Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Burgerschap is belangrijk, maak er een schoolvak van

Home

Evelien Tonkens en bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de universiteit van Amsterdam

Schoolkinderen bezoeken museum Boijmans. Zo'n bezoek valt op sommige scholen onder de noemer 'burgerschapsvorming'. © FOTO KOEN SUYK, ANP

Nederlandse jongeren leren dat het op school vooral draait om taal en rekenen. Geen wonder dat de publieke zaak hen koud laat.

Als er een examen in burgerschapsvorming was, zou onze jeugd daarvoor massaal zakken, berichtte deze krant (21 juni) op basis van een rapport van de Europese Commissie. Bijna overal in Europa krijgen kinderen les in burgerschap. Sinds 2005 is dit ook in Nederland verplicht. Maar bij Nederlandse kinderen komt dat nauwelijks binnen.

Dat Nederlandse kinderen net zo weinig ontwikkeld zijn als de Tsjechen die niets over burgerschap leren, is niet verwonderlijk. De wettelijke verplichting om aandacht te besteden aan burgerschapsvorming is zo vaag en vrijblijvend, dat elke school eraan kan voldoen zonder dat docenten ooit over burgerschap praten of denken. Burgerschapsvorming is in Nederland namelijk geen vak.

Voor de wet is het voldoende om er in de context van een ander vak of losse activiteit impliciet aandacht aan te schenken. Een middagje helpen in het verpleeghuis, een museumbezoek, een bezoek aan de Tweede Kamer, een 5 mei-viering: het kan allemaal doorgaan voor burgerschapsvorming. Scholen deden zulke dingen al, en het vak burgerschapsvorming vraagt dus inhoudelijk niets nieuws of extra's van het onderwijs.

Lage score
Wat we in de lage scores van de Nederlandse kinderen ook terugzien, is hoezeer zij - net als volwassenen - door politieke retoriek beïnvloed worden. Onze kinderen zijn brave leerlingen als het om burgerschap gaat, alleen komt hun kennis van de straat en de media; het onderwijs verzuimt om ze een kritische houding aan te leren. Dat zien we allereerst aan de Nederlandse lage score (ex aequo met de Russen en Tsjechen) voor 'sociale rechtvaardigheid' zoals besef van de rechten van vrouwen en etnische minderheden.

De braafheid van Nederlandse leerling blijkt ook uit het feit dat ze weinig waarde hechten aan burgerschapsvaardigheden en weinig interesse hebben om (kritische) invloed op politiek en gemeenschapsleven uit te oefenen. Het draait in de samenleving en op school om taal en rekenen, vertelt de politiek al geruime tijd.

Die mening is goed ingedaald bij de jeugd. Bovendien waart er al een jaar of 25 een individualistische liberale tijdgeest over ons land die ons vooral aanspoort om als mondige consument op de markt onze eigen consumptieve voorkeuren te formuleren en na te volgen.

Negeren versus schreeuwen
Iedereen moet vooral zelf weten wat hij vindt, en we moeten ons niet met elkaars meningen en leefstijlen bemoeien. We koesteren vrijheid van meningsuiting, maar geven weinig om meningsvorming en meningsverandering. Een visie op sociale rechtvaardigheid en het goede leven wordt bij ons al snel verward met een ander iets opdringen. Gevolg is een armoedige publieke sfeer die gedomineerd wordt door twee uitersten van negeren versus schreeuwen.

Ook zijn er voor jongeren weinig 'glijbanen voor participatie': weinig manieren waarin je, voor je het weet, ergens actief bent geworden. Niet speciaal omdat je dat nu zo leuk vond en daar zo heel bewust voor gekozen hebt, maar omdat er een beroep op je gedaan werd en je moeilijk kon weigeren.

Alleen voor ouders met jonge kinderen stikt het van zulke glijbanen, uiteenlopend van scheidsrechter tot voorleesouder. Op jongeren daarentegen wordt in denken noch doen veel beroep op betrokkenheid en participatie gedaan. Geen wonder dat ze weinig interesse in en kennis van burgerschap hebben.

Tijdgeest
Hoe bereiken we de Europese top, als het om burgerschapsvorming gaat? Burgerschap moet in de hele samenleving worden voorgeleefd. Het onderwijs kan niet in zijn eentje tegen de tijdgeest inroeien. De sympathieke gedachte om het te integreren in andere vakken leidt slechts tot uitdijende bureaucratie en meer werk voor kantoortypes, terwijl er in de klas niets verandert. Het is dus praktischer om er toch een apart vak van te maken, want dan geef je het in handen van docenten in plaats van bureaucraten.

Voor wat dat vak moet behandelen, bieden indicatoren uit het rapport van de EU goede aanknopingspunten: het vak moet bijdragen aan meer burgerschapsvaardigheden, een groter besef van burgerschapsrechten en sociale rechtvaardigheid, meer kennis van democratie en politiek en een grotere interesse in de publieke zaak en een meer constructief-kritische houding. Ook jegens wijsneuzige praatjes van opiniemakers natuurlijk.

Lees verder na de advertentie

 
Meningsvorming, daar geven we nu weinig om



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie