekenen een petitie tegen de Spaanse overheerser van de Nederlanden, koning Filips II. De katholieke en protestantse heren zijn het over één ding broederlijk met elkaar eens: in Nederland mag de Spaanse Inquisitie niet geïnstalleerd worden. Terecht vreest men het ergste van de 'raad van beroerten'.

Het protest is tevergeefs. De eerste koppen die rollen horen bij de handtekeningen die onder de petitie staan. Zonder pardon zet de bloed-

raad duizenden burgers op de brandstapel, persoonlijke eigendommen worden geconfisqueerd en het rebellerende volk krijgt een zware belasting opgelegd. Binnen een paar weken staat het hele land op zijn kop. Nederland wordt verscheurd door anarchie, revolutie en burgeroorlog.

De nieuwe landvoogd, de hertog van Alva, stuurt niet alleen soldaten achter de inquisitie aan, maar ook ingenieurs. Die geeft hij opdracht om de Nederlanden zo goed mogelijk in kaart te brengen. De kaarten dienen alles weer te geven wat een leger moet weten: een stapsgewijze route waarlangs gemarcheerd moet worden, de grote steden en bossen en de plaatsen waar grote rivieren overgestoken kunnen worden. Tijdens zijn bewind wordt Alva twee keer geconfronteerd met een militaire coup, en beide keren vertrouwt hij op de macht van de kaarten.

In de eerste slag, in 1568, rekent hij persoonlijk af met opstandelingen in Friesland en in Brabant en Limburg. De kaarten spelen vooral in de zuidelijke Nederlanden een belangrijke rol in de strijd tegen Willem van Oranje. Alva is er op uit om een directe confrontatie te vermijden, en de legers van Oranje weg te houden van centraal Nederland. Op die manier wil hij zijn tegenstander afmatten en uithongeren. Het plan kan alleen werken als hij nauwkeurige topografische kennis van de regio heeft, en dus laat hij gedetailleerde kaarten van de Maasvlakte vervaardigen.

De strategie is succesvol. Nadat de tegenstand is gebroken, begint Alva een grootscheepse reorganisatie van het regime in de Nederlanden. Uit voorzorg laat hij een gedetailleerd kaartenarchief aanleggen. Elke provincie en alle belangrijke steden worden in kaart gebracht en ervaren Italiaanse ingenieurs zorgen voor een overzicht van de militaire installaties.

De tweede veldslag laat niet lang op zich wachten. Willem van Oranje begint in 1572 met zijn watergeuzen een grootscheepse serie aanvallen in de noordelijke Nederlanden. Deze keer neemt de luitenant-stadhouder in de noordelijke gewesten, Caspar de Robles, de strijd op zich. Hij bestrijdt de rooftochten die de geuzen in Friesland en Groningen ondernemen, door een soort kustwacht te organiseren. Onder zijn bewind ontstaat er een serie gedetailleerde kaarten van de noordelijke Nederlanden.

Lang zijn de kaarten van Caspar de Robles verloren gewaand, maar in archieven in Duitsland en Amerika zijn kort achter elkaar drie manuscript-atlassen ontdekt waarin ze voorkomen. De eerste werd een paar jaar na de val van de muur in het staatsarchief in Dresden gevonden en bevat een veertigtal afbeeldingen van fortificaties en belegeringen van plaatsen in Friesland, Groningen, Overijssel en de zuidelijke Nederlanden. De tweede 'Robles Atlas' werd aan de universiteit van Texas in Austin uit de archiefkasten gehaald.

En begin dit jaar werd in de Staatsbibliotheek van München een derde atlas gevonden, waarin naast de Nederlandse vestingen ook nog honderden afbeeldingen van plaatsen uit Italië, Hongarije en de Balkan zijn opgenomen. De kaarten zijn vermoedelijk allemaal kopieën van een verloren gegaan origineel; kleine speldenprikken in de pagina's van de atlassen wijzen er op dat de kaarten zelf ook vaak zijn gekopieerd.

Met de ontdekking van de drie atlassen wordt de hoeveelheid kaartmateriaal uit de zestiende eeuw voor de noordelijke Nederlanden verdubbeld. Tot nu toe waren uit deze eeuw alleen de kaarten van de grote steden bekend die in opdracht van de hertog van Alva waren gemaakt.

