Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CAROLINE EMILIE BLEEKER

Home

JOEP ENGELS

De thuisbasis van de Instrumentele groep fysica van de Universiteit Utrecht heet sinds vorige week het Caroline Bleeker gebouw. Genoemd naar de vrouw die in 1928 aan deze universiteit promoveerde en tussen 1930 en 1963 leiding gaf aan een fabriek voor optische instrumenten. Ze begon er als de enige arbeidskracht, dertig jaar later had ze 150 mensen in dienst.

Wereldberoemd in heel Utrecht, zo lijkt het wel. Want wie was deze Caroline Emilie Bleeker die leefde van 1897 tot 1985? Een korte rondgang levert slechts vragende blikken op, ook naslagwerken als de Grote Winkler Prins wijden geen lemma aan haar.

Gijs van Ginkel zucht maar eens bij zoveel onwetendheid. Natuurlijk, hij is haar biograaf, dus zijn oordeel is niet helemaal onpartijdig. Maar toch verbaast het hem dat zijn heldin zo onbekend is. “Terwijl zij toch de eerste en enige Nederlandse microscopenindustrie heeft opgezet. En terwijl ze ook al beroemd zou moeten zijn door haar nauwe werkrelatie met Frits Zernike, de Groningse fysicus die in 1953 de Nobelprijs kreeg voor zijn zogeheten fasecontrastmicroscoop.”

Caroline Bleeker wordt op 17 januari 1897 geboren als jongste dochter in een Middelburgs predikantengezin. Ze is voorbestemd voor een verzorgende taak in de huishouding, maar zet haar zinnen op een universitaire opleiding. Ze schrijft zich in 1916 in aan de Rijksuniversiteit Utrecht, studeert er natuur- en sterrenkunde en promoveert in 1928 cum laude bij de vermaarde professor Leonard Ornstein. In zijn aanbevelingsbrieven omschrijft Ornstein, die in de oorlog bij haar zal onderduiken, haar als 'toch wel zeer begaafd' en 'zeer intelligent en goed geschoold, zowel theoretisch als experimenteel'.

Anderhalf jaar later richt ze het Physisch Adviesbureau op, een 'blauwdruk voor het latere TNO' zoals ze zelf opmerkt. Het bureau wordt spoedig uitgebreid tot de Instrumentenfabriek, en in 1936 komt er nog een optische slijperij bij. Dan zijn ook al de contacten met Zernike gelegd. De fysicus levert de ideeën aan, zij maakt er microscopen van. Ze houdt weliswaar enkele octrooirechten aan de samenwerking over, maar hij krijgt de Nobelprijs.

Ze maakt ook prismakijkers voor de marine en stuit daarbij op het verzet van een andere wereld die ook door mannen wordt gedomineerd. Ze doet haar beklag bij niemand minder dan minister-president Colijn. Hij had in een radiorede gesproken over het belang van optische hulpmiddelen voor het leger, maar, schrijft ze op 16 juli 1938: “De contacten in de afgelopen maanden met ambtenaren van de ministeries van Sociale zaken en Defensie hebben een deprimerende indruk gemaakt. Geen enkele ambtenaar is kennelijk groot genoeg in te zien dat iemand op gedachten zou kunnen komen die afwijken van zijn eigen ideeën.”

Colijn antwoordt haar dat het redelijkerwijs mogelijk moet zijn tot samenwerking te komen, maar zij ziet het anders. Haar concurrenten die slechts buitenlandse instrumenten assembleren, wordt geen strobreed in de weg gelegd, terwijl zij voortdurend extra eisen krijgt. In 1940 geeft ze Colijn een kijker voor sinterklaas, een half jaar overigens nadat ze acuut besloten heeft zelf niet meer van die dingen te maken - om te voorkomen dat ze in handen van de bezetter vallen.

Een bijzondere vrouw die goed wist wat ze wilde, omschrijft biograaf Van Ginkel. Veelzijdig, eigenzinnig, een sterke persoon. “Ze deed alles. Ze was directeur, instrumentmaker en verkoper tegelijk. Ze schoolde haar eigen personeel en zorgde voor een uniek werkklimaat.” Hij ontving maandag nog een brief van een oud-medewerkster van haar die haar prees om haar sociale beleid.

Bij haar afscheid in 1963 wordt ze nog geroemd door haar afnemers, zoals Philips of de Technische universiteit Eindhoven, maar dan slaat de vergetelheid toe. Op 8 november 1985 overlijdt ze, vijf jaar na haar levenspartner Gerard Willemse.

Met de paasdagen heeft Van Ginkel nog haar graf bezocht. “Haar eigen naam staat niet eens op haar grafsteen vermeld. De notaris die haar nalatenschap beheerde, heeft dat niet goed geregeld. Hij heeft later zijn fout wel erkend, maar Caroline Bleeker is op de Algemene Zeister begraafplaats bijgezet als nummer C5132.”

Deel dit artikel