Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Carel Blotkamp / ’Je ziet een echte persoonlijkheid’

Home

door Sandra Kooke

In het Rembrandtjaar organiseert Trouw de verkiezing van het mooiste schilderij van Nederland. Ook u kunt meedoen. Twintig bekende Nederlanders geven vast hun favorieten. Aflevering 10: kunstkenner Carel Blotkamp zocht vergeefs naar topstukken van vrouwen.

Wie de naam Carel Blotkamp op internet intikt bij Google krijgt twee soorten hits: óf ze gaan over de kunsthistoricus Blotkamp óf over de schilder Blotkamp.

Dat klopt. Carel Blotkamp studeerde kunstgeschiedenis en is bekend geworden door zijn kunsthistorische boeken en artikelen over 20ste eeuwse Nederlandse kunst. Maar hij schildert ook. Zijn werk hangt in musea en bij kunstuitlenen.

„Kunstgeschiedenis bleek een goede opleiding voor beide. Ik specialiseerde me in moderne kunst. In de jaren zestig was ik een van de weinigen, die dat kozen. Ik moest me echt verdedigen. Lucebert vond men maar malle onzin. Tegenwoordig kiezen onrustbarend veel studenten moderne kunst als specialisatie. Want dat is dynamisch en hip. En het is meer verweven met het alledaagse leven, de alledaagse vormgeving. Kijk maar naar het abstracte logo van Talpa. Zelf had ik graag ook 16de- en 17de eeuwse tekenkunst onderzocht. Maar zo’n combinatie – oude en moderne kunst– is moeilijk aan de Nederlandse universiteiten.”

Hij vond het lastig om zijn vijf favoriete Nederlandse schilderijen aan te wijzen: „Veel van de mooiste werken uit de Gouden Eeuw zijn niet in Nederland te zien. Dat vind ik op zich niet erg, want ik ben een wereldburger. Maar het beperkt de keuze. Er is gelukkig wel veel werk uit de 19de en 20ste eeuw. Weliswaar is het aantal goede werken uit de Gouden Eeuw groter, maar die latere periode heeft ook veel moois voortgebracht.”

„Ik wilde ook geen Rembrandt, Vermeer of Van Gogh. Dat zijn wel de toppers, maar die zorgen wel voor zichzelf in zo’n competitie. Vlamingen doe ik ook niet, want dat vind ik kunstmatig in een Nederlandse wedstrijd. Bovendien hangt er weinig moois van hen in Nederland. Moest ik dan een vrouwelijke schilder nemen? Dat wilde ik wel graag, maar ik ken geen vrouw die al bij de eredivisie hoort. Ik hou van Charley Toorop en thuis hangt er wel werk van vrouwen, maar voor de verkiezing vind ik dat niet goed genoeg. Ik heb ook getwijfeld over Gerard ter Borch, de meester in het weergeven van relaties tussen mensen. Maar ik heb toch gekozen voor het wat onbekendere werk en de modernen.”

Als eerste gaan we terug naar de Middeleeuwen: naar ’de Meester van de virgo inter virgines’ uit de 14de eeuw. „Misschien is dat wel een vrouwelijke schilder geweest”, zegt Blotkamp.

„We weten immers niet wie dit paneel heeft geschilderd, behalve dat het waarschijnlijk een Delftse meester was. Het is een werk met een on- Nederlands drama. Hier heerst onderhuidse hysterie. Het is een beetje eng zelfs, zoals de annunciatie hier is verbeeld. Maria ziet eruit of ze de tering heeft met dat rare hoge voorhoofd en die enge lippen. En dan die expressieve gebaren. Heel anders dan de veel formelere werken uit die tijd.”

We slaan de Gouden Eeuw over en belanden in een periode die tot nu toe nauwelijks genoemd is, de 19de eeuw. Floris Verster is nou niet direct een bekende schilder te noemen, maar Blotkamp vindt zijn ’Bloemen en Blâren’ uit 1888 een meesterwerk. Een spectaculair stuk, waar hij graag eens de aandacht op vestigt. Een anderhalve meter hoog bloemstuk van onkruid, je moet er maar opkomen. „Heel gedurfd”, zegt Blotkamp waarderend. „Al die halfdode bladeren op een formaat waarop je normaal een figuurstuk zou verwachten. Het licht valt erop alsof de zon erop staat. Uit het dagboek van zijn vrouw weten we dat hij veel aandacht besteedde aan de belichting.”

Verster is nooit internationaal doorgebroken. Piet Mondriaan wel. Blotkamp kan niet om hem heen. Maar de euforie van velen over ’Victory Boogie Woogie’ deelt hij niet. „Het is een interessant werk, ik ben blij dat het is aangekocht, maar het is niet af. Het fungeert meer als zoektocht dan als schilderij. Ik vind het meer bijzonder dan goed. Mijn favoriet is deze: Ruitvormige compositie met vier gele lijnen.”

„Het is misschien niet de allerbeste Mondriaan, maar wel mijn favoriet vanwege de hele subtiele verschillen in dikte tussen de vier lijnen en toch het stralende karakter door de kleur geel. Het lijkt heel simpel, maar het is complex, want door de minimale verschillen gaat het hellen. Je kunt er uren naar kijken en de overwegingen van de schilder volgen. Elke lijn, elk raakvlak is een beslissing. Latere kunstenaars gaan rekenen, hij ging uit van het oog. En dat levert toch de mooiste schilderijen op.”

We zitten nu midden in het vakgebied van Blotkamp: Pyke Koch, een van de kunstenaars waarover Blotkamp veel heeft geschreven. Hij kiest het ’Profielportret van jonkvrouw J.C. van Boetzelaer (1948). Blotkamp: „Ik heb haar gekend. Het portret lijkt niet op haar. Maar het is een heel mooi schilderij met een klassieke kalmte en stille grootheid. Het is zo mooi geschilderd met die fijne huid. De groene ondergrond komt in de schaduw door het roze heen. Het is geïnspireerd op portretten uit de Italiaanse Renaissance, maar vermengd met de moderne psychologie, want hier zie je echt een persoonlijkheid op het doek.”

En als vijfde kiest Blotkamp de ’Blauwe studie naar Matisse’ van Daan van Golden, weer een kunstenaar waarin Blotkamp zich heeft verdiept.

Het werk is een detail uit de Matisse-collage ’La perruche et la Sirène’ uit het Stedelijk Museum. Van Golden heeft de parkiet vergroot en ingekleurd (op een piepklein stukje na) en in een gouden lijst gestopt. Blotkamp: „Ik vind hem de beste Nederlandse kunstenaar van nu.”

Deel dit artikel