De nu gevonden atlassen voegen hier niet alleen vergelijkingsmateriaal aan toe, maar, en dat maakt ze zo bijzonder, ze geven ook afbeeldingen van kleine plaatsen, gehuchten of kloosters die in de andere kaarten zijn overgeslagen. Van plaatsen zoals Berlikum en Lemmer en de kloosters in Anjum en Lidlum was tot nu toe nog geen enkele afbeelding bekend. De kaarten zijn in hun detailgetrouwheid een hoogtepunt uit de Spaanse militaire cartografie van de Nederlanden. Ze zijn te verdelen in twee soorten: vestingbouwkundige plattegronden en nieuwskaarten.

De fortificatieplattegronden wisselen vrijelijk tussen een weergave van de feitelijke toestand en de gewenste verbeteringen. Ze geven zo informatie over zowel de stand van zaken als de laatste innovaties op militair gebied. Overal worden de vestingwerken aangepast naar de nieuwste stand van de techniek. In de zestiende eeuw gaat men bij belegeringen steeds meer zwaar geschut gebruiken en de verdediging van vestingwerken moest zich tegen dit nieuwe aanvalsmiddel wapenen.

De nieuwskaarten geven als een stripverhaal een beeld van de strijd die Caspar de Robles met zijn troepen voerde tegen de geuzen. De kaarten zijn een ooggetuigenverslag van het strijdgewoel en horen zo tot de eerste bekende pictografische vormen van oorlogverslaggeving. De 'verslaggever', vermoedelijk een Italiaanse schilder of ingenieur in dienst van De Robles, geeft een zo gedetailleerd mogelijk beeld van het slagveld. Hij tekent op zijn kaarten binnenvallende watergeuzen (gusi), marcherende geuzen-legers die in opdracht van Willem van Oranje door het land trekken en wild op paarden rondgalopperende geuzen.

Uiteraard speelt De Robles zelf met zijn oprukkende legers een hoofdrol in de verslagen. De nieuwskaarten laten niet zelden de laatste stuiptrekkingen van de geuzen zien, na de komst van de troepen van De Robles. De geuzen gaan er dan met de stille trom vandoor en De Robles zien we als trotse ruiter afgebeeld, aan het hoofd van enkele eskadrons soldaten.

De Robles-atlassen staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een brede internationale kaartencultuur die aan het einde van de zestiende eeuw opkomt. In een paar jaar tijd ontstaat er een bloeiende kaartenproductie in Europa. Dat leidt onvermijdelijk tot een centrale vraag in de geschiedenis van de cartografie: waarom werd er in de vijftiende eeuw nergens ook maar vergelijkbaar kaartmateriaal gemaakt, en kon nog geen honderd jaar later bijna niemand meer zonder kaarten?

Er zijn verschillende invloeden aangewezen die het ontstaan van de landkaart in de hand hebben gewerkt. De toenemende belangstelling in de Renaissance voor de Antieken en de manier waarop de oude Grieken en Romeinen kaarten maakten is een factor. Ook de Nederlandse en Franse schilderkunst is van invloed geweest. Schilders als Van Eyck effenden met hun steeds realistischer wordende landschapsschilderijen de weg voor nuttige topografische overzichten en uiteindelijk voor gedetailleerde landkaarten.

De hele verandering in het denken die als de wetenschapsrevolutie te boek staat, heeft ook een bijdrage geleverd aan de productie van kaarten: zodra mensen de ruimte beginnen te verdelen in geografische lengte en breedte, ontstaat de behoefte om het landschap op papier vast te leggen.

De atlassen in Leeuwarden wijzen in hun detaillering nog op een andere factor: de cruciale rol van de cartografie bij de versterking van de centrale regering. De strijd tussen De Robles en de geuzen laat zien dat het streven van lokale opstandelingen naar provinciale autonomie op een effectieve manier de kop in kon worden gedrukt door gedetailleerde geografische overzichten.

De bezetters van Nederland hebben als een van de eerste regeringen kennis van het landschap omgezet in politieke macht. Vorsten over heel Europa konden het verloop van de strijd zien, zonder ooit ter plekke te zijn geweest. De Spaanse vorst Filips II zette zelfs nooit een voet buiten zijn paleis. Hij sloot zich alleen op in zijn werkkamer en probeerde zijn hele rijk met een ingenieus systeem van schriftelijke rapportage te besturen. Memo's, rapporten, en ook landkaarten werden hem door zijn ministers gepresenteerd. Het systeem had ook zijn nadelen: omdat Filips niet tussen hoofd- en bijzaken kon onderscheiden, ging hij van de aanhoudende stroom met schriftelijke rapportage zwaar lijden onder informatiestress.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.